Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 6 maart 2025 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([land]) op [geboortedatum] 2000,
adres: [woonadres] [woonplaats] ([land]),
verblijfadres: [verblijfplaats].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 24 januari 2025 te 's-Gravenhage opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een rijbewijs van Bulgarije (voorzien van documentnummer [documentnummer]) op naam van [verdachte], door voornoemd rijbewijs te overhandigen aan de politie nadat van verdachte een rijbewijs werd gevorderd.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.
Het vonnis waarvan beroep
De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, met dien verstande dat het hof in het vonnis waarvan beroep de hierna te vermelden aanvulling aanbrengt.
Aanvulling strafmotivering
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte ‘first offender’ is en dat om die reden kan worden volstaan met oplegging van een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van maximaal
120 uur met eventueel een voorwaardelijk deel dan wel een geldboete.
Het hof overweegt dat de verdachte een personenauto heeft bestuurd, terwijl hij een vals rijbewijs bij zich had. Door aldus te handelen heeft de verdachte blijk gegeven van een miskenning van zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer en de verkeersveiligheid in gevaar gebracht.
Het hof ziet in hetgeen door de raadsman in hoger beroep is aangevoerd geen aanleiding om te beslissen tot oplegging van een andere straf dan door de politierechter is opgelegd.
Aangezien de verdachte na de datum waarop het door de eerste rechter bewezenverklaarde feit gepleegd is opnieuw is veroordeeld, zal het hof het in het vonnis waarvan beroep aangehaalde wetsartikel aanvullen met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.
De toepasselijke wetsartikelen
De op te leggen straf is gebaseerd op de artikelen 63 en 231 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.
Het vonnis waarvan beroep dient derhalve onder aanvulling van gronden te worden bevestigd.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door mr. H.C. Wiersinga, als voorzitter, mr. A.M.H. van der Poort-Schoenmakers en
mr. J.L.D. Timmermans, leden, in bijzijn van de griffier A. van der Schalk.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 21 januari 2026.