ECLI:NL:GHDHA:2026:2333

ECLI:NL:GHDHA:2026:2333

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 16-07-2026
Datum publicatie 17-07-2026
Zaaknummer BK-25/600 en BK-25/601
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Art. 9 en 10 Wet Bpm. Naheffing bpm voor twee voertuigen. Land Rover Discovery. Taxatierapport niet geaccepteerd nu niet aannemelijk is dat dit rapport de staat van de auto weergeeft ten tijde van het belastbare feit. Aftrek wegens schade en schadeverleden niet aannemelijk gemaakt. Volkswagen Sharan. De aangedragen koerslijst is niet bruikbaar omdat er wezenlijke verschillen zijn tussen de ingevoerde auto en de referentieauto. Belanghebbende slaagt er niet in een lagere handelsinkoopwaarde of schade aannemelijk te maken. Hof kent alsnog de door de Rechtbank abusievelijk niet toegekende vergoeding van griffierechten voor beroep toe.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Uitspraak van 16 juli 2026

[X] h.o.d.n. [X-1] te [Z] , belanghebbende,

de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummers BK-25/600 en BK-25/601

in het geding tussen:

(gemachtigde: S.M. Bothof)

en

(vertegenwoordiger: […] )

op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 8 juli 2025, nummers SGR 23/8172 en SGR 23/8173.

Procesverloop

Aan belanghebbende is voor twee voertuigen een naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm) opgelegd van in totaal € 20.338. Het betreft een Land Rover Discovery (auto 1) en een Volkswagen Sharan (auto 2). Tegelijkertijd met de naheffingsaanslag is bij beschikking € 60 belastingrente in rekening gebracht.

Belanghebbende heeft tegen de naheffingsaanslag bezwaar gemaakt. De Inspecteur heeft de naheffingsaanslag bij uitspraak op bezwaar gehandhaafd.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank. Ter zake van het beroep is in de zaak BK-23/8172 voor beide zaken gezamenlijk een griffierecht geheven van € 184. De beslissing van de Rechtbank luidt, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiser en de Inspecteur als verweerder:

“De rechtbank:

verklaart het beroep inzake auto 2 (SGR 23/8172) ongegrond;

verklaart het beroep inzake auto 1 (SGR 23/8173) gegrond;

vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking heeft op auto 1;

vermindert de naheffingsaanslag tot € 19.929 (€ 11.702 voor auto 1 + € 8.227 voor auto 2) en draagt verweerder op de belastingrente dienovereenkomstig te verminderen;

bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

veroordeelt de Staat tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 250

veroordeelt verweerder tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 250;

veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 3.108.”

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Van belanghebbende is in de zaak BK-25/600 voor beide zaken gezamenlijk een griffierecht van € 289 geheven. De Inspecteur heeft bij nader stuk van 19 mei 2026 verweer gevoerd. Belanghebbende heeft op 31 mei 2026 een nader stuk ingediend. De Inspecteur heeft op 8 juni 2026 een nader stuk ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 10 juni 2026. Partijen zijn verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Feiten

Auto 1 (Land Rover Discovery)

Belanghebbende heeft op aangifte een bedrag van € 5.699 aan bpm voldaan ter zake van de inschrijving van auto 1, de Land Rover Discovery. De datum van keuring van de auto door de RDW is 2 april 2021. De aangifte is gedaan op 7 april 2021. Voor het bepalen van de afschrijving heeft belanghebbende gebruik gemaakt van een taxatierapport van [naam 1] . De taxateur heeft de auto opgenomen op 29 maart 2021. In het taxatierapport is de historische nieuwprijs van de auto vastgesteld op € 126.044, de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat op € 46.458 en, nadat rekening is gehouden met een schade tot een bedrag van (per saldo) € 29.474,40, is de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat vastgesteld op € 17.250. Verder is bij het vaststellen van de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat rekening gehouden met een correctie van 20% vanwege het schadeverleden van de auto. Bij het taxatierapport is in het kader hiervan een afschrift overgelegd van [naam 2] ten aanzien van een op 22 december 2020 geleden schade aan de auto met daarbij fotomateriaal. Het taxatierapport is gedateerd op 6 april 2021.

Belanghebbende heeft de auto op 19 februari 2021 aangekocht voor een bedrag van € 25.889 exclusief btw.

Naar aanleiding van de aangifte heeft de dienst Domeinen Roerende Zaken (DRZ) in opdracht van de Inspecteur belanghebbende verzocht de auto te tonen voor een hertaxatie op 13 april 2021. Belanghebbende heeft per e-mail aan DRZ laten weten de auto niet ter plaatse te kunnen komen tonen, omdat deze op dat moment niet “in een verrijdbare toestand” was. DRZ heeft belanghebbende vervolgens in de gelegenheid gesteld de auto alsnog te tonen op 15 april 2021. Van deze mogelijkheid heeft belanghebbende geen gebruik gemaakt. DRZ heeft vervolgens haar bevindingen ten aanzien van de auto neergelegd in een rapport (rapport onderzoek waardebepaling) van 16 april 2021, zonder de auto te hebben gezien (“no show”). DRZ heeft de historische nieuwprijs van de auto vastgesteld op € 126.044, de netto catalogusprijs op € 70.603 en de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat op € 58.015 op basis van de koerslijst Xray voor een marge auto. DRZ heeft geen schade in aanmerking genomen. In het rapport onderzoek waardebepaling is onder “Bevindingen/opmerkingen” het volgende vermeld:

“De CO2 opgave in Autotelex Pro wijkt af van de CO2 opgave van het aangegeven

voertuig.

Doordat er geen vin-gegevens van dit voertuig zijn verstrekt heb ik voor mijn

typeselectie de aangever gevolgd. Voor mijn handelsinkoopwaarde ben ik

uitgegaan van de koerslijsten omdat ik (net als de aangever) geen passende

referentievoertuigen heb kunnen vinden.

NO SHOW: Het voertuig is niet verschenen op de aangegeven locatie van DRZ. Om

deze reden heb ik geen bevindingen kunnen opmaken over de opgegeven schade.”

Naar aanleiding van het rapport van DRZ heeft de Inspecteur de verschuldigde bpm voor auto 1 berekend op € 19.363. De nageheven belasting ter zake van auto 1 bedraagt € 12.111 (€ 19.363 minus € 5.699 reeds voldaan op aangifte minus € 1.553 extra leeftijdskorting).

De Inspecteur heeft bij zijn nader stuk van 8 juni 2026 een afschrift van een e-mailwisseling overgelegd met de RDW over de keuring van de auto bij de RDW. Daarin schrijft de RDW onder meer:

“(…)

Wat ik terug kan halen uit het dossier is dat er voor het voertuig een afspraak is gemaakt als schadevoertuig.

Mijn collega die het voertuig in 2021 heeft bekeken kon zich de situatie niet meer voor zich halen. Helaas zijn er toen ook geen foto’s bij ons vastgelegd. Of er niet herstelde schade aanwezig was kan ik niet meer duidelijk in beeld krijgen.

Wat ik wel aan de foto’s zie is een beschadigde voorruit. Als de klant aangaf alleen de koplampen en voorbumper terug heeft gezet voor de keuring zou hij vanwege de beschadigde voorruit een wok status krijgen op artikel “Art. 5.*.42: Toestand van de ruiten, zichtveld niet meten, alleen afkeuren bij overduidelijke beschadiging”. Mocht de auto zo zijn aangeboden dan had hij de status hier wel op gekregen. Dit is niet gebeurd dus ga ik ervan uit dat de ruit in ieder geval ook al vervangen was.

Helaas is er bij ons over dit dossier geen verdere informatie of foto’s voorhanden.”

Auto 2 (Volkswagen Sharan)

Belanghebbende heeft een bedrag van € 2.236 aan bpm op aangifte voldaan ter zake van de inschrijving van auto 2, de Volkswagen Sharan. De datum van keuring van de auto door de RDW is 8 november 2022. De aangifte is eveneens gedaan op 8 november 2022. Voor het bepalen van de afschrijving is gebruik gemaakt van een taxatierapport van [naam 1] . De opname door de taxateur vond plaats op 3 november 2022. In het taxatierapport is de historische nieuwprijs van de auto vastgesteld op € 55.441, de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat op € 27.165 en, nadat rekening is gehouden met een schade tot een bedrag van (per saldo) € 20.926,40, is de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat vastgesteld op € 6.240. Het taxatierapport is gedateerd op 4 november 2022.

Belanghebbende heeft de auto aangekocht voor een bedrag van € 24.308,90 inclusief btw.

Naar aanleiding van de aangifte heeft DRZ in opdracht van de Inspecteur belanghebbende verzocht de auto te tonen voor een hertaxatie. Op 11 november 2022 heeft de schouw plaatsgevonden en heeft DRZ de historische nieuwprijs vastgesteld op € 58.268, de netto catalogusprijs op € 40.020 en de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat op € 37.199. De aftrek wegens schade is door DRZ vastgesteld op € 6.532 (72% van de schadecalculatie op € 7.822), zodat de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat € 30.667 bedraagt.

Naar aanleiding van het rapport van DRZ heeft de Inspecteur de verschuldigde bpm voor auto 2 berekend op € 10.463. De nageheven belasting ter zake van auto 2 bedraagt € 8.227 (€ 10.463 minus € 2.236 reeds voldaan op aangifte).

Oordeel van de Rechtbank

3. De Rechtbank heeft, voor zover in hoger beroep van belang, als volgt geoordeeld, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiser en de Inspecteur als verweerder:

“Auto 1

Kan het taxatierapport van eiser dienen?

7. Verweerder stelt dat het taxatierapport van eiser niet kan dienen om de handelsinkoopwaarde aannemelijk te maken. Hij voert daartoe aan dat uit de foto’s in het taxatierapport blijkt dat de auto essentiële gebreken had. Volgens verweerder kan het niet zo zijn dat de auto in die toestand door de RDW is gekeurd, omdat de auto anders niet zou zijn goedgekeurd. Verder wijst verweerder erop dat de aankoopprijs van de auto hoger is dan de door de taxateur vastgestelde handelsinkoopwaarde. Ook wijst verweerder op de zeer korte opnameduur door de taxateur (15 minuten).

8. Op de foto’s in het taxatierapport is te zien dat de auto zodanige schade had dat daarmee niet mocht worden deelgenomen aan het verkeer. In zijn arrest van 26 maart 2021 [4] heeft de Hoge Raad, kort samengevat, geoordeeld dat artikel 8, lid 3, van de Uitvoeringsregeling bpm bewerkstelligt dat voor een vanuit het buitenland overgebracht, gebruikt motorrijtuig met essentiële gebreken de volgens artikel 9 van de Wet bpm verschuldigde bpm wordt voldaan zonder toepassing van de in artikel 10 van de Wet bpm bedoelde vermindering.

9. Naar aanleiding van voormeld arrest heeft de Staatssecretaris van Financiën bij besluit van 27 september 2021 goedgekeurd dat indien een belanghebbende voor een motorrijtuig met een essentieel gebrek de aangifte bpm indient met een taxatierapport, de inspecteur kan naheffen op basis van de wettelijke tabel. Hierbij wordt belanghebbende de mogelijkheid geboden om binnen een door de inspecteur gestelde termijn zelf een koerslijst te overleggen.

10. In voormeld besluit heeft de Staatssecretaris voorts bepaald dat voor aangiften met taxatierapport voor motorrijtuigen met essentiële gebreken die zijn ingediend tussen de datum van het arrest (26 maart 2021) en de dag voorafgaand aan de plaatsing van het besluit in de Staatscourant, de inspecteur ter zake van de gehanteerde afschrijvingsmethodiek niet zal terugkomen op de door belastingplichtige gemaakte keuze hierin. Het besluit van 27 september 2021 is op 15 oktober 2021 gepubliceerd in de Staatscourant.

11. Eiser heeft op 7 april 2021 aangifte bpm gedaan. Het bepaalde in voormeld besluit brengt mee dat verweerder niet mag terugkomen op de door eiser gehanteerde afschrijvingsmethodiek. Dat laat evenwel onverlet dat het taxatierapport buiten beschouwing kan worden gelaten als deze vanwege formele en/of materiële gebreken niet kan dienen om de handelsinkoopwaarde aannemelijk te maken.

12. De rechtbank acht aannemelijk dat reeds vóór de keuring door de RDW deelherstel heeft plaatsgevonden. Zou dat niet het geval zijn, dan zou de auto een WOK-status hebben gekregen. Gesteld noch gebleken is dat de auto deze status heeft gekregen.

Daaruit volgt dat het taxatierapport niet de staat van de auto weergeeft ten tijde van het belastbare feit. Reeds daarom kan het taxatierapport niet dienen om de handelsinkoopwaarde van de auto aannemelijk te maken. Daar komt nog bij dat, naar verweerder terecht stelt, de door de taxateur vastgestelde waarde van € 17.250 niet valt te rijmen met wat eiser ten minste voor de auto moet hebben betaald, te weten € 31.488 (aankoopprijs € 25.889 + bpm € 5.599).

Schade

13. Nu het taxatierapport van eiser niet kan dienen, zal de rechtbank aansluiten bij de handelsinkoopwaarde zoals vastgesteld door DRZ. DRZ heeft geen schade aan de auto kunnen vaststellen, omdat de auto niet is getoond. Het is dan aan eiser, die stelt dat ten onrechte geen rekening is gehouden met schade aan de auto, om dat aannemelijk te maken. Daarin is hij niet geslaagd. Het taxatierapport is daartoe onvoldoende nu deze niet de staat van de auto weergeeft ten tijde van het belastbare feit. Eiser heeft verder alleen een reparatienota van 10 juli 2021 overgelegd. Op die nota staat onder meer: “Merk : Landrover Discovery Kenteken : [kenteken] . herstellen en spuiten van voorkop en airbags vervangen.” Dat zou betekenen dat de reparatie en het vervangen van de airbags ruimschoots na de keuring door de RDW zou hebben plaatsgevonden. De rechtbank kan dat echter niet rijmen met het feit dat de auto na de keuring door de RDW geen WOK-status heeft gekregen. Nu eiser geen ander bewijs heeft overgelegd, acht de rechtbank de door eiser gestelde schade niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank merkt hierbij nog op dat, anders dan eiser stelt, van omkering en verzwaring van de bewijslast geen sprake is. Als het gaat om waarde verminderende factoren rust de bewijslast immers al op eiser.

Waardevermindering wegens het schadeverleden

14. Een voertuig met een schadeverleden kan, ook na herstel, minder waard zijn dan een voertuig zonder schadeverleden. De bewijslast dat het schadeverleden een waardevermindering van de auto rechtvaardigt, rust op eiser. Hoewel uit de foto’s bij het taxatierapport schade aan de auto zichtbaar is, heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat die voormalige schade van dien aard is dat hieraan - ook na herstel daarvan - een blijvende waardevermindering moet worden verbonden, laat staan dat dit een bedrag van € 2.320 zou belopen. De verwijzing naar de NIVRE-richtlijn is eveneens onvoldoende om uit te gaan van de door eiser gestelde waardevermindering.

Historische nieuwprijs

15. Eiser stelt dat verweerder de historische nieuwprijs onjuist heeft vastgesteld. Deze klacht slaagt. Verweerder heeft zich ter zitting nader op het standpunt gesteld dat de historische nieuwprijs moet worden vastgesteld op € 127.506. Rekening houdend met artikel 16a dient de naheffingsaanslag te worden verminderd tot € 11.702, aldus verweerder. Nu de klacht over de historische nieuwprijs slaagt, behoeft de stelling van eiser dat hij wil switchen naar de koerslijstmethode, geen behandeling meer.

Auto 2

Kan het taxatierapport van eiser dienen?

17. Tussen partijen is niet in geschil dat ten tijde van het belastbare feit sprake was van schade aan de auto. Eiser mocht derhalve gebruik maken van de taxatiemethode. Verweerder stelt evenwel dat het taxatierapport van eiser niet kan dienen om de handelsinkoopwaarde van de auto aannemelijk te maken. Verweerder wijst erop dat de taxateur volgens het taxatierapport in 30 minuten tijd de wielophanging, velgen en banden, stuurinrichting, carrosserie, interieur, airbags en gordels, remmen, motor, versnellingsbak en de elektrische installatie zou hebben beoordeeld, terwijl hij in die tijd ook 107 foto’s heeft gemaakt én een bedrag van € 21.426,40 aan schade heeft berekend. Verweerder stelt dat in die 30 minuten niet een gedegen fysieke opname kan hebben plaatsgevonden. Ook heeft verweerder erop gewezen dat eiser minimaal € 25.545 (aankoopprijs van € 23.309 + verschuldigde bpm op basis taxatierapport € 2.236) moet hebben betaald voor de auto, terwijl de taxateur de handelsinkoopwaarde van de auto vaststelt op € 6.240.

18. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met wat hij heeft gesteld voldoende aannemelijk gemaakt dat aan de betrouwbaarheid van het taxatierapport moet worden getwijfeld. Het taxatierapport kan om die reden niet dienen om de handelsinkoopwaarde van de auto aannemelijk te maken.

(…)

Waardevermindering wegens schade

8. Eiser stelt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de schade die in het taxatierapport is opgenomen. De bewijslast voor een waardevermindering van de auto als gevolg van schade rust op eiser.[5]

9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat de auto meer schade had dan door verweerder in aanmerking is genomen. Eiser heeft enkel verwezen naar het taxatierapport, maar zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, is niet aannemelijk dat dat taxatierapport een getrouw beeld geeft van de staat van de auto. Dat, zoals eiser stelt, binnen de branche beleid is ontwikkeld over het onderscheid tussen normale gebruikssporen en echte schade en dat een of meer van de volgens dat beleid geldende schade zich voordoet bij de auto, kan niet tot een ander oordeel leiden. Verweerder noch DRZ is gebonden aan beleid dat binnen de branche zou zijn ontwikkeld.

Historische nieuwprijs

10. Verweerder heeft gesteld en aannemelijk gemaakt dat de referentieauto op de koerslijst van eiser onvoldoende vergelijkbaar is met de auto. Een Seat Alhambra is niet vergelijkbaar met een Volkswagen Sharan. Eiser kan derhalve geen beroep doen op die koerslijst. Verweerder heeft ter zitting gesteld dat de auto nooit op de Nederlandse markt is gebracht en ook niet een soortgelijke auto. Daarom kan voor de auto geen handelsinkoopwaarde en cataloguswaarde worden vastgesteld. DRZ heeft weliswaar de waarde van een referentieauto gebruikt, maar daarbij is uitdrukkelijk opgemerkt dat dit niet de handelsinkoopwaarde van de auto betreft. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder in dit licht terecht uitgegaan van de CO2-uitstoot van de referentieauto voor het vaststellen van de historische nieuwprijs. De klacht dat verweerder de historische nieuwprijs onjuist heeft vastgesteld, faalt derhalve.

(…)

Slotsom

14. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep inzake auto 1 gegrond verklaard en is

het beroep inzake auto 2 ongegrond verklaard.

ISV

(…)

Proceskostenvergoeding

18. Nu het beroep inzake auto 1 gegrond is verklaard, ziet de rechtbank aanleiding om

verweerder te veroordelen tot vergoeding van de kosten die eiser in verband met het

bezwaar- en beroep redelijkerwijs heeft gemaakt. De rechtbank stelt deze kosten op grond

van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende

rechtsbijstand vast op € 3.108 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor

het verschijnen ter hoorzitting met een waarde per punt van € 647, 1 punt voor het indienen

van het beroepschrift, I punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van

€ 907 en een wegingsfactor 1).

[4] ECL1:NL:HR:2O21:415.

[5] ECLl:NL:HR:2020:63 en ECLl:NL:HR:2020:318.”

Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen

Tussen partijen is in geschil of de naheffingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend en de Inspecteur beantwoordt deze vraag bevestigend.

Tussen partijen is niet langer in geschil dat de Rechtbank ten onrechte geen vergoeding van het in beroep betaalde griffierecht heeft gelast, nu de Rechtbank het beroep ten aanzien van auto 1 gegrond heeft verklaard.

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank met uitzondering van de beslissingen ten aanzien van de vergoeding van immateriële schade en proceskosten, tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar, primair tot vernietiging van de naheffingsaanslag en subsidiair tot vermindering van de naheffingsaanslag ten aanzien van auto 2 tot € 6.690. Belanghebbende verzoekt voorts om een proceskostenvergoeding voor het hoger beroep.

De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

Beoordeling van het hoger beroep

Auto 1 (Land Rover Discovery)

Belanghebbende stelt zich ten aanzien van auto 1 op het standpunt dat de Rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het taxatierapport dat belanghebbende heeft gebruikt bij het opstellen van de aangifte bpm niet kan dienen. Voorts heeft de Rechtbank ten onrechte geoordeeld dat niet aannemelijk is gemaakt dat al vóór de keuring door de RDW herstel van schade heeft plaatsgevonden, aldus belanghebbende, en heeft daaraan ten onrechte de conclusie verbonden dat het taxatierapport niet de staat van de auto weergeeft ten tijde van het belastbare feit.

Het Hof is van oordeel dat de Rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het taxatierapport van belanghebbende niet kan dienen ter bepaling van de waarde van de auto. Gelet op de door belanghebbende voor de auto betaalde prijs voor de auto (zie 2.2), en het feit dat een aantal overgelegde (reparatie)facturen dateert van voor de aangifte, is, niet aannemelijk dat dit rapport de staat van de auto op het moment van het belastbare feit weergeeft. Dat een factuur van 21 juli 2021 voor reparatiewerkzaamheden is overgelegd door belanghebbende wekt de indruk dat schade aanwezig zou kunnen zijn geweest op het moment van de keuring door de RDW op 2 april 2021. Zoals de Rechtbank echter terecht overweegt had de auto de WOK-status (wachten op keuring) moeten krijgen van de RDW indien de schade die in het taxatierapport wordt vermeld inderdaad aanwezig was geweest ten tijde van de keuring. De RDW heeft in het door haar opgestelde voertuigbeeld van de auto echter geen aantekening van een WOK-status gemaakt en ook geen schadefoto’s bijgevoegd. Nu belanghebbende de auto vervolgens niet heeft getoond bij DRZ kan de door belanghebbende en zijn taxateur beweerde staat van de auto niet worden vastgesteld. De gevolgen daarvan komen voor rekening van belanghebbende.

De stelling van belanghebbende ter zitting dat de RDW destijds “gemakkelijker keurde” en dat hiervoor geen WOK-status zou worden afgegeven, acht het Hof niet aannemelijk gelet op de door de Inspecteur, bij het nadere stuk van 8 juni 2026, overgelegde verklaring van de RDW op dit punt. Dat de RDW na deze tijd geen gegevens meer heeft van de keuring, betekent niet dat het gelijk aan belanghebbende moet worden gegeven. Belanghebbende heeft immers als enige partij de bewijslast. Het komt het Hof ook niet aannemelijk voor dat een voertuig met de gestelde schade van de openbare weg gebruik zou mogen maken. Het betreft deels essentiële schade, zoals de voorruit, airbags, koplampen en veiligheidsgordels. Auto 1 moet dus ten tijde van de keuring – en de aangifte – in een andere, betere staat zijn geweest dan de staat die is beschreven in het taxatierapport.

Het Hof wijst het verzoek van de gemachtigde af om alsnog in de gelegenheid te worden gesteld om de schade aannemelijk te maken. Het is te laat om ter zitting in hoger beroep een dergelijk bewijsaanbod te doen, nog daargelaten dat het praktisch moeilijk voor te stellen is dat het zoveel jaar na het belastbare feit nog mogelijk is om een goede onderbouwing te geven van de invloed van de gestelde schade op de toenmalige handelsinkoopwaarde van auto 1. Indien daartoe aanleiding was geweest, was het Hof zelf prima in staat geweest om een berekening van de schade te maken.

Belanghebbende beroept zich voorts op het schadeverleden van de auto en wenst in verband hiermee een bedrag op de handelsinkoopwaarde van de auto in mindering te brengen. De Inspecteur heeft betwist dat aanleiding bestaat voor een correctie wegens het schadeverleden. De bewijslast inzake de invloed van het schadeverleden berust op belanghebbende. Belanghebbende heeft met de door hem overgelegde foto’s bij het bij het taxatierapport overgelegde afschrift [naam 2] (zie 2.1) niet aannemelijk gemaakt dat en in welke mate het schadeverleden invloed heeft op de handelsinkoopwaarde van de auto. Het Hof onderschrijft voorts wat de Rechtbank over de schade en het schadeverleden heeft overwogen onder 13 en 14 van haar uitspraak.

Gelet op het voorgaande slaagt het hoger beroep van belanghebbende ten aanzien van auto 1 niet.

Auto 2 (Volkswagen Sharan)

Ter zitting heeft belanghebbende zijn standpunt dat het door hem opgestelde taxatierapport wat betreft de gebruikte koerslijst (met daarin een Seat Alhambra als referentievoertuig) moet worden gevolgd, laten vallen. Belanghebbende doet, aldus gemachtigde ter zitting, een beroep op de koerslijst van DRZ maar verwijst voor de omvang van de in aanmerking te nemen schade naar de schade als geconstateerd door de taxateur van belanghebbende in diens taxatierapport.

Het Hof ziet geen aanleiding het schadebedrag als vastgesteld door de taxateur van belanghebbende te volgen. Tijdens de schouw door DRZ zijn niet alle schadeposten genoemd door de taxateur van belanghebbende aangetroffen of zijn deze aangemerkt als normale gebruikersschade. De door de taxateur gestelde schade blijkt ook niet uit de overgelegde foto’s. Voorts doet belanghebbende een beroep op het schadeverleden van de auto en wenst in verband daarmee een bedrag op de handelsinkoopwaarde van de auto in mindering te brengen. De Inspecteur betwist deze correctie wegens het schadeverleden. De bewijslast inzake de invloed van het schadeverleden berust op belanghebbende. Belanghebbende heeft met de door hem overgelegde foto’s niet aannemelijk gemaakt dat en in welke mate het schadeverleden invloed heeft op de handelsinkoopwaarde van de auto.

Belanghebbende doet voorts een beroep op de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat uit de koerslijst van DRZ en stelt naar het Hof begrijpt, dat de Rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de auto niet vergelijkbaar is met de door DRZ aangedragen referentieauto, een Volkswagen Sharan (koerslijst AutoTelex Pro (ATP)), en verder dat ten onrechte is geoordeeld dat de Inspecteur bij het berekenen van de historische nieuwprijs mocht uitgaan van de CO2-uitstoot van de referentieauto. Belanghebbende voert aan dat de auto op een koerslijst voorkomt en dat – indien de auto niet op een koerslijst voorkomt – de referentieauto het meest vergelijkbare voertuig is. DRZ heeft geen correcties op de koerslijstwaarde toegepast in verband met verschillen tussen de auto en de referentieauto.

De Inspecteur stelt dat de koerslijst niet bruikbaar is omdat de auto en de referentieauto uit die koerslijst niet vergelijkbaar zijn. Hij stelt dat de naheffingsaanslag eerder te laag dan te hoog is vastgesteld.

Naar het oordeel van het Hof is de koerslijst ATP van DRZ niet zonder meer bruikbaar voor de waardebepaling, nu de auto van belanghebbende en de gebruikte referentieauto teveel wezenlijke verschillen hebben ten opzichte van elkaar. Zo is er een aanzienlijk verschil in gewicht (172 kilo) en verschilt ook de transmissie van de auto’s van elkaar (automaat versus handgeschakeld). Tenslotte zijn er verschillen in uitvoering, belanghebbende’s auto betreft een Highline BMT uitvoering terwijl de referentieauto een TSI Exclusive uitvoering heeft. De auto van belanghebbende komt dus niet overeen met de referentieauto in de koerslijst. Belanghebbende, op wie de bewijslast ter zake van de vermindering berust, heeft verder geen gegevens verstrekt die het mogelijk maken om de verschillen tussen zijn auto en de referentieauto uit de koerslijst te kwantificeren om zo de netto catalogusprijs en de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat van zijn auto realistisch te benaderen. Gelet hierop en op het feit dat belanghebbende aanzienlijk meer heeft betaald voor de auto (zie 2.6) dan de door hem aangegeven handelsinkoopwaarde, acht het Hof aannemelijk dat het afschrijvingspercentage eerder te hoog dan te laag is vastgesteld en ziet het Hof (ook) geen aanleiding om de handelsinkoopwaarde in goede justitie vast te stellen.

Het Hof is van oordeel dat de Inspecteur terecht stelt dat de naheffingsaanslag voor auto 2 eerder te laag dan te hoog is vastgesteld, zodat er geen aanleiding is deze naheffingsaanslag verder te verminderen. Belanghebbende beroept zich in dit kader nog op het vertrouwensbeginsel en stelt dat de Inspecteur zich niet kan beroepen op interne compensatie door in hoger beroep de koerslijst ATP gegenereerd door DRZ alsnog te verwerpen, terwijl deze eerder is gevolgd bij het vaststellen van de naheffingsaanslag voor auto 2. Het Hof volgt belanghebbende niet in zijn standpunt. De Inspecteur heeft in de bezwaarfase geen enkel standpunt ingenomen als gevolg waarvan hij zijn mogelijkheid om zich te beroepen op interne compensatie zou hebben prijsgegeven. Het staat de Inspecteur vrij om – binnen de grenzen van de goede procesorde – lopende de beroepsprocedure nieuwe geschilpunten op te werpen en/of nieuwe standpunten in te nemen.

Het hoger beroep inzake auto 2 is ongegrond.

Slotsom

Het hoger beroep is ongegrond.

Proceskosten en griffierecht

Aangezien de Rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat aan belanghebbende geen vergoeding van het in beroep betaalde griffierecht toekomt (zie 4.2), dient het voor de behandeling in beroep gestorte griffierecht van € 184 alsnog te worden vergoed. Voorts dient aan belanghebbende het voor de behandeling in hoger beroep gestorte griffierecht van € 289 te worden vergoed (totaal € 473).

Het Hof acht termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen in de door belanghebbende gemaakte proceskosten in hoger beroep. Het Hof stelt de proceskosten, gelet op het feit dat het hoger beroep uitsluitend gegrond is vanwege een omissie van de Rechtbank over de vergoeding van het griffierecht, op de voet van artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten Bestuursrecht vast op € 150.

Beslissing

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - (alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

Het Gerechtshof:

Deze uitspraak is vastgesteld door W. de Wit, A. van Dongen en L.D.M.A. Reijs, in tegenwoordigheid van de griffier E.J. Nederveen.

De griffier, de voorzitter,

E.J. Nederveen W. de Wit

De beslissing is op 16 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.

Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

a. - de naam en het adres van de indiener;

b. - de dagtekening;

c. - de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. - de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NLF 2026/1730
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand