ECLI:NL:GHDHA:2026:2826

ECLI:NL:GHDHA:2026:2826

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 09-09-2026
Datum publicatie 09-09-2026
Zaaknummer 22-001023-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Verkeer: art. 7 Wegenverkeerswet doorrijden na ongeval met letsel. Verdachte ontkent bestuurder te zijn geweest. Art. 5 Wegenverkeerswet.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Rolnummer: 22-001023-25

Parketnummer: 09-082318-23

Datum uitspraak: 9 september 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 19 maart 2025 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

adres: [woonadres] , [woonplaats] .

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het aan hem onder 1 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, alsmede tot een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van negen maanden. Ter zake van het aan hem onder 2 tenlastegelegde is geen straf of maatregel opgelegd.

Voorts is beslist omtrent het inbeslaggenomen voorwerp, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1.dat hij, als degene door wiens gedraging (al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig) een verkeersongeval was veroorzaakt, welk verkeersongeval had plaatsgevonden in Gouda op/aan de Sportlaan, op of omstreeks 18 januari 2023 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl daardoor, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, een ander (te weten [het slachtoffer] ), aan wie bij dat ongeval letsel was toegebracht, in hulpeloze toestand werd achtergelaten;

2.hij op of omstreeks 18 januari 2023 te Gouda als bestuurder van een voertuig (Seat Leon met kenteken [kenteken 1] ), daarmee rijdende op de weg, de Sportlaan,

- met een voor de verkeerssituatie te hoge snelheid heeft gereden, en/of

- niet voldoende links heeft gereden, en/of

- niet voldoende heeft opgelet, en/of

- niet heeft uitgeweken voor een persoon op de weg,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Nadere bewijsoverwegingen

De raadsman heeft – kort gezegd – vrijspraak van de ten laste gelegde feiten bepleit wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte ten tijde van de feiten de bestuurder was van de betreffende personenauto.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Het hof stelt allereerst vast dat op 18 januari 2023 een ongeval heeft plaatsgevonden op de Sportlaan te Gouda. Bij het ongeluk is een Seat Leon met kenteken [kenteken 1] , komende vanuit de richting van de Bernadottelaan, in aanrijding gekomen met een fietser die door de gladheid op het wegdek ten val was gekomen. De bestuurder van de Seat Leon is na het ongeval doorgereden.

Het hof is van oordeel, dat de verdachte ten tijde van het ongeval de bestuurder van de Seat Leon was. Uit de bewijsmiddelen blijkt immers het volgende. De Seat Leon is kort voor het ongeval waargenomen op camerabeelden opgenomen bij de B.M. Telders flat, gevestigd op het Wiarda Beckmanhof te Gouda, gelegen in de directe nabijheid – ongeveer 550 meter – van de plaats van het ongeval. Op deze beelden is te zien dat op 18 januari 2023 omstreeks 7.32 uur in het trappenhuis een persoon naar beneden komt en daarna richting de parkeerplaats van het Wiardi Beckmanhof loopt. Omstreeks 7.34 uur is vervolgens te zien dat een witte Seat Leon wegrijdt in de richting van de Teldersstraat. Op camerabeelden van de gemeente Gouda is te zien dat deze auto daarna wegrijdt in de richting van de Sportlaan. Omstreeks 7.57 uur is te zien dat de bestuurder van de Seat Leon weer terug komt rijden naar de Teldersstraat. Vervolgens is te zien dat om 7.59 uur dezelfde persoon die om 7:32 uur de flat verliet, de B.M. Telders flat weer inloopt en in het trappenhuis naar boven gaat.

Drie verbalisanten hebben de verdachte herkend op de camerabeelden van de B.M. Teldersflat en daarmee dus als degene die de flat verlaat om 07:32 uur en als de persoon die de flat weer betreedt om 07:59 uur. De verbalisanten hebben de verdachte herkend aan de hand van specifieke (lichaams)kenmerken. Voorts hebben twee van deze verbalisanten verklaard de verdachte uit hoofde van hun politiewerkzaamheden eerder (meermaals) contact met de verdacht te hebben gehad. Gelet op de hierboven opgenomen beschrijving van de camerabeelden van de B.M. Teldersflat en van de gemeente Gouda komt het hof tot de conclusie dat de verdachte zowel vlak vóórr als vlak na het ongeval de bestuurder van de Seat Leon met kenteken [kenteken 1] is geweest en dat het daarom niet anders kan dan dat hij als bestuurder betrokken is geweest bij het hierboven vermelde ongeval.

Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de getuige [getuige] , die eigenaar is van de hiervoor bedoelde Seat Leon, zowel tegenover de verbalisanten die bij haar woning langskwamen, als tijdens een later gesprek met de politie en bij de rechter commissaris consistent heeft verklaard dat zij de sleutel van haar auto aan haar ex-vriend had gegeven en dat zij van hem heeft gehoord dat hij de sleutel weer aan de verdachte had gegeven. Zij heeft ook direct informatie over de verdachte aan de politie gegeven die later juist bleek te zijn. Het hof ziet geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van deze verklaringen. Hetgeen de raadsman verder nog heeft aangevoerd maakt dat niet anders.

Voorts acht het hof niet aannemelijk geworden dat, voor zover dit al kan worden aangemerkt als een alternatief scenario, een ander op het moment van het ongeval de bestuurder was. Daarvoor ziet het hof geen enkele aanwijzing. Het feit dat ene [persoon] op 19 januari 2023 naar de politie is gegaan en heeft verklaard dat hij de bestuurder is geweest van de auto ten tijde van het ongeval, doet naar het oordeel van het hof aan het voorgaande niets af. Zijn verklaring wordt door het hof als ongeloofwaardig en onbetrouwbaar terzijde geschoven. [persoon] heeft op essentiële punten met betrekking tot de auto van [getuige] en (de toedracht van) het ongeval aantoonbaar onjuist verklaard. Zo heeft hij verklaard dat de persoon die hij zou hebben aangereden, volgens hem op een bakfiets reed die linksaf wilde slaan op de Marathonlaan in Gouda, en dat het ongeval al tussen 6.30 en 7.30 uur zou zijn gebeurd. Over de auto heeft hij verteld dat die handgeschakeld was, terwijl het blijkens de foto op pagina 96 in het dossier ging om een automatische versnellingsbak.

Gelet op het voorgaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 18 januari 2023 als bestuurder van een personenauto een verkeersongeval heeft veroorzaakt, waarbij aan [het slachtoffer] letsel is toegebracht, en hij daarna de plaats van het ongeval heeft verlaten, terwijl de verdachte wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat door het ongeval aan een ander letsel was toegebracht. Het hof acht daarbij nog het volgende van belang. Bij onderzoek is gebleken dat de Seat Leon, aangetroffen na het ongeval bij de B.M. Teldersflat, forse schade had, waaronder aan de voorruit van de auto. Verbalisanten hebben gezien dat de voorruit van de auto stuk was, dat die plek helemaal verbrijzeld was en ongeveer vijf centimeter ingedeukt was. Daarnaast heeft één van de getuigen een harde klap gehoord op het moment van de aanrijding. Ook is de verdachte vlak na de aanrijding op hoge snelheid weggereden. Gelet op deze omstandigheden, in het bijzonder de zeer forse ruitschade, had de verdachte naar het oordeel van het hof minst genomen redelijkerwijs moeten vermoeden dat [het slachtoffer] letsel was toegebracht door de aanrijding. Vervolgens heeft de verdachte door weg te rijden en zichzelf niet om de bestuurder van de fiets te bekommeren heeft de verdachte [het slachtoffer] in een hulpeloze toestand achtergelaten.

De verweren van de raadsman worden verworpen.

Ten aanzien van feit 2

Vastgesteld kan worden dat de verdachte (anders dan van hem verwacht mocht worden) niet in staat is gebleken een aanrijding te voorkomen, terwijl hij – gelet op het tijdstip waarop het ongeluk plaatsvond (rond 08.00 uur in de ochtend op een doordeweekse dag) – bedacht had moeten zijn op de aanwezigheid van stilstaand (fiets)verkeer op de weg waarop hij reed en hij zijn snelheid daarop had moeten aanpassen. Ook de omstandigheden dat het nog niet licht was en dat het die nacht had gevroren (met mogelijke gladheid tot gevolg) noopten daartoe. Uit de omstandigheid dat hij de door hem bestuurde auto niet tijdig tot stilstand heeft gebracht, dan wel zijn snelheid en/of plaats op de rijbaan zodanig heeft aangepast dat hij een aanrijding met het slachtoffer kon voorkomen, in samenhang bezien met de verklaringen van getuigen, inhoudende dat de verdachte met hoge snelheid kwam aanrijden, leidt het hof af dat de verdachte zich zodanig heeft gedragen dat daardoor gevaar op de weg werd veroorzaakt. Dat de verdachte van de aanrijding geen enkel verwijt kan worden gemaakt, bijvoorbeeld omdat redelijkerwijs niet voorzienbaar was dat het slachtoffer zich op de bewuste plaats op de weg zou bevinden, is gesteld noch aannemelijk geworden.

De verweren van de raadsman worden ook in zoverre verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.dat hij, als degene door wiens gedraging (al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig) een verkeersongeval was veroorzaakt, welk verkeersongeval had plaatsgevonden in Gouda op/aan de Sportlaan, op of omstreeks 18 januari 2023, de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl daardoor, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, een ander, (te weten [het slachtoffer] ), aan wie bij dat ongeval letsel was toegebracht, in hulpeloze toestand werd achtergelaten;

2.hij op of omstreeks 18 januari 2023 te Gouda als bestuurder van een voertuig (Seat Leon met kenteken [kenteken 1] ), daarmee rijdende op de weg, de Sportlaan,

- met een voor de verkeerssituatie te hoge snelheid heeft gereden, en/of

- niet voldoende links heeft gereden, en/of

- niet voldoende heeft opgelet, en/of

- niet heeft is uitgeweken voor een persoon op de weg,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan gevaarlijk rijgedrag en is hierdoor op de Sportlaan te Gouda in aanrijding gekomen met een destijds 12-jarige fietser. Na de aanrijding is hij, ondanks de klap en de forse schade aan de voorruit, doorgereden zonder zich ervan te vergewissen hoe het met het slachtoffer was gesteld. Het slachtoffer heeft als gevolg van de aanrijding aanzienlijk letsel opgelopen, waaronder een hersenschudding en letsel aan haar schouder en bovenarm, waarvoor zij is geopereerd. Haar herstel heeft vervolgens maanden geduurd. Het feit dat de verdachte zich onder deze omstandigheden aan de plaats van het ongeval heeft onttrokken en het jonge slachtoffer, zonder zich om haar toestand te bekommeren, heeft achtergelaten, rekent het hof de verdachte zwaar aan. Voorts heeft de verdachte met zijn handelen blijk gegeven van een miskenning van zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer, kennelijk met als doel zijn (strafrechtelijke) aansprakelijkheid voor de gevolgen van zijn handelen te ontlopen.

Daarnaast rekent het hof de verdachte aan dat hij, ook blijkens zijn proceshouding in hoger beroep, geen verantwoordelijkheid voor zijn strafbare handelen wenst te nemen.

Voorts heeft het hof in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 13 augustus 2026, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een verkeersdelict.

Het hof is – alles afwegende – van oordeel dat ter zake van het onder 1 tenlastegelegde een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur alsmede een geheel onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur een passende en geboden reactie vormen.

Daarnaast is het hof – gelet op het gevaarzettende karakter van het rijgedrag van de verdachte – van oordeel dat ter zake van feit 2 een geheel onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Beslag

Ten aanzien van de onder 1 op de bijgevoegde beslaglijst genoemde personenauto behoeft het hof geen beslissing te nemen, nu de advocaat-generaal ter terechtzitting in hoger beroep te kennen heeft gegeven dat deze reeds aan de rechthebbende, te weten [getuige] , is teruggegeven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op artikel 62 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 7, 176, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 (negen) maanden.

Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 (drie) maanden.

Dit arrest is gewezen door mr. B.P. de Boer, als voorzitter, en mr. E.C. van Veen en mr. M.E.L. Hendriks, leden, in bijzijn van de griffier mr. M.S. Karsters.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 9 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. E.C. van Veen
  • mr. M.E.L. Hendriks

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand