GERECHTSHOF DEN HAAG
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.359.981/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/09/674082 / HA ZA 24-889
Arrest van 27 januari 2026 in het incident tot tussenkomst respectievelijk voeging
opgeworpen door
thebigword B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
advocaat: mr. P.W.M. ter Burg, kantoorhoudend in Den Haag,
in de zaak van
SIGV Tolken en Vertalers Coöperatie U.A.,
gevestigd in Zeist,
appellante,
advocaat: mr. S.C. Brackmann, kantoorhoudend in Rotterdam,
tegen
de Staat der Nederlanden (Ministerie van Justitie en Veiligheid),
zetelend in Den Haag,
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.E. Palm, kantoorhoudend in Den Haag.
Het hof noemt partijen hierna thebigword, SIGV en De Staat.
1. De zaak in het kort
De Staat heeft na het doorlopen van een Europese aanbesteding met thebigword raamovereenkomsten gesloten voor percelen van een opdracht. SIGV stelt dat de Staat de inhoud van die overeenkomsten ten onrechte wezenlijk heeft gewijzigd en vordert in de hoofzaak schadevergoeding. De rechtbank heeft deze vordering afgewezen. SIGV is in hoger beroep gekomen en heeft daarbij een incident op de voet van artikel 194 en 195 Rv ingesteld om inzage te krijgen in rapportage van thebigword aan de Staat over de uitvoering van de overeenkomsten. In dit incident beslist het hof op de vraag of thebigword kan tussenkomen in dit door SIGV ingestelde incident en zich mag voegen aan de zijde van de Staat in de hoofdzaak. De Staat heeft geen bezwaar tegen deze interventies. SIGV voert hiertegen verweer. Het hof laat in dit arrest thebigword in beide verzochte hoedanigheden toe.
2. Procesverloop in hoger beroep
Het verloop van de procedure in hoger beroep tot nu toe blijkt uit de volgende stukken:
de dagvaarding van 24 september 2025 waarmee SIGV in hoger beroep is gekomen van het tussen SIGV en de Staat gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag van 25 juni 2025, houdende grieven en een verzoek tot inzage ex artikel 194 en 195 Rv;
de akte overlegging producties van SIGV, met bijlagen;
de incidentele conclusie tot tussenkomst en voeging ex artikel 217 Rv van thebigword;
de conclusie van antwoord in het incident ex artikel 194 en 195 Rv van de Staat;
de conclusie van antwoord in het incident ex artikel 217 Rv van de Staat;
de conclusie van antwoord in het incident ex artikel 217 Rv van SIGV;
de brief van de advocaat van SIGV, met bijlage.
3. Achtergrond
De Staat heeft na een Europese aanbesteding met thebigword raamovereenkomsten gesloten voor twee percelen van een opdracht, met aanvang begin 2022. Van die raamovereenkomsten maakten deel uit service level agreements die onder andere voorzagen in een rapportage met betrekking tot bepaalde uitvoeringsmodaliteiten.
SIGV heeft de Staat in 2024 in de onderhavige procedure gedagvaard en kort gezegd gevorderd dat voor recht wordt verklaard dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door de met thebigword gesloten raamovereenkomsten wezenlijk te wijzigen zonder een nieuwe Europese aanbestedingsprocedure te houden, met veroordeling van de Staat in de daaruit voortvloeiende schade. De rechtbank heeft die vorderingen afgewezen bij vonnis van 25 juni 2025.
SIGV is van dit vonnis in hoger beroep gekomen en vordert hetzelfde als bij de rechtbank. In haar appeldagvaarding heeft SIGV daarbij het standpunt ingenomen dat thebigword van de aanbestedingsprocedure had moeten worden uitgesloten op grond van de uitsluitingsgrond van artikel 2.87 lid 1 aanhef en onder g Aanbestedingswet 2012, namelijk, kort gezegd, het blijk hebben gegeven van aanzienlijke of voortdurende tekortkomingen bij de uitvoering van een wezenlijk voorschrift van een eerdere overheidsopdracht. In diezelfde appeldagvaarding heeft SIGV ook een verzoek gedaan op grond van de artikelen 194 en 195 Rv tot inzage in bepaalde bescheiden met betrekking tot de rapportage door thebigword aan de Staat op grond van de raamovereenkomsten.
4. De vordering in dit incident
Uit het petitum van de incidentele conclusie tot interventie van thebigword, gelezen in samenhang met de punten 5.1.5 en 5.2.3 van die conclusie, volgt dat thebigword in dit incident vordert:- tussen te mogen komen in het incident ex artikel 194 en 195 Rv tussen SIGV en De Staat; en - zich te mogen voegen aan de zijde van de Staat in de hoofdzaak.
SIGV heeft het hof verzocht om de verzoeken tot interventie van thebigword af te wijzen.
De Staat heeft geen bezwaar tegen deze verzoeken.
Het hof ziet aanleiding om op dit incident te beslissen alvorens te beslissen op het door SIGV opgeworpen incident ex artikel 194 en 195 Rv.
5. Beoordeling van de vorderingen in dit incident
Iedereen die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding kan vorderen zich daarin te mogen voegen of daarin te mogen tussenkomen (artikel 217 Rv).
Vordering tot tussenkomst in het inzage-incident
Volgens thebigword bevat de door SIGV verzochte informatie bedrijfsvertrouwelijke en concurrentiegevoelige informatie. Ook geldt volgens thebigword dat SIGV de mededinging bij toekomstige aanbestedingen zou kunnen vervalsen door zich een concurrentievoordeel eigen te maken door gebruik te maken van de door thebigword krachtens de service level agreeements aan de Staat verstrekte informatie. Thebigword wijst op artikel 2.57 lid 1 Aanbestedingswet 2012, dat bepaalt dat het (onverminderd het in die wet bepaalde) verboden is om informatie die door een ondernemer als vertrouwelijk aan de aanbestedende dienst is verstrekt, openbaar te maken en op lid 2 van dat artikel, dat bepaalt dat een aanbestedende dienst (onverminderd het in de wet bepaalde) geen informatie openbaar mag maken uit aanbestedingsstukken of andere documenten die de dienst heeft opgesteld in verband met een aanbestedingsprocedure, indien die informatie kan worden gebruikt om de mededinging te vervalsen.
SIGV betwist dat zij inzage heeft gevorderd in bedrijfsvertrouwelijke of mededingingsgevoelige gegevens van thebigword.
Het hof gaat voorbij aan die betwisting. Of het bij de door SIGV gevorderde informatie daadwerkelijk om bedrijfsvertrouwelijke of mededingingsgevoelige gegevens gaat, zal het hof in het inzage-incident moeten beoordelen. thebigword heeft voorshands aannemelijk gemaakt dat zij er belang bij kan hebben om die inzage te voorkomen. De vordering tot tussenkomst is daarom toewijsbaar. Of zij daadwerkelijk er belang heeft om inzage te voorkomen kan aan de orde komen bij de behandeling van het inzage-incident.
Vordering tot voeging in de hoofdzaak
thebigword brengt naar voren dat SIGV in de hoofdzaak aanvoert dat thebigword van de aanbesteding had moeten worden uitgesloten op grond van de uitsluitingsgrond van artikel 2.87 lid 1 aanhef en onder g Aanbestedingswet 2012. Honorering van dit beroep kan grote gevolgen hebben voor de mogelijkheid van thebigword om met succes in te schrijven op toekomstige aanbestedingen.
SIGV betwist dat thebigword belang heeft om zich te voegen in de hoofdzaak. Zij voert aan dat zij in de hoofdzaak het hiervoor genoemde standpunt slechts heeft ingenomen in het kader van de begroting van de schade die zij stelt te hebben geleden, en dat het hof niet zal toekomen aan de beoordeling van dat standpunt, omdat zij heeft gevorderd de Staat te veroordelen tot betaling van schade, op te maken bij staat.
Het hof volgt SIGV niet in die betwisting. SIGV heeft het hiervoor bedoelde standpunt in de hoofdprocedure ingenomen en het hof is niet gebonden aan de vordering tot verwijzing naar de schadestaatprocedure: het kan beslissen om meteen in de hoofdzaak over die schade te oordelen. Verder heeft SIGV niet weersproken dat thebigword negatieve gevolgen kan ervaren indien het hof dat standpunt honoreert, bijvoorbeeld dat zij daadwerkelijk van toekomstige aanbestedingen wordt uitgesloten. Ook deze vordering is daarom toewijsbaar.
Slotsom
Het hof zal de vorderingen van thebigword in dit incident toewijzen. Het hof zal SIGV daarom veroordelen tot betaling van de proceskosten aan de zijde van thebigword, die het begroot op € 607,- aan salaris (0,5 punt tarief II) en € 178 aan nasalaris, in totaal € 785,-. Het hof zal de zaak in het door SIGV opgeworpen inzage-incident verwijzen naar de rol voor conclusie van antwoord van thebigword en iedere beslissing aanhouden in de hoofdzaak.
6. Beslissing
in het incident op grond van de artikelen 194 en 195 Rv
Het hof:
in het incident op grond van artikel 217 Rv
- verwijst de zaak naar de rol van 24 februari 2026 voor conclusie van antwoord van thebigword;
in de hoofdzaak
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mr. H.M.H. Speyart van Woerden, mr. P. Glazener en mr. R.M. Hermans en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026 in aanwezigheid van de griffier.