ECLI:NL:GHDHA:2026:2625

ECLI:NL:GHDHA:2026:2625

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 11-08-2026
Datum publicatie 11-08-2026
Zaaknummer 200.363.102/01
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Ontslag op staande voet. Ernstig verwijtbaar.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht

Team Handel

Zaaknummer hof : 200.363.102/01

Zaak- en rekestnummer rechtbank : 11619848 \ EJ VERZ 25-81444

Beschikking van 11 augustus 2026

in de zaak van

N-Joy Sportcentre B.V.,

gevestigd in Bodegraven,

verzoekster in principaal beroep,

verweerster in (voorwaardelijk) incidenteel beroep,

advocaat: sinds 7 augustus 2026 zonder advocaat,

tegen

[verweerster] ,

wonend in [woonplaats] ,

verweerster in principaal beroep,

verzoekster in (voorwaardelijk) incidenteel beroep,

advocaat: mr. R.H. Steensma, kantoorhoudend in Rotterdam.

Het hof noemt partijen hierna N-Joy en [verweerster] .

1. De zaak in het kort

Op 12 maart 2026, schriftelijk bevestigd en gemotiveerd op 13 maart 2026, heeft werkgeefster N-Joy werkneemster [verweerster] op staande voet ontslagen in verband met, wat zij noemt, diefstal. De daarop volgende door [verweerster] aanhangig gemaakte procedure heeft geresulteerd in een beschikking van 26 september 2025 (hierna: de beschikking) van de kantonrechter te Den Haag, zittingsplaats Gouda (hierna: de kantonrechter).

De kantonrechter heeft het ontslag op staande voet vernietigd, de arbeidsovereenkomst op verzoek van N-Joy met ingang van 1 september 2025 ontbonden en N-Joy veroordeeld tot het betalen van een transitievergoeding en salaris tot 1 september 2025. N-Joy is het daarmee niet eens.

2. Procesverloop in hoger beroep

Bij beroepschrift, ter griffie ingekomen op 24 december 2025 is N-Joy in hoger beroep gekomen van de beschikking.

[verweerster] heeft een verweerschrift ingediend dat op 3 maart 2026 is ontvangen ter griffie van het hof. Daarbij heeft zij ook (voorwaardelijk) incidenteel beroep ingesteld.

[verweerster] heeft drie additionele producties ingediend die op 1 juni 2026 ter griffie van het hof zijn ontvangen.

Partijen hebben hun standpunten uiteengezet tijdens de mondelinge behandeling op 9 juni 2026. Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt. De in het proces-verbaal genoemde spreekaantekeningen zijn op 30 juni 2026 door [verweerster] overgelegd en er is een datum voor de beschikking bepaald.

Aan N-Joy is bij herhaling de gelegenheid geboden de ontbrekende bijlage 2 bij het verweerschrift in eerste aanleg over te leggen. De bijlage is niet vóór de daartoe gestelde termijn, tot uiterlijk 23 juli 2026, overgelegd.

3. Feitelijke achtergrond

N-Joy exploiteert sportscholen, waaronder twee clubs in Bodegraven: de locatie Doortocht en de locatie Margrietstraat.

[verweerster] , geboren op 25 juni 1979, is op 1 juni 2016 in dienst getreden bij N-Joy in de functie van clubmanager. Laatstelijk oefende zij die functie uit op de locatie Margrietstraat. Haar laatstverdiende salaris bedroeg € 2.535,25 bruto per maand exclusief vakantiegeld. Zij legde in haar functie (laatstelijk) verantwoording af aan [directeur] , (niet statutair) directeur van N-Joy (hierna: [directeur] ).

[verweerster] exploiteert tevens een hondenschool onder de naam: “ [hondenschool] ” (hierna: de hondenschool).

Op 20 februari 2025 heeft [verweerster] vanuit de locatie Doortocht twee steps (materialen bestemd voor het al dan niet klassikaal verrichten van fitnessoefeningen) meegenomen. Het betrof één kleine step (hierna: de kleine step) en één step van standaard formaat (hierna: de grote step). De twee steps heeft [verweerster] in haar auto gezet. Haar collega [collega 1] (hierna: [collega 1] ) was daarbij aanwezig en heeft de deur van de sportschool opengehouden terwijl [verweerster] met de twee steps naar buiten liep. Het inladen door [verweerster] is te zien op videomateriaal van de beveiligingscamera’s van N-Joy. [verweerster] was bekend met de locatie van de camera’s en de mogelijkheid dat opnames gemaakt zouden worden van het laden van de steps in haar auto.

Eveneens op 20 februari 2025 heeft [verweerster] , na het inladen van de steps in de auto, met [directeur] een telefoongesprek gevoerd.

Op 21 februari 2025 heeft [directeur] de kleine step geretourneerd naar de locatie Doortocht. In ieder geval op 7 maart 2025 is op de bedrijfspagina op facebook van de hondenschool de grote step te zien geweest.

[verweerster] is op 12 maart 2025 op staande voet ontslagen.

In een brief van 13 maart 2025 (hierna: de ontslagbrief) heeft [directeur] aan [verweerster] geschreven:“Op 12 maart 2025 heb ik je mondeling meegedeeld dat ik je op staande voet ontsla. In deze brief geef ik aan waarom ik dit heb gedaan. De reden voor dit ontslag op staande voet is de volgende: diefstal, het willens en wetens tegen mijn uitdrukkelijke wens op 20 februari 2025 meenemen van in ieder geval twee steps die aan Healthclub You B.V. toebehoren door deze van de bedrijfslocatie weg te nemen. Ik ben hier pas eind vorige week achter gekomen toen ik de camerabeelden zag waarop duidelijk te zien is hoe jij de steps in de auto zet. Verder heb ik via een facebookpost gezien dat je in ieder geval één step hebt gebruikt voor je hondenschool. (…) Je had de steps voor zover mij bekend nog steeds in je bezit, ze stonden niet op de bedrijfslocaties. Je gedrag is absoluut onwenselijk en kan ik onmogelijk tolereren. (…) Jij gaf aan (geparafraseerd): “Oké, goed. Het klopt, ik heb één step meegenomen en thuis staan.” Daarna ben je weggegaan. Gezien de redenen, die ik hierboven heb aangevoerd en jouw reacties op mijn mededelingen, is er op 12 maart 2025 een situatie ontstaan die dusdanig ernstig is dat een verdere samenwerking met jou per direct onmogelijk is geworden. (…)

4. Procedure bij de rechtbank

Bij verzoekschrift van 26 maart 2025 en aanvullend verzoekschrift van 28 mei 2026 heeft [verweerster] de kantonrechter verzocht, voor zover in hoger beroep nog van belang, om (met in alle gevallen de veroordeling van N-Joy in de werkelijk gemaakte proceskosten):primair:- de vernietiging van het ontslag op staande voet en wedertewerkstelling;- de veroordeling van N-Joy tot betaling van loon, wettelijke verhoging en wettelijke rente;subsidiair:-de veroordeling van N-Joy tot betaling van een billijke- en een transitievergoeding.Zij heeft gesteld dat er geen dringende reden is voor een ontslag op staande voet, dat dat ontslag niet onverwijld is gegeven en dat zij niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.

N-Joy heeft heeft geconcludeerd tot afwijzing van de verzoeken. Zij heeft op haar beurt voorwaardelijk verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens verwijtbaar handelen, althans een verstoorde arbeidsverhouding, althans het bestaan van een combinatie van gronden. [verweerster] heeft verweer gevoerd tegen de ontbindingsgronden en verzocht om haar bij toewijzing van het ontbindingsverzoek een transitievergoeding toe te kennen.

De kantonrechter heeft het ontslag op staande voet vernietigd omdat het niet onverwijld is gegeven en heeft het verzoek van N-Joy om de overeenkomst te ontbinden wegens verwijtbaar handelen (het meenemen van goederen van de werkgever zonder toestemming van die werkgever) toegewezen met ingang van 1 september 2025. Het verzoek om salarisbetaling heeft hij toegewezen over de periode van 12 maart tot 1 september 2025. Ten slotte heeft hij N-Joy veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding omdat geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door [verweerster] : “Weliswaar is voldoende komen vast te staan dat zij een of meerdere steps zonder toestemming heeft meegenomen, maar N-Joy heeft onvoldoende onderbouwd dat zij ook het oogmerk had om deze goederen zich wederrechtelijk toe te eigenen.

5. Verzoek in hoger beroep

N-Joy verzoekt -zakelijk weergegeven- de beschikking te vernietigen, voor recht te verklaren dat het ontslag op staande voet van 12 maart 2025 rechtsgeldig is, de verzoeken van [verweerster] alsnog af te wijzen en haar te veroordelen tot terugbetaling van wat N-Joy op basis van de beschikking aan haar heeft betaald. Dit met veroordeling van [verweerster] in de kosten van beide instanties.

Kort gezegd stelt N-Joy in haar beroepschrift en in haar grieven aan de orde dat, anders dan de kantonrechter heeft geoordeeld, het ontslag op staande voet wel onverwijld is gegeven en dat [verweerster] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door diefstal van twee steps waardoor haar geen transitievergoeding behoort te worden toegekend.

[verweerster] heeft verweer gevoerd en incidenteel beroep ingesteld voor het geval het hof zou oordelen dat het ontslag op staande voet onverwijld is gegeven. In dat geval behoort het hof tot het oordeel te komen dat er in de omstandigheden van het geval geen dringende reden is voor een ontslag op staande voet, aldus [verweerster] . Haar slotsom is dat het gegeven ontslag op staande voet (ook) om die reden niet rechtsgeldig is en dat de beschikking moet worden bekrachtigd.

6. Beoordeling in hoger beroep

Dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen inmiddels tot een einde is gekomen staat tussen partijen vast, nu geen van partijen is opgekomen tegen de beslissing van de kantonrechter tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 september 2025. Ook andere beslissingen in eerste aanleg, waaronder de door [verweerster] verzochte billijke vergoeding ten laste van N-Joy, liggen in hoger beroep niet voor omdat tegen de afwijzing daarvan door de kantonrechter geen grief is gericht. Het gaat in beroep om:-de beoordeling van de rechtsgeldigheid van het gegeven ontslag op staande voet (waartoe -cumulatief- vereist is dat het ontslag onverwijld is gegeven en dat de daaraan ten grondslag liggende feiten en omstandigheden een dringende reden opleveren); en-de beoordeling van de stelling van N-Joy dat [verweerster] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld zodat haar geen transitievergoeding toekomt.

Het hof zal de geschilpunten hierna bespreken. diefstal/geen toestemming

Het hof ziet aanleiding om eerst te onderzoeken of er een dringende reden was om [verweerster] op 12 maart 2026 te ontslaan. Het hof oordeelt dat die dringende reden er niet is en komt daarom niet toe aan de vraag of het ontslag op staande voet onverwijld is gegeven. Het hof licht dit hierna toe.

Ingevolge artikel 7:677 lid 1 BW is iedere partij bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Vooropgesteld wordt dat een ontslag op staande voet een laatste redmiddel is en dat het slechts mag worden gegeven als van de werkgever op grond van een dringende reden niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met de betreffende werknemer nog langer te laten voortduren. Daarbij moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen, waaronder de persoonlijke omstandigheden van de werknemer en de aard, duur en wijze van vervulling van de dienstbetrekking. De werkgever (N-Joy) zal de aan het ontslag op staande voet ten grondslag liggende feiten en omstandigheden moeten stellen en, bij voldoende gemotiveerde betwisting en -in hoger beroep- een afdoende bewijsaanbod, moeten bewijzen.

Aan het ontslag op staande voet liggen de feiten en omstandigheden ten grondslag die vermeld zijn in de brief van 13 maart 2025. De dringende reden bestaat, kort gezegd, in diefstal door [verweerster] van haar werkgever, omschreven als het willens en wetens tegen de uitdrukkelijke wens van [directeur] in meenemen (wegnemen van de bedrijfslocatie) van twee aan de werkgever toebehorende steps.

Uitgangspunt is dat [verweerster] negen jaar bij N-Joy in dienst is geweest als clubmanager. N-Joy heeft niet onderbouwd dat er eerder problemen zijn geweest in de werkrelatie tussen partijen. Weliswaar heeft zij ter zitting in beroep gesteld dat dit het geval is en dat de gestelde diefstal van twee steps de bekende druppel is geweest maar: (a) dit betrof een nieuwe voor het eerst ter zitting in hoger beroep betrokken stelling; en (b) deze stelling is niet van enige onderbouwing voorzien. Het hof zal de gebeurtenissen rond de twee steps dus als op zichzelf staande feiten beoordelen.

Diefstal in de zin van art. 310 van het Wetboek van Strafrecht is het wegnemen van een aan een ander toebehorend goed ‘met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen’. De in de ontslagbrief gebruikte bewoordingen voor de omschrijving van de diefstal (‘het willens en wetens tegen de uitdrukkelijke wens [van [directeur] ] meenemen (wegnemen van de bedrijfslocatie) van twee steps’) bevatten niet het element van wederrechtelijke toe-eigening. Het hof zal de gedragingen van [verweerster] hebben te toetsen aan de hand van de omschrijving van diefstal die N-Joy in haar ontslagbrief heeft gegeven en zal daarbij, gelet op het debat tussen partijen ook de vraag betrekken of [verweerster] de steps zonder de volgens N-Joy benodigde toestemming van [directeur] heeft meegenomen de kleine step

[verweerster] heeft uitgelegd dat zij in overleg met haar collega [collega 1] en in de veronderstelling dat deze step op de locatie Doortocht niet werd gebruikt, voornemens was de step voor sportbeoefening naar de locatie Margrietstraat te brengen. Om die reden heeft zij de step ingeladen in haar auto waarbij [collega 1] de deur van de sportschool voor haar heeft opengehouden. Nadat zij had begrepen dat de kleine step op de locatie Doortocht wel werd gebruikt, heeft zij deze de volgende dag, 21 februari 2025, geretourneerd, aldus [verweerster] . Omdat N-Joy dit niet heeft weersproken maar, integendeel, het retourneren van de kleine step op 21 februari 2025 op de locatie Doortocht heeft erkend, gaat het hof uit van deze door [verweerster] beschreven gang van zaken. Te beoordelen is het aan [verweerster] gemaakte verwijt dat zij de kleine step ‘tegen de uitdrukkelijke wens van [directeur] in’, althans zonder toestemming van [directeur] , vanuit de locatie Doortocht heeft meegenomen. Het hof oordeelt dat, ook als zij de kleine step tegen de uitdrukkelijke wens in of zonder toestemming heeft meegenomen waar zij die toestemming wel vooraf had moeten vragen, dat geen ontslag op staande voet rechtvaardigt. [verweerster] heeft de step immers nadat zij had begrepen dat de step in de locatie Doortocht wel werd gebruikt voor sportlessen, geretourneerd. De uit eigen beweging door [verweerster] gecorrigeerde gedraging legt om die reden onvoldoende gewicht in de schaal. de grote step

[verweerster] heeft tot haar verweer aangevoerd dat de meegenomen grote step stuk was en daardoor niet meer veilig voor klanten. De (kapotte) step is volgens haar afgevoerd, zoals ook andere kapotte materialen zijn afgevoerd naar de stort of, zoals ook is voorgekomen, mee zijn genomen door het personeel. Daarvoor was geen toestemming van [directeur] nodig die niet met alles lastiggevallen wilde worden en veel afwezig was. Zij wijst er nog op dat zij al eerder aan [directeur] kenbaar heeft gemaakt dat zij belangstelling had voor kapotte steps voor haar hondenschool.[directeur] heeft niet bestreden dat het is voorgekomen dat kapotte materialen zijn afgevoerd naar de stort of meegenomen door personeelsleden. Zij stelt echter dat de grote step niet kapot was en dat, ook voor het afvoeren of meenemen van kapotte materialen, haar toestemming nodig is. Alleen na verkregen toestemming mag volgens haar materiaal worden afgevoerd of meegenomen.

Het hof stelt voorop dat N-Joy, althans [directeur] , over het telefoongesprek van 20 februari 2025 heeft verklaard dat besproken is dat niets van de locatie Doortocht naar de locatie Margrietstraat mocht worden verplaatst en dat niet is gesproken over een kapotte step (verklaring [directeur] , p-v in hoger beroep p. 4, tweede alinea). Dat [verweerster] de step heeft meegenomen ‘tegen de uitdrukkelijke wens van [directeur] in’ (vgl. ontslagbrief) in die zin dat die wens op 20 februari 2025 expliciet aan haar is gecommuniceerd, is dus, anders dan N-Joy heeft gesteld, niet onderbouwd. Dat sluit niet uit dat, zoals N-Joy stelt, [verweerster] de grote step zonder toestemming heeft meegenomen waar zij die toestemming wel had moeten vragen. Ervan uitgaande dat dit ook verwijt in de ontslagbrief aan [verweerster] wordt gemaakt, oordeelt het hof als volgt.

Partijen strijden in de eerste plaats over de vraag of de afgevoerde step kapot was. Of de step al dan niet stuk was, is relevant omdat het meenemen van een onbeschadigde step een ander licht op het verweer van [verweerster] zou werpen. N-Joy beroept zich op een verklaring van [betrokkene] dat er op 20 februari 2025 geen step kapot was op de locatie Doortocht. Een verklaring met deze inhoud, het zou gaan om bijlage 2 bij het verweerschrift in eerste aanleg, is ondanks herhaalde verzoeken niet door N-Joy overgelegd. Het hof gaat er van uit dat in deze verklaring staat dat er op 20 februari 2025 geen steps kapot waren, zoals N-Joy heeft gesteld en [verweerster] niet heeft betwist. Daar staat tegenover de door [verweerster] overgelegde verklaring van [collega 1] die heeft verklaard: “Tijdens het uitzoeken van de spullen gaf [betrokkene] aan dat er een step kapot was die weg moest. Ik beaamde dat en [verweerster] ( [verweerster] ) pakte de step eruit. De step stond achterin en zat onder het stof. Bij de step was de antislip eraf gebroken en er zaten barsten in het plastic.” De verklaringen van [betrokkene] en [collega 1] staan lijnrecht tegenover elkaar. N-Joy geeft nog aan dat op de foto’s (de stills van de video-opname) te zien is dat de grote step niet kapot was maar het hof kan dit niet op de foto’s onderscheiden. N-Joy, op wie de bewijslast rust, heeft geen nader concreet bewijs aangeboden van haar stelling dat [verweerster] op 20 februari 2025 een onbeschadigde, niet kapotte, step heeft meegenomen. Het hof neemt dus tot uitgangspunt dat dat niet het geval is.

Dan resteert de vraag of [verweerster] toestemming van [directeur] nodig had om een kapotte step mee te nemen. Het hof stelt voorop dat de verklaring van [verweerster] , te weten dat kapot materiaal afgevoerd mocht worden zonder toestemming van [directeur] , wordt ondersteund door schriftelijke verklaringen van haar (voormalige) collega’s [collega 2] , [collega 1] en [collega 3] . N-Joy heeft hier geen verklaringen tegenover gesteld en heeft evenmin concreet bewijs op dit punt aangeboden. Het hof neemt dus tot uitgangspunt dat het [verweerster] en andere personeelsleden in ieder geval niet duidelijk was gemaakt dat toestemming nodig was voor het meenemen van beschadigde materialen. Dat [verweerster] zich daarvan niet bewust was, blijkt ook wel uit het feit dat zij de grote step in alle openheid in het zicht van de camera en in aanwezigheid van een collega heeft meegenomen. Ter zitting in beroep heeft [naam] , directeur-grootaandeelhouder van N-Joy aangegeven dat hij aan [directeur] opdracht heeft gegeven ‘om alles, ook al gaat het om één euro, eerst langs haar te laten gaan’ maar hieruit volgt niet dat dienovereenkomstige instructies aan de personeelsleden zijn gegeven.

Dat neemt uiteraard niet weg dat de grote step, ook als deze kapot was, eigendom was van N-Joy en dat het om die reden wenselijk zou zijn geweest als [verweerster] expliciete toestemming had gevraagd, zeker nu ze die step voor eigen gebruik in haar hondenschool wilde inzetten. Het meenemen van een kapotte step is echter, in aanmerking nemende dat onduidelijk was of toestemming nodig is/was om de kapotte materialen af te voeren, onvoldoende om een ontslag op staande voet te rechtvaardigen. ernstig verwijtbaar

Uit hetgeen hiervoor onder rov. 6.8 tot en met 6.13 is overwogen volgt dat niet is komen vast te staan dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen bij [verweerster] . Dat betekent dat de kantonrechter terecht een transitievergoeding heeft toegekend. slot

De conclusie is dat het hoger beroep van N-Joy niet slaagt. Bij grief 1 heeft zij, nu van een dringende reden geen sprake is, geen belang en grief 2 faalt. Het hof heeft over de dringende reden geoordeeld in het kader van de devolutieve werking van het hoger beroep. De voorwaarde voor het incidenteel beroep is niet vervuld en aan een beoordeling van de incidentele grief komt het hof niet toe. Het hof zal de beschikking bekrachtigen. Het hof zal N-Joy als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep.

Die proceskosten worden begroot op:

griffierecht € 362,-

salaris advocaat € 2.580,- (2 punten × tarief II)

nakosten € 189,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal € 3.131,-

De verzochte wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

7. Beslissing

Het hof:

Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Nijhuis, mr. S.H.M. van der Heiden en mr. P.S. Fluit en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl AR-Updates.nl 2026-1299 VAAN-AR-Updates.nl 2026-1299
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand