ECLI:NL:GHDHA:2026:2991

ECLI:NL:GHDHA:2026:2991

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 06-10-2026
Datum publicatie 05-10-2026
Zaaknummer 22-000106-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Veroordeling voor het plegen van ontuchtige handelingen, mede bestaande uit seksueel binnendringen, met een persoon jonger dan zestien jaren. Eendaadse samenloop. Voldoende ondersteunend bewijs voor verklaring slachtoffer. Hof legt een gevangenisstraf op van 93 dagen, waarvan negentig dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, alsmede een taakstraf voor de duur van 120 uren.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Rolnummer: 22-000106-25

Parketnummer: 10-681038-19

Datum uitspraak: 6 oktober 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 23 juli 2021 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Togo) op [geboortedatum 1] 1997,

adres: [woonadres] , [woonplaats] .

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en – na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad der Nederlanden – het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest. Daarnaast is aan de verdachte opgelegd een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van drie jaren, inhoudende een contactverbod met [het slachtoffer] .

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

01 juni 2019 tot en met 06 juli 2019 te Dordrecht

(meermalen) (telkens) met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar

nog niet die van zestien had bereikt, te weten met [het slachtoffer]

(geboren op [geboortedatum 2] 2006),

buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (meermalen)

- brengen/houden van zijn vinger(s) en/of penis in haar vagina en/of

- ( tong)zoenen van haar;

2.hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

01 juni 2019 tot en met 06 juli 2019 te Dordrecht

(meermalen) (telkens) met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [het slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2006), buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, namelijk het (meermalen) (tong)zoenen van haar;

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 dagen met aftrek, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 150 uren subsidiair 75 dagen hechtenis.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet geheel verenigt.

Bespreking bewijsverweer

De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten. Er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om te komen tot een bewezenverklaring. De verdachte ontkent seks te hebben gehad met [het slachtoffer] (hierna: [het slachtoffer] ) en er zijn geen andere bewijsmiddelen voorhanden.

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de verklaring van [het slachtoffer] voldoende wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. [het slachtoffer] heeft verklaard dat zij vanaf haar dertiende jaar een (seksuele) relatie met de verdachte heeft gehad. Verdachte heeft verklaard dat hij en [het slachtoffer] elkaar kenden en dat zij contact hadden, zowel in persoon in de woning van een vriend als via sociale media. [getuige] heeft bij de rechter-commissaris onder meer verklaard dat zij heeft gezien dat de verdachte en [het slachtoffer] op elkaar op bed lagen en dat zij aan het bewegen waren. Ook hoorde zij [het slachtoffer] geluiden maken. De verdachte heeft verklaard dat hij inderdaad met [het slachtoffer] op een bed heeft liggen knuffelen en dat hij haar kusjes heeft gegeven. Daarnaast volgt uit een whatsappgesprek tussen [verdachte] en [persoon] dat er sprake is geweest van seks en zoenen tussen die [verdachte] en [het slachtoffer] . Uit het dossier volgt dat de verdachte ook [verdachte] wordt genoemd.

Het verweer van de raadsvrouw wordt derhalve verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode

van 01 juni 2019 tot en met 06 juli 2019 te Dordrecht

(meermalen) (telkens) met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar

nog niet die van zestien had bereikt,

te weten met [het slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2006),

buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (meermalen)

- brengen/houden van zijn vinger(s) en/of penis in haar vagina en/of

- ( tong)zoenen van haar;

2.hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode

van 01 juni 2019 tot en met 06 juli 2019 te Dordrecht

(meermalen) (telkens) met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren,

te weten [het slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2006),

buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd,

namelijk het (meermalen) (tong)zoenen van haar; .

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert op:

de eendaadse samenloop van:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd

en

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op 22-jarige leeftijd op de bewezenverklaarde wijze meermalen schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarig meisje, dat destijds dertien jaar oud was. Daarbij is sprake geweest van seksueel binnendringen.

De seksuele omgang tussen een meerderjarige en een minderjarige is door de wetgever strafbaar gesteld om minderjarigen te beschermen tegen het ondergaan van seksuele handelingen en de mogelijke schadelijke gevolgen hiervan. Minderjarigen zijn immers kwetsbaar en kunnen de mogelijk schadelijke gevolgen van seksuele gedragingen niet overzien. Het is bij uitstek de verantwoordelijkheid van de meerderjarige om zich in dit soort situaties verstandig te gedragen. Het hof neemt hierbij – net als de rechtbank – in aanmerking dat de verdachte destijds bijna tien jaar ouder was dan het slachtoffer. Dit is een omstandigheid die de kwetsbare positie markeert waarin het slachtoffer zich bevond ten opzichte van de verdachte.

Met zijn handelen heeft de verdachte aldus een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

Het hof heeft voorts acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 11 september 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten. De verdachte is ook blijkens zijn justitiële documentatie na de ten laste gelegde feiten niet opnieuw met politie of justitie in aanraking gekomen.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte onder meer verklaard dat hij vader is geworden en sinds 1,5 jaar een nieuwe partner heeft waarmee hij samenwoont. Als gevolg van deze zaak heeft hij geen VOG gekregen, waardoor hij zijn werk als gehandicaptenbegeleider heeft moeten beëindigen. Op dit moment werkt hij als monteur. Hij wil graag beginnen aan een opleiding tot voetbaltrainer en heeft daarvoor opnieuw een VOG aangevraagd.

De bewezenverklaarde feiten zijn te kwalificeren als eendaadse samenloop. Gelet op het bepaalde ter zake van de eendaadse samenloop in artikel 55, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht heeft het hof bij de bepaling van de straf alleen gelet op artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht, omdat op de overtreding van die bepaling een zwaardere hoofdstraf is gesteld dan bij de overtreding van artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht.

Gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde is het hof van oordeel dat in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 93 dagen, waarvan negentig dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf voor de duur van 150 uren een passende en geboden reactie vormt.

Voorts neemt het hof in aanmerking dat de behandeling van de zaak in hoger beroep vóór terugwijzing door de Hoge Raad niet heeft plaatsgevonden binnen de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het EVRM. Rekenend vanaf de dag dat het hoger beroep namens de verdachte is ingesteld op 3 augustus 2021 en in aanmerking genomen de datum waarop in de eerste ronde van het hoger beroep arrest is gewezen, te weten op 30 januari 2024, is de redelijke termijn destijds met vier maanden overschreden.

Het hof zal de geconstateerde overschrijding meewegen in de op te leggen straf.

Het hof zal daarom een korting van dertig uren taakstraf toepassen op de in beginsel passende taakstraf voor de duur van 150 uren, waarmee het hof komt tot een taakstraf voor de duur van 120 uren.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 93 dagen, waarvan negentig dagen voorwaardelijk - waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het reeds ondergane voorarrest - en een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van 120 uren, subsidiair zestig dagen hechtenis, een passende en geboden reactie vormen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 55, 245 en 247 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 93 (drieënnegentig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 90 (negentig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door mr. J.W. van den Hurk, als voorzitter, mr. H. Steenhuis en mr. E.A. Poppe-Gielesen, leden, in bijzijn van de griffier mr. L.R.A. Besteman.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 6 oktober 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. H. Steenhuis
  • mr. E.A. Poppe-Gielesen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand