ECLI:NL:GHDHA:2026:655

ECLI:NL:GHDHA:2026:655

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 01-04-2026
Datum publicatie 16-04-2026
Zaaknummer 200.358.964/01
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Afwijzen verzoek neef/nicht tot ontslag mentor wegens ontbreken gewichtige reden. Uit niet toestaan verhuizing van R’dam naar A’dam blijkt niet dat mentor niet handelt in belang betrokkene.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Familie

zaaknummer : 200.358.964/01

zaaknummers rechtbank : 11618355 GZ VERZ 25-3472 en 11618404 GZ VERZ 25-3473

beschikking van de meervoudige kamer van 1 april 2026

inzake

[de nicht] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de nicht,

en

[de neef] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de neef,

verzoekers in het hoger beroep,

hierna gezamenlijk te noemen: de verzoekers,

advocaat mr. H.J.P.M. van Berckel-van der Rijken te Breda.

Als belanghebbenden in deze zaak zijn aangemerkt:

- [de betrokkene] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de betrokkene,

- [de bewindvoerder/mentor] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna te noemen: de bewindvoerder/mentor,

advocaat mr. A.V. Mostert te Rotterdam,

- [de zus] ,

wonende te [woonplaats] , [gemeente] ,

hierna te noemen: de zus,

- [de broer] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: de broer.

1. Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 10 juni 2025, uitgesproken onder voormelde zaaknummers (hierna: de bestreden beschikking).

2. Het geding in hoger beroep

De verzoekers zijn op 9 september 2025 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.

De bewindvoerder/mentor heeft op 6 januari 2026 een verweerschrift ingediend.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

een journaalbericht van de zijde van de verzoekers van 15 oktober 2025 met bijlagen;

een e-mail van de zijde van de verzoekers van 29 oktober 2025 met bijlage;

een e-mail van de zijde van de verzoekers van 4 november 2025 met bijlagen;

een journaalbericht van de zijde van de verzoekers van 28 januari 2026 met bijlagen;

een journaalbericht van de zijde van de bewindvoerder/mentor van 6 februari 2026 met bijlage;

een e-mail van de zijde van de verzoekers van 19 februari 2026 met bijlage.

De mondelinge behandeling heeft op 20 februari 2026 plaatsgevonden. Verschenen zijn:

de verzoekers, bijgestaan door hun advocaat;

de betrokkene;

de advocaat van de bewindvoerder/mentor;

de zus.

De bewindvoerder/mentor is met bericht van verhindering niet in persoon op de zitting verschenen. Zij is vertegenwoordigd door haar advocaat. De broer is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet op de zitting verschenen.

Verzoekers hebben voorafgaand aan de zitting verzocht om de betrokkene te horen buiten aanwezigheid van de huidige bewindvoerder/mentor, verzorgende en verzoekers. Na hierover met betrokkene en de procespartijen gesproken te hebben, heeft het hof, met goedkeuring van de overige partijen op de zitting, besloten betrokkene te horen in aanwezigheid van alle partijen.

3. De feiten

De betrokkene is geboren op [geboortedatum] 1944 te [geboorteplaats] . De betrokkene is de zus van [de zus] en [de broer] .

Bij beschikking van 8 november 2021 heeft de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam, over de goederen die de betrokkene toebehoren of zullen toebehoren, bewind ingesteld als gevolg van haar lichamelijke of geestelijke toestand, met benoeming van [de bewindvoerder/mentor] tot bewindvoerder.

Bij beschikking van 8 november 2021 heeft de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam ten behoeve van de betrokkene een mentorschap ingesteld, met benoeming van [de bewindvoerder/mentor] tot mentor.

4. De omvang van het geschil

Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter de verzoeken van de verzoekers, om de huidige bewindvoerder/mentor te ontslaan en de verzoekers te benoemen tot nieuwe bewindvoerders/mentoren, afgewezen.

De verzoekers zijn het niet eens met die beslissing. Zij verzoeken het hof de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw beschikkende, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad:

I. de mentor te ontslaan en de verzoekers gezamenlijk dan wel een van hen, te benoemen tot mentor over de betrokkene;

II. de bewindvoerder te ontslaan en een nieuwe professionele bewindvoerder te benoemen bij voorkeur bij een van de grotere professionele bewindvoeringskantoren van Nederland, [bewindvoeringskantoren] of [bewindvoeringskantoren] ;

De bewindvoerder/mentor voert verweer. Zij verzoekt het hof de bestreden beschikking, desnoods onder aanvulling van rechtsgronden, te bekrachtigen, althans het verzoek van de verzoekers tot vernietiging van de bestreden beschikking alsmede hun overige verzoeken in hoger beroep af te wijzen.

5. De motivering van de beslissing

Standpunten van partijen

De verzoekers stellen dat de betrokkene graag wil verhuizen naar [plaats] , maar dat de bewindvoerder/mentor dit niet toe laat. De bewindvoerder/mentor handelt daardoor niet in het belang van de betrokkene en dient daarom op grond van gewichtige redenen te worden ontslagen. Als de betrokkene verhuist naar [plaats] kan zij vaker worden bezocht door haar familie, waar zij haar plezier uit haalt. Een verhuizing zal goed voor de betrokkene zijn. De verzoekers handelen met hun verzoek niet vanuit eigen belang, maar vanuit de langdurige wens van de betrokkene. De betrokkene was ook zeer teleurgesteld in de uitkomst van de procedure in eerste aanleg. Er zijn verschillende geschikte zorglocaties in [plaats] waar de betrokkene terecht kan. De verzoekers betwisten dat de betrokkene bij de bewindvoerder/mentor heeft aangegeven niet naar [plaats] te willen verhuizen. Het vertrouwen van de verzoekers in de bewindvoerder/mentor is geschaad. De verzoekers willen graag tot mentor worden benoemd over de betrokkene en zij zijn hier vanwege hun achtergrond en kennis ook goed toe in staat. Het bewind kan dan door een andere professionele bewindvoerder worden uitgevoerd als de bewindvoerder/mentor niet wil samenwerken met de verzoekers.

De bewindvoerder/mentor brengt naar voren dat de betrokkene consistent aangeeft niet naar [plaats] te willen verhuizen. Het is niet in het belang van de betrokkene om te verhuizen, zij is gewend en heeft het naar haar zin in [woonzorglocatie] (haar huidige woonzorglocatie). Een verhuizing kan ertoe leiden dat zij cognitief achteruit zal gaan. Met het ziektebeeld van de betrokkene, vasculaire dementie, en haar leeftijd is het juist van belang dat zij stabiliteit en rust ervaart. Voorkomen moet worden dat zij uit haar vertrouwde omgeving wordt gehaald. Daarnaast is het onduidelijk of de betrokkene überhaupt terecht kan in [plaats] , de verzoekers stellen namelijk dat de betrokkene op de wachtlijst staat. De beoogde woonzorglocatie dient ook over de vereiste specialistische kennis te beschikken. De verzoekers geven onvoldoende rekenschap van de verantwoordelijkheden die gepaard gaan met het uitoefenen van het mentorschap. De focus van de verzoekers ligt op de verhuizing, maar het mentorschap brengt meer met zich mee. Verder is er niet gesteld of gebleken dat de bewindvoerder/mentor haar taak niet goed uitoefent en de belangen van de betrokkene onvoldoende behartigt. De bewindvoering en het mentorschap verlopen goed en naast deze kwestie zijn er geen problemen geweest met de uitoefening ervan. Mocht het hof tot het oordeel komen dat er sprake is van een vertrouwensbreuk, dan is deze niet ernstig of duurzaam. Er zijn geen gewichtige redenen aanwezig om de bewindvoerder/mentor te ontslaan.

De zus brengt tijdens de mondelinge behandeling naar voren dat de betrokkene bij haar aangeeft graag naar [plaats] te willen verhuizen.

Oordeel van het hof

Op grond van artikel 1:448 lid 1 aanhef en sub e en lid 2 respectievelijk artikel 1:461 lid 1 aanhef en sub e en lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de bewindvoerder respectievelijk de mentor door de kantonrechter ontslag worden verleend, hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder respectievelijk mentor te kunnen worden, zulks op verzoek van degene die gerechtigd is onderbewindstelling respectievelijk mentorschap te verzoeken als bedoeld in artikel 1:432, eerste en tweede lid respectievelijk artikel 1:451, eerste en tweede lid BW, dan wel ambtshalve.

Het hof is van oordeel dat de verzoekers geen gewichtige redenen hebben aangevoerd die tot het ontslag van de bewindvoerder/mentor zouden moeten leiden zoals bedoeld in artikel 1:448 lid 2 BW respectievelijk artikel 1:461 lid 2 BW. Op basis van de stukken en dat wat op de zitting is besproken, is het hof van oordeel dat de kantonrechter op juiste gronden heeft geoordeeld en beslist zoals deze heeft gedaan. Het hof neemt die gronden over en maakt deze – na eigen afweging – tot de zijne. In hoger beroep zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die tot een andersluidend oordeel moeten leiden. Het hof neemt daarbij het volgende in aanmerking. De voornaamste reden dat de verzoekers vragen om het ontslag van de bewindvoerder/mentor is dat de bewindvoerder/mentor weigert mee te werken aan een verhuizing van de betrokkene naar [plaats] . De verzoekers stellen dat de bewindvoerder/mentor door de weigering van de verhuizing niet handelt in het belang van de betrokkene, aangezien het volgens hen de wens van de betrokkene is om naar [plaats] te verhuizen. Het hof constateert echter dat de betrokkene wisselende uitspraken heeft gedaan en doet over een mogelijke verhuizing. De bewindvoerder/mentor geeft juist aan dat de betrokkene helemaal niet naar [plaats] wil verhuizen. Ook uit de gespreksverslagen en de verklaring van de begeleiding vanuit [woonzorglocatie] blijkt deze wens niet. Het hof is daarnaast van oordeel dat de betrokkene vanwege haar ziekte en leeftijd niet meer volledig in staat is haar eigen wil te bepalen en onvoldoende kan overzien welke gevolgen een mogelijke verhuizing met zich meebrengt. Dit heeft het hof ook op de zitting geconstateerd tijdens het gesprek van de voorzitter met de betrokkene. Zo dacht de betrokkene dat haar neef haar die ochtend voor de zitting had opgehaald, terwijl dit haar nicht was. Ook dacht de betrokkene dat zij de dag van de zitting vrij had van haar werk, want andere dagen ging zij naar haar werk. Echter is evident dat betrokkene geen werk meer heeft. Zij vertelde desgevraagd dat zij hoopte dat het lukte om in [plaats] te gaan wonen, want het is een leuke stad en dan kan ze gezellig naar de familie en dan weer naar huis. Op de vervolgvraag of ‘naar huis’ dan [plaats] was voor de betrokkene antwoordde zij bevestigend dat thuis [plaats] is.

Het hof twijfelt niet aan de goede bedoelingen van de verzoekers. Hun oprechte betrokkenheid kwam op de zitting duidelijk naar voren. Het hof acht het dan ook invoelbaar dat de verzoekers meer tijd met de betrokkene willen doorbrengen, wat gemakkelijker wordt zodra zij net als de verzoekers ook in [plaats] woont. Desalniettemin volgt het hof hun standpunt niet dat de verhuizing in het belang van de betrokkene is. Gelet op de grote kwetsbaarheid van de betrokkene, acht het hof het niet in haar belang om uit haar vertrouwde omgeving te worden gehaald en naar [plaats] te verhuizen. Ook een begeleidster in [woonzorglocatie] heeft in een overgelegde verklaring aangegeven dat een verhuizing mogelijk negatieve gevolgen kan hebben voor de cognitieve gezondheid van de betrokkene. Dat verzoekers het niet eens zijn met de beslissing van de bewindvoerder/mentor vormt naar het oordeel van het hof geen aanleiding voor ontslag. Naast het verschil van inzicht over de verhuizing, hebben de verzoekers niet gesteld dat de bewindvoerder/mentor haar taak verder niet naar behoren uitoefent. Uit de overgelegde gespreksverslagen van de bewindvoerder/mentor blijkt dat zij zeer regelmatig contact heeft met de betrokkene en bij haar op locatie op bezoek gaat. Naar het oordeel van het hof is dan ook onvoldoende gebleken dat de bewindvoerder/mentor niet handelt in de belangen van de betrokkene en dat zij daarom moet worden ontslagen. Nu er geen sprake is van gewichtige redenen om de bewindvoerder/mentor te ontslaan, zal het hof het verzoek daartoe van de verzoekers afwijzen en de bestreden beschikking bekrachtigen.

6. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.W. Koek, A.A.F. Donders en C.S.F. de Nijs, bijgestaan door mr. M.J. Warning als griffier, en is op 1 april 2026 door mr. I. Reijngoud uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.J. Warning

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?