ECLI:NL:GHDHA:2026:2959

ECLI:NL:GHDHA:2026:2959

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 11-09-2026
Datum publicatie 29-09-2026
Zaaknummer 22-001738-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Vrijspraak van bedreiging en vernieling (door het schieten op een woning). Niet is vast te stellen hoe de gang van zaken bij de woning is geweest en welke rol verdachte en medeverdachte hebben gespeeld bij het schietincident. Wel gevangenisstraf van 10 maanden opgelegd wegens vuurwapenbezit.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Rolnummer: 22-001738-24

Parketnummer: 09-341241-23

Datum uitspraak: 11 september 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 8 mei 2024 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

adres: [woonadres] , [woonplaats] .

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1 en 2 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van het voorarrest. Voort is een beslissing genomen op de vordering van de benadeelde partij, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:

1. hij op of omstreeks 25 december 2023 te ‘s-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] en personen die zich bevonden in de woning op het adres [adres 1] en/of [adres 2] opzettelijk van het leven te beroven, met een vuurwapen, meermalen op de woning gelegen aan de [adres 1] heeft geschoten, waarbij een of meer kogel(s) het raam van [adres 1] heeft/hebben doorboord, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 25 december 2023 te ‘s-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] en personen die zich bevonden in de woning op het adres [adres 1] en/of [adres 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, voornoemde woningen meermalen met een vuurwapen heeft beschoten, waarbij een of meer kogel(s) het raam van [adres 1] heeft/hebben doorboord, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 25 december 2023 te ‘s-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of de bewoners van het [adres 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door meermalen, althans eenmaal, met een volgladen) vuurwapen naar de woning van die [slachtoffer 1] is gegaan en daar meermalen, althans eenmaal, met dat vuurwapen (vanaf een galerij) heeft geschoten in de richting van de woning aan het [adres 2] waarbij de woning aan het [adres 1] is geraakt;

2.hij op of omstreeks 25 december 2023 te ‘s-Gravenhage tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk een voorruit en/of plafond, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de bewoners van het adres [adres 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt:

3.hij op of omstreeks 12 januari 2024 te Utrecht, althans in Nederland twee, althans minstens één wapen van categorie lil, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een omgebouwde alarmrevolver, van het merk BBM, type Olympic 38, kaliber .22 LR (Long Rifle) zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 16, .22 LR randvuurmunitie voorhanden heeft gehad.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van onder 1 meer subsidiair, 2 primair en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden met aftrek van het voorarrest.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Het hof stelt vast dat op 25 december 2023 te ‘s-Gravenhage gedurende de nacht meerdere malen met een vuurwapen is geschoten, waarbij een raam en daarna het plafond in de woonkamer van de woning aan het [adres 1] door een kogel zijn getroffen. In die woning lagen op dat moment de bewoners in de slaapkamer te slapen, waaronder [slachtoffer 2] . Het hof is van oordeel dat het dossier weliswaar sterke aanwijzingen bevat die het vermoeden rechtvaardigen van betrokkenheid van de verdachte bij de tenlastegelegde feiten, maar is van oordeel dat daarin geen wettig en overtuigend bewijs besloten ligt dat de verdachte de aan hem ten laste gelegde feiten daadwerkelijk heeft gepleegd dan wel dat er bewijs is voor medeplegen van die feiten. Het hof overweegt daartoe als volgt.

Dat de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] (hierna: de medeverdachte) in de bewuste nacht bij de woning aan het [adres 1] te ’s-Gravenhage zijn geweest, kan met grote waarschijnlijkheid worden afgeleid uit veiliggestelde camerabeelden waarop een zilvergrijze Citroën Xsara Picasso met kenteken [kenteken] te zien is waaruit 2 mannen stappen, en er beelden van datzelfde voertuig bij een tankstation op de Laan van NOI later diezelfde nacht zijn waarop te zien is dat uit die auto 2 mannen stappen die zijn herkend als de verdachte en de medeverdachte, alsmede uit de tekst van een opgenomen telefoongesprek waarin het waarschijnlijke doelwit van het schietincident (een bewoner van het pand boven het beschoten pand, die eerder ook bedreigd zou zijn) de voornaam van de verdachte noemt.

In haar requisitoir heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat naast deze omstandigheden ten bewijze van de feiten steun zou kunnen worden ontleend aan een aangifte van [aangever] op 2 februari 2024, waarin die aangever verklaart over een bedreiging die zou hebben plaatsgevonden enkele uren voorafgaand aan het schietincident op 25 december 2023, waarbij de medeverdachte samen met een persoon die zich voordeed als ' [naam] ' aan [aangever] deur zou zijn gekomen en een wapen op hem, [aangever] , zou hebben gericht en die ‘ [naam] ’ daarbij een op aangever [aangever] gericht pistool in de hand zou hebben gehad. Deze stellingname van de advocaat-generaal houdt naar het oordeel van het hof evenwel geen stand. Het hof stelt vast dat die aangifte niet tot enig onderzoek heeft geleid, zoals het horen van de verdachte en de medeverdachte. Om die reden laat zich de relevantie van die enkele aangifte niet beoordelen en kan die niet voor het bewijs worden gebruikt.

Op basis van het dossier en de onderzoeken ter terechtzitting stelt het hof vast dat niemand (één van) de twee bij de woning van aangever uit de auto gestapte mannen daadwerkelijk heeft zien schieten. Nu de medeverdachte gebruik heeft gemaakt van zijn zwijgrecht, en de verdachte evenmin een inhoudelijke verklaring heeft afgelegd over het mogelijk daderschap, blijft daarmee onduidelijk wie de schutter is geweest. Evenmin kan het hof vaststellen wat de eventuele rol van de verdachte is geweest. Het hof stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van medeplegen vereist is dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking, waarbij de verdachte een wezenlijke bijdrage aan het delict moet hebben geleverd en zijn opzet gericht moet zijn geweest op zowel die samenwerking als het strafbare feit zelf. Naar het oordeel van het hof is een dergelijke samenwerking niet voldoende komen vast te staan. Het dossier bevat geen bewijs van een gezamenlijk plan om de woning te beschieten en evenmin bewijs van een gezamenlijke uitvoering, of van enige andere wezenlijke bijdrage van de verdachte, ook niet in onderling verband en samenhang bezien. Ook voor medeplichtigheid ontbreekt voldoende bewijs. Niet kan worden vastgesteld wie van de ter plekke aanwezigen heeft geschoten en evenmin kan dus worden vastgesteld of en zo ja, op welke wijze de een de ander heeft geholpen, en dus ook niet of en in welke mate het opzet van de verdachte op het tenlastegelegde gericht is geweest. De enkele omstandigheid dat de verdachte en de medeverdachte naar alle waarschijnlijkheid ter plekke aanwezig waren, dat er op de woning is geschoten en dat zij later samen bij een tankstation zijn gezien is naar het oordeel van het hof onvoldoende voor een bewezenverklaring van medeplegen, dan wel medeplichtigheid.

Naar het oordeel van het hof is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Nadere bewijsoverweging feit 3

Het hof stelt de volgende feiten en omstandigheden vast en overweegt daartoe, met de rechtbank, als volgt.

Op 12 januari 2024 vond er een doorzoeking plaats aan de [adres 3] in Utrecht

op grond van de Wet wapens en munitie. Tijdens de doorzoeking werd een tasje met twee

vuurwapens aangetroffen onder het hoofdkussen op het bed waar verdachte en [betrokkene]

werden aangetroffen. De twee aangetroffen vuurwapens waren elk geladen met acht

scherpe patronen.

De inbeslaggenomen vuurwapens betroffen twee omgebouwde alarmrevolvers van het merk

’BBM’, het model ‘Olympic 38’ en waren van het kaliber '.22 LR (Long Rifle)’. Door het

vervangen van de lopen is het kaliber gewijzigd van ‘.22 knal’ naar ‘.22 LR’ en is het

mogelijk om met de wapens scherpe patronen van het kaliber .22 LR te verschieten. Beide

vuurwapens waren geladen en gebruiksklaar. Deze wapens zijn vuurwapens in de zin van

artikel 1 onder 3e, gelet op artikel 2, lid I, categorie III sub 1 van de Wet wapens en

munitie. In deze vuurwapens werden 16 stuks randvuurmunitie van het kaliber .22 LR

aangetroffen. De aangetroffen patronen is munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op

artikel 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie.

Op de revolver inbeslaggenomen onder nummer [nummer 1] is op de ‘randen houten

delen revolver’ het DNA van verdachte aangetroffen. Ook de andere twee bemonsteringen

van dit vuurwapen bevatte een relatief grote hoeveelheid DNA van verdachte. Alle drie de

bemonsteringen van de revolver inbeslaggenomen onder nummer [nummer 2] bevatte

een relatief grote hoeveelheid DNA van verdachte.

Het hof acht op grond van de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden wettig

en overtuigend bewezen dat verdachte op 12 januari 2024 twee revolvers en bijhorende

munitie voorhanden heeft gehad, zoals onder 3 ten laste is gelegd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

3.

hij op of omstreeks 12 januari 2024 te Utrecht, althans in Nederland twee, althans minstens één wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een omgebouwde alarmrevolvers, van het merk BBM, type Olympic 38, kaliber .22 LR (Long Rifle) zijnde een vuurwapens in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 16, .22 LR randvuurmunitie voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en

het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in zijn bezit hebben van twee - geladen -

vuurwapens en zestien stuks bijbehorende randvuurmunitie. Dit is een ernstig feit. Het

onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens maakt een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Het ongecontroleerde bezit van een vuurwapen vormt een onaanvaardbaar risico

en een aanzienlijke bedreiging voor de veiligheid van personen in de samenleving. In het

algemeen geldt dat vuurwapens een groot gevaar voor de samenleving vormen en helaas

vindt er in Nederland de laatste jaren veel vuurwapengeweld plaats. Daarom moet streng

worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 18 augustus 2026, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.

Het hof heeft daarnaast kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte

van 22 maart 2024, waaruit volgt dat sprake is van problematiek en van een hoog

recidiverisico. Verdachte komt aanhoudend met justitie in aanraking voor een diversiteit aan

delictgedrag, maar volgens verdachte en zijn vriendin was hij de afgelopen drie jaar goed op

weg om een stabiel leven voor zichzelf te realiseren. Verdachte benoemt zelfstandig met

middelengebruik te zijn gestopt, stappen gezet te hebben om als cv-monteur/zonnepaneel-

installateur aan de slag te gaan en al drie jaar een stabiele relatie te hebben. De reclassering

ziet echter aanwijzingen voor nog altijd actuele verslavingsproblematiek, een pro crimineel

netwerk en delictgerelateerde problemen op het gebied van zijn psychosociaal functioneren.

Gelet op het hoge recidiverisico en de aanwezige criminogene factoren ziet de reclassering

aanleiding om strafrechtelijke interventies te adviseren. Binnen een dergelijk traject dient

ingezet te worden op onderzoek naar zijn cognitief functioneren, naast behandeling gericht

op ADHD problematiek, delictpreventie, agressieregulatie en traumaverwerking. Hiernaast

dient zijn middelengebruik inzichtelijk gemaakt te worden en indien nodig behandeld te

worden. De reclassering adviseert dan ook om bij een veroordeling aan verdachte een

(deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen en deze voorwaarden

dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Het hof heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht

bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Daarin is als uitgangspunt vermeld

een gevangenisstraf van vier maanden voor het voorhanden hebben van een wapen van

categorie III (pistolen/revolvers/geweren) in een woning. Ook slaat het hof acht op

uitspraken in soortgelijke zaken.

Het hof overweegt met betrekking tot het procesverloop in deze zaak het volgende.

De verdachte is op 16 mei 2024 in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank, terwijl het dossier bij het hof is binnengekomen op 25 maart 2025 en dit arrest wordt gewezen op 11 september 2026. Daarmee heeft de behandeling in hoger beroep niet plaatsgevonden binnen de als redelijk te beoordelen termijn van twee jaren. De overschrijding van de redelijke termijn bedraagt ruim vier maanden en de inzendtermijn is met ruim twee maanden overschreden. Vanwege deze geringe overschrijding is het hof van oordeel dat kan worden volstaan met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden.

Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het hof van oordeel dat niet kan worden

volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming.

Strafverzwarend is bovendien het gegeven dat de beide vuurwapens geladen en dus

schietklaar waren, de vuurwapens binnen het handbereik van verdachte zijn aangetroffen en

het feit dat verdachte eerder voor wapenbezit is veroordeeld. Alles overwegende kan niet

anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf

voor de duur van tien maanden. Voor oplegging van een voorwaardelijk strafdeel ziet het hof geen aanleiding.

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 2]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde tot een bedrag van € 500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

Omdat verdachte van de hem ten laste gelegde feiten wordt vrijgesproken, zal het hof

de benadeelde partij op de voet van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaren in de vordering en bepalen dat verdachte en de

benadeelde partij ieder hun eigen proceskosten dragen

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door mr. H.C. Wiersinga, als voorzitter, mr. Chr.A. Baardman en mr. A. de Lange, leden, in bijzijn van de griffier mr. T. Kherad.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 11 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. Chr.A. Baardman
  • mr. A. de Lange

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand