ECLI:NL:GHDHA:2026:321

ECLI:NL:GHDHA:2026:321

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 10-02-2026
Datum publicatie 03-03-2026
Zaaknummer 22-003465-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Beslissing RC
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Beslissingen in het kader van onderzoek naar betrouwbaarheid van toepassing Chainalysis bij analyse van bitcointransacties

Uitspraak

Gerechtshof Den Haag

Proces-verbaal van bevindingen

In de strafzaak tegen:

Naam [verdachte]

Geboren te [geboortedatum verdachte]

Wonende te [woonplaats]

van de raadsheer-commissaris mr. J.W. van den Hurk bijgestaan door griffier N.C. Knoester.

Na de regiebijeenkomst van 29 januari 2026 heeft de rhc de volgende vragen ter beantwoording door verbalisant [verbalisant], geformuleerd:

1. Kunt u meer inzicht geven in de gehanteerde methode bij de uitgevoerde analyse van bitcointransacties zoals vastgelegd in [ambtshandeling] Meer specifiek:

a. U beschrijft dat u gebruik heeft gemaakt van de blockchain analyse tool Chainalysis. Chainalysis is een bedrijf dat meerdere ‘tools’ aanbiedt, op welke tool doelt u?

b. Op blz. 2 wordt melding gemaakt van het gebruik van ‘custom clusters’. Kunt u uitleggen hoe u daarbij te werk bent gegaan?

c. Eveneens op blz. 2 wordt beschreven dat gebruik is gemaakt van ‘change heuristics’. Is het mogelijk om aan te geven welke heuristieken dit betreft, als het daadwerkelijk om meerdere heuristieken gaat. Is dit de enige heuristiek of zijn dit de enige heuristieken die is dan wel zijn toegepast bij de identificatie en samenstelling van clusters? Zijn daarbij nog andere technieken gebruikt?

d. In voetnoot 3 op blz. 2 wordt beschreven dat ‘change heuristics’ een techniek zijn om in sommige situaties iets te herkennen. Wat kan met ‘change heuristics’ worden herkend?

e. Eveneens in voetnoot 3 wordt gesteld dat van ‘change heuristics’ gebruik is gemaakt om clusters te identificeren die zeer waarschijnlijk aan dezelfde wallet toebehoren. Waar is de kwalificatie ‘zeer waarschijnlijk’ op gebaseerd? Kunt u een indicatie geven van wat met deze kwalificatie wordt bedoeld in relatie tot de waarschijnlijkheidstermen die door het Nederlands Forensisch Instituut worden gebruikt (zie tabel 2 van de Vakbijlage Waarschijnlijkheidstermen, blz. 6)?

f. In verband met het voorgaande wil de rhc voorts het volgende voorleggen. In de Nederlandse rechtspraak is, voor zover bij de rhc bekend, niet eerder een expliciet oordeel gegeven over de vraag of ‘change heuristics’ een voldoende betrouwbare en bruikbare methode bieden om in een strafzaak gebruikt te worden. Daarom volgt hier een vraag die mogelijk een zaaksoverstijgend belang kan krijgen. Vooralsnog kan aangenomen worden dat de ‘change heuristic’ ten gronde (eenvoudig weergegeven inhoudende: de ervaringsregel dat bitcoinadressen aan de outputzijde van transacties die als wisselgeldadressen worden aangemerkt kunnen worden aangemerkt als behorende tot de beheerder van de bitcoinadressen aan de inputzijde van een transactie) als heuristiek betrouwbaar is (zie in die zin onder meer Meiklejohn et al. A fistful of bitcoins: characterizing payments among men with no names, Proceedings of the 2013 Conference on Internet Measurement Conference (2013), pp. 127-140). Dat neemt niet weg dat de betrouwbaarheid van de toepassing hiervan vermoedelijk (sterk) afhangt van de betrouwbaarheid waarmee genoemde bitcoinadressen aan de outputzijde van transacties als wisselgeldadressen worden aangemerkt. Dat leidt tot de volgende vraag: kunt u inzicht geven in de wijze waarop of de reden waarom de in uw analyse als wisselgeld-adressen aanmerkte bitcoinadressen als zodanig zijn aangemerkt? En in verband daarmee wat de betrouwbaarheid daarvan is?

2. In [ambtshandeling] worden drie keer ontvangsten vanaf een cluster bitcoinadressen weggestreept tegen verstuurde transacties naar dat cluster (blz.n 6, 8 en 9). Kunt u aangeven waarom dat wat u betreft geen invloed heeft op de resultaten van het door u verrichtte onderzoek?

3. In [ambtshandeling] wordt (op blz. 11 specifiek met betrekking tot cluster D en op blz. 13 in het algemeen met betrekking tot alle onderzochte clusters) de conclusie getrokken dat de beheerder(s) van deze clusters nauw moeten hebben samengewerkt, indien hier überhaupt al verschillende personen bij betrokken waren. Is deze conclusie alleen gebaseerd op de vaststelling dat sprake is van sterke verwevenheid van activiteiten op verschillende accounts en/of clusters? Zo nee, zo u deze conclusies nader kunnen onderbouwen? Daarnaast, zou u nader kunnen onderbouwen waarom uw vaststellingen over deze verwevenheid tot deze conclusie zou moeten leiden?

Aan de verbalisant wordt een termijn van één maand gegeven voor de beantwoording van deze vragen. Nadien zal, zoals overeengekomen op de regiebijeenkomst van 29 januari 2026, een verhoor plaatsvinden op 26 maart 2026 waarin genoemde verbalisant zal worden bevraagd over de beantwoording van bovengenoemde vragen.

Mochten er van de zijde van de verdediging of het openbaar ministerie naar aanleiding van de twee besproken Excel-bestanden nadere vragen opkomen, dan dienen zij deze uiterlijk twee weken na heden op te geven, zodat deze ook aan de verbalisant kunnen worden voorgelegd.

Den Haag, 10 februari 2026

De griffier De raadsheer-commissaris

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?