GERECHTSHOF DEN HAAG
Team Familie
zaaknummer : 200.344.771/01
rekestnummer rechtbank : FA RK 21-6907
zaaknummer rechtbank : C/09/619247
beschikking van de meervoudige kamer van 18 februari 2026 op het verzoek ex artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
inzake
[de moeder] ,
wonende op een bij het hof bekend adres,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. F.G.T. Meershoek te Den Haag,
tegen
[de vader] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. J.B. Peters te Zoetermeer.
In zijn adviserende en/of toetsende taak is in de procedure gekend:
de raad voor de kinderbescherming,
regio Haaglanden,
hierna te noemen: de raad.
1. Het verloop van de procedure
Het hof heeft in deze zaak op 3 december 2025 een beschikking (hierna ook te noemen: de beschikking) gegeven.
Van de advocaat van de moeder is op 8 december 2025 een e-mail ingekomen, waarin zij verzoekt om verbetering van de beschikking. Verzocht wordt in de laatste zin van rechtsoverweging 2.2 van de beschikking ‘gezag’ te wijzigen in ‘omgangsregeling’ en in de laatste zin van rechtsoverweging 2.3 van de beschikking ‘omgangsregeling’ te wijzigen in ‘gezag’.
De advocaat van de vader is in de gelegenheid gesteld op dat verzoek te reageren. Bij e-mail van 19 december 2025, bij het hof ingekomen op diezelfde datum, heeft zij het hof laten weten dat de vader geen bezwaar heeft tegen toewijzing van het verzoek van de moeder tot herstel van de beschikking.
2. De beoordeling
Op grond van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter op verzoek van een partij dan wel ambtshalve kennelijke rekenfouten, schrijffouten of andere kennelijke fouten die zich voor eenvoudig herstel lenen. Het hof is van oordeel dat in het onderhavige geval sprake is van fouten die voor betrokkenen kenbaar waren en die zich voor eenvoudig herstel lenen. Het hof overweegt daartoe als volgt.
In de beschikking is in de laatste zin van rechtsoverweging 2.2 (‘Het voorgaande maakt dat het hof de bestreden beschikking bekrachtigt voor zover daarbij het verzoek van de man met betrekking tot het gezag is afgewezen.’) het woord ‘gezag’ opgenomen, terwijl die rechtsoverweging ziet op de omgangsregeling tussen de minderjarige en de vader.
In de beschikking is in de laatste zin van rechtsoverweging 2.3 (‘Het hof zal daarom de bestreden beschikking voor zover daarbij het verzoek van de man een omgangsregeling vast te stellen is afgewezen.’) het woord ‘omgangsregeling’ opgenomen, terwijl die rechtsoverweging ziet op het ouderlijk gezag over de minderjarige. Het hof heeft daarnaast geconstateerd dat zich in die zin nog een kennelijke schrijffout voordoet die zich voor eenvoudig herstel leent, nu daarin na de woorden ‘bestreden beschikking’ het woord ‘bekrachtigen’ ontbreekt.
Het hof zal het verzoek van de moeder tot verbetering dan ook toewijzen en de door het hof geconstateerde schrijffout herstellen.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
3. Beslissing
Het hof:
verbetert de op 3 december 2025 in deze zaak uitgesproken beschikking, in die zin:
dat waar in rechtsoverweging 2.2 staat:
‘Het voorgaande maakt dat het hof de bestreden beschikking bekrachtigt voor zover daarbij het verzoek van de man met betrekking tot het gezag is afgewezen.’
dit wordt gewijzigd in:
‘Het voorgaande maakt dat het hof de bestreden beschikking bekrachtigt voor zover daarbij het verzoek van de man tot het vaststellen van een omgangsregeling is afgewezen’.;
dat waar in rechtsoverweging 2.3 staat:
‘Het hof zal daarom de bestreden beschikking voor zover daarbij het verzoek van de man een omgangsregeling vast te stellen is afgewezen.’
dit wordt gewijzigd in:
‘Het hof zal daarom de bestreden beschikking bekrachtigen voor zover daarbij het verzoek van de man betreffende het gezag is afgewezen.’;
bepaalt dat deze verbeteringen met vermelding van de dag van deze uitspraak op de minuut van voormelde beschikking wordt gesteld;
handhaaft de beschikking van 3 december 2025 voor het overige;
beveelt afgifte van de met inachtneming van deze beslissing verbeterde authentieke afschriften
van de voornoemde beschikking;
bepaalt dat partijen, voor zover zij dat niet reeds hebben gedaan, de eerder verstrekte afschriften, opgemaakt in executoriale vorm, binnen twee weken na heden aan de griffier doen
toekomen.
Deze beschikking is gegeven door mrs. mrs. A. Zonneveld, C.M. van der Kleijn en C.S.F. de Nijs, bijgestaan door mr. M.N.C. Zuiderwijk als griffier en is op 18 februari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.