Onderzoek van de zaak
Rolnummer: 22-001029-25
Parketnummer: 71-259117-24
Datum uitspraak: 12 maart 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 17 maart 2025 in de strafzaak tegen de verdachte:
[naam verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
adres: [adres].
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 cumulatief alternatief en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 190 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 104 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren, met daaraan verbonden de in het vonnis waarvan beroep omschreven algemene en bijzondere voorwaarden. De gestelde voorwaarden zijn dadelijk uitvoerbaar verklaard. Verder is beslist omtrent de in beslag genomen voorwerpen zoals omgeschreven in het vonnis waarvan beroep en is het geschorste bevel voorlopige hechtenis van de verdachte opgeheven.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:
1.hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 4 juni 2024 tot en met 20 augustus 2024, te Hengelo en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en) en/of alleen, (telkens)
A in het openbaar, bij geschrift en/of bij afbeelding, tot een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf en/of enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, door middel van het oprichten en beheren van de Telegramgroep ‘[telegramgroep 1]’ en/of het plaatsen in die groep van een of meer bericht(en) en/of afbeelding(en) en/of video's, te weten:
- een flyer (afbeelding) waarop de rechts-extremistische en/of accelerationistische term '1488' en/of ‘[telegramgroep 1]’ staan en ‘[telegramgroep 1]’ wordt aangeduid als een trainingsgroep voor witte mensen die traint en zich voorbereidt op een rassenoorlog, waarbij hij, verdachte, het bericht plaatst ‘This is our new propaganda flyers print it and spread it' (p. 2008)
en/of
- ( andere) afbeeldingen die aansporen tot het deelnemen aan ‘[telegramgroep 1]’ (p. 2027, 2028. 2029. 2031,2038. 2039, 2053)
- ( andere) berichten en/of afbeeldingen waarop de rechts-extremistische en/of accelerationistische term "1488" naar voren komt (p. 2024, 2041)
en/of
- een afbeelding waarop een persoon/silhouet in regenboogkleuren hangt aan een strop, een andere persoon/silhouet toekijkt, een hakenkruis is afgebeeld en de tekst staat ‘Kill your local faggit' (p. 2025)
en/of
- een of meer video's (afbeelding(en)) waarin hij, verdachte, en/of medeverdachte [medeverdachte 1] een ‘skull masker' dragen, een Nazi Duitsland armband dragen, de Hitlergroet doen, poseren voor de vlag van ‘[telegramgroep 1]’ en/of een in brand gestoken regenboogvlag (p. 2034, 2052)
en/of
- een afbeelding waarop de tekst ‘good night gay pride' staat en een persoon/silhouet in het roze (in elkaar) wordt geslagen (p. 2042)
en/of
- een bericht waarin staat dat hij, verdachte, een molotov cocktail gaat maken, een video ervan maakt en gaat testen, en kort daarop een video (afbeelding) in de Telegramgroep plaatst waarin een persoon een molotov cocktail gooit, een grote vlam is te zien en de persoon onder meer de Hitlergroet maakt (p. 2046. 2047)
- een afbeelding waarop een hakenkruis staat en de tekst ‘defend our white europe’ (p. 2054)
en/of
- een bericht met de tekst ‘We need to kill even single Muslim and Jew’ (p. 2055)
en/of
- een video (afbeelding) van de Atomwaffen Division waarin (in legerkleding geklede en/of ‘skull masker' dragende) personen aan vecht- en schiettraining doen, geschoten wordt met lange afstandwapens, en vlaggen van Israël, de Verenigde Staten, de Verenigde Naties. Black Lives Matter en een regenboogvlag in brand worden gestoken (p. 2059. 2060. 2061)
en/of
B een geschrift en/of afbeelding, waarin tot een terroristisch misdrijf en/of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf en/of tot enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid heeft verspreid, openlijk tentoongesteld en/of heeft aangeslagen, of om verspreid, openlijk tentoongesteld en/of aangeslagen te worden, in voorraad heeft gehad,
terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat in het/de geschriften) en/of de afbeelding(en) zodanige opruiing voorkomt, door middel van het plaatsen in die groep van een of meer afbeelding(en), te weten:
- een afbeelding waarop een persoon/silhouet in regenboogkleuren hangt aan een strop, een andere persoon/silhouet toekijkt, een hakenkruis is afgebeeld en de tekst staat ‘Kill your local faggit' (p. 2025)
en/of
- een afbeelding waarop de tekst ‘good night gay pride’ staat en een persoon/silhouet in het roze (in elkaar) wordt geslagen (p. 2042)
en/of
- een video (afbeelding) van de Atomwaffen Division waarin (in legerkleding geklede en/of ‘skull masker' dragende) personen aan vecht- en schiettraining doen, geschoten wordt met lange afstandwapens, en vlaggen van Israël, de Verenigde Staten, de Verenigde Naties. Black Lives Matter en een regenboogvlag in brand worden gestoken (p. 2059. 2060. 2061);
2.hij in of omstreeks de periode van 01 april 2024 tot en met 20 augustus 2024 te Hengelo, en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten "The Base' (een internationaal netwerk van rechtsextremisten) welke organisatie tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven, te weten,
A. het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft (zoals bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht). (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of
B. doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht) en/of
C. moord (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289/289a jo. 83 van het Wetboek van Strafrecht) en/of
D. de samenspanning en/of opzettelijke voorbereiding van en/of bevordering tot eerder vermelde misdrijven (zoals bedoeld in artikel 176a en/of 289a en/of 96 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht) en/of E. het voorhanden hebben van een of meerdere wapens en/of munitie van de categorieën II en/of III (zoals bedoeld in artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie) (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken (zoals bedoeld in artikel 55 lid I en/of lid 5 van de Wet wapens en munitie).
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ten aanzien van het onder 1 cumulatief alternatief en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 190 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 104 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van één jaar met daaraan verbonden algemene en bijzondere voorwaarden.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee (deels) niet verenigt.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 cumulatief alternatief en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.Hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 4 juni 2024 tot en met 20 augustus 2024, te Hengelo en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en) en/of alleen, (telkens)
A in het openbaar, bij geschrift en/of bij afbeelding, tot een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf en/of enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid,
door middel van het oprichten en beheren van de Telegramgroep ‘[telegramgroep 1]’ en/of het plaatsen in die groep van een of meer bericht(en) en/of afbeelding(en) en/of video's, te weten:
- een flyer (afbeelding) waarop de rechts-extremistische en/of accelerationistische term '1488' en/of ‘[naam telegramgroep 1]’ staan en ‘[naam telegramgroep 1]’ wordt aangeduid als een trainingsgroep voor witte mensen die traint en zich voorbereidt op een rassenoorlog, waarbij hij, verdachte, het bericht plaatst "This is our new propaganda flyers print it and spread it' (p. 2008)
en/of
- ( andere) afbeeldingen die aansporen tot het deelnemen aan "[naam telegramgroep 1]" (p. 2027, 2028. 2029. 2031,2038. 2039, 2053)
- ( andere) berichten en/of afbeeldingen waarop de rechts-extremistische en/of accelerationistische term "1488" naar voren komt (p. 2024, 2041)
en/of
- een afbeelding waarop een persoon/silhouet in regenboogkleuren hangt aan een strop, een andere persoon/silhouet toekijkt, een hakenkruis is afgebeeld en de tekst staat ‘Kill your local faggit' (p. 2025)
en/of
- een of meer video's (afbeelding(en)) waarin hij, verdachte, en/of medeverdachte [medeverdachte 1] een "skull masker' dragen, een Nazi Duitsland armband dragen, de Hitlergroet doen, poseren voor de vlag van ‘[telegramgroep 1]’ en/of een in brand gestoken regenboogvlag (p. 2034, 2052)
en/of
- een afbeelding waarop de tekst ‘good night gay pride' staat en een persoon/silhouet in het roze (in elkaar) wordt geslagen (p. 2042) en/of
- een bericht waarin staat dat hij, verdachte, een molotov cocktail gaat maken, een video ervan maakt en gaat testen, en kort daarop een video (afbeelding) in de Telegramgroep plaatst waarin een persoon een molotov cocktail gooit, een grote vlam is te zien en de persoon onder meer de Hitlergroet maakt (p. 2046. 2047)
- een afbeelding waarop een hakenkruis staat en de tekst ‘defend our white europe’ (p. 2054) en/of
- een bericht met de tekst ‘We need to kill even single Muslim and Jew’ (p. 2055)
en/of
- een video (afbeelding) van de Atomwaffen Division waarin (in legerkleding geklede en/of ‘skull masker' dragende) personen aan vecht- en schiettraining doen, geschoten wordt met lange afstandwapens, en vlaggen van Israël, de Verenigde Staten, de Verenigde Naties. Black Lives Matter en een regenboogvlag in brand worden gestoken (p. 2059. 2060. 2061)
en/of
B een geschrift en/of afbeeldingen, waarin tot een terroristisch misdrijf en/of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf en/of tot enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid heeft verspreid, openlijk tentoongesteld en/of heeft aangeslagen, of om verspreid, openlijk tentoongesteld en/of aangeslagen te worden, in voorraad heeft gehad,
terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat in het/de geschrift(en) en/of de afbeelding(en) zodanige opruiing voorkomt,
door middel van het plaatsen in die groep van een of meer afbeelding(en), te weten:
- een afbeelding waarop een persoon/silhouet in regenboogkleuren hangt aan een strop, een andere persoon/silhouet toekijkt, een hakenkruis is afgebeeld en de tekst staat "Kill your local faggit' (p. 2025)
en/of
- een afbeelding waarop de tekst "good night gay pride” staat en een persoon/silhouet in het roze (in elkaar) wordt geslagen (p. 2042)
en/of
- een video (afbeelding) van de Atomwaffen Division waarin (in legerkleding geklede en/of ‘skull masker' dragende) personen aan vecht- en schiettraining doen, geschoten wordt met lange afstandwapens, en vlaggen van Israël, de Verenigde Staten, de Verenigde Naties. Black Lives Matter en een regenboogvlag in brand worden gestoken (p. 2059. 2060. 2061);
2.hij in of omstreeks de periode van 01 april 2024 tot en met 20 augustus 2024 te Hengelo, en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten "The Base' (een internationaal netwerk van rechtsextremisten) welke organisatie tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven, te weten,
A. het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft (zoals bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht). (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of
B. doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht) en/of
C. moord (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289/289a jo. 83 van het Wetboek van Strafrecht) en/of
D. de samenspanning en/of opzettelijke voorbereiding van en/of bevordering tot eerder vermelde misdrijven (zoals bedoeld in artikel 176a en/of 289a en/of 96 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht) en/of
E. het voorhanden hebben van een of meerdere wapens en/of munitie van de categorieën II en/of III (zoals bedoeld in artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie) (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken (zoals bedoeld in artikel 55 lid I en/of lid 5 van de Wet wapens en munitie).
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Nadere bewijsoverweging
Overwegingen met betrekking tot feit 1
De verdachte wordt verweten dat hij zich al dan niet samen met anderen (onder 1A) schuldig heeft gemaakt aan opruiing tot terroristische misdrijven door middel van het oprichten en beheren van de Telegramgroep '[naam telegramgroep 1]' en/of het plaatsen in die groep van berichten en/of afbeeldingen en (onder 1B) het verspreiden van beeldmateriaal waarin wordt opgeruid tot een terroristisch misdrijf. De tenlastelegging is toegesneden op de artikelen 131 en 132 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), waarbij de opruiing tot een terroristisch misdrijf telkens als strafverzwaringsgrond geldt.
Namens de verdachte is zowel ten aanzien van het onder 1A als onder 1B tenlastegelegde om vrijspraak verzocht van de strafverzwaringsgrond. Daartoe is aangevoerd dat er mogelijk sprake kan zijn van opruiing of het verspreiden van opruiend materiaal, maar dat de stap naar opruiing tot een terroristisch misdrijf een brug te ver is. Het was geen publieke manifestatie, geen demonstratie en geen vrij toegankelijk massamedium. Nu het terroristisch oogmerk een constitutief element vormt voor toepassing van de strafverzwaringsgronden van de artikelen 131 en 132 Sr kan zonder dat oogmerk - vol opzet - geen veroordeling op die verzwaarde grondslag volgen, aldus de raadsman. De verdediging heeft zich voor het overige gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Het hof overweegt als volgt.
Juridisch kader opruiing
Wettelijk kader
Artikel 131 lid 1 Sr luidt:
Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag opruit, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van de vierde categorie.
Lid 2 luidt:
Indien het strafbare feit waartoe wordt opgeruid een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf inhoudt, wordt de gevangenisstraf, gesteld op het in het eerste lid omschreven feit, met een derde verhoogd.
Artikel 132 lid 1 Sr luidt:
Hij die een geschrift of afbeelding waarin tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid, verspreidt, openlijk tentoonstelt of aanslaat of, om verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen te worden, in voorraad heeft, wordt, indien hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat in het geschrift of de afbeelding zodanige opruiing voorkomt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Lid 3 luidt:
Indien het strafbare feit waartoe bij geschrift of afbeelding wordt opgeruid een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf inhoudt, wordt de gevangenisstraf, gesteld op het in het eerste lid omschreven feit, met een derde verhoogd.
Artikel 83 Sr bepaalt welke misdrijven als terroristische misdrijven hebben te gelden. Gemeenschappelijk daaraan is dat zij moeten zijn begaan met een terroristisch oogmerk.
Artikel 83a Sr bepaalt dat onder terroristisch oogmerk wordt verstaan:
- het oogmerk om de bevolking of een deel der bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen, dan wel;
- een overheid of internationale organisatie wederrechtelijke te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel;
- de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen.
Opruiing
Bij de beoordeling of de door een verdachte gedane uitingen aansporen tot enig strafbaar feit en dus ‘opruiend’ zijn in de zin van artikel 131 Sr, komt betekenis toe aan de inhoud en de strekking van de gedane uitingen in hun onderlinge samenhang bezien, alsmede de context waarin deze uitingen aan het publiek zijn geopenbaard (vgl. HR 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2020). Niet is uitgesloten dat ook een indirecte aansporing tot enig strafbaar feit kan worden aangemerkt als opruiing (vgl. HR 24 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:447). Om tot een bewezenverklaring van opruiing te komen, is niet vereist dat de opruiing enig gevolg heeft gehad. Ook is niet vereist dat vast komt te staan dat redelijkerwijs waarschijnlijk is te achten dat het strafbare feit waartoe is opgeruid, zal plaatsvinden.
In het begrip ‘opruiing’ als bedoeld in artikel 131 lid 1 Sr ligt opzet besloten. Voor een bewezenverklaring van opruiing is daarom ten minste vereist dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn uitingen derden aansporen tot strafbaar gedrag of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag (vgl. HR 5 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1573).
Vereist is verder dat de uitlating in het openbaar is gedaan. Centraal staat de vraag of de uitlating (potentieel) ter kennis van het publiek is gekomen. Wat daarbij de minimale omvang moet zijn van een groep mensen, wil dat als ‘publiek’ kunnen worden aangemerkt, is niet goed in getallen uit te drukken. Bij de beoordeling of opruiing op een online forum in het openbaar is geschied kan bijvoorbeeld acht worden geslagen op de hoeveelheid personen die de uitlatingen ontvangen, hoe wordt bepaald wie tot een online groep wordt toegelaten en of er toetredingsvoorwaarden zijn, of de leden van de online groep elkaar kennen en welke verwachtingen bestaan met betrekking tot de vertrouwelijkheid van uitlatingen op het forum (vgl. hof Den Haag 13 november 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2207 en CAG daarbij, randnummer 10 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1376 (https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2024:1376)).
Bespreking van het verweer
Uit de bewoordingen van artikel 131, tweede lid en artikel 132, derde lid, Sr en de hiervoor genoemde rechtspraak volgt dat voor een veroordeling op grond van die bepalingen toereikend is dat wordt opgeruid tot een terroristisch misdrijf, dus een misdrijf als bedoeld in artikel 83 Sr. Niet is vereist dat de opruiing (of de verspreiding) zelf met een terroristisch oogmerk plaatsvindt (vgl. voor het delict bedreiging met een terroristisch misdrijf Hoge Raad 10 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1890). Voor deze handelingen volstaat, zoals hiervoor aangegeven, het voorwaardelijk opzet. Voor zover het verweer uitgaat van een andere opvatting, faalt het.
Openbaarheid
Wat betreft de openbaarheid heeft de verdediging geen verweer gevoerd. Het hof is van oordeel dat de uitlatingen van de verdachte in het openbaar zijn gedaan en overweegt hiertoe als volgt. De verdachte was in de ten laste gelegde periode de (enige) gebruiker van het account ‘@[accountnaam 1]. Hij heeft op 4 januari 2024 met dit account de Telegramgroep [naam telegramgroep 1] ([naam telegramgroep 1 voluit]) opgericht en sindsdien beheerd, samen met medeverdachte [medeverdachte 1]. De verdachte heeft bekend de onder 1A en 1B laste gelegde berichten en afbeeldingen met zijn account in de Telegramgroep [naam telegramgroep 1] te hebben geplaatst.
Deelnemers aan de Telegramgroep [telegramgroep 1] werden toegevoegd door het verspreiden van uitnodigingslinken in andere groepen, die weer werden doorgestuurd. Als iemand daarop klikte moest één van de eigenaren op toestemming klikken. Als je je aanmeldde mocht je lid worden en als je niet actief was, werd je eruit gegooid, aldus de verdachte. De verdachte kende sommige personen uit de groep, maar heel veel personen naar eigen zeggen niet.
Onderzoek in openbare bronnen wijst uit dat de verdachte zich als groepsleider profileerde door [naam telegramgroep 1] propaganda te verspreiden en zich daarbij als contactpersoon op te geven, zoals op 3 juni 2024 in het (openbare) Telegramkanaal @[accountnaam 7]. Ook heeft de verdachte op 7 juni 2024 een flyer gedeeld met daarbij vermeld de tekst "This is our new propaganda flyers print it and spread it", gevolgd door een logo met tekst en “find us on telegram:” gevolgd door de accountnamen van de verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 1]. Daarnaast hebben de verdachte en [medeverdachte 1] stickers van [telegramgroep 1] in de openbare ruimte geplakt.
De Telegramgroep [telegramgroep 1] is in elk geval op 3 juli 2024 enige tijd voor eenieder toegankelijk geweest. De groep bestond op 3 juli 2024 uit 62 deelnemers en op 20 augustus 2024 uit 94 deelnemers. Niet is gebleken van enige voorwaarden voor lidmaatschap, behalve de door de verdachte genoemde voorwaarde van voldoende actief zijn om lid te mogen blijven.
Het hof neemt – met de rechtbank – als redengevend voor de openbaarheid in aanmerking het betrekkelijk grote gemak waarmee iemand tot de Telegramgroep [telegramgroep 1] kon toetreden, de willekeurige en openbare werving van de leden, het kennelijk ontbreken van afspraken over vertrouwelijkheid van de gedeelde berichten en de omvang van de groep. Deze groeide in een periode van slechts anderhalve maand van 62 naar 94 leden en bestond daarmee niet uit "een beperkt aantal leden", terwijl er volgens de verklaring van de verdachte tussentijds ook mensen uit de groep werden verwijderd wanneer zij niet actief genoeg waren en het ledenaantal dus ook nog hoger dan 94 kan zijn geweest.
Opruiend van aard en terroristisch oogmerk
De afkorting van de Telegramgroep [telegramgroep 1 staat voor [naam telegramgroep 1 voluit], volgens de verdachte ‘een trainingsgroep voor witte mensen die traint en zich voorbereidt op een rassenoorlog’. Dit doel is ook vermeld in genoemd bericht waarmee de verdachte de propagandaflyer verspreidde (zie het eerste opsommingsstreepje onder feit 1A). Andere berichten, en ook afbeeldingen en video’s die door de verdachte en andere deelnemers in de Telegramgroep [telegramgroep 1] werden gedeeld betreffen onder meer berichten en afbeeldingen van racistische en rechts-extremistische aard met onder meer verwijzingen naar Nazi-Duitsland, Hitler en hakenkruizen. Ook worden afbeeldingen gedeeld van een persoon/silhouet in regenboogkleuren aan een strop met de tekst staat "Kill your local faggit” (het hof begrijpt: faggot, vertaling: flikker), een in brand gestoken regenboogvlag, de tekst "good night gay pride”, waarbij een persoon/silhouet in het roze (in elkaar) wordt geslagen, de tekst: “we need to kill every single Muslim and Jew”. Ook plaatst de verdachte een bericht waarin staat dat hij, de verdachte, een molotov cocktail gaat maken, een video ervan maakt en gaat testen, en plaatst hij kort daarop een video (afbeelding) waarin een persoon een molotov cocktail gooit, een grote vlam is te zien en de persoon onder meer de Hitlergroet doet. Ook is een video geplaatst van de Atomwaffen Division waarin (in legerkleding geklede en/of "skull masker' dragende) personen aan vecht- en schiettraining doen en geschoten wordt met lange afstand wapens.
Het hof stelt vast dat reeds de expliciete verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog in de berichten er geen twijfel over laten bestaan, dat de door [telegramgroep 1] beoogde rassenoorlog gepaard zou moeten gaan van geweld, en dat met de gebruikte teksten, leuzen en wapens ook overigens wordt aangespoord tot het gebruik van geweld tegen groepen "niet witte” mensen, homoseksuelen, Moslims en Joden. De advocaat-generaal heeft in dat verband aangevoerd dat in Nederland sprake is van ‘een homo gemeenschap, evenzo een Joodse, een Moslim- en een Zwarte gemeenschap’ (het hof begrijpt: (een) gemeenschap(pen) van mensen van kleur). Het hof onderschrijft deze duiding van verschillende gemeenschappen in Nederlanden en is van oordeel dat dit geen losse verbanden zijn, maar kenbare delen van de bevolking, die – veelal georganiseerd – verbanden vormen, en publiekelijk in het debat en de samenleving aanwezig zijn. Deze groepen maken daarom deel uit van de fundamentele sociale structuren van Nederland.
Het hof is dan ook van oordeel dat met de ten laste gelegde berichten en afbeeldingen – gelet op de inhoud en de strekking daarvan en in onderlinge samenhang bezien - tot diverse misdrijven in de zin van artikel 83 Sr wordt aangespoord, zoals moord en brandstichting met een terroristisch oogmerk. De inhoud, aard en strekking van de berichten geven ervan blijk dat die misdrijven niet alleen als (naaste) doel hebben een deel van de bevolking, namelijk de genoemde groepen, ernstige vrees aan te jagen, maar ook – mede tegen de achtergrond van voornoemde rechts-extremistische ideologie – de fundamentele sociale structuren van Nederland ernstig te ontwrichten of te vernietigen.
Overwegingen met betrekking tot feit 2
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat hij – kort gezegd – in de periode van 1 april 2024 tot en met 20 augustus 2024, al dan niet in vereniging met een ander of anderen, heeft deelgenomen aan een terroristische organisatie, te weten The Base.
Namens de verdachte is aangevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde nu de verdachte zelf niet wist of hij daadwerkelijk deelnam aan The Base. Niet kan worden vastgesteld dat hij ooit rechtstreeks contact heeft gehad met een deelnemer van de organisatie. Het slechts communiceren met het account @[accountnaam 2] of [naam 1/accountnaam 6] is daartoe onvoldoende, temeer nu niet vastgesteld kan worden wie de gebruikers achter deze accounts zijn. Voorts kan niet worden vastgesteld hoe de door de verdachte verzonden berichten aan het voornoemde account vervolgens op het kanaal van @[accountnaam 3] zijn terechtgekomen. Tot slot heeft de verdachte de formele, gestructureerde toelatingsprocedure die The Base hanteert voor nieuwe leden niet doorlopen: uit het dossier volgt geen eed van trouw, geen “vetting” en geen rechtstreeks aantoonbaar contact met leden van de organisatie.
Het hof overweegt als volgt.
Juridisch kader deelneming aan een terroristische organisatie
Deelneming aan – kort gezegd – een terroristische organisatie is strafbaar gesteld in artikel 140a Sr. Alvorens te beoordelen of daarvan in dit geval sprake is, zal hierna worden ingegaan op enkele relevante juridische kaders.
Terroristische organisatie
Volgens artikel 140a, eerste lid, Sr moet het gaan om een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven. Het oogmerk van de organisatie – een samenwerkingsverband in al dan niet wisselende samenstelling – moet derhalve zijn gericht op het plegen van (specifieke) misdrijven die zijn opgesomd in artikel 83 Sr, mits begaan met het in artikel 83a Sr omschreven terroristisch oogmerk, zoals hiervoor ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde reeds aangehaald.
Voor het bewijs van het oogmerk kan onder meer betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie al zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking - zoals dat kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie - en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.
Het gaat bij het misdrijf van artikel 140a Sr niet om het daadwerkelijk gepleegd zijn van terroristische misdrijven, maar om het oogmerk tot het plegen van die misdrijven. Voor dat oogmerk kan ook het naaste doel van de organisatie volstaan. Het is niet vereist dat het
plegen van terroristische misdrijven de voornaamste bestaansgrond van de organisatie is.
Deelneming
Van deelneming aan een terroristische organisatie als bedoeld in artikel l40a Sr kan slechts dan sprake zijn als de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband én een aandeel heeft in gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van
het in dat artikel bedoelde oogmerk, dan wel deze ondersteunt.
De deelnemingsgedraging behoeft in de tenlastelegging niet nader omschreven te worden. Wel zal feitelijk moeten worden vastgesteld waaruit de deelneming precies heeft bestaan.
Het is niet vereist dat vast komt te staan dat de betrokkene heeft samengewerkt met, of in ieder geval bekend is met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is. De deelneming moet voor de betrokkene op zichzelf worden beoordeeld. Het is dus bijvoorbeeld niet van belang of andere personen meer hebben gedaan of een belangrijker rol vervulden dan de betrokkene.
Een aandeel als hiervoor bedoeld kan bestaan uit het (mede)plegen van enig misdrijf, maar ook uit het verrichten van hand- en spandiensten die op zichzelf niet strafbaar hoeven te zijn, maar wel strekken tot verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.
Of daarvan in een concreet geval sprake is, dient te worden beoordeeld aan de hand van de feiten en omstandigheden van dat geval.
Opzet
Ten aanzien van het voor de bewezenverklaring vereiste opzet op het terroristische oogmerk van de organisatie geldt dat voldoende is dat de verdachte in zijn algemeenheid – in de zin van onvoorwaardelijk opzet – weet dat de organisatie het plegen van terroristische
misdrijven tot oogmerk heeft. Niet is vereist dat de verdachte enige vorm van opzet heeft op de door de terroristische organisatie beoogde concrete misdrijven. Evenmin is vereist dat de verdachte zelf heeft meegedaan of meedoet aan het plegen van misdrijven die door (leden
van) de organisatie zijn of worden gepleegd.
Beoordeling van het hof
The Base
Niet ter discussie staat dat The Base een terroristische organisatie is, hetgeen ook eerder is
vastgesteld door de Nederlandse rechter. Het gerechtshof Den Haag heeft in zijn (onherroepelijke) uitspraak van 20 april 2023 geoordeeld dat The Base het oogmerk heeft om bij (een deel van) de bevolking vrees aan te jagen en/of fundamentele politieke, constitutionele, economische en sociale structuren van landen ernstig te ontwrichten/vernietigen (ECLI:NL:GHDHA:2023:997). Het doel van The Base is het ontketenen van een rassenoorlog/burgeroorlog. Door middel van geweld en gebruik van (vuur)wapens moet een ‘blanke’ etnostaat worden gesticht waarin geen plaats is voor Joden, Moslims en mensen van kleur. The Base kan dan ook - ook in de tenlastegelegde periode - worden aangemerkt als een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven, als bedoeld in artikel 140a Sr.
Deelname
Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt dat de verdachte in de ten laste gelegde periode met het Telegramaccount @[accountnaam 1] communiceerde en beeldmateriaal deelde met gebruiker @[accountnaam 2]. Dit materiaal werd telkens een dag later, al dan niet met bronvermelding (‘credits’) van het account @[accountnaam 1] van de verdachte gedeeld op @[accountnaam 3], het (openbare) Telegramkanaal van de organisatie The Base. Onder meer werd op deze wijze een foto gedeeld voorzien van het logo van The Base, waarop de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] met skull-maskers en legerkleding bij een kampvuur staan. Eén van hen draagt een rode band met hakenkruis om de arm, de ander doet de Hitlergroet. Ook zijn een filmpje en een foto gedeeld, allebei met credits naar @[accountnaam 1]. Op het filmpje is te zien dat het logo van The Base met graffiti op een muur wordt gespoten met daarbij de tekst: “save your race, join The Base”. Op de gedeelde foto is vervolgens te zien dat iemand poseert voor de graffiti en deze persoon doet de Hitlergroet. Het materiaal diende als propaganda, hetgeen de verdachte ook zo duidde bij het versturen van de foto’s: “Here is some propaganda i made what do you think?”. De verdachte heeft in een bericht laten weten dat hij reeds flyers had verspreid in mailboxes. Flyers, alsook een pet met het logo van The Base zijn tijdens de doorzoeking in de woning van de verdachte aangetroffen. Op enig moment heeft de verdachte @[accountnaam 2] gevraagd wat hij (nog) moet doen om lid te worden, waarop @[accountnaam 2] antwoordde dat de verdachte zich al bewezen had en dat hij reeds lid was. De verdachte sprak hierna in zijn berichten ook wel in de “wij-vorm” ten opzichte van The Base.
De verdachte heeft op 15 augustus 2024 een ‘Nederlandse cel’ van The Base opgericht, genaamd [naam Nederlandse cel]. Hij heeft hiervoor een Telegram kanaal met de naam “[naam Nederlandse cel]" gecreëerd, met als eigenaar "[accountnaam 1]” (dus de verdachte). Hij introduceerde [naam Nederlandse cel] in dit kanaal als een netwerk van pro-blanke accelerationisten, die zich voorbereiden op ‘System Collapse’ via netwerken en training. Geïnteresseerden die aan de criteria voldoen konden zich als lid aanmelden door een bericht te sturen naar een genoemd account. Op 19 augustus 2024 heeft de verdachte ‘[accountnaam 4]’ bericht dat hij het Nederlandse kanaal van The Base runde, dat ene ‘[accountnaam 5]’ de vetting deed en hijzelf de leiding had.
Uit het voorgaande, en de overige bewijsmiddelen in het dossier, volgt dat de verdachte aangesloten was bij The Base, dat hij zichzelf met de organisatie afficheerde en als zodanig ook presenteerde. Het hof is dan ook van oordeel dat de verdachte heeft behoord tot het samenwerkingsverband. Dat hij de bij The Base kennelijk normaliter gehanteerde toelatingsprocedure (“vetting”) naar eigen zeggen niet (helemaal) heeft doorlopen doet hieraan niet af. Het gaat er immers om of hij – naar juridische maatstaven – heeft behoord tot het samenwerkingsverband, welke vraag het hof op basis van de voorgaande bewijsmiddelen positief beantwoordt.
Bovendien heeft de verdachte met zijn handelen een aandeel gehad in gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het hiervoor bedoelde oogmerk, dan wel deze ondersteunen. De verdachte maakte propaganda voor de organisatie, heeft een Nederlandse cel van The Base opgericht, en rekruteerde mensen daarvoor. Het oprichten van deze Nederlandse afdeling past goed in de strategie van The Base: de dagelijkse missie van The Base ziet volgens het kennisdocument in het dossier immers op het opbouwen van het netwerk door in zoveel mogelijk gebieden lokale ‘cellen’ te organiseren en tactische vaardigheden te trainen.
Voor deelnemen aan de terroristische organisatie is - anders dan is aangevoerd - niet nodig dat vastgesteld kan worden dat de verdachte rechtstreeks contact heeft gehad met een deelnemer van de organisatie. Door berichten te sturen naar Telegramgebruiker @[accountnaam 2] bereikte de verdachte immers steeds dat zijn berichten werden geplaatst op het openbare Telegramkanaal @[accountnaam 3], het (officiële) kanaal van The Base. Deze gang van zaken stond de verdachte kennelijk voor ogen, en wordt besproken in een bericht op 27 april 2024, waarin @[accountnaam 2] reageert op een flyer, en zegt dat @[accountnaam 1] (de verdachte dus) een foto moet maken als hij deze op straat ophangt, zodat hij (@[accountnaam 2]) dat weer kan delen “on our channel”, waarop de verdachte reageert dat hij dat zal doen. Een dag later stuurde @[accountnaam 1] een video en een afbeelding naar @[accountnaam 2], met het verzoek het te posten met wat credits. Hierop reageerde @[accountnaam 2] met 'yeah no problem'. Kort daarna vroeg @[accountnaam 2]: 'i'm just thinking now, are you sure you want me to credit you? that can give the police a clue'. Vervolgens reageerde @[accountnaam 1]: 'I don't care fuck the copse we need to show who we are".
Uit dit laatste bericht volgt tenslotte dat de verdachte in zijn algemeenheid wist van het terroristische karakter van de organisatie. Dit volgt ook uit een chat op 14 april 2024, waarin de verdachte middels zijn Telegramaccount @[accountnaam 1] contact had met @[accountnaam 6], die hem in het kader van zijn introductie met The Base erop wees dat de organisatie een accelerationistische beweging is en dat deze in Europa wordt beschouwd als een terreurbeweging. De verdachte antwoordde hierop: “ik zie het niet echt als een terreurbeweging, zie het meer als een groep die mensen wilt helpen”, waarop @[accountnaam 6] reageerde: “maar zo denkt de politie er niet over”.
Slotsom
Op grond van het voorgaande, in onderlinge samenhang beschouwd, is het hof van oordeel dat de verdachte heeft behoord tot The Base, een op het plegen van terroristische misdrijven gericht samenwerkingsverband en dat hij daarnaast ook een aandeel heeft gehad in gedragingen die verband hielden met de verwezenlijking van het binnen die organisatie bestaande oogmerk.
Daarmee komt het hof tot een bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
de eendaadse samenloop van:
medeplegen van in het openbaar tot enig strafbaar feit opruien, terwijl het strafbare feit waartoe wordt opgeruid een terroristisch misdrijf inhoudt, meermalen gepleegd
en
medeplegen van een afbeelding waarin tot een terroristisch misdrijf wordt opgeruid, verspreiden, terwijl hij weet dat in de afbeelding zodanige opruiing voorkomt, meermalen gepleegd.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
De toen 16-jarige verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan deelname aan de rechtsextremistische, terroristische organisatie The Base door onder meer op een openbaar Telegramaccount propagandamateriaal te (doen) verspreiden en voor de organisatie te flyeren en door een Nederlandse cel van deze organisatie op te richten. Ook heeft de verdachte zich op Telegram schuldig gemaakt aan opruiing en het verspreiden van beeldmateriaal met een rechtsextremistisch karakter waarin tot een terroristisch misdrijf wordt opgeruid. Hierdoor werden anderen aangemoedigd om de meest vreselijke strafbare feiten te plegen. De verdachte heeft hierbij een actieve en leidende rol gehad.
Uit het ‘Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 2025’ volgt dat binnen het rechts-terrorisme de omvolkingscomplottheorie gekoppeld wordt aan een onvermijdelijk geachte ‘rassenoorlog’. Volgens de theorie van het accelerationisme moet deze oorlog zo snel mogelijk uitbreken om de kans op een ‘witte etnostaat’ te vergroten. Om deze oorlog te ontketenen proberen extreemrechtse terroristen zoveel mogelijk chaos te creëren in de samenleving, onder andere door het plegen van aanslagen. Individuen binnen zulke rechts-terroristische online netwerken halen inspiratie uit het accelerationisme, maar creëren daarnaast een eigen gewelddadig wereldbeeld.
Terrorisme wordt nationaal en internationaal gezien als één van de ernstigste misdrijven. Het raakt direct de openbare orde en/of de veiligheid en stabiliteit van een samenleving en haar burgers. Deze burgers, dienen te worden beschermd tegen terroristisch geweld, ongeacht kleur, afkomst of geaardheid.
Justitiële documentatie
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 12 februari 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.
De persoon van de verdachte
Het hof heeft kennisgenomen van de rapportages die zijn opgemaakt over de verdachte, waaronder de Pro Justitia rapportage van 3 februari 2025, opgemaakt door [naam psycholoog], GZ-psycholoog en [naam Forensisch milieuonderzoeker], Forensisch milieuonderzoeker. Hieruit volgt dat bij de verdachte sprake is van een beneden gemiddelde cognitieve ontwikkeling en een autismespectrumstoornis. Deze stoornis beïnvloedde de gedragskeuzes en gedraging ten tijde van het ten laste gelegde en geadviseerd wordt het tenlastegelegde, indien bewezen, licht verminderd aan de verdachte toe te rekenen.
Nu deze conclusies van rapporteurs gedragen worden door hun bevindingen en door hetgeen ook overigens ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken, neemt het hof die conclusies over en maakt die tot de zijne. De verdachte wordt verminderd toerekeningsvatbaar geacht.
Verder heeft het hof kennisgenomen van de rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), waaronder het meest recente rapport van 18 februari 2026 en het Rapport tussenevaluatie Bijzondere Voorwaarden Jeugdreclassering t.b.v. OM d.d. 30 september 2025. Hieruit volgt dat de verdachte goed heeft meegewerkt aan de bij het bestreden vonnis opgelegde, dadelijk uitvoerbaar verklaarde bijzondere voorwaarden, zoals behandeling in het kader van psycho-educatie en het meewerken aan gesprekken bij het Landelijk Steunpunt Extremisme (LSE). Ter terechtzitting in hoger beroep is namens de Raad geadviseerd om, indien het tot een veroordeling zal komen, de volgende bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel op te leggen: een meldplicht bij de Jeugdreclassering, een contactverbod met zijn medeverdachten en het mee blijven werken aan gesprekken bij het LSE. Wat betreft de duur van de proeftijd zou één jaar volstaan. Voor de overige in eerste aanleg geadviseerde bijzondere voorwaarden ziet de Raad geen noodzaak meer.
Desgevraagd ter terechtzitting in hoger beroep is namens Jeugdbescherming Overijssel geadviseerd het meewerken aan gesprekken bij het LSE als bijzondere voorwaarde op te leggen, nu dat traject nog niet is afgerond. Ook is bevestigd dat de verdachte goed heeft meegewerkt aan het toezicht door Jeugdbescherming Overijssel.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep gezegd dat hij baat heeft gehad bij de aan hem opgelegde hulpverlening, geen belangstelling meer heeft in extremistisch gedachtengoed en graag aan zijn toekomst wil (blijven) werken.
Conclusie
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een deels voorwaardelijke jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft het hof acht geslagen op de leeftijd van de verdachte ten tijde van de feiten, te weten 16 jaar en de relatief korte periode waarin de bewezenverklaarde feiten zich hebben voorgedaan. Ook houdt het hof rekening met de voor de verdachte als ingrijpend ervaren wijze waarop hij is aangehouden, waarbij hij, zoals is aangevoerd, een zak over het hoofd kreeg, en het daarop volgend verblijf op het politiebureau. Om deze redenen komt het hof tot een voorwaardelijke jeugddetentie van kortere duur dan gevorderd. Het hof zal aan het voorwaardelijke strafdeel bijzondere voorwaarden verbinden met, mede gelet op het advies van de Raad, een proeftijd van één jaar.
Het hof is – alles afwegende – van oordeel dat een deels voorwaardelijke jeugddetentie van de hierna vermelde duur met de hierna te noemen bijzondere voorwaarden een passende en geboden reactie vormt.
Beslag
Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zoals deze vermeld zijn op de lijst met inbeslaggenomen voorwerpen overweegt het hof als volgt.
Onder de verdachte zijn in beslag genomen en nog niet terug gegeven een iPhone 13, twee luchtdrukwapens en een blik met munitie.
Ten aanzien van deze voorwerpen oordeelt het hof dat deze vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan de bewezenverklaarde feiten zijn begaan. Weliswaar heeft de verdediging teruggave bepleit gelet op de waarde van een dergelijke telefoon voor een jeugdige, maar dat vindt het hof, mede gelet op de aard van de feiten en de wijze waarop deze zijn begaan, niet aan de orde. Hiervan zou bovendien voor de nog jonge verdachte een verkeerd signaal uitgaan.
Het hof heeft bij deze beslissing rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 47, 55, 77a, 77g, , 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 131, 132 en 140a van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 cumulatief alternatief en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 cumulatief alternatief en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 150 (honderdvijftig) dagen.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot 64 (vierenzestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 1 (één) jaar
Stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:
1. zich gedurende de proeftijd meldt bij Jeugdbescherming Overijssel, afdeling jeugdreclassering op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen, zo vaak en zo lang de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht, en zijn medewerking verleent aan de daaruit voortvloeiende afspraken;
2. gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met:
[medeverdachte 1] (geboren op [geboortedatum]), en
[medeverdachte 2] (geboren [geboortedatum]);
3. mee zal (blijven) werken aan gesprekken met het Landelijk Steunpunt Extremisme, zolang de jeugdreclassering dit gedurende de proeftijd noodzakelijk acht.
Geeft opdracht aan Jeugdbescherming Overijssel, afdeling jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Heft op het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de door de rechtbank op grond van artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden en het hierop uit te oefenen toezicht.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
Dit arrest is gewezen door mr. L.A. Pit, als voorzitter, en mr. L.C. van Walree en mr. M.C. Bruining, leden, in bijzijn van de griffier mr. R. Rakić-Dieteren.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 12 maart 2026.
Mr. L.C. van Walree is buiten staat dit arrest te ondertekenen.