ECLI:NL:GHDHA:2026:2660

ECLI:NL:GHDHA:2026:2660

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 14-08-2026
Datum publicatie 18-08-2026
Zaaknummer 22-000799-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Wegenverkeerswet 1994. Politierechter: veroordeling wegens 2x kort achter elkaar overtreding artikel 9 lid 2 WVW 1994 (rijden terwijl rijbewijs ongeldig was verklaard). Het hof bevestigt het vonnis, behoudens enkele aanvullingen en de bewijsoverweging. Uitvoerige overweging inzake het bekendmakingsvereiste rondom het besluit strekkende tot ongeldigheidsverklaring. Besluit door de divisie Rijgeschiktheid van het CBR, zijnde een zelfstandig bestuursorgaan, per aangetekende brief gestuurd naar het juiste adres van de verdachte. Beoordelingskader gebaseerd op recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Bekendmakingsvereiste als bedoeld in artikel 3:41 lid 1 Awb. Besluit op juiste wijze kenbaar gemaakt. Wetenschap verdachte van die ongeldigheid.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Rolnummer: 22-000799-25

Parketnummers: 96-307983-24 en 96-233126-24

Datum uitspraak: 14 augustus 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 11 maart 2025 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,

adres: [woonadres] , [woonplaats] .

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het bij dagvaarding met parketnummer

96-307983-24 en het bij dagvaarding met parketnummer 96-233126-24 tenlastegelegde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

Onder parketnummer 96-307983-24

hij op of omstreeks 19 april 2024 te 's-Gravenhage terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Hoefkade, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

Onder parketnummer 96-233126-24

hij op of omstreeks 27 april 2024 te Rotterdam terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten Categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, Teilingerstraat, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het bij dagvaarding met parketnummer 96-307983-24 en het bij dagvaarding met parketnummer 96-233126-24 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis.

Het vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de politierechter, met dien verstande dat het hof in het vonnis waarvan beroep de hierna te vermelden bewijsmotivering en aanvullingen aanbrengt.

Bewijsoverweging

Het hof schrapt de overweging van de politierechter met als kopje ‘3. Bewijsmotivering’ (pagina 6 en 7 van het vonnis waarvan beroep) en stelt hiervoor de volgende bewijsmotivering in de plaats.

De verdachte wordt verweten dat hij op 19 april 2024 en vervolgens op 27 april 2024 een auto heeft bestuurd terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, hetgeen hij ook wist.

Namens de verdachte is een integrale vrijspraak bepleit. Dit reeds omdat niet blijkt dat het besluit tot ongeldigheidsverklaring op de juiste wijze bekend/kenbaar is gemaakt aan de verdachte. Daarnaast is niet gebleken dat ná dat besluit geen ander rijbewijs aan de verdachte is afgegeven. Tot slot kan niet uit het dossier worden afgeleid dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.

Het hof overweegt als volgt.

De divisie Rijgeschiktheid van het CBR heeft bij besluit van 8 januari 2024 het rijbewijs van de verdachte ongeldig verklaard met ingang van 15 januari 2024 (hierna: het besluit). Als het gaat om de bekendmaking van dat, door een zelfstandig bestuursorgaan, genomen besluit moet worden gehandeld overeenkomstig het bepaalde in artikel 3:41 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De bekendmaking geschiedt aldus in elk geval door toezending aan de belanghebbende. Die toezending heeft plaatsgevonden. Uit het dossier blijkt namelijk dat het besluit aangetekend is verzonden aan de verdachte, op het juiste adres. Zo is onder meer te zien op de besluitbrief waarop een zogenaamde track-and-trace code is aangebracht. Ook is op de linkermarge van die brief verticaal een regel geprint die luidt: “-- AANGETEKEND -- [code] ”. Deze feitelijkheden, mede in samenhang bezien, rechtvaardigen het vermoeden dat het besluit op regelmatige wijze op dat adres is aangeboden.

Dat vermoeden kan door de belanghebbende, de verdachte dus, worden ontzenuwd. Maar dan moet hij daartoe wel feiten en omstandigheden aanvoeren. Dat heeft hij echter niet gedaan. Namens hem is volstaan met het noemen van enkele (juridische) algemeenheden.

Het hof komt tot de conclusie dat het besluit op een regelmatige wijze aan de verdachte is toegezonden. Aan het bekendmakingsvereiste als bedoeld in artikel 3:41 lid 1 Awb is dus voldaan. Het gevolg is dat het besluit zeven dagen daarna, op 15 januari 2024, van kracht is geworden.

Het door het hof in deze gehanteerde beoordelingskader is grotendeels gebaseerd op recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Vervolgens blijkt genoegzaam uit het dossier dat aan de verdachte niet vervolgens een ander rijbewijs was verstrekt, laat staan vóór 19 of 27 april 2024.

Dan resteert de vraag of de verdachte wist (of redelijkerwijs moest weten) dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Oftewel, dat hij op 19 en 27 april 2024 op de hoogte was van het daartoe strekkende besluit. Dat is zonder enige twijfel het geval. Op 7 februari 2024 en vervolgens op 24 maart 2024 werd de verdachte aangehouden wegens het besturen van een auto terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Beide keren is die ongeldigheid toen aan hem door de politie expliciet medegedeeld. Bij die laatste keer is bovendien zijn rijbewijs, dat hij ondanks de ongeldigheid ervan nog in bezit had, ter plaatse ingenomen.

Gelet op al het bovenstaande komt het hof tot de slotsom dat de verdachte op 19 april 2024 en 27 april 2024 een voertuig heeft bestuurd terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, en dat hij dat minst genomen ook redelijkerwijs moest weten. De tenlastegelegde feiten zullen daarom aldus bewezen worden verklaard.

Aanvulling op de gebezigde bewijsmiddelen

In aanvulling op de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen, bezigt het hof de hieronder weergegeven bewijsmiddelen voor het bewijs.

7. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 mei 2024 van de politie Eenheid Den Haag met nr. [proces-verbaalnummer 1] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren [naam opsporingsambtenaar 1]:

Op zaterdag 27 april 2024 omstreeks 13.10 uur waren wij, verbalisanten, werkzaam bij

de politie eenheid Rotterdam. Wij reden op de Teilingerstraat in Rotterdam.

Wij controleerden een voertuig voorzien van kenteken: [kenteken] . De bestuurder van dit voertuig identificeerde zich met een geldige, op naam gestelde en Nederlandse ID-kaart. Wij

zagen dat de bestuurder bleek te zijn:

[verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats].

Wij zagen in de politiesystemen dat [verdachte] een ongeldig verklaard rijbewijs had. Wij hoorden dat [verdachte] verklaarde dat hij ons geen rijbewijs kon overhandigen.

Wij hoorden dat [verdachte] verklaarde dat zijn rijbewijs ongeldig verklaard was. Hij verklaarde dat hij nog geen seintje had gehad van het CBR dat hij zijn rijbewijs opnieuw mocht aanvragen.

8. Een proces-verbaal van artikel 9 Wegenverkeerswet 1994 d.d. 2 april 2024 van de politie Eenheid Den Haag met nr. [proces-verbaalnummer 2] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 3-4):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar 2] :

Op woensdag 7 februari 2024 zag ik dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een motorrijtuig reed op de Kruithuisweg, 2623 BZ Delft.

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [voornaam verdachte]

Geboren : [geboortedatum] 1997

Geboorteplaats : [geboorteplaats] in Nederland

Na onderzoek bleek dat deze bestuurder een op zijn naam gesteld rijbewijs voor één of

meer categorieën van motorrijtuigen dan wel voor een gedeelte van de geldigheidsduur

ongeldig is verklaard.

De verdachte is meegedeeld, dat het rijbewijs ongeldig verklaard is.

9. Een proces-verbaal van artikel 9 Wegenverkeerswet 1994 d.d. 27 maart 2024 van de politie Eenheid Den Haag met nr. [proces-verbaalnummer 3] . Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 2-3):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar 3] :

Op zondag 24 maart 2024 zag ik dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een motorrijtuig reed op de Tanthofdreef, 2623 EW Delft.

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [voornaam verdachte]

Geboren : [geboortedatum] 1997

Geboorteplaats : [geboorteplaats] in Nederland

Na onderzoek bleek dat deze bestuurder een op zijn naam gesteld rijbewijs voor één of

meer categorieën van motorrijtuigen dan wel voor een gedeelte van de geldigheidsduur

ongeldig is verklaard.

De verdachte is meegedeeld, dat het rijbewijs ongeldig verklaard is.

Het rijbewijs is ingenomen en zal worden gezonden naar CBR.

Bewijsmiddel 6

Het door de politierechter onder 6. genoemde bewijsmiddel is niet goed leesbaar. Daarom zal het hof hieronder dit bewijsmiddel in een leesbare versie overnemen.

6. Een ander geschrift, te weten een uitdraai BVI-IB van 7 februari 2024 (pagina’s 16 tot en met 18):

NL_RDW

Identiteit: [verdachte] , geboren [geboortedatum] -1997 te [geboorteplaats]

Rijbewijs:

Rijbewijsnummer: [rijbewijsnummer]

Land uitgifte: Nederland

Datum afgifte: 15-07-2022

Autoriteit afgifte: [gemeente]

Rijbewijs Categorieën:

Cat. AM, eerste afgifte: 04-07-2018, geldig tot 15-07-2032

Cat. B, eerste afgifte: 04-07-2018, geldig tot 15-07-2023

Maatregelen:

Registatie: 08-01-2024

Gevorderde inleveringsdatum: 15-01-2024

Soort: Vorderingsprocedure

Autoriteit: Cbr Divisie Vorderingen

Inleversoort: Aantekening partiele ongeldigverklaring.

Categorieën:

Categorie B, periode vanaf 15-01-2024 Soort: Ongeldigheid.

Aanvulling van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht

Aangezien de verdachte na de data waarop de door de politierechter bewezenverklaarde feiten zijn gepleegd opnieuw tot een straf is veroordeeld, zal het hof de in het vonnis waarvan beroep aangehaalde wetsartikelen aanvullen met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Het vonnis waarvan beroep moet gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen onder aanvulling en verbetering van gronden worden bevestigd.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door mr. W.J. van Boven, als voorzitter, mr. F.W. van Lottum en mr. J.P.L.M. Remmerswaal, leden, in bijzijn van de griffier mr. E.E.N. Birkhoff.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 14 augustus 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. F.W. van Lottum
  • mr. J.P.L.M. Remmerswaal

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand