ECLI:NL:GHDHA:2026:2747

ECLI:NL:GHDHA:2026:2747

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 31-08-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer K26/220166
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Raadkamer
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Vanwege administratief gebrek bij arrondissementsparket geen uitvoering gegeven aan bevel vervolging hof. Desondanks toewijzing bewilligingsverzoek door hof. Het wettelijk systeem voorziet niet in stuiting verjaring door het indienen van een klacht ex artikel 12 Sv of het geven van een bevel vervolging door het hof. Recht tot vervolging daarom vervallen door verjaring.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Raadkamer beklagzaken

Volgnummer: K26/220166

Beschikking gegeven naar aanleiding van het bewilligingsverzoek van de rechercheofficier van justitie namens de hoofdofficier van justitie te Rotterdam van 14 juni 2025, in de beklagzaak (volgnummer K16/0190) van:

[klager] ,

klager,

in deze zaak woonplaats kiezende op het adres van de Gemeente Rotterdam.

1. Het beklag en het vervolg van de procedure

Het beklag in de beklagzaak met volgnummer K16/0190 was gericht tegen de beslissing van de officier van justitie te Rotterdam om [beklaagde], beklaagde, niet te vervolgen voor belediging.

Het hof heeft bij beschikking van 17 augustus 2016 het beklag gegrond verklaard en de strafvervolging gelast van beklaagde ter zake van bedreiging en belediging van een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Voor het verloop van de procedure en hetgeen eerder in deze zaak (met volgnummer K16/0190) is voorgevallen verwijst het hof naar die beschikking van 17 augustus 2016 met het bijbehorende proces-verbaal van de behandeling in raadkamer op 3 augustus 2016.

De rechercheofficier van justitie heeft in haar ambtsbericht namens de hoofdofficier van justitie te Rotterdam verzocht om bewilliging in deze zaak. De rechercheofficier van justitie heeft in haar ambtsbericht naar voren gebracht dat er geen gevolg is gegeven aan het bevel tot vervolging van het hof, in verband met onderbezetting op de administratie bij het arrondissementsparket Rotterdam en verloop van medewerkers die betrokken waren bij de zaak. Hierdoor heeft het permanent monitoren van de artikel 12-zaken niet adequaat plaatsgevonden. De rechercheofficier van justitie komt tot de conclusie dat de feiten thans verjaard zijn en vervolging daarom niet meer mogelijk is.

Bij verslag van 20 maart 2026 heeft de advocaat-generaal het hof geadviseerd het verzoek tot bewilliging toe te wijzen, nu de bedreiging en de belediging thans verjaard zijn.

2. De behandeling in raadkamer

De meervoudige beklagkamer heeft op 17 juni 2026 het bewilligingsverzoek in raadkamer behandeld. Klager is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Beklaagde is niet opgeroepen.

De advocaat-generaal mr. I.J.E.H. Degeling heeft in raadkamer – overeenkomstig haar

eerdere schriftelijke verslag en de door haar overgelegde aantekeningen – het hof

geadviseerd tot bewilliging in het doen uitgaan van een kennisgeving van niet verdere

vervolging aan beklaagde.

De advocaat-generaal heeft na de behandeling in raadkamer een brief gestuurd d.d. 2 juli 2026, waarin zij antwoord geeft op vragen die het hof in raadkamer aan haar heeft gesteld over de afhandeling van beschikkingen van het hof, waarin opdracht is gegeven aan het openbaar ministerie om vervolging in te stellen.

3. De beoordeling van het bewilligingsverzoek

Het hof stelt vast dat er in een aantal individuele zaken, waaronder deze zaak, vanwege administratieve gebreken bij het arrondissementsparket Rotterdam, geen gevolg is gegeven aan door het hof afgegeven bevelen tot vervolging. Het openbaar ministerie heeft zich in al deze zaken op het standpunt gesteld dat vervolging op dit moment niet meer passend of mogelijk is en heeft vervolgens in iedere individuele zaak het hof verzocht om te bewilligen in het niet uitvoeren van het afgegeven bevel.

Het hof heeft, gezien de aard van het bevel vervolging en het bijzondere karakter van de beklagprocedure, overwogen de bewilligingsverzoeken af te wijzen opdat het openbaar ministerie op een openbare strafzitting rekening en verantwoording zal moeten af leggen omtrent de verzuimen die hebben plaatsgevonden.

Het openbaar ministerie heeft in de bewilligingsprocedures evenwel, zowel middels de verhandeling op zitting als in een aanvullend schrijven, rechtstreeks aan het hof verantwoording afgelegd en daarbij blijk gegeven zich bewust te zijn van de fundamentele aard van het uitvoeren van een bevel vervolging en tegen die achtergrond ook excuses gemaakt voor de gerezen situatie. Voorts heeft de advocaat-generaal het hof meegedeeld dat de situatie de aandacht heeft van het College van procureurs-generaal alsmede dat specifiek binnen het ressort Den Haag door het openbaar ministerie inmiddels een werkwijze in gang is gezet die ertoe strekt te voorkomen dat vergelijkbare situaties zich in de toekomst opnieuw voordoen. Daarnaast heeft de advocaat-generaal het hof verzekerd dat zij erop zal toezien dat de betrokken klagers worden geïnformeerd over de eventuele mogelijkheden van geldelijke genoegdoening in verband met de ontstane situatie, alsmede over de wijze waarop een dergelijke vergoeding kan worden verzocht. Verder is aan alle klagers, voor zover van toepassing, een gesprek in het vooruitzicht gesteld. Het hof gaat er gelet op het voorgaande vanuit dat de aangekondigde maatregelen zullen worden uitgevoerd en dat de betrokkenen op korte termijn door het openbaar ministerie van de relevante informatie zullen worden voorzien. Dit alles heeft het hof doen besluiten de onderhavige verzoeken tot bewilliging te beoordelen.

Tegen deze achtergrond komt het hof in deze zaak tot de volgende overwegingen.

Ingevolge artikel 70 van het Wetboek van Strafrecht verjaart het recht tot vervolging voor de onderhavige belediging zes jaren nadat het feit is gepleegd en voor de bedreiging van een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening twaalf jaren. Dit betekent dat vervolging voor beide feiten thans niet meer mogelijk is.

In dit verband merkt het hof op dat, anders dan door het openbaar ministerie is betoogd, het wettelijk systeem er niet in voorziet dat de verjaring wordt gestuit door het indienen van een klacht ex artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering of het geven van een bevel vervolging door het hof.

Het hof zal dan ook moeten bewilligen in het verzoek van de rechercheofficier van justitie om beklaagde niet verder te vervolgen. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het bewilligingsverzoek dient te worden toegewezen. Het hof komt tot deze beslissing in het besef dat dit voor klager een zeer teleurstellende uitkomst is van de onderhavige, langlopende, procedure.

4. De beslissing

Het hof:

Wijst het bewilligingsverzoek toe.

Deze beschikking, waartegen geen gewoon rechtsmiddel openstaat, is gegeven op

31 augustus 2026 door mr. O.M. Harms, voorzitter, mr. T.E. van der Spoel en

mr. A.H.T. de Haas, leden, in tegenwoordigheid van mr. K.J. Duyvis, griffier, en is bij ontstentenis van de griffier, enkel ondertekend door de voorzitter.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. O.M. Harms
  • mr. T.E. van der Spoel
  • mr. A.H.T. de Haas

Griffier

  • mr. K.J. Duyvis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand