Onderzoek van de zaak
Rolnummer: 22-002389-25
Parketnummers: 71-405194-24 en 13-163353-23 (GEV)
Datum uitspraak: 31 maart 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 5 augustus 2025 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008,
adres: [woonadres] , [woonplaats] .
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het bij parketnummer 13-163353-23 en het bij parketnummer 71-405194-24 primair tenlastegelegde veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 300 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 112 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren, met daaraan verbonden de in het vonnis waarvan beroep omschreven algemene en bijzondere voorwaarden. Voorts is de verdachte veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 120 uren, bij niet voldoen te vervangen door 60 dagen jeugddetentie. Verder is beslist omtrent het in beslag genomen voorwerp zoals omgeschreven in het vonnis waarvan beroep en is het geschorste bevel voorlopige hechtenis van de verdachte opgeheven.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak met parketnummer 71-405194-24:
hij, in of omstreeks de periode van 1 augustus 2024 tot en met 30 december 2024, te Uithoorn, althans Nederland, met het oogmerk om een misdrijf als bedoeld in
- artikel 176b Wetboek van strafrecht, te weten 157 van het Wetboek van strafrecht, te weten het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft, (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of
- artikel 289a Wetboek van strafrecht, te weten
- artikel 289 (moord), te begaan met een terroristisch oogmerk, en/of
- artikel 288a (doodslag, gepleegd met een terroristisch oogmerk) voor te bereiden en/of te bevorderen,
1. een ander heeft getracht te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of
2. gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf zich of anderen heeft getracht te verschaffen door
A. deel te nemen aan de Telegram chatgroep [chatgroep 1] (UID [nummer 1] ) en/of Telegramchats en/of WhatsAppchats en/of Signalchats met (een) verschillende tegencontacten en daarin berichten te delen over de aankoop/ verkoop/ aanschaf/ het bezit van (een) vuurwapen(s) en/of een kogelvrij vest en/of semtex en/of afbeelding(en)/ video('s) van vuurwapen(s) te delen/ te verspreiden (p.15/77/78/86/127/ 163 ev) en/of
B. via Whatsapp aan " [persoon] " te vragen of die meer ISIS video's heeft om te kijken (p. 128) en/of video's betrekking hebbend op IS/ ISIS, waarin het martelaarschap wordt verheerlijkt en onthoofdingen/ executies worden uitgevoerd, te downloaden/ op te slaan/ voorhanden te hebben (p. 224-225) en/of
C. handleiding(en) voor het vervaardigen van één of meer explosie(f)(ven) en/of het plegen van een (solo-) terroristische aanslag (p.216-222) en/of een (instructie)video (genaamd " [video 1] ") waarin wordt gedemonstreerd hoe ongelovigen kunnen worden gedood: een uitleg van een mesaanval en onthoofding en een instructie voor het maken van een explosief (p. 226) en/of een document " [document] , waarin adviezen worden gegeven voor (afgeschermde) communicatie, transport en vervoersmiddelen, het gebruik van wapens en explosieven, en (contra-) spionage (p.236), te downloaden/ op te slaan/ voorhanden te hebben en/of
D. via Telegram contact te maken met een (of meer) andere perso(o)n(en), o.a. "." teneinde inlichtingen in te winnen en/of de mogelijkheden te verkennen om een terroristisch misdrijf voor te bereiden en/of te bevorderen en/of uit te voeren en/of daarbij te vragen naar vuurwerk en/of (een) vuurwapen(s) en/of contactpersonen die kunnen helpen bij de aanschaf van (een) wapen(s) (p. 22/70/77/78/83);
subsidiairhij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2024 tot en met 30 december 2024, te Uithoorn, althans Nederland, zich en/of een ander, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of heeft getracht te verschaffen, tot het plegen van een terroristisch misdrijf dan wel tot het plegen van een misdrijf ter voorbereiding en/of ter vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, als bedoeld in artikel 83 dan wel artikel 83b Wetboek van strafrecht dan wel zich kennis of vaardigheden daartoe heeft verworven en/of een ander heeft bijgebracht, door
A. deel te nemen aan de Telegram chatgroep [chatgroep 1] (UID [nummer 1] ) en/of Telegramchats en/of WhatsAppchats en/of Signalchats met (een) verschillende tegencontacten en daarin berichten te delen over de aankoop/ verkoop/ aanschaf/ het bezit van (een) vuurwapen(s) en/of een kogelvrij vest en/of semtex en/of afbeelding(en)/ video('s) van vuurwapen(s) te delen/ te verspreiden (p.15/77/78/86/127/ 163 ev) en/of
B. via Whatsapp aan " [persoon] " te vragen of die meer ISIS video's heeft om te kijken (p. 128) en/of video's betrekking hebbend op IS/ ISIS, waarin het martelaarschap wordt verheerlijkt en onthoofdingen/ executies worden uitgevoerd, te downloaden/ op te slaan/ voorhanden te hebben (p. 224-225) en/of
C. handleiding(en) voor het vervaardigen van één of meer explosie(f)(ven) en/of het plegen van een (solo-) terroristische aanslag (p.216-222) en/of een (instructie)video (genaamd " [video 1] ")waarin wordt gedemonstreerd hoe ongelovigen kunnen worden gedood: een uitleg van een mesaanval en onthoofding en een instructie voor het maken van een explosief (p. 226) en/of een document " [document] , waarin adviezen worden gegeven voor (afgeschermde) communicatie, transport en vervoersmiddelen, het gebruik van wapens en explosieven, en (contra-) spionage (p.236), te downloaden/ op te slaan/ voorhanden te hebben en/of
D. via Telegram contact te maken met een (of meer) andere perso(o)n(en), o.a. "." teneinde inlichtingen in te winnen en/of de mogelijkheden te verkennen om een terroristisch misdrijf voor te bereiden en/of te bevorderen en/of uit te voeren en/of daarbij te vragen naar vuurwerk en/of (een) vuurwapen(s) en/of contactpersonen die kunnen helpen bij de aanschaf van (een) wapen(s) (p. 22/70/77/78/83);
Zaak met parketnummer 13-163353-23 (gevoegd):
hij, in of omstreeks de periode van 24 juni 2023 tot en met 5 juli 2023 te Uithoorn en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, één of meerdere (onbekend gebleven) persoon/personen heeft gedreigd met een terroristisch misdrijf, althans met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen en/of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstaat en/of met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door op sociale media (in een pro-ISIS Discord server) een bericht te sturen met de tekst: "intended to commit a mass shooting attack in Vondelpark, Amsterdam on 6 Juli 2023", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake het onder parketnummer 13-163353-23 en het onder parketnummer 71-405194-24 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 300 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 112 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren met daaraan verbonden algemene en – dadelijk uitvoerbaar te verklaren – bijzondere voorwaarden in combinatie met een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen jeugddetentie.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet geheel verenigt.
Nadere bewijsoverwegingen
Ten aanzien van 13-163353-23: bedreiging met een terroristisch misdrijf
De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld – kort en zakelijk weergegeven – dat de verdachte moet worden vrijgesproken, nu de omstandigheden niet zodanig zijn dat de redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf, waarmee dan gedreigd zou zijn, zou worden gepleegd. Ook heeft de bedreiging de bedreigden niet bereikt en is er geen sprake van (voorwaardelijk) opzet bij de verdachte, aldus de raadsman.
Juridisch kader
Het hof stelt voorop dat bij overtreding van artikel 285, derde lid Sr – zoals ten laste gelegd – het om dreiging gaat met een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 83 Sr. Voor zover uit art. 83 Sr volgt dat het terroristisch misdrijf waarmee wordt gedreigd het in art. 83a Sr omschreven terroristisch oogmerk vereist, brengt die omstandigheid echter niet mee dat de verdachte van die bedreiging zelf ook met dit terroristische oogmerk moet hebben gehandeld. Wel is vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden plaatsvindt dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan (a) dat het misdrijf waarmee wordt gedreigd een terroristisch misdrijf betreft en (b) dat dit misdrijf ook zou worden uitgevoerd. Gelet op de omschrijving van een terroristisch oogmerk in artikel 83a Sr brengt dit voor de terroristische misdrijven die dit oogmerk vereisen mee dat voor een veroordeling wegens bedreiging met zo'n terroristisch misdrijf is vereist dat uit de bewijsvoering blijkt dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat het misdrijf dat zou worden uitgevoerd erop was gericht (i) de bevolking of een deel van de bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen, dan wel (ii) een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel (iii) de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of vernietigen. Daarnaast is voor zo'n veroordeling vereist dat het - tenminste voorwaardelijke - opzet van de verdachte erop was gericht deze vrees te laten ontstaan (HR 10 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1890 en HR 22 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1508).
Beoordeling door het hof
Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep leidt het hof de volgende feiten en omstandigheden af. Op 30 juni 2023 ontvangt de Nederlandse politie het bericht van het Amerikaanse Federal Bureau of Investigation dat op Discord door het profiel “ [profiel] ” op 24 juni 2023 in een pro ISIS-Discordserver het bericht is geplaatst dat hij(/zij) van plan is om op 7 juli 2023 een massale schietpartij te plegen in het Vondelpark te Amsterdam. Uit een zoekslag op Google volgt dat hier deze dag het evenement “Picnic in the Park” zou plaatsvinden. De verdachte is vervolgens op 5 juli 2023 aangehouden. Bij de doorzoeking in zijn woning is zijn telefoon in beslaggenomen. In de inbeslaggenomen en onderzochte telefoon is te zien dat er informatiepagina's zijn bezocht over een vuurwapen, een massale schietpartij in Jacksonville en een onthoofdingsvideo. Ter zitting in eerste aanleg en in hoger beroep heeft de verdachte voorts verklaard dat hij de gebruiker is van het voornoemde Discordprofiel en dat hij het bericht ook heeft geplaatst.
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat met de uitlating van de verdachte om een aanslag te plegen op een specifieke datum tijdens een evenement in het doorgaans drukbezochte Vondelpark sprake is van een misdrijf met een terroristisch oogmerk in de zin van artikel 83a Sr. Het bericht werd vervolgens ook gelezen, blijkens de verklaring van de verdachte dat er door leden in de pro ISIS-groep op zijn bericht werd gereageerd en dat hij naar aanleiding van dit bericht een ‘DM’ heeft gekregen van iemand met onder meer de vragen of de verdachte serieus is en of hij ongelovigen wil vermoorden.
Verder overweegt het hof dat de uitlating van de verdachte, gelet op aard daarvan en de omstandigheden waaronder deze uitlating is gedaan (namelijk in een pro ISIS-server), van dien aard is dat deze bij degenen tot wie deze is gericht ook de redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf een terroristisch misdrijf betrof en dat dit misdrijf ook zou worden uitgevoerd. Niet is vereist dat diegenen tegen wie het in de bedreiging bedoelde terroristisch misdrijf – hier bestaande uit het doden van nog onbekende bezoekers in het Vondelpark met het oogmerk (een deel van) de bevolking vrees aan te jagen – zich richtte, met deze bedreiging bekend zijn geworden en of het opzet van de verdachte ook op dit bekend worden was gericht (HR 22 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1508).
Opzet
Gelet op de aard van de uitlatingen en het (online)gedrag van de verdachte, namelijk het bekijken van een ISIS onthoofdingsvideo en het vervolgens bezoeken van een islamitische server om hierin de tenlastegelegde uitlating te sturen in combinatie met de zoekslagen naar informatie en de opmerking van de verdachte dat hij denkt dat hij van Discord verwijderd werd omdat zij dachten dat hij een terrorist was, acht het hof voldoende bewijs aanwezig dat de verdachte opzet heeft gehad op het aanjagen van de vrees dat hij een terroristisch misdrijf zou uitvoeren; hij heeft minst genomen bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat bij de betrokkenen in redelijkheid die vrees kon ontstaan.
Gelet hierop is niet van belang dat een en ander volgens de verdachte allemaal maar een grap was, wat hier overigens van zij.
Conclusie
Op grond van bovenstaande verwerpt het hof het tot vrijspraak strekkende verweer. Het tenlastegelegde kan wettig en overtuigend worden bewezen.
Ten aanzien van 71-405194-24, primair: voorbereidingshandelingen
De raadsman heeft zich overeenkomstig zijn pleitaantekeningen op het standpunt gesteld – zoals het hof begrijpt – dat de verdachte van het primair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken, aangezien hij – mede gelet op de conclusies van de psychiater en psycholoog in de Pro Justitiarapportage – niet geradicaliseerd was en dan ook niet bezig was een terroristische aanslag voor te bereiden.
Juridisch kaders
De in artikel 96, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) beschreven voorbereidings- en bevorderingshandelingen zijn strafbaar ongeacht het resultaat ervan. Vereist is dat de dader de gedraging onderneemt met het oogmerk het betreffende terroristische misdrijf voor te bereiden of te bevorderen. Voorwaardelijk opzet op de voorbereiding of bevordering van een terroristisch misdrijf volstaat niet.
Het misdrijf dat wordt voorbereid of bevorderd zal in zoverre moeten vaststaan dat kan worden bepaald of het een misdrijf betreft waarvan de voorbereiding en bevordering als bedoeld in artikel 96, tweede lid, Sr strafbaar is. Tijd, plaats en wijze van uitvoering zullen
dus enigszins concreet moeten vaststaan. De verweten voorbereidings- en bevorderingshandelingen kunnen in onderlinge samenhang worden beschouwd. Ook indien op zichzelf staande handelingen geen strafbare voorbereiding opleveren, kan uit de combinatie van alle handelingen en het gedachtegoed van de verdachte tezamen het oogmerk van de verdachte op het voorbereiden van het terroristisch misdrijf worden afgeleid.
Beoordeling door het hof
Op grond van het onderzoek ter terechtzitting en de inhoud van de wettige bewijsmiddelen stelt het hof de navolgende feiten en omstandigheden vast.
Op 30 december 2024 is de verdachte in zijn woning aangehouden. In de woning wordt de iPhone van de verdachte aangetroffen en inbeslaggenomen. Deze telefoon is vervolgens onderzocht en hieruit blijkt dat de verdachte in de periode van 14 juli 2024 tot en met 29 december 2024 met verscheidene personen heeft gesproken over wapens en het plegen van een aanslag.
Zo vraagt de verdachte op 14 juli 2024 via WhatsApp of er nog PGP telefoons te koop zijn en vanaf 11 augustus 2024 chat hij met verschillende contacten over de koop en verkoop van (vuur)wapens, waarbij hij ook op 29 augustus 2024 in de Telgramgroep [chatgroep 2] hierover berichten stuurt. Op 17 september vraagt hij op Telegram of iemand semtex verkoopt en op 11 november 2024 vraagt hij op Whatsapp naar een kogelvrij vest. In de openbare telegramgroep “ [chatgroep 1] ” vraagt de verdachte op 19 november 2024 vervolgens om ‘guns’ en eind november 2024 chat de verdachte via Telegram met gebruiker UID [nummer 2] over een luger 9mm2.
Eind november 2024 start de verdachte een gesprek onder de naam [naam] met een gebruiker aangeduid met [gebruiker] (UID [nummer 3] ), waarop [gebruiker] twee handleidingen stuurt voor het vervaardigen van een explosief materiaal en de verdachte deze handleidingen vervolgens ook downloadt. Op 1 december 2024 bericht de verdachte [gebruiker] dat hij de lessen (grotendeels) heeft gelezen, maar dat dit veel tijd kostte omdat hij alles moest vertalen, dat hij niemand van zijn plan heeft verteld en dat hij het gaat maken met Allah. De verdachte gaat voorts op zoek naar een geschikte locatie. Hij schrijft dat hij er aan dacht om een aanslag te plegen bij een protest, maar dat hij eerst een goede aanvalsplek moet vinden en dat hij daarna een bom kan bouwen. Een paar uur later laat hij weten dat hij een plek heeft gevonden in Amsterdam met de jaarwisseling: “many kuffr go out drinking etc”, waarna hij vraagt: “I just don't know what kind of ingredients i need akhi to start making”. Een dag later, op 2 december, chat de verdachte via Telegram “I cannot sit here akhi in europe with everything while my brothers are ther akhi fighting kufr” en hij vraagt “do u have any contacts in Europe? I can talk to so they can get me weapons or they can help me with ingredients”.
Vanaf 16 december praat de verdachte op WhatsApp met ‘ [persoon] ’ over ISIS, en vraagt aan [persoon] of hij meer ISIS-video’s heeft om te bekijken. De verdachte heeft vervolgens op 17 december 2024 wederom contact met [gebruiker] (UID [nummer 3] ) en stuurt “Amsterdam Central 31
december. Many kuffar on new years any not to far away from me”. Een dag later slaat hij de ISIS-video ‘ [video 2] ’ op (een video waarin aanslagen in Frankrijk en België worden getoond en nieuwe aanslagen worden aangekondigd). Op 20 december 2024 chat de verdachte wederom via WhatsApp, in het Arabisch, met [persoon] . [persoon] zegt dat hij God dankbaar is vanwege Duitsland (het Hof: kennelijk wordt hier gedoeld op de aanslag op de kerstmarkt in Maagdenburg), waarop de verdachte reageert dat God de grootste is en dat hij geaccepteerd mag worden in de hemel. [persoon] chat: ‘met Gods wil ook snel in Nederland’. De verdachte stuurt hierop, dat als god het wil niemand gearresteerd mag worden voor het plan. In dit gesprek stuurt de verdachte een foto van twee messen met de opmerking dat hij die meeneemt als de wapens het niet meer doen. Dan stuurt hij een foto van zichzelf waarop hij het ‘tawheed’ gebaar maakt. Hij zegt dat hij nog niet klaar is en de dag voor de aanslag de video zal opnemen, maar hij vreest ook dat de chatgesprekken in de gaten gehouden worden en hij chat vervolgens “I have a feeling that someone is spying on this chat”. Er wordt afgesproken het gesprek verder te voeren op Telegram.
Eind december slaat de verdachte wederom een handleiding op voor het maken van een explosief. Daarnaast bewaart hij de video’s ‘ [video 3] ’, een ISIS-video over een massale executie, en Jihadi John. Hij bevestigt op 27 december aan Telegramgebruiker UID [nummer 4] dat hij alleen zichzelf voorbereidt en als God het wil dat hij vanavond zijn video zal maken. Op 28 december 2024 schrijft hij aan UID [nummer 5] dat hij ter waarneming in de metro is en hij stuurt een foto. Op de vraag wanneer de uitvoering is, antwoordt hij ‘dinsdag 31’. Tot slot vraagt hij op 29 december 2024 via Telegram aan UID [nummer 5] waar hij zijn video naar toe moet sturen.
Oogmerk
Naar het oordeel van het hof volgt uit het hiervoor weergegeven gedrag van de verdachte – waaronder het bekijken van ISIS-video’s omtrent het martelaarschap, onthoofdingen en executies, het opslaan van ISIS-handleidingen en het chatten over het vinden van een geschikte locatie voor een aanslag en in dit verband de opmerkingen “it’s in amsterdam on new years many kuffr go out drinking etc” en “I cannot sit here akhi in europe with everything while my brothers are ther akhi fighting kuffr” – dat de verdachte het oogmerk had op de voorbereiding van misdrijven met een terroristisch oogmerk, zoals weergegeven in de hierna opgenomen bewezenverklaring.
De verklaring van de verdachte inhoudende dat hij niet serieus was in de chatgesprekken, maar alleen nieuwsgierig, en dat zijn doel was om tijd van zijn online gesprekspartners te verspillen, acht het hof, in het licht van de inhoud van het de hiervoor weergegeven communicatie, geheel onaannemelijk.
Bewezenverklaring
1. een ander heeft getracht te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 71-405194-24 primair en in de zaak met parketnummer 13-163353-23 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Zaak met parketnummer 13-163353-23 (gevoegd):
hij, in of omstreeks de periode van 24 juni 2023 tot en met 5 juli 2023 te Uithoorn en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, één of meerdere (onbekend gebleven) persoon/personen heeft gedreigd bedreigd met een terroristisch misdrijf, althans met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen en/of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstaat en/of met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door op sociale media (in een pro-ISIS Discord server) een bericht te sturen met de tekst: "intended to commit a mass shooting attack in Vondelpark, Amsterdam on 6 Juli 2023", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking;
Zaak met parketnummer 71-405194-24:
hij, in of omstreeks de periode van 1 augustus 2024 tot en met 30 december 2024, te Uithoorn, althans Nederland, met het oogmerk om een misdrijf als bedoeld in
- artikel 176b Wetboek van strafrecht, te weten 157 van het Wetboek van strafrecht, te weten het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft, (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of
- artikel 289a Wetboek van strafrecht, te weten
- artikel 289 (moord), te begaan met een terroristisch oogmerk, en/of
- artikel 288a (doodslag, gepleegd met een terroristisch oogmerk) voor te bereiden en/of te bevorderen,
2. gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf zich of anderen heeft getracht te verschaffen door
A. deel te nemen aan de Telegram chatgroep [chatgroep 1] (UID [nummer 1] ) en/of Telegramchats en/of WhatsAppchats en/of Signalchats met (een) verschillende tegencontacten en daarin berichten te delen over de aankoop/ verkoop/ aanschaf/ het bezit van (een) vuurwapen(s) en/of een kogelvrij vest en/of semtex en/of afbeelding(en)/ video('s) van vuurwapen(s) te delen/ te verspreiden (p.15/77/78/86/127/ 163 ev) en/of
B. via Whatsapp aan " [persoon] " te vragen of die meer ISIS video's heeft om te kijken (p. 128) en/of video's betrekking hebbend op IS/ISIS, waarin het martelaarschap wordt verheerlijkt en onthoofdingen/ executies worden uitgevoerd, te downloaden/ op te slaan/ voorhanden te hebben (p. 224-225) en/of
C. handleiding(en) voor het vervaardigen van één of meer explosie(f)(ven) en/of het plegen van een (solo-) terroristische aanslag (p.216-222) en/of een (instructie)video (genaamd " [video 1] ") waarin wordt gedemonstreerd hoe ongelovigen kunnen worden gedood: een uitleg van een mesaanval en onthoofding en een instructie voor het maken van een explosief (p. 226) en/of een document " [document] , waarin adviezen worden gegeven voor (afgeschermde) communicatie, transport en vervoersmiddelen, het gebruik van wapens en explosieven, en (contra-) spionage (p.236), te downloaden/op te slaan/voorhanden te hebben en/of
D. via Telegram contact te maken met een (of meer) andere perso(o)n(en), o.a. "." teneinde inlichtingen in te winnen en/of de mogelijkheden te verkennen om een terroristisch misdrijf voor te bereiden en/of te bevorderen en/of uit te voeren en/of daarbij te vragen naar vuurwerk en/of (een) vuurwapen(s) en/of contactpersonen die kunnen helpen bij de aanschaf van (een) wapen(s) (p. 22/70/77/78/83).
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het in de zaak met parketnummer 13-163353-23 bewezenverklaarde levert op:
bedreiging met een terroristisch misdrijf.
Het in de zaak met parketnummer 71-405194-24 primair bewezenverklaarde levert op:
met het oogmerk om opzettelijk brand stichten en/of ontploffingen teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft, en/of moord en/of doodslag, telkens te begaan met een terroristisch oogmerk, voor te bereiden en/of te bevorderen, zich middelen of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf trachten te verschaffen.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
De destijds 15-jarige verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging met een terroristisch misdrijf door in een pro ISIS-Discordserver te dreigen met het plegen van een aanslag in het Vondelpark in Amsterdam, terwijl daar een evenement gepland stond.
Ook is de verdachte, in de periode waarin zijn voorlopige hechtenis geschorst was ten aanzien van het voorgaande feit, wederom het internet op gegaan en heeft zich vervolgens op 16-jarige leeftijd schuldig gemaakt aan de voorbereiding van een terroristische aanslag op ongelovigen tijdens de jaarwisseling in Amsterdam. Gedurende een periode van 3 maanden – in aanloop naar oud en nieuw – heeft de verdachte online contact gehad met anderen over wapens, heeft hij ISIS propagandavideo’s bekeken en heeft hij handleidingen over onder meer het maken van explosieven gedownload.
Bedreigen met een terroristische aanslag en het voorbereiding van terroristische misdrijven zijn ernstige feiten, waardoor de openbare orde en/of de veiligheid en stabiliteit van een samenleving en haar burgers en de gevoelens van onveiligheid in de samenleving aangetast worden.
Justitiële documentatie
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 24 februari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.
De persoon van de verdachte
Het hof heeft kennisgenomen van rapportages die over de persoon van de verdachte zijn opgemaakt, waaronder de (meest recente) pro Justitia-rapportage van 3 juni 2025 die door A.J. van den Dorpel, GZ-psycholoog, en dr. D.C.W.H. Naus, psychiater, is opgemaakt over de verdachte. De rapporteurs hebben vastgesteld dat de verdachte een gemiddelde intelligentie heeft en dat er geen (neurobiologische) ontwikkelingsproblemen zijn noch dat er sprake is (geweest) van psychiatrische problematiek. Er is ook geen sprake van een (bedreigde) persoonlijkheidsontwikkeling. Dit was ook zo ten tijde van het ten laste gelegde. Aangezien er geen stoornis is vastgesteld, kan niet worden gesproken van een verband tussen een stoornis en de hem tenlastegelegde feiten. Er wordt dan ook geadviseerd om de feiten, indien bewezenverklaard, geheel aan de verdachte toe te rekenen.
Nu deze conclusies van rapporteurs gedragen worden door hun bevindingen en door hetgeen ook overigens ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken, neemt het hof die conclusies over en maakt die tot de zijne. De verdachte wordt volledig toerekeningsvatbaar geacht.
Verder heeft het hof kennisgenomen van de rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), waaronder het meest recente rapport van 13 maart 2026. Hieruit volgt dat de verdachte goed heeft meegewerkt aan (vrijwillige) hulpverlening, waaronder het traject bij het Landelijk Steunpunt Extremisme (LSE), ProZorg bij de Waag en de begeleiding vanuit U-Turn180. Geadviseerd wordt om – bij een bewezenverklaring – de volgende bijzondere voorwaarden op te leggen:
-het volgen van het school/stagerooster en het schema rondom de dagbesteding;
-meewerken aan het vinden en behouden van positieve vrijetijdsbesteding,;
-meewerken aan hulpverlening onder meer gericht op het afnemen van risico’s van radicalisering vanuit ProZorg van de Waag;
-coaching vanuit U-Turn180, meewerken aan de inzet vanuit het LSE;
-meewerken aan de hulpverlening die Jeugdbescherming Amsterdam noodzakelijk acht;
-een sociale mediaverbod;
-niet communiceren met personen of groepen die verband houden met extremisme;
-meewerken aan de controle van gegevensdragers en een verbod om zich niet op de internationale luchthavens te begeven en om Nederland verlaten en/of zich bij het grensgebied van Nederland te begeven.
Tot slot is een meldplicht bij de Jeugdreclassering geadviseerd.
Ter terechtzitting in hoger beroep is namens de Raad de noodzaak van de bijzondere voorwaarden benadrukt, nu de verdachte geen intrinsieke motivatie (meer) toont om hieraan binnen een vrijwillig kader uitvoering te blijven geven. Door de Raad is daarnaast aandacht gevraagd voor de omstandigheid dat de verdachte het weliswaar goed doet in de offline wereld, maar dat controle op de online wereld van belang blijft.
Namens Jeugdbescherming Amsterdam is ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebracht dat de hulpverlening aanwezig dient te blijven als stok achter de deur, waarbij het van belang is dat de verdachte leert te reflecteren op zijn gedrag. Ook is bevestigd dat de verdachte goed heeft meegewerkt in het vrijwillig kader.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep gezegd dat het goed gaat op school; zo wil hij graag doorstuderen en naar het HBO. Ook heeft hij een aantal dagen in de week een bijbaan. Als het moet werkt hij mee aan de bijzondere voorwaarden, maar hij heeft geen hulpverlening meer nodig.
Afweging
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een deels voorwaardelijke jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft het hof acht geslagen op de leeftijd van de verdachte ten tijde van de feiten, te weten 15 respectievelijk 16 jaar en de volledige toerekenbaarheid. Het hof acht de geadviseerde voorwaarden noodzakelijk gelet op het advies van de Raad en gelet op de omstandigheid dat het hof, ondanks pogingen ter terechtzitting om met de verdachte goed in contact te komen, moeilijk inzicht verkrijgt in de persoon en de gedachtewereld van de verdachte. Het hof zal deze bijzondere voorwaarden dan ook aan het voorwaardelijk strafdeel verbinden. De verdachte heeft tot nu toe meegewerkt binnen het vrijwillig kader en de bijzondere voorwaarden strekken er bovendien toe de verdachte te stimuleren om deze ontwikkeling voort te zetten. Aan de bijzondere voorwaarden zal het hof een proeftijd verbinden van twee jaren.
Het hof ziet aanleiding om de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren, aangezien er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen, of gevaar veroorzaakt voor, de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen en gelet op het feit dat de verdachte is gerecidiveerd tijdens de schorsing van zijn voorlopige hechtenis.
Mede gelet op dit laatste zal het hof naast de (deels voorwaardelijke) jeugddetentie ook een taakstraf in de vorm van een werkstraf opleggen.
Conclusie
Het hof is – alles afwegende – van oordeel dat een deels voorwaardelijke jeugddetentie van na te vermelden duur met de hierna te noemen bijzondere voorwaarden in combinatie met een geheel onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te vermelden duur een passende en geboden reactie vormen.
Redelijke termijn
Het hof stelt tot slot vast dat de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, in eerste aanleg met ongeveer negen maanden is overschreden. De verdachte is namelijk op 5 juli 2023 in verzekering gesteld en het eindvonnis is gewezen op 5 augustus 2025. Het hof zal deze termijnoverschrijding meewegen in de strafmaat.
Waar het hof zonder de eerder genoemde overschrijding van de redelijke termijn een werkstraf voor de duur van 120 uren zou hebben opgelegd, zal nu, vanwege de schending van de redelijke termijn, een werkstraf voor de duur van 100 uren worden opgelegd.
Beslag
De onder de verdachte in beslag genomen en nog niet terug gegeven een iPhone 8 zal het hof verbeurd verklaren, nu het een voorwerp is met behulp waarvan het in de zaak met parketnummer 71-405194-24 primair bewezenverklaarde is begaan.
Het hof heeft bij deze beslissing rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 24, 33, 33a, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 96, 176b, 285, 288a, 289 en 289a van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 13-163353-23 en in de zaak met parketnummer 71-405194-24 primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 13-163353-23 en in de zaak met parketnummer 71-405194-24 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 300 (driehonderd) dagen.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot 112 (honderdtwaalf) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren:
Stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:
1. zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Amsterdam, afdeling jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
2. bij wijziging van zijn adres het nieuwe adres schriftelijk doorgeeft aan de officier van justitie;
3. onderwijs en/of stage volgt, volgens het rooster van de onderwijsinstelling;
4. zich inspant voor het vinden en behouden van een positieve vrijetijdsbesteding;
5. meewerkt aan hulpverlening, onder andere gericht op het afnemen van risico's van radicalisering vanuit ProZorg van de Waag of een soortgelijke behandeling en instelling;
6. meewerkt aan coaching vanuit U-Turn180;
7. meewerkt aan de inzet vanuit het Landelijk Steunpunt Extremisme;
8. de veroordeelde zal gedurende de proeftijd:
a. digitale omgevingen vermijden waarin hij in aanraking kan komen met terroristisch materiaal;
b. digitale omgevingen vermijden waarin over gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van een terroristisch misdrijf wordt gecommuniceerd:
c. geen gebruik maken van virtuele machines, versleutelprogramma's (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN). tenzij de jeugdreclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk, school of bankzaken);
d. inzicht geven in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder a en b zal vermijden en bespreken hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen a tot en met c beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices. USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de verdachte in gebruik heeft.
De verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de veroordeelde in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van
wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past de verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.
De controles worden uitgevoerd door de jeugdreclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de jeugdreclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist meenemen: deze mag werkzaam zijn bij de politie, echter mag deze geen handelingen uitvoeren ten behoeve van opsporing.
De controles mogen maximaal zes keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te
krijgen van het persoonlijke leven van de verdachte. Dit alles zolang de jeugdreclassering dit in overleg met het Openbaar Ministerie noodzakelijk acht.
9. Nederland niet zal verlaten en dat hij zich niet op de volgende internationale luchthavens zal begeven: Schiphol, Rotterdam The Hague Airport, Eelde, Eindhoven en Maastricht, zolang de jeugdreclassering dit in overleg met het Openbaar Ministerie noodzakelijk acht.
Beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen reclasseringstoezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.
Geeft opdracht dat de Jeugdbescherming Regio Amsterdam toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen jeugddetentie.
Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- iPhone 8, inbeslaggenomen onder nummer JOH72.06.01.001.
Dit arrest is gewezen door mr. L.A. Pit, als voorzitter, en mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst en mr. F.W. Pieters, leden, in bijzijn van de griffier mr. R. Rakić-Dieteren.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 31 maart 2026.
Mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst is buiten staat dit arrest te ondertekenen.