ECLI:NL:GHDHA:2026:428

ECLI:NL:GHDHA:2026:428

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 17-02-2026
Datum publicatie 19-03-2026
Zaaknummer 200.359.122/01
Rechtsgebied Civiel recht; Insolventierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

WSNP. Gang van zaken rond ontstane boedelachterstand niet toerekenbaar aan saniet. Budgetbeheerder heeft forse betalingsregelingen getroffen zonder overleg met de wsnp-bewindvoerder, terwijl voorzienbaar was dat er daardoor geen ruimte meer zou zijn om te voldoen aan de afdrachtverplichting. Verlenging looptijd ipv onthouden schone lei.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht

Team Handel

Zaaknummer : 200.359.122/01

Insolventienummer rechtbank : C/10/21/199 R

Arrest van 17 februari 2026

in de zaak van

[appellant] ,

wonend in Rotterdam,

appellant,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. J.M. van der Linden, kantoorhoudend in Leiden.

1. Het verloop van de procedure

Bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 5 augustus 2021 is ten aanzien van [appellant] de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard, waarbij de termijn is vastgesteld op vier jaar. Bij vonnis van die rechtbank van 4 september 2025 is aan [appellant] de schone lei onthouden. Tegen het vonnis heeft [appellant] hoger beroep ingesteld bij het op 12 september 2025 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift (met productie 1). Bij brief van 30 oktober 2025 heeft de bewindvoerder E.A. de Snoo (hierna: de wsnp-bewindvoerder) de openbare verslagen en haar reactie op het beroepschrift aan het hof toegezonden. Het hof heeft verder kennisgenomen van de door [appellant] overgelegde productie 2 en de ontvangstbevestiging van de rechtbank Rotterdam van 28 oktober 2025, betreffende de aanvraag tot beschermingsbewind.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 11 november 2025, waarbij [appellant], bijgestaan door zijn advocaat, is verschenen, alsmede de wsnp-bewindvoerder.

Het hof heeft daarna [appellant] en de wsnp-bewindvoerder in de gelegenheid gesteld nadere informatie toe te sturen. De zaak is daartoe (pro forma) aangehouden tot 20 januari 2026.

De wsnp-bewindvoerder en [appellant] hebben het hof nader geïnformeerd bij e-mailberichten (met bijlagen) van respectievelijk 23 december 2025 en 19 januari 2026. Het hof heeft vervolgens arrest bepaald op heden en [appellant] en de bewindvoerder daarvan op de hoogte gesteld.

2. De beoordeling van het hoger beroep

De rechtbank heeft aan [appellant] de schone lei onthouden omdat hij toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen (artikel 354 lid 1 Faillissementswet (Fw)), meer in het bijzonder de afdrachtverplichting en de verplichting om geen nieuwe schulden te laten ontstaan. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat er een boedelachterstand is ontstaan van € 8.682,95 en schulden aan Odido en Ben van in totaal € 4.957,24. [appellant] is voldoende in de gelegenheid gesteld om de tekortkomingen te herstellen. Zo is hij bij brieven van 15 oktober 2021 en 30 september 2024 en bij gelegenheid van het verhoor op 14 juli 2023 gewezen op de tekortkomingen.

De grieven van [appellant] komen er kort gezegd op neer dat de tekortkomingen niet toerekenbaar zijn omdat hij vanwege zijn geestelijke beperkingen niet bij machte was de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling na te komen. Reeds bij aanvang van de schuldsaneringsregeling had hij onder beschermingsbewind gesteld moeten worden. [appellant] was niet van de mogelijkheid tot onderbewindstelling op de hoogte en is daar ook niet op gewezen door de wsnp-bewindvoerder of de rechter-commissaris. [appellant] verzoekt het hof (primair) de schuldsaneringsregeling te beëindigen met verlening van de schone lei, dan wel (subsidiair) de schuldsaneringsregeling te verlengen teneinde hem in de gelegenheid te stellen om met hulp van een beschermingsbewindvoerder zoveel als mogelijk is op de boedelachterstand en de nieuwe schulden in te lopen. Door de (beoogde) beschermingsbewindvoerder – Verder Bewind Midden B.V. (hierna: Verder Bewind) – is in oktober 2025 een verzoek tot onderbewindstelling van [appellant] ingediend bij de rechtbank. De rechtbank heeft de ontvangst daarvan bevestigd bij brief van 28 oktober 2025, die is overgelegd als productie 2.

De wsnp-bewindvoerder heeft – samengevat – het volgende naar voren gebracht. De schuldsaneringsregeling verliep in de eerste jaren (2021 t/m 2023) redelijk goed. De informatieverplichting werd nagekomen, zij het soms traag, en er was slechts een geringe boedelachterstand van € 236,-. [appellant] had zijn opleiding afgerond en had werk gevonden. Er werden geen grote problemen in de nakoming van de verplichtingen verwacht en er bestond voor de wsnp-bewindvoerder dan ook geen aanleiding om [appellant] te wijzen op de mogelijkheid tot onderbewindstelling. In augustus 2023 volgde een jaarnota van Greenchoice van € 2.964,29 en in september 2023 meldde de gemeente Rotterdam een betalingsachterstand van € 1.316,28 voor bezoekersvergunningen. De budgetbeheerder van [appellant] heeft toen betalingsregelingen getroffen voor deze schulden, althans in ieder geval voor de schuld aan Greenchoice, waardoor er geen financiële ruimte meer was om aan de afdrachtverplichting te voldoen en er een boedelachterstand ontstond. In 2024 ontving [appellant] afwisselend een Ziektewet-uitkering en loon. In die periode kampte hij met mentale problemen. In 2025 zijn er telefoonschulden bij Odido en Ben ontstaan.

Nadat de zaak pro forma was aangehouden heeft de wsnp-bewindvoerder een herberekening van de boedelachterstand opgesteld op basis van de door [appellant] aanleverde stukken. De boedelachterstand tot en met juli 2025 bedraagt € 8.752,49. De advocaat van [appellant] heeft de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 25 november 2025 overgelegd waarbij de goederen van [appellant] onder bewind zijn gesteld met benoeming van Verder Bewind tot beschermingsbewindvoerder, alsmede een bericht van [naam] van Verder Bewind van 15 januari 2026 met de laatste stand van zaken.

Bij de beoordeling van het hoger beroep stelt het hof voorop dat van de schuldenaar die tot de schuldsaneringsregeling is toegelaten, mag worden verlangd dat hij zich tot het uiterste inspant om af te dragen aan de boedel om zijn schuldeisers zo veel mogelijk te voldoen.

Niet ter discussie staat dat er een aanzienlijke boedelachterstand en nieuwe schulden zijn ontstaan tijdens de looptijd van de schuldsaneringsregeling. De boedelachterstand bedraagt, berekend tot en met juli 2025, zijnde het einde van de looptijd van de schuldsaneringsregeling, € 8.752,49. In de door [appellant] aangedragen omstandigheden ziet het hof onvoldoende aanleiding om te concluderen dat hem ten aanzien van de tekortkoming in de afdrachtverplichting en het laten ontstaan van de (telefoon)schulden geen verwijt treft of dat die tekortkomingen gezien de bijzondere aard of geringe betekenis ervan buiten beschouwing gelaten dienen te worden. Wel acht het hof aannemelijk dat bij het ontstaan van de boedelachterstand heeft meegespeeld dat het budgetbeheer niet goed is verlopen in de periode rond augustus/september 2023, toen er een jaarnota van Greenchoice volgde en er een betalingsachterstand bij de gemeente (voor een bezoekersvergunning) werd gemeld. Het hof begrijpt dat de budgetbeheerder toen forse betalingsregelingen heeft getroffen voor in ieder geval de schuld bij Greenchoice zonder dat daarover overleg is geweest met de wsnp-bewindvoerder, terwijl voorzienbaar was dat er daardoor geen ruimte meer zou zijn om te voldoen aan de afdrachtverplichting. Hoewel het, ook na inschakeling van budgetbeheer, de verantwoordelijkheid was van [appellant] om te voldoen aan de eisen die de schuldsaneringsregeling stelt, is deze gang van zaken een omstandigheid die [appellant] niet toegerekend kan worden, omdat hij – zo begrijpt het hof – in die periode een zware tijd doormaakte met ernstige depressieve klachten en het aannemelijk is dat hij niet in staat was op eigen kracht de inmiddels ontstane boedelachterstand in te lopen of daartoe een voorstel te doen.Voorts is van belang dat inmiddels het beschermingsbewind is uitgesproken en dat de financiële situatie van [appellant] zich naar verwachting op korte termijn zal stabiliseren en dat ook de informatieverstrekking aan de wsnp-bewindvoerder beter zal verlopen.

Gelet op deze omstandigheden wordt het niet verlenen van de schone lei op dit moment een te zware sanctie geacht voor het tekortschieten en zal [appellant] in de gelegenheid worden gesteld om met een maximale verlenging de schuldsaneringsregeling alsnog tot een goed einde te brengen door zoveel als mogelijk is in te lopen op de boedelachterstand en de tijdens de afgelopen schuldsaneringsperiode ontstane nieuwe schulden (hierna: de nieuwe schulden). Daarbij zal worden bepaald dat de reguliere afdrachtverplichting gedurende de verlenging niet van toepassing is en dat alleen het bewindvoerderssalaris is verschuldigd, zodat [appellant] zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag kan aanwenden voor het inlopen van de boedelachterstand en de nieuwe schulden. Een en ander brengt met zich dat indien [appellant] niet fulltime werkt hij (aanvullend) dient te solliciteren naar fulltime werk.

De verlenging van de termijn gaat in zodra dit arrest onherroepelijk is geworden. Dat is, als geen cassatieberoep wordt ingesteld, op 26 februari 2026.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het bestreden vonnis dient te wordenvernietigd.

De beslissing

Het hof:

- vernietigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 4 september 2025;

en opnieuw rechtdoende:

- verlengt de looptijd van de schuldsaneringsregeling met een jaar, van 26 februari 2026 tot 26 februari 2027, ten behoeve van het inlopen van de boedelachterstand en de nieuwe schulden;

- bepaalt dat [appellant] gedurende de verlenging dient te blijven voldoen aan de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende informatie- en inspanningsverplichting;

- bepaalt dat de reguliere afdrachtverplichting gedurende de verlenging niet van toepassing is en dat [appellant] gedurende de verlenging het bewindvoerderssalaris verschuldigd is;

- verwijst de zaak naar voornoemde rechtbank ter voortzetting van de schuldsaneringsregeling.

Dit arrest is gewezen door mrs. P. Volker, H.J. van Kooten en A.J. Swelheim, en is

uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 februari 2026 in aanwezigheid van de

griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?