ECLI:NL:GHDHA:2026:2342

ECLI:NL:GHDHA:2026:2342

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 24-02-2026
Datum publicatie 20-07-2026
Zaaknummer 200.348.518/01
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Erfrecht. Na bestreden vonnis over afwikkeling nalatenschap vader overlijdt moeder, aan wie vader het onverdeelde aandeel in hun gezamenlijke woning had gelegateerd. Dochter vordert toedeling van deze woning, terwijl zoon verkoop aan een derde vordert. Dochter gaat nieuwe procedure starten over de uitleg van het testament van moeder en afwikkeling daarvan. Voor het hof is daarom nu niet vast te stellen wat ieders aandeel in de nalatenschap van moeder is en dus evenmin in de onverdeelde helft van de woning.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Familie

Zaaknummer hof : 200.348.518/01

Zaak- en rolnummer rechtbank : C/10/669808 / HA ZA 23-1053

Arrest van 24 februari 2026

in de zaak van

[de dochter] , voor zichzelf en in haar hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van:

[de moeder] , overleden op [datum] 2024 in [plaats] , Verenigde Arabische Emiraten, hierna: de moeder,

wonend in [woonplaats] , Verenigde Arabische Emiraten,

appellante in principaal hoger beroep,

geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. F.P. van Dalen, kantoorhoudend in Leeuwarden,

tegen

[de zoon] , voor zichzelf en in zijn hoedanigheid van executeur in de

nalatenschap van:

[de vader] , overleden op [datum] 2019 in [plaats] , hierna: de vader,

wonend in [woonplaats] ,

geïntimeerde in principaal hoger beroep,

appellant in incidenteel hoger beroep,

advocaat: mr. I.W. van Osch, kantoorhoudend in Schiedam.

Het hof noemt partijen hierna de dochter en de zoon.

1. De zaak in het kort

De vader heeft in zijn testament aan zijn echtgenote (de moeder) de zakelijke rechten van gebruik en bewoning gelegateerd van zijn onverdeelde aandeel in hun gezamenlijke woning en van de daarin aanwezige inboedel. Bij de rechtbank lag de vraag voor of de woning moest worden verkocht of dat de zoon moest meewerken aan het vestigen van een verzorgingsvruchtgebruik ten behoeve van de moeder. De rechtbank heeft geoordeeld dat dit vruchtgebruik moest worden gevestigd maar slechts voor de duur van een jaar. Na het bestreden vonnis is de moeder overleden. De dochter vordert nu in haar hoedanigheid van executeur van de nalatenschap van de moeder verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap van de vader en de moeder alsmede toedeling van de woning aan haar. De zoon beoogt met zijn vorderingen verkoop van de woning aan een derde alsmede vergoeding van enkele begrafeniskosten.

2. Procesverloop in hoger beroep

Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:

de dagvaarding van 8 oktober 2024, waarmee de dochter in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) van 10 juli 2024 (hierna: het bestreden vonnis);

de memorie van grieven van de dochter, met bijlagen;

de memorie van antwoord tevens houdende incidenteel hoger beroep van de zoon, met bijlagen;

de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep van de dochter;

de bijlagen 1 tot en met 7, waaronder de gewijzigde bijlage 5 van de dochter en de bijlagen 2 en 3 van de zoon, die zij ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling hebben overgelegd.

Op 18 december 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Verschenen zijn:

de dochter, bijgestaan door haar advocaat;

de zoon, bijgestaan door zijn advocaat.

De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd.

3. Feitelijke achtergrond

De vader en de moeder waren gehuwd in gemeenschap van goederen, zoals deze gold tot 1 januari 2018. Tot de huwelijksgemeenschap behoorde de woning aan [adres] in [plaats] (hierna: de woning).

De vader heeft op 4 juni 2015 een testament opgemaakt en daarin – voor zover van belang – in artikel II het volgende bepaald:

“ERFSTELLING

I Onder de last van voormeld legaat, benoem ik tot mijn enige erfgenamen:

a. mijn dochter, [de dochter], voor dat gedeelte van mijn nalatenschap waarop zij als legitimaris in weerwil van door mij gedane giften en door mij gemaakte uiterste wilsbeschikkingen aanspraak kan maken;

b. mijn zoon, [de zoon], voornoemd, voor het resterende gedeelte van mijn nalatenschap.”

Het legaat betreft de zakelijk rechten van gebruik en bewoning van de woning en de zich daarin bevindende inboedel ten behoeve van de moeder.

Daarnaast is de zoon tot executeur benoemd.

De vader is op [datum] 2019 overleden.

De zoon en de dochter hebben de nalatenschap van de vader aanvaard. De zoon heeft de benoeming tot executeur aanvaard.

Na het bestreden vonnis is de moeder op [datum] 2024 overleden. De zoon en de dochter zijn in haar testament tot erfgenamen benoemd en de dochter tot executeur. De zoon heeft de nalatenschap van de moeder beneficiair aanvaard. De dochter heeft de nalatenschap van de moeder zuiver aanvaard, haar benoeming tot executeur aanvaard en een ruimschootsverklaring afgelegd.

4. Procedure bij de rechtbank

De zoon heeft de moeder en de dochter in de procedure bij de rechtbank gedagvaard en gevorderd:

te bepalen dat de woning aan een derde wordt verkocht door [makelaardij] te [plaats] ;

dat de in de boedelbeschrijving (productie 3 bij dagvaarding) genoemde bankrekeningen en de inboedel van de woning worden toebedeeld aan de moeder, zonder verrekening van de waarde daarvan;

dat vanuit de verkoopopbrengst van de woning een bedrag van € 5.000,- aan hem in zijn hoedanigheid van executeur wordt uitgekeerd, zodat hij kan zorgen voor het bedekken van het graf van de vader met een grafsteen.

De moeder en de dochter hebben verweer gevoerd. In reconventie heeft de moeder:

veroordeling gevorderd van de zoon om in zijn hoedanigheid van executeur en voor zich, mee te werken aan het vestigen van een vruchtgebruik op grond van artikel 4:29 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) op het onverdeeld aandeel van de woning en van de inboedel, onder het opleggen van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat de zoon daarmee in gebreke blijft;

voorwaardelijke vorderingen ingesteld op basis van de artikelen 4:30 BW en 3:178 lid 3 BW;

voorwaardelijk een beroep gedaan op het legaat;

onvoorwaardelijk gevorderd dat zij in het kader van de verdeling van de nalatenschap vanuit de nalatenschap de door haar betaalde begrafeniskosten van € 13.509,20 vergoed krijgt.

De dochter vordert in reconventie, dat de zoon de door haar voor hem betaalde erfbelasting van € 8.341,- zal betalen.

In het bestreden vonnis heeft de rechtbank:

in conventie:

de vordering van de zoon tot verkoop van de woning aan een derde afgewezen;

bepaald dat de bankrekeningen en de inboedel, zoals vermeld op de als productie 3 bij dagvaarding overgelegde boedelbeschrijving aan de moeder worden toebedeeld, zonder verrekening van de waarde daarvan met de zoon en de dochter;

vastgesteld dat de dochter de toezegging heeft gedaan om binnen twee maanden na dit vonnis ervoor te zorgen dat het graf van de vader wordt bedekt met een grafsteen;

bepaald dat wanneer de dochter niet binnen twee maanden ervoor zorgt dat het graf van de vader wordt bedekt met een grafsteen, de zoon het zal regelen en de kosten voor het bedekken van het graf van de vader zal voorschieten;

in reconventie:

de zoon veroordeeld in zijn hoedanigheid van executeur en voor zich om mee te werken aan de vestiging van een vruchtgebruik op basis van artikel 4:29 BW op het onverdeeld aandeel van de woning, per datum van afgifte van het bestreden vonnis en voor de duur van één jaar;

bepaald dat in het kader van de verdeling van de nalatenschap de moeder vanuit de nalatenschap aan door haar betaalde begrafeniskosten een bedrag van € 12.562,20 vergoed krijgt;

bepaald dat de zoon aan de dochter een bedrag van € 8.341,- betaalt voor door de dochter voor de zoon betaalde erfbelasting.

In conventie en reconventie zijn de proceskosten tussen partijen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders gevorderde is afgewezen.

5. Vorderingen in hoger beroep

De dochter vordert het hof het bestreden vonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende:

I. de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap van de vader en de moeder te bepalen op een door het hof in goede justitie te bepalen wijze;

II. de verdeling van de nalatenschap van de vader te bepalen op een door het hof in goede (het hof leest:) justitie te bepalen wijze;

III. de verdeling van de nalatenschap van de moeder te bepalen op een door het hof in goede justitie te bepalen wijze;

IV. voor recht te verklaren dat de dochter een vordering heeft op de nalatenschap (het hof begrijpt: van de moeder) in verband met de zorgkosten die de dochter voor de moeder heeft gemaakt en de vordering van de dochter op de nalatenschap van moeder te willen bepalen op een door het hof in goede justitie te bepalen wijze;

V. de woning toe te delen aan de dochter voor een door het hof te bepalen bedrag, onder de voorwaarde dat de dochter aan de zoon zal betalen een door het hof in goede justitie te bepalen bedrag;

VI. het arrest uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Ter zitting heeft de dochter de vorderingen onder III en IV ingetrokken.

De dochter stelt dat zij er belang bij heeft dat de ontbonden huwelijksgemeenschap wordt verdeeld. De dochter vordert de woning aan haar toe te delen, waarbij zij gehouden is een door het hof in redelijkheid te bepalen bedrag aan de zoon te voldoen. Indien het partijen niet lukt om in onderling overleg een afspraak te maken over de waarde van de woning, moet de woning door een (door het hof te benoemen) deskundige worden getaxeerd. Voor wat betreft de overige vermogensbestanddelen van de ontbonden huwelijksgemeenschap verwijst de dochter naar productie 3 bij het exploot van de dagvaarding d.d. 30 augustus 2023. De dochter stelt – zo begrijpt het hof – dat de woning voor 47% in de nalatenschap van de vader valt en voor 53% in de nalatenschap van de moeder. De begrafeniskosten van de nalatenschap van de vader stelt de dochter op een bedrag van € 13.509,-.

De zoon voert gemotiveerd verweer. Bij gebrek aan wetenschap betwist de zoon dat de dochter haar executeursbenoeming heeft aanvaard. Voor zover de dochter haar executeursbenoeming heeft aanvaard, had zij al voor de indiening van de memorie van grieven over een verklaring van executele moeten beschikken en binnen drie maanden na overlijden van de moeder een boedelbeschrijving moeten opstellen conform het testament. De dochter moet in haar hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard omdat i) zij de zoon niet als erfgenaam van de moeder in rechte heeft betrokken, ii) de dochter in de loop van de procedure niet haar hoedanigheid als procespartij kan wijzigen van erfgenaam van de vader en schuldeiser van de zoon naar executeur in de nalatenschap van de moeder, en iii) het niet duidelijk is in welke hoedanigheid de dochter haar vorderingen heeft ingesteld, iv) voor zover zij dit heeft gedaan als executeur, zij daarin niet-ontvankelijk is omdat dit niet valt onder haar taakomschrijving in het testament, v) de vorderingen I tot en met V onvoldoende geconcretiseerd zijn en het ontbreekt aan gronden met betrekking tot deze vorderingen.

De zoon vordert in incidenteel hoger beroep het bestreden vonnis deels te vernietigen en

I. het bestreden vonnis van de rechtbank Rotterdam te herstellen, aldus dat de tweede zin van r.o. 1.2 luidt als volgt: "Aanwezig waren [de zoon] met mr. I.W. van Osch, en [de dochter] met mr. F.P. van Dalen.”;

II. primair te bepalen dat de woning binnen één maand na het in deze zaak te wijzen arrest wordt verkocht aan een derde door [makelaardij] te [plaats] , althans een door het hof in goede justitie te benoemen makelaar, en te bepalen dat verkoop plaatsvindt conform het zogenoemde spoorboekje, zoals vermeld in de memorie van antwoord, subsidiair een verdeling door dit hof in goede justitie te bepalen;

III. te bepalen dat in het kader van de verdeling van de nalatenschap van de vader ter zake van de uitvaartkosten een bedrag aan de gezamenlijke erfgenamen van de moeder dient te worden vergoed: primair een bedrag van € 6.550,20, subsidiair een bedrag van€ 9.279,70, meer subsidiair een bedrag door dit hof in goede justitie te bepalen;

IV. te bepalen dat bij levering van de woning vanuit de netto verkoopopbrengst een bedrag van € 5.000,- aan de zoon wordt uitgekeerd teneinde daarmee zorg te dragen voor het toedekken van het graf van de vader en van de moeder met een grafsteen, waarbij een overschot tussen de zoon en de dochter wordt verdeeld conform ieders gerechtigdheid als genoemd onder punt 65 van de memorie van antwoord, althans een door dit hof in goede justitie te bepalen bedrag;

V. de dochter en de moeder te veroordelen in de kosten van dit geding, de procedure in eerste aanleg daaronder begrepen, conform het liquidatietarief, te vermeerderen met de nakosten, en te bepalen dat de dochter en de moeder over voornoemde kosten de wettelijke rente verschuldigd zijn vanaf de dag van betekening van het in deze te wijzen arrest tot aan de dag der algehele voldoening.

6. Beoordeling in hoger beroep

Grafsteen

Partijen hebben ter zitting afgesproken dat de dochter binnen vier maanden zal zorgdragen voor een grafsteen voor het graf van de ouders. Het hof beschouwt vordering IV van de zoon, dat vanuit de netto verkoopopbrengst van de woning een totaalbedrag van € 5.000,- aan hem moet worden uitgekeerd zodat hij voor bedekking van het graf van zijn vader en moeder kan zorgen, hiermee als ingetrokken, zodat deze vordering geen verdere bespreking behoeft.

Optreden dochter als executeur in nalatenschap moeder

De dochter heeft na het indienen van de memorie van antwoord een akte overgelegd waaruit blijkt dat zij haar executeurschap heeft aanvaard. De zoon heeft zijn verweer dat hij het executeurschap van de dochter betwist, niet langer gehandhaafd. De zoon blijft wel bij zijn stelling dat de dochter in de loop van de procedure niet haar hoedanigheid als procespartij kan wijzigen van erfgenaam van de vader naar executeur in de nalatenschap van de moeder. Dit verweer gaat niet op. Na het bestreden vonnis is de moeder overleden. Zij was in eerste aanleg verweerster in de procedure. Door de aanvaarding van de executele, treedt thans de dochter in haar hoedanigheid van executeur namens de nalatenschap van moeder rechtsgeldig op, terwijl de moeder overigens ook in haar testament bepaalde dat de executeur de erfgenamen vertegenwoordigt.

Verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap ouders en verdeling nalatenschap vader.

De dochter vordert (I) de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap van de vader en de moeder vast te stellen op een door het hof te bepalen wijze, en (II) de verdeling van de nalatenschap van de vader vast te stellen op een door het hof te bepalen wijze. De zoon verweert zich daartegen. Hij stelt dat deze vorderingen van de dochter onvoldoende geconcretiseerd en gespecificeerd zijn. Dit verweer slaagt. Noch voor de zoon noch voor het hof is voldoende duidelijk wat de dochter precies vordert met betrekking tot de beide verdelingen. Partijen hebben bij de rechtbank al overeenstemming bereikt over de in de boedelbeschrijving (productie 3 bij dagvaarding) genoemde bankrekeningen en de inboedel in de woning aan de moeder. De woning is onverdeeld gebleven in verband met het te vestigen zakelijk recht ten behoeve van de moeder. Het is onduidelijk wat de dochter verder of anders wenst, met uitzondering van de toedeling van de woning, waarop het hof hierna zal ingaan. Het hof wijst deze vorderingen dan ook af.

Onjuiste vermelding aanwezigheid echtgenote van de zoon tijdens zitting (vordering onder I van de zoon))

Het hof constateert dat partijen het erover eens zijn dat de echtgenote van de zoon – anders dan vermeld in het bestreden vonnis - niet aanwezig was bij de mondelinge behandeling bij de rechtbank. Wat hiervan zij, deze grief kan niet leiden tot vernietiging van het dictum van het bestreden vonnis.

Toedeling woning aan de dochter of spoorboekje verkoop (vordering onder V van de dochter en onder II van de zoon)

De dochter vordert onder V de woning aan haar toe te delen voor een door het hof te bepalen bedrag, onder de voorwaarde dat de dochter aan de zoon zal betalen een door het hof in goede justitie te bepalen bedrag. De zoon vordert daarentegen met betrekking tot de woning dat deze wordt verkocht aan een derde. Het hof overweegt daarover als volgt. De onverdeelde helft van de woning maakt onderdeel uit van de nalatenschap van de moeder. De dochter heeft ter zitting laten weten dat zij bij de rechtbank een procedure zal starten over afwikkeling van deze nalatenschap. In die procedure zullen in ieder geval aan de orde komen de vordering die de dochter meent te hebben op de nalatenschap van de moeder vanwege door haar ten behoeve van de moeder gemaakte zorgkosten en de uitleg van het testament van de moeder, onder meer ten aanzien van de erfstelling. Voor het hof is daarom nu niet vast te stellen wat ieders aandeel in de nalatenschap van moeder is en daarmee dus evenmin in de onverdeelde helft van de woning, voor zover deze in haar nalatenschap valt. Het hof kan dan ook op dit moment nog geen beslissing nemen over het bedrag dat aan de zoon in het kader van de door de dochter gevorderde verdeling toe komt. Toedeling van de woning aan de dochter leidt dan niet tot beëindiging van de onverdeeldheid die tussen de dochter en de zoon bestaat. Verkoop van de woning zoals de zoon dit vordert maakt dit niet anders. Het hof wijst deze vorderingen dan ook af.

Vordering moeder op nalatenschap vader (vordering III van de zoon)

De zoon meent dat de rechtbank de vordering van de moeder op de nalatenschap van de vader te hoog heeft vastgesteld, deze bedraagt in zijn visie niet € 12.562,20 maar € 6.550,20 subsidiair € 9.2679,70. Hij stelt ten eerste dat het totaalbedrag van € 12.009,20 aan begrafeniskosten dat op 16 april 2019 voldaan is, is betaald van de en-/of bankrekening die zowel door de vader als de moeder werden gevoed en waarvan het saldo voor de onverdeelde helft tot de nalatenschap van de vader behoorde. De zoon merkt vervolgens op dat er op dat moment nog een bedrag aan banktegoeden was van € 5.459,- en dat de rechtbank de vordering betreffende de uitvaartkosten met dit bedrag, althans met de helft daarvan, had moeten verminderen. Ten tweede stelt de zoon dat de kosten van een grafsteen van € 1.500,- ten onrechte zijn meegenomen omdat de dochter nog altijd geen grafsteen heeft laten plaatsen. Het hof volgt de zoon niet in dit betoog. De moeder heeft als productie 1 bij de conclusie van antwoord een overzicht overgelegd van de begrafeniskosten met een totaalbedrag van € 13.509,20, inclusief de kosten van een grafsteen van € 1.500,-. Aangezien de dochter (nogmaals) heeft toegezegd dat zij zal zorgdragen voor de grafsteen, kan zij in haar hoedanigheid van executeur van de nalatenschap het bedrag van € 1.500,- ten behoeve van de (gezamenlijke) grafsteen voldoen en ziet het hof op dit punt geen aanleiding om het totaalbedrag aan begrafeniskosten te verlagen. Dat betekent dat het hof ervan uitgaat dat de kosten van € 13.509,20 voor de begrafenis van de vader door de moeder zijn voldaan. Het meerdere door de dochter gestelde bedrag is in het geheel niet onderbouwd. Over de stelling van de vader dat de vordering moet worden verminderd met een bedrag van € 5.459,-, althans de helft daarvan, overweegt het hof als volgt. In het bestreden vonnis heeft de rechtbank - conform de afspraak tussen partijen - bepaald dat de bankrekeningen en de inboedel, zoals vermeld op de als productie 3 bij dagvaarding overgelegde boedelbeschrijving, aan de moeder worden toebedeeld, zonder verrekening van de waarde daarvan aan de zoon en de dochter. Hierbij zijn niet van alle bankrekeningen de saldi vermeld. Naar het oordeel van het hof kan de zoon hier niet op terugkomen door te stellen dat de banksaldi alsnog in mindering moeten worden gebracht op de door de moeder betaalde begrafeniskosten. De rechtbank heeft bij zijn beslissing wel een bedrag van € 947,- in mindering gebracht op het totaalbedrag. Hiertegen is geen grief gericht. Grief III van de zoon faalt en het hof zal de beslissing van de rechtbank op dit onderdeel bekrachtigen.

Erfbelasting (grief IV van de zoon)

De dochter heeft in eerste aanleg gevorderd dat de zoon een bedrag van € 8.341,- aan haar terugbetaalt ter zake van door haar voor hem betaalde erfbelasting. De rechtbank heeft deze vordering toegewezen. De zoon stelt in hoger beroep dat de dochter heeft toegezegd dat zij namens de moeder het bedrag zou voldoen en vordert dat het hof de beslissing van de rechtbank op dit punt zal vernietigen. Het hof overweegt daarover als volgt. Vast staat dat de dochter de door de zoon te betalen erfbelasting van € 8.341,- heeft voldaan. Dit heeft zij gedaan om een door de zoon aanhangig te maken kort geding te voorkomen. Naar het oordeel van het hof staat voldoende vast dat de dochter de toezegging van de betaling van dit bedrag heeft gedaan namens de moeder met het oog op de verplichting die de moeder had als het vruchtgebruik zou worden gevestigd. Dat is niet gebeurd omdat de moeder na het bestreden vonnis is overleden. Dit betekent dat de zoon de erfbelasting, als zijn persoonlijke verplichting, moet voldoen. De rechtbank heeft de zoon dan ook terecht veroordeeld tot betaling van het bedrag van € 8.341,-, zodat het hof het bestreden vonnis op dit punt bekrachtigt. Anders dan de zoon stelt, is dit bedrag geen vordering van de nalatenschap van de moeder op hem. Niet de moeder, maar de dochter heeft dit bedrag immers voor hem voldaan.

Proceskosten

Gelet op de familierechtelijke aard van de procedure, zal het hof de proceskosten in hoger beroep compenseren. Het hof ziet geen aanleiding om de dochter en de moeder te veroordelen in de proceskosten, zoals de zoon vordert, en wijst deze vordering af.

7. Beslissing

Het hof:

- bekrachtigt het bestreden vonnis;

- compenseert de proceskosten in hoger beroep aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mr. C.M. Warnaar, mr. H.J. Wieman-Bart en mr. A.S. Mertens-de Jong en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl ERF-Updates.nl 2026-0423 VEAN-ERF-Updates.nl 2026-0423
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand