ECLI:NL:GHDHA:2026:2742

ECLI:NL:GHDHA:2026:2742

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 13-08-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer 22-000910-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Veroordeling wegens insluiping in een woning. Ondanks omvangrijk strafblad van de verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf omdat het onwenselijk is om de positieve ontwikkelingen in het leven van de verdachte te doorkruisen met een strafoplegging die (hernieuwde) vrijheidsbeneming met zich meebrengt. Oplegging van geheel onvoorwaardelijke taakstraf van 180 uur in combinatie met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden (met bijzondere voorwaarden). Afwijzing vordering herroeping VI.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Rolnummer: 22-000910-25

Parketnummer: 10-003806-24

VI-nummer: 99-000480-48

Datum uitspraak: 13 augustus 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 7 maart 2025 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,

adres: [woonadres] , [woonplaats] ,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in [naam penitentiaire inrichting] .

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts is de vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidsstelling toegewezen, zoals omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 13 oktober 2023 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres] , alwaar verdachte en/of haar mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een broek (merk Philip Plein), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [het slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd met aanvulling van gronden en met uitzondering van de opgelegde straf. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van 2 jaren onder de bijzondere voorwaarden van een meldplicht en reclasseringstoezicht. Voorts heeft de advocaat-generaal afwijzing van de vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidsstelling en opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis gevorderd.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Het hof zal vanwege de gewijzigde proceshouding de bewijsvoering anders vormgeven en het hof komt ook tot andere beslissingen ten aanzien van de strafoplegging en de vordering herroeping VI.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op of omstreeks 13 oktober 2023 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres] , alwaar verdachte en/of haar mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en), een broek (merk Philip Plein), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [het slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een insluiping in een woning. Vervolgens hebben de verdachte en haar mededader de woning overhoop gehaald op zoek naar goederen van hun gading en hebben zij een dure broek weggenomen. Door aldus te handelen heeft zij blijk gegeven van een gebrek aan respect voor andermans eigendomsrecht en een inbreuk gemaakt op het gevoel van veiligheid en privacy van de bewoner. Voorts veroorzaken dergelijke feiten gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 24 juli 2026, waaruit blijkt dat de verdachte meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten. Daarnaast liep de verdachte ten tijde van het onderhavige feit in een voorwaardelijke invrijheidstelling van eerder aan haar opgelegde gevangenisstraffen voor een diefstal met geweld en (pogingen tot) woninginbraken.

Voorts heeft het hof acht geslagen op een evaluatieverslag van Reclassering Nederland d.d. 2 juli 2026, waaruit onder meer blijkt dat verdachte is opgegroeid binnen de Romacultuur, waarin delictgedrag volgens de reclassering genormaliseerd lijkt te zijn. In gesprekken met de reclassering heeft verdachte aangegeven dat zij met een groot deel van haar familie gebroken heeft nadat zij de laatste keer is gerecidiveerd tijdens haar voorwaardelijke invrijheidstelling. De huidige toezichthouder merkt daarnaast een contactgroei, waarin de verdachte meer durft de te delen en de toezichthouder om hulp vraagt als zij iets wil overleggen.

Ter terechtzitting in hoger beroep hebben de verdachte en haar raadsman verklaard dat zij van 1 augustus 2026 tot en met 29 december 2026 vastzit in het kader van de gedeeltelijke herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling voor de duur van 150 dagen zoals gelast bij arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 15 augustus 2025. Voorts heeft de verdachte verklaard dat de gesprekken met de reclassering goed lopen en dat zij een huurwoning heeft die zij niet kwijt wil en waarvan de huur tot en met eind december wordt betaald. De verdachte heeft ter zitting in hoger beroep het tenlastegelegde bekend en maakt een oprechte indruk als zij zegt zich daarvoor te schamen en na haar detentie met hulp van reclassering een andere weg te willen inslaan.

Naar het oordeel van het hof doet een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf zoals gevorderd door de advocaat-generaal onvoldoende recht aan de ernst van het bewezenverklaarde en het omvangrijke strafblad van de verdachte. Het hof is echter ook van oordeel dat het onwenselijk is om de positieve ontwikkelingen in het leven van de verdachte te doorkruisen met een strafoplegging die (hernieuwde) vrijheidsbeneming met zich meebrengt. Om die reden is het hof - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur in combinatie met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormen. Met die voorwaardelijke gevangenisstraf en de daaraan te verbinden bijzondere voorwaarden beoogt het hof zoveel mogelijk te bewerkstelligen dat de verdachte haar goede voornemens kan waarmaken.

Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling

De veroordeelde is bij vonnis van het Ambtsgericht Augsburg (Duitsland) op 13 september 2018, waarvan de tenuitvoerlegging via WETS is overgenomen onder parketnummer 16-082248-19 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1249 dagen, met aftrek van voorarrest.

Daarnaast is de verdachte bij onherroepelijk arrest van het Gerechtshof te Arnhem op

23 januari 2018 onder parketnummer 21-004299-17 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 weken.

De officier van justitie heeft op 14 mei 2024 een vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling voor de duur van 221 dagen ingediend bij de rechtbank. Deze vordering strekt tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling in verband met het ten laste gelegde feit. De advocaat-generaal heeft - gelet op de eerdere herroepingen - ter zitting in hoger beroep de vordering beperkt tot 33 dagen en gerequireerd tot afwijzing van die vordering.

In hoger beroep is komen vast te staan, dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers het in de onderhavige strafzaak bewezen verklaarde feit begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering is gegrond.

Het hof ziet echter, gelet op de eerdere herroepingen, de actuele ontwikkelingen in het leven van de verdachte en het standpunt van de advocaat-generaal, aanleiding de vordering af te wijzen.

De vordering zal dan ook worden afgewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel gedurende de proeftijd de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:

Geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling in de zaak met VI-nummer 99-000480-48 af.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit arrest is gewezen door mr. B.P. de Boer, als voorzitter, mr. G. Knobbout en mr. N.M. Boersma, leden, in bijzijn van de griffier mr. L.R.A. Besteman.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 13 augustus 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. G. Knobbout
  • mr. N.M. Boersma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand