[verdachte],
geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952,
wonende te [adres].
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van poging tot zware mishandeling (feit 1 subsidiair), vier gevallen van bedreiging met zware mishandeling en een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht (feit 1 meer subsidiair), bedreiging met zware mishandeling (feit 3) en zeven gevallen van bedreiging met zware mishandeling (feit 4) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts is de vordering van één benadeelde partij afgewezen en is ieder van de overige benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard in zijn of haar vordering.
De verdachte en de officier van justitie hebben tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit tussenarrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende:
verdachte zal vrijspreken van: feit 1A primair, feit 1B primair en subsidiair, feit 1C primair en subsidiair, feit 1D primair en subsidiair, feit 1E primair en subsidiair, feit 1G primair en subsidiair en feit 4 voor zover betrekking hebbende op [betrokkene 1];
bewezen zal verklaren:
De verdediging heeft primair met een beroep op psychische overmacht betoogd dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Subsidiair heeft de verdediging het hof verzocht om de verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van straf. Meer subsidiair heeft de verdediging vrijspraak bepleit. Uiterst subsidiair heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd en verzocht dat het hof in geen geval een hogere gevangenisstraf zal opleggen dan voor de duur van 12 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk.
Heropening van het onderzoek
Door de verdediging is betoogd dat sprake is geweest van psychische overmacht. Tijdens de beraadslaging in raadkamer heeft het hof bij de beoordeling van dit verweer onder meer acht geslagen op de omtrent de persoon van verdachte opgemaakte psychiatrische en psychologische rapporten, waaronder het rapport van psycholoog J.J.M. van der Heijden d.d. 28 november 2013. Daarbij is het hof tot het oordeel gekomen dat, gelet op hetgeen door psycholoog Van der Heijden is gerapporteerd, het onderzoek niet volledig is geweest en dat psycholoog Van der Heijden nader over de in het rapport vastgelegde bevindingen en conclusies dient te worden gehoord. Mitsdien zal het hof het onderzoek heropenen teneinde psycholoog Van der Heijden op te roepen om op een nog nader te bepalen terechtzitting van het hof als deskundige te worden gehoord.
BESLISSING
Het hof:
Heropent het onderzoek.
Bepaalt dat het onderzoek op een nog nader te bepalen terechtzitting zal worden hervat.
Verzoekt dat de zaak ter appointering zal worden aangebracht bij de strafkamer onder voorzitterschap van mr. K.J. van Dijk (2e strafkamer).
Beveelt de oproeping van de verdachte tegen de datum en het tijdstip van de nog nader te bepalen terechtzitting.
Beveelt de kennisgeving aan de raadsvrouw van de datum en het tijdstip van de nog nader te bepalen terechtzitting.
Beveelt de oproeping als deskundige van J.J.M. van der Heijden, psycholoog te ’s‑Hertogenbosch en geregistreerd in het Nederland Register Gerechtelijk Deskundigen onder nummer 1008.33, tegen de datum en het tijdstip van de nog nader te bepalen terechtzitting.
Beveelt de kennisgeving aan de benadeelde partijen van de datum en het tijdstip van de nog nader te bepalen terechtzitting.
Aldus gewezen door
mr. K.J. van Dijk, voorzitter,
mr. F.P.E. Wiemans en mr. O.A.J.M. Lavrijssen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. F. Gerritsen, griffier,
en op 21 oktober 2014 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. K.J. van Dijk is buiten staat dit tussenarrest mede te ondertekenen.