ECLI:NL:GHSHE:2010:BO8922

ECLI:NL:GHSHE:2010:BO8922, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24-12-2010, 20-001630-10

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 24-12-2010
Datum publicatie 27-12-2010
Zaaknummer 20-001630-10
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0006299

Samenvatting

Vrijspraak art. 184 Sr; vordering verbalisant niet krachtens wettelijk voorschrift gedaan.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001630-10

Uitspraak : 24 december 2010

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 16 april 2010 in de strafzaak met parketnummer

01-085748-09 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1986],

wonende te [woonplaats], [adres].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte ter zake van het ten laste gelegde strafbare feit zal vrijspreken.

De verdediging heeft eveneens bepleit dat de verdachte van het ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter kon volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 21 september 2009 te 's-Hertogenbosch opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 10 Algemene Plaatselijke Politieverordening

's-Hertogenbosch, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift gedaan door [verbalisant], die was belast met de uitoefening van enig toezicht en/of die was belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaar hem had bevolen, althans van hem had gevorderd het [plein] te verlaten en dezelfde dag niet terug te keren, geen gevolg gegeven aan dit bevel of die vordering.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

De tenlastelegging is toegespitst op het misdrijf van artikel 184, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, dat onder meer strafbaar stelt het niet opvolgen van een vordering door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast. Het betreffende wetsartikel vereist dat de vordering door de ambtenaar is gedaan krachtens wettelijk voorschrift.

Het hof overweegt omtrent dit laatstgenoemde bestanddeel als volgt.

In de tenlastelegging wordt bovengenoemd bestanddeel nader gespecificeerd als een vordering, krachtens artikel 10 Algemene Plaatselijke Politieverordening ’s-Hertogenbosch (hierna: APV ‘s-Hertogenbosch), in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift, gedaan.

Artikel 10 van de APV ‘s-Hertogenbosch, zoals dat op 21 september 2009 van kracht was, luidt – voor zover relevant – als volgt.

1. (…)

2. Eenieder, die op de weg aanwezig is bij enig voorval, waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

3. (…)

Het hof overweegt ten aanzien van het in artikel 184, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht genoemde vereiste dat het bevel of de vordering is gedaan krachtens wettelijk voorschrift, dat een dergelijk voorschrift uitdrukkelijk moet inhouden dat de betrokken ambtenaar gerechtigd is tot het doen van een vordering.

Naar het oordeel van het hof bepaalt artikel 10 van de APV ’s-Hertogenbosch evenwel niet uitdrukkelijk dat de betrokken ambtenaar gerechtigd is tot het doen van een vordering. Immers, een zodanige bevoegdheid wordt in deze bepaling niet met zoveel woorden toegekend maar zou daarin moeten worden ingelezen.

De toelichting op de onderhavige APV verwijst met een aantal uitzonderingen naar de model-APV van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

De artikelen 2 en 12 van de Politiewet 1993 waarnaar in verband met (soortgelijke) bepalingen als het onderhavige artikel 10 van de APV ’s-Hertogenbosch wordt verwezen in de toelichting op de model-APV van de VNG, bevatten respectievelijk een algemene taakomschrijving voor de politie en de toewijzing van het gezag over de politie aan de burgemeester (waaronder het geven van “aanwijzingen”) in het kader van de handhaving van de openbare orde. Deze bepalingen kunnen naar het oordeel van het hof evenmin worden aangemerkt als een wettelijk voorschrift op basis waarvan vorderingen of bevelen kunnen worden gegeven waaraan op straffe van overtreding van artikel 184, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht moet worden voldaan.

Nu ook overigens geen wettelijk voorschrift voorhanden is, op grond waarvan de betrokken ambtenaar in onderhavig geval gerechtigd was tot het doen van de vordering, komt het hof tot het oordeel dat de vordering niet krachtens wettelijk voorschrift is gedaan, zodat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr. H. Harmsen, voorzitter,

mr. K. van der Meijde en mr. F.P.E. Wiemans,

in tegenwoordigheid van mr. H.M. Vos, griffier,

en op 24 december 2010 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H. Harmsen

Griffier

  • mr. H.M. Vos

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?