GERECHTSHOF DEN HAAG
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.347.481/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : 10185184 / RL EXPL 22-17889
Arrest van 18 augustus 2026
in de zaak van
[appellant]
appellant,
advocaat: onttrokken (voorheen mr. K.G.O. Afriveh),
tegen
1. [geïntimeerde 1], 2. [geïntimeerde 2],
beiden wonende in [woonplaats],
geïntimeerden,
advocaat: mr. D. Tap, kantoorhoudend in Den Haag.
Partijen worden hierna respectievelijk [appellant] en de vennoten genoemd. De vennoten worden ieder afzonderlijk [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] genoemd.
1. De zaak in het kort
Deze zaak is het vervolg op hof Den Haag 21 april 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026: 1219 (hierna: het tussenarrest). De in dit arrest gebruikte termen, waaronder ‘Asian Food’ en de ‘Arvira-bestelling’, hebben dezelfde betekenis als in het tussenarrest. In het tussenarrest heeft het hof [appellant] in de gelegenheid gesteld tot (A) nadere bewijslevering inzake de door hem gestelde geldlening door zijn echtgenote als getuige te horen over de inhoud van een rond 21 maart 2022 tussen [appellant] en [geïntimeerde 1] gevoerd telefoongesprek (rov 5.13); en (B) het alsnog leveren van tegenbewijs tegen de door de kantonrechter bewezen geachte stelling van Asian Food dat de Arvira-bestelling is gedaan voor [appellant] zelf, door het horen van [betrokkene] als getuige (rov 5.16).
[appellant] heeft van de hem geboden mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Het hof komt tot een bekrachtiging van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 17 juli 2024.
2. Procesverloop in hoger beroep
In deze zaak heeft het hof op 21 april 2026 een tussenarrest gewezen. Voor het procesverloop tot die datum verwijst het hof naar die tussenbeschikking. In het tussenarrest is een getuigenverhoor (over de in het tussenarrest genoemde onderwerpen) bepaald op 24 juni 2026.
De (voormalig) advocaat van [appellant] heeft op woensdag 17 juni 2026 aan de griffie van het hof gemeld dat hij zich al op 15 april 2025 aan de zaak heeft onttrokken en er bij [appellant] meerdere keren op heeft aangedrongen een nieuwe advocaat te zoeken. Naar aanleiding van het tussenarrest heeft hij [appellant], met achterlating van een kopie van het arrest, opnieuw verzocht daarvoor zorg te dragen. Hij heeft ondanks het inspreken van een voicemail-bericht geen contact met zijn voormalige cliënt kunnen krijgen en heeft de griffie van het hof op de hoogte gesteld van het e-mailadres van zijn voormalige cliënt.
Het hof heeft op 17 juni 2026, onder mededeling dat de voor 24 juni 2026 geplande getuigenverhoren geen doorgang zullen vinden, aan [appellant] (via het door de voormalige advocaat opgegeven e-mailadres van [appellant] en het e-mailadres van de voormalige advocaat zelf) een termijn gegeven tot aan de roldatum van 14 juli 2026 voor het stellen van een nieuwe advocaat. Er heeft zich uiterlijk op 14 juli 2026, en ook nadien, geen nieuwe advocaat voor [appellant] gesteld.
3. Verdere beoordeling van het hoger beroepDe geldlening
In het tussenarrest heeft het hof zonder voorbehoud vastgesteld dat Asian Food het tegenbewijs heeft geleverd zodat [appellant] (nog) niet heeft bewezen dat hij de per bank overgemaakte bedragen van in totaal € 12.850,- aan Asian Food heeft geleend (rov 5.11). [appellant] is in de gelegenheid gesteld nader bewijs te leveren van zijn stelling dat voormelde bedragen aan Asian Food zijn geleend door het horen van zijn echtgenote als getuige. Tot het horen van deze getuige is het niet gekomen omdat [appellant] niet langer wordt bijgestaan door een advocaat en hij de mogelijkheden om een nieuwe advocaat voor te dragen onbenut heeft gelaten. Uitgangspunt is en blijft dus dat de gestelde geldlening niet is komen vast te staan.De tegenvordering
Dit geschil betreft de Arvira-bestelling en de Enterprise-(ii) bestelling.
De kantonrechter heeft geoordeeld dat Asian Food is geslaagd in het opgedragen bewijs dat de Arvira-bestelling bestemd was voor [appellant] en dat de door Arvira geleverde zaken aan [appellant] ter beschikking zijn gesteld. Het hof heeft [appellant] in de gelegenheid gesteld om ter zake van de Arvira-bestelling [betrokkene] als getuige in contra-enquête te horen. Om de redenen hiervoor vermeld in rov 3.1 is deze getuige niet gehoord. Dat betekent dat er geen nader bewijs in contra-enquête is geleverd of zal worden geleverd. . Het oordeel van de kantonrechter dat de Arvira-bestelling bestemd was voor [appellant] en dat de door Arvira geleverde zaken aan [appellant] ter beschikking zijn gesteld, blijft dus in stand.
Terzake van de Enterprise-(ii) bestelling had het hof al geoordeeld dat het oordeel van de kantonrechter in stand blijft. Slotsom en kosten
Uit het voorgaande, bezien in samenhang met het tussenarrest, volgt dat de grieven falen. Het eindvonnis zal worden bekrachtigd. De kantonrechter heeft de proceskosten tussen partijen gecompenseerd omdat beide partijen over en weer ‘deels in het (on) gelijk zijn gesteld’. In hoger beroep vragen de vennoten zonder dit behoorlijk toe te lichten om [appellant] (mede) te veroordelen in de kosten van de eerste aanleg. Het hof laat op dit punt het oordeel van de kantonrechter in stand. De enkele stelling dat de vennoten geen begrip hebben voor de wijze waarop [appellant] in eerste aanleg heeft geprocedeerd en dat, in de visie van de vennoten, zijn handelen als bedrog of onrechtmatig zou kunnen worden aangemerkt, volstaat niet, te meer niet omdat Asian Food in eerste aanleg daadwerkelijk deels in het ongelijk is gesteld.
Als de in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. De proceskosten worden begroot op:griffierecht: € 346,-salaris advocaat: € 1.290,- (1 punt tarief II)nakosten € 189,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)totaal € 1.825,-
4. Beslissing
Het hof:
bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 17 juli 2024 in het geschil tussen [appellant] en [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2];
veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep en begroot deze op € 1.825,-, te vermeerderen met € 98,- voor nasalaris in geval van betekening van deze beschikking;
verklaart deze beschikking voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.T. Nijhuis, C.J. Verduyn en A.F.J.A. Leijten en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2026 in aanwezigheid van de griffier.