Uitspraak van 1 september 2026 ter herstel van de uitspraak van 27 mei 2026
in het geding tussen:
Stichting [X] te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: R. Brouwer)
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
(vertegenwoordiger: […] )
gedaan ter verbetering van de uitspraak van dit Hof van 27 mei 2026, nummers BK-25/157 en BK-25/158, inzake het hoger beroep van de Inspecteur tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 10 februari 2025, nummers SGR 23/8135 en 23/8136.
De uitspraak in het hoger beroep
Het Hof heeft in deze zaken op 27 mei 2026 uitspraak gedaan. Nadien is het Hof gebleken van een misslag in rechtsoverweging 6.3 en in het dictum van zijn uitspraak.
In rechtsoverweging 6.3 en in het dictum van de uitspraak is een bedrag aan griffierecht vermeld van € 596. Dit bedrag berust op een misslag. Het bedrag had, gelet op het bepaalde in artikel 8:109, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht, € 579 moeten zijn. Naar het oordeel van het Hof is sprake van een kennelijke fout die zich leent voor herstel door middel van de onderhavige hersteluitspraak
Herstel van deze misslag brengt mee dat rechtsoverweging 6.3 van de uitspraak als volgt komt te luiden:
“Nu de uitspraak van de Rechtbank in stand blijft, wordt van de Inspecteur een griffierecht geheven van € 579.”
en de laatste regel van het dictum van de uitspraak als volgt komt te luiden:
“- gelast dat van de Inspecteur een griffierecht wordt geheven van € 579.”
Beslissing
Het Gerechtshof herstelt zijn uitspraak van 27 mei 2026, nummers BK-25/157 en BK25/158, op de hiervoor onder 1.3 vermelde wijze.
Deze hersteluitspraak is vastgesteld door L.D.M.A. Reijs, W. de Wit en J.B.O. Bijl, in tegenwoordigheid van de griffier L. van den Bogerd.
De griffier, de voorzitter,
L. van den Bogerd L.D.M.A. Reijs
De beslissing is op 1 september 2026 in het openbaar uitgesproken.
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.