GERECHTSHOF DEN HAAG
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.339.275/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/10/643677 / HA ZA 22-685
Arrest van 14 juli 2026
in de zaak van
[naam 1] q.q. en [naam 2] q.q.,
beiden in hun hoedanigheid van curator van [appellant]
,
wonend te [woonplaats] ,
appellanten,
advocaat: mr. E.W. Bosch, kantoorhoudend in Maasdijk,
tegen
Allianz Benelux N.V., tevens h.o.d.n. Allianz Nederland Schadeverzekering,
gevestigd in Brussel (België),
geïntimeerde,
advocaat: mr. M.R. Lauxtermann, kantoorhoudend in Amsterdam.
Het hof noemt partijen hierna [curatoren] en Allianz.
1. Het verzoek
Bij per e-mail toegezonden brief van 8 juni 2026 heeft mr. Lauxtermann namens Allianz aan het hof verzocht om tussentijds cassatieberoep open te stellen van het door dit hof tussen partijen gewezen arrest van 24 maart 2026, waarbij dit hof een tussenvonnis van de rechtbank Rotterdam heeft bekrachtigd met verbetering en aanvulling van gronden, en de zaak heeft terugverwezen naar de rechtbank Rotterdam ter verdere behandeling en beslissing.
Het hof heeft [curatoren] om een reactie gevraagd. Namens [curatoren] heeft mr. Bosch bij e-mail van 26 juni 2026 laten weten zich te refereren aan het oordeel van het hof.
2. De beoordeling van het verzoek
Het verbod op tussentijds cassatieberoep is in de wet opgenomen om vertraging in de afdoening van de zaak tegen te gaan. Ter onderbouwing van haar verzoek heeft Allianz aangevoerd dat in het arrest van het hof enkele principiële beslissingen zijn genomen die Allianz aan de Hoge Raad wenst voor te leggen. Als de zaak eerst moet worden uitgeprocedeerd en vervolgens nog – na een eindarrest van het hof – cassatieberoep moet worden ingesteld, loopt de zaak veel vertraging op aldus Allianz, met grote onzekerheid voor partijen als gevolg.
Het hof is in het licht van de gegeven toelichting van oordeel dat het toestaan van tussentijds cassatieberoep in dit geval doelmatig is en niet zal leiden tot een ontoelaatbare vertraging van de procedure. Nu ook de [curatoren] daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, zal het hof de gevraagde toestemming geven.
3. De beslissing
Het hof:
Dit arrest is gewezen door mrs. D.A. Schreuder, C.J. Verduyn en P.M. Leerink en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026 in aanwezigheid van de griffier.