Onderzoek van de zaak
Rolnummer: 22-001780-25
Parketnummer: 10-014021-22
Datum uitspraak: 17 september 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 4 juni 2025 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [plaats] op [dag] 1963,
door de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep opgegeven brp- en postadres per 4 september 2026: [adres].
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast is aan de verdachte als bijkomende straf opgelegd de ontzetting van het recht tot uitoefening van het beroep van boekhouder dan wel enig beroep als financieel administrateur voor de duur van drie jaren, welk beroepsverbod ingaat op de dag dat de verdachte het onvoorwaardelijk deel van de hem opgelegde gevangenisstraf heeft ondergaan.
Ten slotte is de teruggave aan de verdachte gelast van de navolgende op de beslaglijst vermelde inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven geldbedragen:
o 500 EUR (omschrijving PL1700-2021349371-6387493);
o 5000 EUR (omschrijving: PL1700-2021349371-6387506).
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1
Feit 1 (de facturen):
hij in of omstreeks de periode van 4 september 2017 tot en met 18 januari 2021 ,
te Spijkenisse, althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal
(telkens) opzettelijk
een geldbedrag ter hoogte van totaal 185.640,- euro,
in elk geval enig goed,
geheel of ten dele toebehoorde aan [(rechts)personen].
in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,
en welk goed verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking danwel uit
hoofde van zijn beroep, te weten (als) boekhouder van [bedrijven],
elk geval anders dan door misdrijf onder zich had,
wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 4 september 2017 tot en met 18 januari 2021 ,
te Spijkenisse, althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal
een geldbedrag ter hoogte van totaal 185.640,- euro,
in elk geval enig goed,
geheel of ten dele toebehoorde aan [(rechts)personen]
in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,
in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2
Feit 2 (de lening):
hij in of omstreeks de periode van 18 mei 2020 tot en met 19 mei 2021,
te Spijkenisse, althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
(telkens) opzettelijk
een geldbedrag ter hoogte van totaal 85.145,- euro,
in elk geval enig goed,
geheel of ten dele toebehoorde aan [(rechts)persoon], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,
en welk goed verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking danwel uit
hoofde van zijn beroep, te weten (als) boekhouder van [bedrijven],
elk geval anders dan door misdrijf onder zich had,
wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 18 mei 2020 tot en met 19 mei 2021,
te Spijkenisse, althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
een geldbedrag ter hoogte van totaal 85.145,- euro,
in elk geval enig goed,
geheel of ten dele toebehoorde aan [(rechts)persoon], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,
in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.
Het vonnis waarvan beroep
De behandeling van de zaak ter terechtzitting in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de rechtbank.
Hoewel de in hoger beroep thans wel aanwezige verdachte ter terechtzitting in hoger beroep nog spijt heeft betuigd over zijn handelen, heeft de rechtbank bij de bepaling van de op te leggen straf reeds met de diverse door de raadsvrouw geschetste strafmatigende omstandigheden rekening gehouden en deze in de op te leggen straf verdisconteerd. Ook het hof komt al met al niet tot een ander inzicht in de straftoemeting.
Het vonnis waarvan beroep dient derhalve te worden bevestigd.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. A.E. Harteveld, voorzitter, mr. E.A. Poppe-Gielesen en
mr. A.S.I. van Delden, leden, in bijzijn van de griffier mr. C. Hol.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 17 september 2026.