ECLI:NL:GHDHA:2026:212

ECLI:NL:GHDHA:2026:212

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 05-02-2026
Datum publicatie 18-02-2026
Zaaknummer 22-001476-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Veroordeling voor mishandeling met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge. De verdachte, een geoefend kickbokser, heeft de aangever met gebalde vuist en met veel kracht in zijn gezicht geslagen. Het beroep van de verdachte op noodweer wordt verworpen, nu de gedraging van de verdachte in onredelijke verhouding staat tot de ernst van de dreigende aanranding.

Uitspraak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,

BRP-adres: [woonadres] , [woonplaats] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. Ook is een beslissing genomen op de vordering van de benadeelde partij, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 17 december 2023 te Rotterdam, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] in het gezicht te slaan, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een gespleten ooglid en/of een op twee plaatsen gebroken oogkas ten gevolge heeft gehad.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 160 uren, subsidiair 80 dagen hechtenis, waarvan 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 17 december 2023 te Rotterdam, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] in het gezicht te slaan, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een gespleten ooglid en/of een op twee plaatsen gebroken oogkas ten gevolge heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

Ter terechtzitting heeft de raadsman overeenkomstig zijn pleitnota aangevoerd dat de verdachte heeft gehandeld uit noodweer, als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr). De raadsman heeft gesteld dat de verdachte zich geconfronteerd zag met een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, doordat de aangever de keel van de vriendin van de verdachte vastpakte en dichtkneep en vervolgens aanstalten maakte om de verdachte te slaan.

Voor een geslaagd beroep op noodweer dient te worden beoordeeld of er sprake was van verdediging tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed, of een onmiddellijk dreigend gevaar daarvoor. Daarnaast dient de wijze van verdediging noodzakelijk en geboden te zijn.

Het hof stelt vast dat er op 17 december 2023 in café [café] te Rotterdam een confrontatie is geweest tussen de aangever en de verdachte. Het hof constateert dat de verklaringen van de aangever en zijn broer over de confrontatie en wie er begon, lijnrecht tegenover de verklaringen van de verdachte en diens vriendin en moeder staan. In het dossier bevinden zich geen verklaringen van onafhankelijke getuigen die het incident hebben gezien. Wel hebben twee beveiligers van café [café] verklaard wat zij van omstanders hebben gehoord. Onduidelijk is echter gebleven wie deze omstanders zijn geweest; zij hebben niet zelf een verklaring afgelegd. Volgens de beveiligers waren dit echter geen vrienden of familieleden van de verdachte.

Het hof gaat uit van de volgende, aan wettige bewijsmiddelen ontleende, feiten en omstandigheden. Tussen de aangever en de vriendin van de verdachte vond op de avond van 17 december 2023 op een drukke plek in genoemd café, op enig moment een woordenwisseling en een fysieke schermutseling plaats. De verdachte zag dit en duwde de aangever weg. Vervolgens haalde de aangever uit. De verdachte ontweek deze uithaal en gaf hem vervolgens een klap met zijn vuist in het gezicht. Het hof overweegt dat de verklaring van de verdachte dat hij de aangever heeft geslagen in reactie op een slaande beweging van de aangever, niet alleen wordt ondersteund door de verklaringen van zijn vriendin en moeder, maar ook door de verklaringen van de beveiligers en enigszins door de verklaring van de verdachte, dat hij zijn armen naar voren strekte.

Ten gevolge van de klap van de verdachte heeft de aangever een gespleten ooglid opgelopen en is zijn oogkas op twee plekken gebroken. Het hof is van oordeel dat het door het slachtoffer opgelopen letsel naar gewoon spraakgebruik als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt. Hierbij heeft het hof acht geslagen op de aard van het letsel, de noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel. Uit de (medische) stukken blijkt dat de aangever geopereerd is aan zijn ooglid, dat er een zichtbaar litteken is achtergebleven op zijn ooglid en dat zijn oog dieper in de oogkas is komen te liggen. Verder heeft hij een langdurig traject bij het oogziekenhuis doorlopen en zijn er risico’s op oogaandoeningen in de toekomst. Dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel is door de verdediging ook niet betwist.

De verklaring van de verdachte dat het letsel niet door hem maar mogelijk door iemand anders is toegebracht, volgt het hof niet, nu dit scenario op geen enkele wijze steun vindt in het dossier.

Het hof stelt vast dat de aangever op een drukke plek in het café naar de verdachte heeft uitgehaald. Hierdoor was sprake van een dreigende ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, waartegen de verdachte zich mocht verdedigen. De verdachte heeft in reactie op het uithalen door de aangever, hem met gebalde vuist tegen zijn gezicht geslagen. Gelet op het opgelopen letsel moet deze vuistslag met grote kracht zijn gegeven.

Het hof overweegt verder dat de verdachte heeft verklaard dat hij op hoog niveau heeft gekickbokst. Hij heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij zich als geoefend kickbokser bewust was van de kracht waarmee hij de verdachte sloeg. Verder heeft hij verklaard dat hij tijdens het incident geen gevoelens van adrenaline ervoer en niet boos of verontwaardigd was. Hieruit leidt het hof af dat de verdachte de aangever bewust met grote kracht een vuistslag in het gezicht heeft gegeven. Naar het oordeel van het hof was dat niet nodig om de dreigende aanranding af te wenden, en had van de verdachte, als geoefend kickbokser, verwacht mogen worden dat hij op gepaste, aanzienlijk lichtere wijze had gereageerd.

Op grond van de hiervoor vermelde feiten en omstandigheden, acht het hof het handelen van de verdachte buitenproportioneel. De gekozen gedraging van de verdachte – als verdedigingsmiddel – staat naar het oordeel van het hof in onredelijke verhouding tot de ernst van de dreigende aanranding.

Gelet op het voorgaande komt aan de verdachte geen beroep op noodweer toe. Het hof verwerpt het verweer.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft in een uitgaansgelegenheid de aangever met veel kracht in zijn gezicht gestompt. Door het handelen van de verdachte heeft de aangever zwaar lichamelijk letsel opgelopen, namelijk ernstige verwondingen aan zijn ooglid en oogkas, terwijl hij al geruime tijd klachten ten aanzien van zijn gezichtsvermogen ervaart. Dergelijke misdrijven veroorzaken gevoelens van angst en onveiligheid bij de slachtoffers en in de maatschappij in het algemeen, zeker in een publieke horecagelegenheid zoals in dit geval.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 9 januari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.

Het hof ziet aanleiding om een deel van de taakstraf voorwaardelijk op te leggen, om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst strafbare feiten te plegen.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 3.534,97.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de gehele vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door de verdachte betwist. De verdediging heeft primair verzocht om de benadeelde partij, gelet op de bepleite vrijspraak, niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering. Subsidiair voert de verdediging aan dat de benadeelde partij de verdachte zelf ook fysiek heeft belaagd. Er is dus sprake van eigen schuld als bedoeld in artikel 6:101 BW. Dat moet er toe leiden dat het schadebedrag aanzienlijk, met minimaal 50%, moet worden gematigd, aldus de raadsman. Ten aanzien van de schade aan het shirt van de aangever heeft de raadsman aangevoerd dat dit deel van de vordering dient te worden afgewezen, omdat het geen rechtstreeks gevolg is van het tenlastegelegde.

Oordeel van het hof

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 771,62 materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde. Ten aanzien van de schade aan het shirt van de aangever, ter hoogte van een bedrag van € 263,35, is het hof van oordeel dat er geen rechtstreeks verband is met het handelen van de verdachte. De benadeelde partij zal in dit deel van de vordering daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

Naar het oordeel van het hof is voorts komen vast te staan dat de benadeelde partij als rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde lichamelijk letsel heeft opgelopen, te weten een gebroken oogkas en een scheur in zijn ooglid. Daarmee is sprake van een grond voor toekenning van een schadevergoeding. De vordering ter zake van geleden immateriële schade leent zich – naar maatstaven van billijkheid – in beginsel voor toewijzing tot een bedrag van € 2.500,00. Bij de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding heeft het hof alle omstandigheden van het geval betrokken. Voorts heeft het hof gelet op de bedragen die door Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. In dat kader heeft het hof tevens acht geslagen op de zogenoemde Rotterdamse Schaal.

Echter, het hof is van oordeel dat de toe te wijzen bedragen gecorrigeerd dienen te worden op grond van ‘eigen schuld’, zoals dat volgt uit artikel 6:101 van het Burgerlijk Wetboek. Dat betekent dat het aandeel van de benadeelde partij ten aanzien van het door verdachte gepleegde strafbare feit wordt meegewogen in de beslissing over de hoogte van de vordering. Het hof acht het op grond van het dossier en verhandelde ter terechtzitting aannemelijk dat de aangever een rol heeft gehad in de confrontatie door na de aanvaring met de vriendin van de verdachte naar de verdachte uit te halen. Hoewel verdachtes handelen onrechtmatig is, heeft de benadeelde partij hiermee een aandeel gehad in het ontstaan van de situatie.

Het hof stelt de eigen schuld van de benadeelde partij daarom vast op een percentage van 25%. De vordering benadeelde partij wordt derhalve toegewezen tot een bedrag van (75% van € 771, 62 =) € 578,72 materiële schade en (75% van € 2.500,00 =) € 1.875,00 immateriële schade, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente, voor het immateriële deel vanaf 17 december 2023, en voor het materiele deel vanaf 9 april 2024 (datum indienen vordering) tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige zal de vordering van de benadeelde partij, bestaande uit € 192,90 euro materiële schade en € 625,00 immateriële schade, worden afgewezen.

Omdat de vordering grotendeels wordt toegewezen dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van (in totaal) € 2.453,72 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] .

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 2.453,72 (tweeduizend vierhonderddrieënvijftig euro en tweeënzeventig cent) bestaande uit € 578,72 (vijfhonderdachtenzeventig euro en tweeënzeventig cent) materiële schade en € 1.875,00 (duizend achthonderdvijfenzeventig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor een bedrag van € 817,90 (achthonderdzeventien euro en negentig cent) bestaande uit € 192,90 (honderdtweeënnegentig euro en negentig cent) materiële schade en € 625,00 (zeshonderdvijfentwintig euro) immateriële schade af.

Verklaart de benadeelde partij ten aanzien van de materiële schade voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 2.453,72 (tweeduizend vierhonderddrieënvijftig euro en tweeënzeventig cent) bestaande uit € 578,72 (vijfhonderdachtenzeventig euro en tweeënzeventig cent) materiële schade en € 1.875,00 (duizend achthonderdvijfenzeventig euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 24 (vierentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 17 december 2023 en de materiële schade op 9 april 2024.

Dit arrest is gewezen door mr. L.C. van Walree, als voorzitter, mr. J.B. Wijnholt en mr. A.J.P. van Beurden, leden, in bijzijn van de griffier mr. V.V. de Lange.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 5 februari 2026.

Mr. A.J.P. van Beurden is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J.B. Wijnholt
  • mr. A.J.P. van Beurden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?