ECLI:NL:GHDHA:2026:2591

ECLI:NL:GHDHA:2026:2591

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 07-07-2026
Datum publicatie 10-08-2026
Zaaknummer 200.300.866/03
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBROT:2021:5671

Samenvatting

Doorhaling procedure van legataris die aanspraak maakt op legaat ter hoogte van legitieme portie. Geïntimeerde (vereffenaar die procedure heeft overgenomen) stemt niet in met doorhaling en vordert proceskostenveroordeling.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Familie

Zaaknummer hof : 200.300.866/03

Zaak- en rolnummer rechtbank : C/10/589073 / HA ZA 20-8

Arrest van 7 juli 2026

in de zaak van

[dochter 1] ,

wonend in [woonplaats] ,

appellante,

advocaat: mr. P.R. Klaver, kantoorhoudend in Bergen op Zoom,

tegen

[de vereffenaar] , in haar hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van [de erflater],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. A.M. Hoppenbrouwers, kantoorhoudend in Breda.

Het hof noemt partijen hierna [dochter 1] en de vereffenaar.

1. Procesverloop in hoger beroep

Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:

de dagvaarding van 22 september 2021, waarmee [dochter 1] in hoger beroep is gekomen van het vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 18 maart 2020, 18 november 2020 en 23 juni 2021;

de memorie van grieven van [dochter 1] , met bijlagen;

de memorie van antwoord de hierna te noemen [dochter 2] , met bijlagen;

de akte van 3 januari 2024 met bijlage.

Op 18 januari 2024 stond een mondelinge behandeling gepland. Deze zitting heeft geen doorgang gevonden omdat [dochter 1] bij akte van 3 januari 2024 heeft verzocht de procedure te schorsen aangezien bij beschikking van 23 december 2022 de vereffenaar is benoemd. Het hof heeft daarom de behandeling van de zaak aangehouden en de gelegenheid geboden tot overname van het geding door de vereffenaar.

De vereffenaar heeft vervolgens –na indiening van de memorie van antwoord van [dochter 2] – de procedure overgenomen van [dochter 2] .

Op 4 februari 2025 is de procedure, met zaaknummer 200.300.866/01 ambtshalve geroyeerd.

Vervolgens is de procedure weer hervat, als zaaknummer 200.300.866/02 en is bij het hof ingekomen:

de akte van 4 augustus 2025 van de vereffenaar met bijlagen;

de akte van 19 augustus 2025 van [dochter 1] , waarin wordt verzocht om royement.

De procedure is vervolgens op 23 september 2025 wederom ambtshalve geroyeerd. Vervolgens is op diezelfde datum een bericht van de vereffenaar ingekomen dat hij zich verzet tegen het royement.

Op 21 oktober 2025 is de procedure vervolgens weer hervat, met 200.300.866/03, en een antwoordakte van de vereffenaar ingekomen.

2. Feitelijke achtergrond

Op [overlijdensdatum] 2017 is te [plaats van overlijden] overleden [de erflater] , geboren op [geboortedatum] 1948 te [geboorteplaats] , hierna: erflater.

[dochter 1] , appellante, en [dochter 2] , hierna: [dochter 2] , zijn de dochters van erflater. Erflater heeft bij testament van [datum] 2012 beschikt over zijn nalatenschap. In dit testament is onder meer het volgende bepaald:

[dochter 2] is als enig erfgenaam benoemd;

aan [dochter 1] is een legaat toegekend ter hoogte van haar legitieme portie.

[dochter 2] heeft deze erfstelling beneficiair aanvaard.

Bij beschikking van 23 december 2022 is mr. I [de vereffenaar] benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van erflater.

3. Procedure bij de rechtbank

[dochter 1] heeft [dochter 2] gedagvaard en gevorderd [dochter 2] , zowel in haar hoedanigheid van erfgenaam, vereffenaar en executeur, te veroordelen tot uitbetaling – binnen veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis – van het legaat/de legitieme portie van eiseres en de legitieme portie van eiseres/dit legaat vast te stellen op een bedrag van € 840.000,-, dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.

Na een vonnis in incident van 18 maart 2020 en een tussenvonnis van 18 november 2020 is die vordering bij eindvonnis van 23 juni 2021 afgewezen en zijn de proceskosten aldus gecompenseerd dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4. Vorderingen in hoger beroep

[dochter 1] vorderde in hoger beroep aanvankelijk –in grote lijnen hetzelfde van [dochter 2] als bij de rechtbank. Vervolgens heeft de vereffenaar de onderhavige procedure van [dochter 2] overgenomen en voortgezet.

Thans vordert [dochter 1] doorhaling van de procedure. De vereffenaar eist dat de vorderingen van [dochter 1] worden afgewezen, het hof het bestreden vonnis bekrachtigt en [dochter 1] wordt veroordeeld in de kosten van beide instanties, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf twee weken na het wijzen van het arrest, met verklaring dat deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad zal zijn. De vereffenaar legt hieraan ten grondslag dat [dochter 1] door het instellen van de onderhavige procedure heeft veroorzaakt dat geïntimeerde (hof: dat was eerst [dochter 2] , en nu de vereffenaar) proceskosten heeft moeten maken. Omdat [dochter 1] inmiddels geen beslissing meer wenst op de door haar ingestelde vorderingen, heeft zij deze kosten nodeloos veroorzaakt. De vereffenaar stelt zich daarom op het standpunt dat zij de kosten van geïntimeerde dient te vergoeden.

5. Beoordeling in hoger beroep

Doorhaling op de rol vindt alleen plaats op eenstemmig verzoek (artikel 8.2 Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven). Omdat de vereffenaar zijn verzoek tot proceskostenveroordeling van [dochter 1] heeft gehandhaafd en om die reden niet heeft ingestemd met doorhaling van de zaak, kan niet tot doorhaling worden overgegaan.

Nu [dochter 1] haar grieven niet handhaaft, en haar verzoek om doorhaling zal worden afgewezen, zal het hof haar niet-ontvankelijk verklaren in haar hoger beroep.

In geschil zijn dan ook alleen de proceskosten in beide instanties.

Het hof ziet geen aanleiding om [dochter 1] te veroordelen in de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep en zal de proceskosten compenseren. Het hof licht deze beslissing als volgt toe. Deze procedure betreft een erfrechtelijke kwestie tussen twee zussen ( [dochter 1] en [dochter 2] ), waarbij de vader in zijn testament [dochter 2] heeft benoemd tot enig erfgenaam en [dochter 1] een legaat ter hoogte van de legitieme portie heeft toegekend. Als legataris was [dochter 1] afhankelijk van [dochter 2] voor informatie over de omvang van de nalatenschap. In de beschikking van 23 december 2022 is op verzoek van de ABN AMRO de vereffenaar door de kantonrechter benoemd, omdat “gebleken is dat de erfgenaam, die met het beheer van de nalatenschap belast is, in ernstige mate in de vervulling van haar verplichtingen tekortschiet”. Die erfgenaam is [dochter 2] . Alleen al omdat zij kennelijk tekortschoot in de afwikkeling van de nalatenschap, kan niet gezegd worden dat [dochter 1] door het instellen van de procedure in eerste aanleg en hoger beroep – (mede) om informatie te verkrijgen over de precieze omvang van de nalatenschap en dus over de vraag of er nog sprake was van enige legitieme portie die aan haar als legaat zou moeten worden uitbetaald – nodeloze proceskosten heeft veroorzaakt bij de wederpartij. In deze procedure heeft uiteindelijk de vereffenaar in hoger beroep pas toereikende informatie kunnen verschaffen over het feit dat de nalatenschap inderdaad negatief is en [dochter 1] dus geen recht heeft op uitbetaling van enig bedrag. [dochter 1] heeft toegelicht dat het daarna nog enige maanden heeft geduurd voordat zij deze uitkomst volledig kon laten doordringen en kon accepteren, en daarvoor ook enige al dan niet persoonlijke omstandigheden uit deze periode aangedragen. Deze omstandigheden zijn door de vereffenaar op zichzelf niet betwist. Dit alles maakt dat er voor het hof onvoldoende aanleiding bestaat om [dochter 1] , in afwijking van de in dit soort familiekwesties gebruikelijke gang van zaken, in de proceskosten in eerste aanleg of hoger beroep te veroordelen. Dit betekent dat het hof het verzoek van de vereffenaar zal afwijzen.

6. Beslissing

Het hof:

Dit arrest is gewezen door mrs. A. Zonneveld, A.F. Mollema en C.M. van der Kleijn, en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl ERF-Updates.nl 2026-0455 VEAN-ERF-Updates.nl 2026-0455
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand