ECLI:NL:GHSGR:2003:732

ECLI:NL:GHSGR:2003:732

Instantie Gerechtshof 's-Gravenhage
Datum uitspraak 17-12-2003
Datum publicatie 23-04-2026
Zaaknummer 1200002600 en 1200639101
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

De verdachte heeft als directeur van een afvalstoffenverwerkingsbedrijf de voorschriften die aan de milieuvergunningen voor dat bedrijf waren verbonden, gedurende lange tijd op talloze punten overtreden.

Uitspraak

parketnummers 1200002600 en 1200639101

datum uitspraak 17 december 2003

tegenspraak

GERECHTSHOF TE ‘S-GRAVENHAGE

meervoudige kamer voor strafzaken

ARREST

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische kamer van de rechtbank te Middelburg van

19 februari 2003 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

[Geboorteplaats en geboortedatum],

[adres].

1. Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van

5 november 2003 en 17 december 2003.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit arrest is gevoegd.

3. Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte terzake van het onder 1A primair, 1B primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 en 6 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden met aftrek van voorarrest, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair zes maanden hechtenis, alsmede tot een geldboete van € 35.000,--, subsidiair 150 dagen hechtenis.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

4. Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

5. Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1A primair, 1B primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 en 6 tenlastegelegde heeft begaan op de wijze als is vermeld in de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt.

Hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

6. Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit arrest gehechte bijlage worden opgenomen.

7. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1A primair en 1B primair: Medeplegen van het opzettelijk overtreden van een voorschrift gesteld krachtens artikel 18.18 van de Wet milieubeheer, meermalen gepleegd.

2 primair: Medeplegen van het opzettelijk overtreden van een voorschrift gesteld krachtens artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, meermalen gepleegd.

3 primair: Medeplegen van het opzettelijk overtreden van een voorschrift gesteld krachtens artikel 10.44e van de Wet milieubeheer, meermalen gepleegd.

4 primair: Medeplegen van opzetheling.

5. Medeplegen van het opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, meermalen gepleegd.

6. Medeplegen van het opzettelijk een van de in artikel 10 Coördinatiewet Sociale Verzekering bedoelde verplichtingen niet juist of niet volledig nakomen, meermalen gepleegd.

8. Strafbaarheid van de verdachte

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de verdachte terzake van het onder 4 tenlastegelegde dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat op het moment van het tenlastegelegde er bij de verdachte sprake was van overmacht nu de verdachte, door degene die de rollen roestvrij staal op het bedrijfsterrein heeft neergelegd, onder druk werd gezet door met name ernstige bedreigingen.

Het hof verwerpt dit verweer.

Niet aannemelijk geworden is dat de bedreigingen dermate ernstig waren dat de verdachte redelijkerwijs geen andere mogelijkheden overbleven.

Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

9. Strafmotivering

De advocaat-generaal mr. Ter Hart heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte terzake van het onder 1 A subsidiair, 1 B subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 primair, 5 en 6 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van vier maanden voorwaardelijk, met als bijzondere voorwaarde een gelijke periode elektronisch toezicht, met aftrek van voorarrest, een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis en een geldboete van €. 40.000,-- met de daarbij behorende vervangende hechtenis.

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende overwogen. De verdachte heeft als directeur van een afvalstoffenverwerkingsbedrijf de voorschriften die aan de milieuvergunningen voor dat bedrijf waren verbonden, gedurende lange tijd op talloze punten overtreden. Daardoor heeft hij het milieu verontreinigd.

Tevens heeft hij in dat bedrijf heling gepleegd en jarenlang onjuiste belastingaangiftes en loonopgaven ingevolge de Coördinatiewet Sociale Verzekering gedaan. Gelet op de ernst van deze feiten en de lange duur waarover ze zijn gepleegd, zou (naast een taakstraf) een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend zijn geweest.

Echter, gelet op het voorlichtingsrapport van de Stichting Reclassering Nederland, arrondissement Middelburg, d.d. 24 november 2003 waarin wordt geadviseerd aan de verdachte elektronisch toezicht op te leggen, waarmee de verdachte ter zitting in hoger beroep heeft ingestemd, zal het hof volstaan met het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich onder elektronisch toezicht zal stellen.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 47, 57 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a(oud), 2 en 6 van de Wet economische delicten, de artikelen 10.44e en 18.18 van de Wet milieubeheer, de artikelen 1 en 26(oud) van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de artikelen 68(oud) en 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 10 en 18 van de Coördinatiewet sociale verzekeringen en artikel 13 van het Loonadministratiebesluit.

11. Beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1A primair, 2A primair, 3 primair, 4 primair, 5 en 6 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het bewezenverklaarde.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIER MAANDEN.

Beveelt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van TWEE JAREN aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende vier maanden zal stellen onder elektronisch toezicht, met inachtneming van hetgeen in de rapportage van de reclassering Nederland, arrondissement Middelburg, is geadviseerd.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een WERKSTRAF voor de duur van TWEEHONDERDVEERTIG UREN, te vervangen door hechtenis voor de tijd van HONDERDTWINTIG DAGEN voor het geval die taakstraf niet naar behoren wordt verricht.

Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van TWEE UREN taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voorzover die tijd niet reeds op een straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mrs. Borgesius, Reinking en Van den Berg, in bijzijn van de griffier Van der Mark.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 17 december 2003.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?