ECLI:NL:GHDHA:2026:883

ECLI:NL:GHDHA:2026:883

Instantie Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak 11-03-2026
Datum publicatie 21-04-2026
Zaaknummer 22-000853-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Politieagent rijdt als bestuurder van een snel interventie voertuig achterop een stilstaande bestelbus. Politieagent als verdachte aangemerkt. Verzoek binnen zes weken na datum ongeval van raadsvrouw aan OvJ om een technisch onderzoek naar de werking van de remmen te laten verrichten. Wegens verkoop en levering voertuig is dit op moment indienen verzoek niet meer mogelijk. Onherstelbaar vormverzuim? Eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM?

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Rolnummer: 22-000853-25

Parketnummer: 10-002437-21

Datum uitspraak: 11 maart 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 3 februari 2022 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,

BRP-adres: [BRP-adres], [woonplaats].

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en - na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad der Nederlanden - het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, met een proeftijd van een jaar.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Bij arrest van dit hof onder rolnummer 22-000387-22 is het openbaar ministerie ter zake van het primair en subsidiair tenlastegelegde niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging.

Het openbaar ministerie heeft tegen bovengenoemd arrest beroep in cassatie ingesteld.

Bij arrest van de Hoge Raad van 18 maart 2025 is het arrest van dit hof vernietigd en is de zaak teruggewezen naar dit hof, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 21 mei 2019 te Hendrik-Ido-Ambacht als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (politie-/personenauto), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door met dat motorrijtuig zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam en/of met aanmerkelijke verwaarlozing van de te dezen geboden zorgvuldigheid te rijden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Noordeinde welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar, terwijl hij, verdachte, reed met optische- en geluidsignalen (in verband met een spoedmelding)

- met een zeer hoge snelheid, althans met een (veel) hogere snelheid dan de maximum toegestane snelheid van 50 km/u heeft gereden, en/of

- in ieder geval met groot snelheidsverschil ten opzichte van het overige verkeer heeft gereden en/of

-zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij het voertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of

- ( aldus rijdende) niet tijdig heeft opgemerkt dat de bestuurder van een bestelauto, genaamd [slachtoffer 1], op die weg stil stond en/of

- ( vervolgens) in botsing of aanrijding is gekomen met dat door die [slachtoffer 1] bestuurde voertuig,

waardoor die [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel (te weten rugklachten, vergeetachtigheid, concentratie verlies en voor 100% arbeidsongeschikt tot 26 november 2019) en/of de bijrijder van de politieauto [slachtoffer 2] (slijtage en peesontsteking in de schoudergordel (pees niet gespecificeerd) en milde slijtage in de wervelkolom thv de borstkas en/of oogletsel (blijvend brildragend), of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 21 mei 2019 te Hendrik-Ido-Ambacht als bestuurder van een voertuig (politie-perosnenauto), daarmee rijdende op de weg, het Noordeinde, terwijl hij, verdachte, reed met optische- en geluidsignalen (in verband met een spoedmelding)

- met een zeer hoge snelheid, althans met een (veel) hogere snelheid dan de maximum toegestane snelheid van 50 km/u heeft gereden, en/of

-in ieder geval met groot snelheidsverschil ten opzichte van het overige verkeer heeft gereden en/ of

- zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij het voertuig tot stilstand kon brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/ of

- ( aldus rijdende) niet tijdig heeft opgemerkt dat de bestuurder van een bestelauto, genaamd [slachtoffer 1], op die weg stil stond en/ of

- ( vervolgens) in botsing of aanrijding is gekomen met dat door die [slachtoffer 1] bestuurde voertuig,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/ of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep met aanvulling van gronden zal worden bevestigd, met uitzondering van de opgelegde straf. In plaats daarvan heeft de advocaat-generaal gevorderd dat aan de verdachte zal worden opgelegd een geheel voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, met een proeftijd van een jaar.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging.

Alvorens tot een beoordeling van dit standpunt te komen, zal het hof eerst een juridisch kader schetsen. Vervolgens zal het hof de voor die beoordeling relevante feiten en omstandigheden vaststellen om aansluitend tot een oordeel te komen.

Juridisch kader

In zijn arrest van 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889 heeft de Hoge Raad onder meer overwogen:

“2.5.1 De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533, rechtsoverweging 3.6.5 de volgende maatstaf geformuleerd met betrekking tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie:

“Niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging komt als in het art. 359a Sv voorzien rechtsgevolg slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking. Daarvoor is alleen plaats ingeval het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.”

2.5.2 De Hoge Raad verduidelijkt de toepassing van deze maatstaf als volgt. De strekking van deze maatstaf is dat in het geval dat een zodanig ernstige inbreuk op het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak is gemaakt dat geen sprake meer kan zijn van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM, niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging plaatsvindt. Het moet dan gaan om een onherstelbare inbreuk op het recht op een eerlijk proces die niet op een aan de eisen van een behoorlijke en effectieve verdediging beantwoordende wijze is of kan worden gecompenseerd. Daarbij moet die inbreuk het verstrekkende oordeel kunnen dragen dat – in de bewoordingen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens – “the proceedings as a whole were not fair”. In het zeer uitzonderlijke geval dat op deze grond de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging in beeld komt, hoeft echter niet – in zoverre stelt de Hoge Raad de eerder gehanteerde maatstaf bij – daarnaast nog te worden vastgesteld dat de betreffende inbreuk op het recht op een eerlijk proces doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte heeft plaatsgevonden. Aanleiding voor niet-ontvankelijkverklaring op deze grond kan bijvoorbeeld bestaan in het geval dat de verdachte door een opsporingsambtenaar dan wel door een persoon voor wiens handelen de politie of het openbaar ministerie verantwoordelijk is, is gebracht tot het begaan van het strafbare feit waarvoor hij wordt vervolgd, terwijl zijn opzet tevoren niet al daarop was gericht (vgl. HR 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0655), of waarin gedragingen van politie en justitie ertoe hebben geleid dat de waarheidsvinding door de rechter onmogelijk is gemaakt (vgl. HR 8 september 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD1239).

2.5.3 In gevallen waarin zich een of meerdere vormverzuimen hebben voorgedaan die aanvankelijk het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van de zaak in het gedrang hebben gebracht, maar die in voldoende mate zijn hersteld om het proces als geheel eerlijk te laten verlopen, biedt de onder 2.5.2 besproken maatstaf in beginsel geen ruimte voor niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging. Het is echter niet uitgesloten (…) dat in zo’n geval strafvermindering ter compensatie van het daadwerkelijk ondervonden nadeel plaatsvindt.”

Feiten en omstandigheden

Op 21 mei 2019 is de verdachte als bestuurder van een zogenoemd Snel Interventie Voertuig (hierna: SIV, dan wel het dienstvoertuig) met hoge snelheid achterop een stilstaande bestelbus gereden. Als gevolg van die aanrijding hebben de bestuurder van de bestelbus en de bijrijder van het dienstvoertuig – een collega van de verdachte – letsel opgelopen. Beiden zijn afgevoerd naar het ziekenhuis en het dienstvoertuig is voor onderzoek in beslag genomen. Op 25 mei 2019 heeft alleen een zogeheten Digitaal Voertuig Onderzoek plaatsgevonden. Op 3 juni 2019 is het dienstvoertuig vrijgegeven, waarna het vervolgens op 27 juni 2019 is verkocht. De beslissing van de officier van justitie om het dienstvoertuig vrij te geven dateert van 1 juli 2019. De verdediging heeft op 2 juli 2019 verzocht om een technisch onderzoek aan het dienstvoertuig te laten verrichten. De reden voor dit verzoek was gelegen in de omstandigheid dat de verdachte op 21 mei 2019 op de Spoed Eisende Hulp tegen zijn echtgenote had gezegd dat de remmen van het dienstvoertuig niet naar behoren werkten. Volgens de verdachte maakten de remmen een krassend, metaal op metaal geluid en leek het alsof het dienstvoertuig bleef glijden. Er leek niets te gebeuren, hoe hard de verdachte ook remde. Omdat een reactie op het verzoek uitbleef, heeft de verdediging het verzoek op 6 februari 2020 en 14 februari 2020 herhaald. Pas op 27 februari 2020 is aan de verdediging medegedeeld dat het dienstvoertuig was verkocht. Het doen van technisch onderzoek aan het dienstvoertuig zelf was dan ook niet meer mogelijk. Hoewel de verdachte direct na het ongeval als verdachte was aangemerkt en zijn raadsvrouw zich eind juni 2019 heeft gesteld, is de verdachte pas op 3 november 2020 door de politie verhoord. Tijdens dat verhoor heeft hij veelal verwezen naar zijn eerder, op 5 augustus 2020, op schrift gestelde verklaring. Daarin heeft de verdachte opnieuw verklaard dat volgens hem de remmen van het dienstvoertuig niet naar behoren werkten.

Oordeel van het hof

Op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden concludeert het hof dat de verdachte van meet af aan heeft verklaard dat de remmen van zijn dienstvoertuig niet naar behoren werkten. Om zijn verklaring aannemelijk te kunnen maken, heeft de verdediging tijdig, namelijk binnen zes weken na het ongeval, verzocht een technisch onderzoek naar de remmen van het dienstvoertuig te laten verrichten. Aan dat verzoek is evenwel geen uitvoering meer gegeven, omdat het dienstvoertuig al op 3 juni 2019 was vrijgegeven en vervolgens op 27 juni 2019 was verkocht, een omstandigheid waarvan de verdediging overigens pas op 27 februari 2020 op de hoogte was gesteld. Het vrijgeven van het dienstvoertuig en de verkoop ervan was naar het oordeel van het hof ontijdig. Dit heeft de mogelijkheid tot een tegenonderzoek van de verdediging doorkruist. Naar het oordeel van het hof levert dit een onherstelbaar vormverzuim in het vooronderzoek tegen de verdachte op.

Nu sprake is van een onherstelbaar vormverzuim, rijst de vraag of door dat verzuim een zodanig ernstige inbreuk op het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak is gemaakt dat geen sprake meer kan zijn van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM en dat om die reden het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging. Naar het oordeel van het hof is dat niet het geval. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat in de fase van het hoger beroep onder meer op verzoek van de verdediging nog uiteenlopende onderzoekshandelingen met betrekking tot het dienstvoertuig en het verkeersongeval zijn verricht. Op de terechtzitting in hoger beroep van 15 maart 2024 zijn de stukken aan de orde gesteld die op die onderzoekshandelingen betrekking hebben. Naar het oordeel van het hof zijn de gevolgen van het verzuim dan ook in voldoende mate gecompenseerd om het proces als geheel eerlijk te laten verlopen. Verder is van belang dat als de onmogelijkheid om nader technisch onderzoek aan het dienstvoertuig te verrichten een complicatie vormt bij de bewijsgaring of de waardering van het bewijs, het hof daarmee rekening kan houden en, als de bewijsvoering anders op gespannen voet zou komen met de “fairness of the proceedings as a whole”, tot een vrijspraak kan komen.

Het hof verwerpt dan ook het standpunt van de verdediging.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

De verdediging heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat de verdachte van het tenlastegelegde integraal dient te worden vrijgesproken.

Het hof volgt de verdediging in haar standpunt en overweegt daartoe als volgt.

Zoals is vastgesteld, heeft de verdachte van meet af aan verklaard dat hij krachtig heeft geremd (een volledige ABS-remming heeft ingezet), maar dat het dienstvoertuig anders reageerde en hij niet een harde remvertraging voelde c.q. dat de remmen van het dienstvoertuig niet naar behoren werkten. De verdachte heeft zijn verklaring echter niet aannemelijk kunnen maken, omdat onder verantwoordelijkheid van het openbaar ministerie het dienstvoertuig kort na het incident was verkocht en als gevolg daarvan niet meer beschikbaar was voor technisch onderzoek. In hoger beroep heeft de verdediging bovendien nog gewezen op de remvertragingsgrafiek waaruit blijkt dat er in de laatste vier seconden voor het ongeval is geremd door de verdachte, waarbij een maximale remvertraging van 3,06 m/s is bereikt, terwijl uit het door Baan Hofman opgemaakte rapport van 2 juni 2023 blijkt dat een SIV normaal gesproken een remvertraging van tussen de 8 en 10 m/s zou moeten kunnen bereiken. Gelet op die stand van zaken is het hof van oordeel dat niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld waardoor het onderhavige ongeval is ontstaan. Daarbij heeft het hof mede in aanmerking genomen dat, gelet op de stukken in het dossier, niet kan worden uitgesloten dat nader technisch onderzoek aan de remmen van het dienstvoertuig een resultaat zou kunnen hebben opgeleverd dat reële betekenis had kunnen hebben bij het beoordelen van de vraag of de verdachte schuld had aan het ongeval.

Het hof acht dan ook niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. Th.W.H.E. Schmitz, als voorzitter, mr. E.A. Poppe-Gielesen en mr. A. de Lange, leden, in bijzijn van de griffier mr. G. Schmidt-Fries.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 11 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. E.A. Poppe-Gielesen
  • mr. A. de Lange

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?