GERECHTSHOF DEN HAAG
Team Familie
zaaknummer (na terugwijzing HR) : 200.348.535/01
rekestnummer Hoge Raad : 24/00884
zaaknummer Gerechtshof Den Haag (voor terugwijzing HR) : 200.318.790/01
zaakgegevens rechtbank : FA RK 22-878, C/09/625150
beschikking van de meervoudige kamer van 13 mei 2026
inzake
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] , Groot-Brittannië,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: verzoekster,
advocaat mr. R.G.J. van Kerkhof,
tegen
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag,
zetelend te Den Haag,
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de ambtenaar.
1. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Voor het verloop van het geding in hoger beroep na de terugverwijzing door de Hoge Raad verwijst het hof naar zijn tussenbeschikking van 30 juli 2025, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast moet worden beschouwd.
Bij die beschikking heeft het hof, voor zover in deze beschikking nog relevant:
verzoekster toegelaten tot het leveren van bewijs van haar stelling op welke dag haar geboortedatum is en wel door het (digitaal) horen van haar moeder als getuige;
iedere verdere beslissing aangehouden.
Op 13 maart 2026 heeft het getuigenverhoor van de moeder van verzoekster plaatsgevonden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.
De mondelinge behandeling van de zaak is op 2 april 2026 voortgezet. Verschenen zijn:
verzoekster (via een digitale verbinding), bijgestaan door haar advocaat en [tolk] , tolk in de Engelse taal;
de ambtenaar: [de ambtenaar 1] , bijgestaan door [de ambtenaar 2] .
2. Verdere beoordeling van het hoger beroep
Nog beslist moet worden op het verzoek van verzoekster tot wijziging van haar geboortedatum in haar geboorteakte van [geboortedatum 3] 1987 naar [geboortedatum 2] 1987.
Wijziging geboortedatum
Het gaat hier om de vraag of verzoekster voldoende bewijs heeft geleverd voor haar stelling dat de eerder door de rechtbank vastgestelde geboortedatum van [geboortedatum 1] 1987 onjuist is en moet worden gewijzigd naar [geboortedatum 2] 1987.
De moeder van verzoekster heeft bij het getuigenverhoor verklaard – zakelijk weergegeven – dat verzoekster is geboren op [geboortedatum 2] 1987 te [geboorteplaats] . De datum van de geboorte van verzoekster heeft zij onthouden; dit is een speciale datum dus zij hoefde deze niet op te schrijven. Het klopt niet dat zij in 1991 bij de IND de verkeerde geboortedatum heeft doorgegeven. De moeder van verzoekster en de tolk die de IND gebruikte begrepen elkaar niet goed. Mogelijk heeft de tolk de verkeerde geboortedatum doorgeven. [geboortedatum 1] en [geboortedatum 2] zijn echt andere getallen en je spreekt ze ook anders uit in het Somalisch. De moeder van verzoekster kon alleen Somalisch lezen en geen andere talen. Daarnaast was zij net gevlucht en zwanger, waardoor niet alles duidelijk was voor haar. Zij heeft na de gehoren bij de IND niet de kans gehad om het verslag in te kijken. Zij wist niet dat in het verslag stond dat zij had gezegd dat verzoekster is geboren op [geboortedatum 1] 1987.
Verzoekster brengt in reactie op het getuigenverhoor het volgende naar voren. De verklaring van de moeder van verzoekster is duidelijk en gedetailleerd. Zonder enige twijfel heeft de moeder van verzoekster verklaard dat verzoekster is geboren op [geboortedatum 2] 1987 en niet op [geboortedatum 1] 1987. Bij de IND is gebruik gemaakt van een tolk die de moeder van verzoekster niet goed begreep. De omstandigheden ten tijde van het IND-gehoor in 1991 waren anders dan de omstandigheden ten tijde van het getuigenverhoor. Het was nu voor de moeder van verzoekster duidelijk wat de strekking was van het verhoor en dat de verklaring onder ede was. Vanwege deze omstandigheden moet de jongste verklaring van de moeder van verzoekster, dus de verklaring afgelegd bij het getuigenverhoor, prevaleren.
De ambtenaar brengt in reactie op het getuigenverhoor het volgende naar voren. De nieuwe verklaring van de moeder van verzoekster verduidelijkt het standpunt van verzoekster niet, maar roept alleen maar meer vragen op. De moeder van verzoekster stelt dat zij zwanger was ten tijde van het gehoor bij de IND, maar kijkend naar de geboortedata van haar kinderen is dat feitelijk niet mogelijk. In het verslag van het gehoor staat dat de moeder van verzoekster de tolk goed heeft verstaan en begrepen. Daarnaast is er uitgelegd waar het gehoor over ging en wat de waarde was van haar verklaring. De verklaring van de moeder van verzoekster bij het getuigenverhoor brengt niets nieuws naar voren en is daarnaast ongeloofwaardig. Sinds de verklaring van de moeder van verzoekster bij de IND is er veel tijd verstreken waardoor het mogelijk is dat de herinneringen van de moeder van verzoekster niet meer kloppen. Omdat het hier gaat om twee tegenstrijdige verklaringen, beide onder ede afgelegd, dienen deze tegen elkaar te worden weggestreept en is er dus geen steunbewijs voor de stelling van verzoekster dat haar geboortedatum [geboortedatum 2] 1987 is.
Het hof is van oordeel dat verzoekster niet is geslaagd in het leveren van het aan haar opgedragen bewijs en zal dat toelichten.
De verklaring van de moeder van verzoekster bij het getuigenverhoor staat haaks op de verklaring die zij in 1991 heeft afgelegd. Beide verklaringen van de moeder van verzoekster zijn onder ede gedaan waardoor aan beide verklaringen evenveel gewicht kan worden toegekend. Het hof is van oordeel dat er geen reden is om aan de verklaring tijdens het getuigenverhoor meer waarde toe te kennen dan aan die tijdens het gehoor bij de IND is gedaan. De reden die de moeder aangeeft dat zij een andere datum heeft genoemd tijdens het gehoor bij de IND dan tijdens het getuigenverhoor is dat de tolk haar niet goed zou hebben begrepen. Dit blijkt echter niet uit het verslag van het IND-gehoor en is verder ook niet aannemelijk geworden. Juist als de moeder precies wist wanneer verzoekster geboren was omdat dit een bijzondere datum was, lijkt het logisch dat zij deze datum ook in 1991 tijdens het gehoor bij de IND zou hebben vermeld. Dat maakt dat de verklaring tijdens het getuigenverhoor enkel een nieuwe, andere verklaring is van de moeder waarin zij een andere datum noemt als geboortedatum van verzoekster dan zij tijdens het gehoor bij de IND heeft gedaan. Het enkele feit dat zij nu onder ede tijdens het getuigenverhoor anders heeft verklaard over de geboortedatum van verzoekster dan onder ede tijdens het gehoor bij de IND, maakt echter niet dat aan de eerste verklaring over de geboortedatum van verzoekster minder of geen waarde kan worden toegekend dan aan de tweede verklaring en dat de datum tijdens het gehoor bij de IND onjuist is vermeld. Het hof komt dan ook tot de conclusie dat verzoekster onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de in de akte opgenomen geboortedatum onjuist is en dat de datum van [geboortedatum 2] 1987 de juiste datum is. Het hof is, zoals eerder overwogen in zijn beschikking van 20 december 2023, tevens van oordeel dat de door verzoekster gestelde hinder van het feit dat op in Groot-Brittannië opgemaakte documenten een andere geboortedatum is vermeld dan op de akte, onvoldoende is komen vast te staan.
Het voorgaande betekent dat het hof, net als de rechtbank, het verzoek van verzoekster om haar geboortedatum op haar geboorteakte te wijzigen van [geboortedatum 3] 1987 naar [geboortedatum 2] 1987, afwijst. Het hof zal de bestreden beschikking bekrachtigen.
3. De beslissing
Het hof:
bekrachtigt de bestreden beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.B.J. van Elden, A.E. Sutorius-van Hees en E.C. Punselie, bijgestaan door mr. M.J. Warning als griffier, en is op 13 mei 2026 door mr. A.A.F. Donders uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.