ECLI:NL:GHDHA:2026:2797

ECLI:NL:GHDHA:2026:2797

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 04-09-2026
Datum publicatie 07-09-2026
Zaaknummer 22-002439-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Verdachte niet strafbaar wegens psychotisch toestandsbeeld, blijkend uit door de verdediging ingebrachte stukken. OVAR. Benadeelde partijen niet-ontvankelijk.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Rolnummer: 22-002439-25

Parketnummers: 10-064104-25, 10-063641-25 en 10-126992-25, in eerste aanleg gevoegd

Datum uitspraak: 4 september 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van

8 augustus 2025 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

blijkens de hem betreffende Informatiestaat SKDB-persoon: Vertrokken Onbekend Waarheen (VOW),

volgens opgave van zijn raadsvrouw ter terechtzitting in hoger beroep bereikbaar via het e-mailadres [e-mailadres] .

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder parketnummer 10-064104-25, het onder parketnummer 10-063641-25 onder 1, 2 en 3, alsmede ter zake van het onder parketnummer 10-126992-25 onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 160 uren, waarvan 60 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest, zodat 98 uren te verrichten taakstraf resteren, subsidiair 49 dagen hechtenis. Daarnaast zijn beslissingen gegeven omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel, zoals in het vonnis nader omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

parketnummer 10-064104-25:

hij op of omstreeks 28 februari 2025 te Rotterdam, een personenauto (voorzien van kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door meermaals, althans eenmaal,

- op/tegen het hoofd, althans tegen het lichaam te slaan en/of

- tegen het lichaam te duwen;

parketnummer 10-063641-25:

1.hij op of omstreeks 27 februari 2025 te Rotterdam, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen ambtenaren, [naam politieambtenaar 1] (hoofdagent Politie Eenheid Rotterdam) en/of [naam politieambtenaar 2] (aspirant Politie Eenheid Rotterdam) en/of [naam politieambtenaar 3] (agent Politie Eenheid Rotterdam), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten ter fixatie bij de staande houding en aanhouding van de verdachte, door:

- één of meerdere malen een schopbeweging te maken,

- weerstand te bieden tegen voornoemde ambtenaren,

- de steunpilaren in de metro vast te houden en/of

- met kracht zijn, verdachtes, arm te bewegen in tegengestelde richting dan de richting waarin die [naam politieambtenaar 1] trachtte de arm te bewegen;

2.hij op of omstreeks 27 februari 2025 te Rotterdam, opzettelijk ambtenaren, te weten

- [naam politieambtenaar 1] (hoofdagent Politie Eenheid Rotterdam),

- [naam politieambtenaar 2] (aspirant Politie Eenheid Rotterdam),

- [naam politieambtenaar 3] (agent Politie Eenheid Rotterdam),

- [naam RET medewerker 1] (buitengewoon opsporingsambtenaar RET),

- [naam RET medewerker 2] (buitengewoon opsporingsambtenaar RET),

- [naam RET medewerker 3] (buitengewoon opsporingsambtenaar RET) en/of

- [naam RET medewerker 4] (buitengewoon opsporingsambtenaar RET), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen: 'Jullie zijn nazi's', althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

3.hij op of omstreeks 27 februari 2025 te Rotterdam, [naam politieambtenaar 1] (hoofdagent bij Politie Eenheid Rotterdam) en/of [naam politieambtenaar 2] (aspirant bij Politie Eenheid Rotterdam) en/of [naam politieambtenaar 3] (agent bij Politie Eenheid Rotterdam) en/of [naam RET medewerker 1] en/of [naam RET medewerker 2] en/of [naam RET medewerker 3] en/of [naam RET medewerker 4] (buitengewoon opsporingsambtenaren bij openbaar vervoer RET), heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door voornoemde ambtenaren de woorden toe te voegen "ik ga een pistool pakken en ga jullie schieten, ik heb een kogel per persoon", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, terwijl dit feit werd gepleegd tegen voornoemde ambtenaren in diens hoedanigheid van politiefunctionaris en buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoer RET;

parketnummer 10-126992-25:

1.hij op of omstreeks 24 februari 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, een paar schoenen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijfsnaam] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.hij op of omstreeks 25 april 2025 te Capelle aan den IJssel en/of Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Partiele vrijspraak parketnummer 10-064104-25

Op grond van de beschikbare wettige bewijsmiddelen heeft het hof niet de overtuiging bekomen dat de verdachte met het in de tenlastelegging bedoelde oogmerk het in de tenlastelegging beschreven geweld en/of bedreiging met geweld heeft gepleegd.

Derhalve zal de verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10-064104-25, het onder parketnummer 10-063641-25 onder 1, 2 en 3, alsmede het onder parketnummer 10-126992-25 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

parketnummer 10-064104-25:

hij op of omstreeks 28 februari 2025 te Rotterdam, een personenauto (voorzien van kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander, toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door meermaals, althans eenmaal,

- op/tegen het hoofd, althans tegen het lichaam te slaan en/of

- tegen het lichaam te duwen;

parketnummer 10-063641-25:

1.hij op of omstreeks 27 februari 2025 te Rotterdam, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen ambtenaren, [naam politieambtenaar 1] (hoofdagent Politie Eenheid Rotterdam) en/of [naam politieambtenaar 2] (aspirant Politie Eenheid Rotterdam) en/of [naam politieambtenaar 3] (agent Politie Eenheid Rotterdam), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten ter fixatie bij de staande houding en aanhouding van de verdachte, door:

- één of meerdere malen een schopbeweging te maken,

- weerstand te bieden tegen voornoemde ambtenaren,

- de steunpilaren in de metro vast te houden en/of

- met kracht zijn, verdachtes, arm te bewegen in tegengestelde richting dan de richting waarin die [naam politieambtenaar 1] trachtte de arm te bewegen;

2.hij op of omstreeks 27 februari 2025 te Rotterdam, opzettelijk ambtenaren, te weten

- [naam politieambtenaar 1] (hoofdagent Politie Eenheid Rotterdam),

- [naam politieambtenaar 2] (aspirant Politie Eenheid Rotterdam),

- [naam politieambtenaar 3] (agent Politie Eenheid Rotterdam),

- [naam RET medewerker 1] (buitengewoon opsporingsambtenaar RET),

- [naam RET medewerker 2] (buitengewoon opsporingsambtenaar RET),

- [naam RET medewerker 3] (buitengewoon opsporingsambtenaar RET) en/of

- [naam RET medewerker 4] (buitengewoon opsporingsambtenaar RET), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen: 'Jullie zijn nazi's', althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

3.hij op of omstreeks 27 februari 2025 te Rotterdam, [naam politieambtenaar 1] (hoofdagent bij Politie Eenheid Rotterdam) en/of [naam politieambtenaar 2] (aspirant bij Politie Eenheid Rotterdam) en/of [naam politieambtenaar 3] (agent bij Politie Eenheid Rotterdam) en/of [naam RET medewerker 1] en/of [naam RET medewerker 2] en/of [naam RET medewerker 3] en/of [naam RET medewerker 4] (buitengewoon opsporingsambtenaren bij openbaar vervoer RET), heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door voornoemde ambtenaren de woorden toe te voegen "ik ga een pistool pakken en ga jullie schieten, ik heb een kogel per persoon", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, terwijl dit feit werd gepleegd tegen voornoemde ambtenaren in diens hoedanigheid van politiefunctionaris en buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoer RET;

parketnummer 10-126992-25:

1.hij op of omstreeks 24 februari 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, een paar schoenen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijfsnaam] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.hij op of omstreeks 25 april 2025 te Capelle aan den IJssel en/of Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2 0,9 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder parketnummer 10-064104-25 en het onder parketnummer 10-126992-25 onder 1 bewezenverklaarde levert telkens op:

diefstal.

Het onder parketnummer 10-063641-25 onder 1 bewezenverklaarde levert op:

wederspannigheid.

Het onder parketnummer 10-063641-25 onder 2 bewezenverklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening,

meermalen gepleegd.

Het onder de parketnummer 10-063641-25 onder 3 bewezenverklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, terwijl het feit wordt gepleegd tegen een persoon in diens hoedanigheid van ambtenaar van politie of buitengewoon opsporingsambtenaar, meermalen gepleegd.

Het in de parketnummer 10-126992-25 onder 2 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte ter zake van het onder parketnummer 10-064104-25, het onder parketnummer 10-063641-25 onder 1, 2 en 3, alsmede het onder parketnummer 10-126992-25 onder 1 bewezenverklaarde

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw, onder verwijzing naar de door haar overgelegde beschikking van de burgemeester van de gemeente Rotterdam waarbij op 2 maart 2025 op grond van artikel 7:1, eerste lid van de van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg ten aanzien van de verdachte een crisismaatregel is genomen, primair bepleit dat de verdachte ter zake van alle hem tenlastegelegde feiten zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging nu hem die feiten niet kunnen worden toegerekend.

Het hof overweegt als volgt.

In het kader van deze strafzaak heeft er geen nader onderzoek naar de psyche van verdachte plaatsgevonden.

Als bijlage bij de hiervoor bedoelde beschikking is een medische verklaring overgelegd, opgesteld door psychiater mw. W.W.K, Chan, Msc gevoegd (hierna: de psychiater). Uit de medische verklaring blijkt het volgende. Op 1 maart 2025 heeft de psychiater de verdachte beoordeeld na zijn aanhouding voor de tenlastegelegde autodiefstal, wegens een mogelijk psychotisch toestandsbeeld. De verdachte heeft een blanco psychiatrische voorgeschiedenis, maar komt de laatste weken (toevoeging hof: vóór 1 maart 2025) op diverse plekken in beeld vanwege verward gedrag. Op 1 maart 2025 komt een constructief gesprek niet van de grond, omdat de verdachte steeds terugkomt op zijn psychotische overtuigingen. Er is geen sprake van ziektebesef. Bij de herbeoordeling de volgende dag, 2 maart 2025, is er volgens de psychiater onverminderd sprake van een manisch-psychotisch beeld, met grootheidsideeën en paranoïdie. Naar het oordeel van de psychiater is er sprake van een ernstig vermoeden van een psychische stoornis. De vermoedelijke diagnose is een manisch-psychotisch toestandsbeeld, in het schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.

Uit de medische verklaring blijkt verder dat de verdachte het idee had achtervolgd te worden en dat hij vanwege dit idee een auto probeerde te stelen. Hij is in de periode vóór 1 maart 2025 meerdere keren in beeld gekomen wegens verward gedrag, zo was de verdachte toen recent in een sloot aangetroffen en vervolgens beoordeeld vanwege verward gedrag. Gelet op het toestandsbeeld van de verdachte was er sprake van gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen. Tot slot blijkt dat de verdachte zich heeft verzet tegen zorgverlening en de psychiater acht hem derhalve wilsonbekwaam en niet in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen als gevolg van een psychotisch toestandsbeeld zonder ziektebesef waarbij de verdachte niet in staat blijkt informatie, keuzes en gevolgen adequaat te overzien.

Het hof stelt vast dat de verdachte in een kort tijdsbestek, in de periode van 24 februari tot en met 28 februari 2025 in beeld is gekomen bij politie en justitie wegens strafbare feiten. Uit de hierboven vermelde bevindingen van de psychiater blijkt dat de verdachte zich op 1 maart 2025, kort na de aanhouding wegens de tenlastegelegde autodiefstal op 28 februari 2025, zich in een manisch-psychotische toestand bevond en dat de verdachte in de weken vóór 1 maart 2025 vaker in beeld is gekomen wegens verward gedrag. Dit terwijl de verdachte daarvoor een blanco voorgeschiedenis had, ook op justitieel gebied.

Het hof ziet op grond van het dossier en de bevindingen van de psychiater voldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat de keuzemogelijkheden en het handelen van verdachte bij het plegen van de strafbare feiten volledig werden bepaald vanuit zijn psychische problematiek. Het hof acht de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten vermeld op de inleidende dagvaardingen met parketnummers 10-064104-25 en 10-063641-25 en voor wat betreft feit 1 vermeld op de inleidende dagvaarding met parketnummer 10-126992-25 daarom volledig ontoerekeningsvatbaar wegens een psychische stoornis als bedoeld in artikel 39 van het Wetboek van Strafrecht. Dat de verdachte zich de feiten kan herinneren en hierover heeft verklaard, maakt niet dat verdachte volledig zelf zijn wil en handelen heeft kunnen bepalen. De verdachte is niet strafbaar en wordt ontslagen van alle rechtsvervolging.

Strafbaarheid van de verdachte ter zake van het onder parketnummer 10-126992-25 onder 2 bewezenverklaarde

Het oordeel dat de verdachte de feiten uit februari 2025 niet kunnen worden toegerekend wegens een psychische stoornis als bedoeld in artikel 39 Wetboek van Strafrecht, gaat naar het oordeel van het hof niet op voor het tenlastegelegde feit dat dateert uit april 2025, zijnde het in bezit hebben van netto 0,9 gram cocaïne. Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ter zake van het onder parketnummer 10-126992-25 onder 2 bewezenverklaarde uitsluit. Dit feit dateert uit april 2025, enige tijd nadat de verdachte opgenomen is geweest in het kader van het manisch-psychotische toestandsbeeld en enige tijd nadat hij hulp en behandeling heeft ontvangen. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte ook in april 2025 in een zodanige toestand verkeerde dat dit feit hem niet kan worden toegerekend. De verdachte is dus strafbaar.

Geen oplegging van straf en/of maatregel ter zake van het onder parketnummer 10-126992-25 onder 2 bewezenverklaarde

De verdachte heeft zich op 25 april 2025 schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid van (netto) 0,9 gram cocaïne.

Uitgangspunt is dat op het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne een strafrechtelijke reactie volgt, nu daardoor de productie van - en de handel in deze verslavende drug, die een risico voor de volksgezondheid vormt, wordt bevorderd.

Het hof acht het echter raadzaam om in het onderhavige geval in verband met de geringe hoeveelheid cocaïne die de verdachte aanwezig heeft gehad en de persoonlijkheid van de verdachte, die blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 13 augustus 2026 bovendien geen andere veroordelingen op zijn naam heeft staan, te bepalen dat met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Vorderingen tot schadevergoeding [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [bedrijfsnaam]

In het onderhavige strafproces zijn de volgende vorderingen tot schadevergoeding aan de orde:

- [slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder parketnummer 10-064104-25 tenlastegelegde, de diefstal van een auto met geweld, tot een bedrag van € 2.862,62, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

- [slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder parketnummer 10-064104-25 tenlastegelegde, de diefstal van een auto met geweld, tot een bedrag van € 2.300,47, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

- [bedrijfsnaam] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder parketnummer 10-126992-25 onder 1 tenlastegelegde, winkeldiefstal, tot een bedrag van € 399,00.

In hoger beroep zijn deze vorderingen aan de orde tot de genoemde in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedragen.

De vorderingen van de benadeelde partijen zijn namens de verdachte (deels) betwist.

Nu in onderhavige strafzaak ten aanzien van de feiten waarop deze vorderingen betrekking hebben aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin toepassing wordt gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, ziet het hof gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, sub a van het Wetboek van Strafvordering geen ruimte om de benadeelde partijen te ontvangen in hun vorderingen.

Gelet op het voorgaande dienen de benadeelde partijen te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de verdediging tegen de respectieve vordering heeft moeten maken, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil.

Anders dan de advocaat-generaal ziet het hof geen aanleiding om in deze zaak een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 10-064104-25, het onder parketnummer 10-063641-25 onder 1, 2 en 3 en het onder parketnummer 10-126992-25 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder parketnummer 10-064104-25, het onder parketnummer 10-063641-25 onder 1, 2 en 3 en het onder parketnummer 10-126992-25 onder 1 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld, verklaart de verdachte niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

Verklaart het onder parketnummer 10-126992-25 onder 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het onder parketnummer 10-126992-25 onder 2 bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Vordering van de benadeelde partij [bedrijfsnaam]

Verklaart de benadeelde partij [bedrijfsnaam] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.

Dit arrest is gewezen door mr. M.A.J. van de Kar, voorzitter, mr. G. Knobbout en

mr. M.E.L. Hendriks, leden, in bijzijn van de griffier mr. C. Hol.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 4 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.A.J. van de Kar
  • mr. G. Knobbout
  • mr. M.E.L. Hendriks

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand