ECLI:NL:GHDHA:2026:2770

ECLI:NL:GHDHA:2026:2770

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer 22-002586-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Veroordeling wegens opzettelijk vervoeren en thuis opzettelijk aanwezig hebben grote hoeveelheden hennep en hasj (art. 3 Opiumwet). Geen onrechtmatig binnentreden of onrechtmatige doorzoeking woning, ondanks dat de schriftelijke machtiging tot binnentreden zich niet het dossier bevindt. Gelet op kwijtraken woning ten gevolge van deze strafzaak en huidige persoonlijke omstandigheden grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf, ondanks recidive.

Uitspraak

[verbalisant] ,

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedatum] 1985,

BRP-adres: [BRP-adres] , [woonplaats] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken, waarvan twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep – tenlastegelegd dat:

1.hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te Dordrecht, althans in Nederland, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

- een hoeveelheid van ongeveer 1,78 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep en/of

- een hoeveelheid van ongeveer 100,02 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj,

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te Rotterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 295 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj), waaraan geen andere substanties waren toegevoegd en/of ongeveer 1,6 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken, waarvan twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te Dordrecht, althans in Nederland, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

- een hoeveelheid van ongeveer 1,78 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep en/of

- een hoeveelheid van ongeveer 100,02 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj,

zijnde hennep en hasjiesj telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te Rotterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 295 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj), waaraan geen andere substanties waren toegevoegd en/of ongeveer 1,6 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Bespreking bewijsverweer ten aanzien van feit 2

Standpunt van de raadsvrouw

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw van de verdachte zich – overeenkomstig de door haar overgelegde pleitaantekeningen – op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 2 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken, nu er geen sprake is van wettig en overtuigend bewijs. De raadsvrouw voert daartoe aan dat er zich een vormverzuim ex artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering heeft voorgedaan wegens het onrechtmatig binnentreden van de woning van de verdachte, en het op onrechtmatige wijze doorzoeken van die woning, waardoor bewijsuitsluiting dient te volgen van hetgeen in de woning is aangetroffen.

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van een vormverzuim. Hij heeft daartoe gewezen op pagina 31 van het proces-verbaal, waaruit blijkt dat de woning is betreden op grond van artikel 9 van de Opiumwet. Uit het proces-verbaal van binnentreden in de woning volgt volgens de advocaat-generaal bovendien dat de vereiste machtiging daadwerkelijk is afgegeven. Voorts heeft hij aangevoerd dat de verdachte door het ontbreken van de schriftelijke machtiging in het dossier niet in zijn belangen is geschaad.

Het oordeel van het hof

Het hof overweegt hierover als volgt.

Op 23 oktober 2024 is de verdachte, rijdend in zijn auto over de A16 vanuit de richting Rotterdam, aangehouden in bezit van een pakketje van ongeveer 10 bij 10 centimeter met (vermoedelijk) softdrugs (p. 11). In de kofferbak trof de politie een grote hoeveelheid hennep aan (p. 8). Blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal hebben opsporingsambtenaren later die dag de woning van de verdachte zonder toestemming van de bewoner betreden krachtens een machtiging van de hulpofficier van justitie, welke machtiging op 23 oktober 2024 was afgegeven op grond van artikel 2 en 3 Algemene wet op het binnentreden en artikel 9 lid 1 onder b Opiumwet (p. 31).

Uit de beschrijving van de in de woning verrichte handelingen blijkt dat een verbalisant in een slaapkamer een doorzichtige zak op een wasmand zag liggen met daarin hennep, en een doorzichtige zak op de grond, eveneens met hennep. In de woonkamer zagen verbalisanten een aantal blokken hasj liggen op een wandmeubel. In een andere slaapkamer zag een verbalisant een deur die toegang gaf tot een opbergruimte, waarin op een hoop spullen en dozen een doorzichtige zak met hennep lag. De verbalisanten hebben de zakken hennep en hasj in beslag genomen.

Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat de verbalisanten - mede gelet op de eerdere bevindingen die dag - bevoegd waren de woning te betreden op basis van artikel 9 Opiumwet, en dat – voor zover in het licht van het verweer relevant - geen sprake is geweest van handelingen die verder gaan dan “zoekend rondkijken”; zo zijn geen kasten, laden of andere gesloten of afschermde plaatsen geopend om de aangetroffen softdrugs te lokaliseren. Feitelijk is derhalve geen sprake geweest van een doorzoeking van de woning van de verdachte; dat in het dossier door de verbalisanten op enkele plaatsen de term doorzoeking wordt gebruikt doet daaraan niet af. Het hof stelt met de verdediging vast dat de schriftelijke machtiging tot binnentreden zich niet het dossier bevindt. Het hof ziet echter geen aanleiding om eraan te twijfelen dat deze machtiging daadwerkelijk is afgegeven, terwijl ook niet blijkt dat de verdachte door het ontbreken van de machtiging bij de stukken in enig rechtens te respecteren belang is geschaad. Het enkele niet aan het dossier toevoegen van de machtiging kan in die situatie niet leiden tot de door de raadsvrouw bepleite bewijsuitsluiting van al hetgeen na het binnentreden is aangetroffen.

Naar het oordeel van het hof is gelet op al het voorgaande van onrechtmatig binnentreden dan ook geen sprake geweest.

Het hof verwerpt het verweer en ziet – nu geen sprake is van enig vormverzuim - geen aanleiding voor bewijsuitsluiting.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervoeren en het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid softdrugs. Met zijn handelen heeft de verdachte bijgedragen aan de instandhouding van de handel in verdovende middelen. Het gebruik van softdrugs vormt een bedreiging voor de volksgezondheid en de handel in drugs gaat bovendien vaak gepaard met andere vormen van criminaliteit.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 6 augustus 2026, waaruit blijkt dat de verdachte meest recentelijk in 2021 eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een soortgelijk feit. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen. Voorts heeft het hof rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gebracht. Daarbij heeft het hof in bijzonder acht geslagen op de omstandigheid dat de verdachte als gevolg van het bewezenverklaarde zijn woning is kwijtgeraakt en enige tijd dakloos is geweest. Voorts heeft de verdachte inmiddels een vaste baan. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou deze op het spel kunnen zetten.

Het hof is – alles afwegende en mede in het licht van het in deze zaak toepasselijke taakstrafverbod – van oordeel dat een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur in combinatie met een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormen. Met de oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf wordt overigens ook beoogd een bijdrage te leveren aan het voorkomen van recidive.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22b, 22c, 22d, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 14 (veertien) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door mr. L.C. van Walree, als voorzitter, mr. B.P. de Boer en mr. J.M. ten Voorde, leden, in bijzijn van de griffier mr. D. Teering.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 2 september 2026.

Mr. J.M. ten Voorde en mr. D. Teering zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. B.P. de Boer
  • mr. J.M. ten Voorde

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand