ECLI:NL:GHSHE:2015:1273

ECLI:NL:GHSHE:2015:1273, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 07-04-2015, HD200.144.765_01

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 07-04-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer HD200.144.765_01
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

verzoek tot vernietiging van de beslissing om een akte niet-dienen ongedaan te maken

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.144.765/01

arrest van 7 april 2015

in de zaak van

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellante,

advocaat: mr. T.E. van der Bent te Zeist,

tegen

1. [Assurantiën] Assurantiën,gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,

3. Hatruco B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerden,

advocaat: mr. A.S. van Randwijck te Rotterdam,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 20 mei 2014 in het hoger beroep van de door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven onder zaaknummer 801421/12-46 gewezen vonnissen van 7 maart 2013 en 28 november 2013 tussen appellante - [appellante] - als eiseres en geïntimeerden - [Assurantiën] c.s. - als gedaagden.

5. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenarrest van 20 mei 2014 waarbij het hof een comparitie na aanbrengen heeft gelast;

- het proces-verbaal van comparitie van 11 juni 2014;

de memorie van grieven/tevens wijziging van eis met een productie;

het emailbericht van 9 oktober 2014 van het hof aan de raadslieden van partijen (zie daarover hierna onder 6.2.) ;

de memorie van antwoord met producties;

de bij brief van 27 januari 2015 door [Assurantiën] c.s. overgelegde producties;

de nummers 1 tot en met 4 van de pleitnota van [appellante] ;

de akte van 3 maart 2015 van [appellante] ;

de akte van 3 maart 2015 van [Assurantiën] c.s..

Tijdens het pleidooi in hoger beroep van 2 februari 2015 hebben zich twee processuele kwesties voorgedaan.

Ten eerste heeft [appellante] (nr. 1 van haar pleitnota) bezwaar gemaakt tegen bovengenoemde door [Assurantiën] c.s. ten behoeve van het pleidooi overgelegde producties. Het hof heeft besloten de producties toe te staan en [appellante] in de gelegenheid te stellen hierop desgewenst bij akte nog te reageren.

Vervolgens heeft [appellante] (pleitnota nrs 2 tot en met 4) verzocht om vernietiging van de beslissing van de rolraadsheer om de akte niet-dienen ten aanzien van de memorie van antwoord ongedaan te maken. Het hof heeft hierop besloten het pleidooi voor het overige aan te houden en beide partijen eerst in de gelegenheid te stellen een akte te nemen op de rol van 3 maart 2015: (i) [appellante] met het doel om te reageren op genoemde producties en (ii) [Assurantiën] c.s. om te reageren op genoemd verzoek tot vernietiging van de beslissing van de rolraadsheer. Het hof heeft de nummers 5 en verder van de pleitnota van [appellante] verder niet meer in aanmerking genomen en beschouwt deze als niet in de procedure gebracht. Voorts heeft het hof de pleitnota van [Assurantiën] c.s. aan haar raadsman teruggegeven.

6. De beoordeling

Over bovengenoemde door [Assurantiën] c.s. overgelegde producties overweegt het hof als volgt. Zoals al overwogen onder 5.2. heeft het hof [appellante] in de gelegenheid gesteld daarop te reageren en uitsluitend met dat doel nog een akte te nemen. Het hof heeft daaraan niet, zoals [appellante] in haar akte van 3 maart 2015 naar voren brengt, de beperking verbonden dat die reactie niet vergezeld zou mogen gaan van producties. Het is [appellante] dan ook toegestaan om desgewenst voorafgaand aan de voortzetting van het pleidooi de in haar akte van 3 maart 2015 genoemde twee producties alsnog tijdig in het geding te brengen. [Assurantiën] c.s. kan daarop tijdens de voortzetting van het pleidooi reageren.

Ten aanzien van het verzoek tot vernietiging van de (bij emailbericht van 9 oktober 2014 van het hof aan partijen kenbaar gemaakte) beslissing van de rolraadsheer om de akte niet-dienen ongedaan te maken, overweegt het hof het volgende.

Genoemde beslissing heeft te gelden als een tussenarrest (zie ook de conclusie van A-G mr E.M. Wesseling-van Gent, ECLI:NL:PHR:2014:79, onder nr. 2.5.). Zoals [Assurantiën] c.s. terecht aanvoert, staat daarom tegen die beslissing in beginsel slechts tezamen met het te zijner tijd te wijzen eindarrest cassatieberoep open.

Het hof gaat dan ook niet over tot vernietiging van de beslissing tot het ongedaan maken van de akte niet-dienen. De memorie van antwoord blijft deel uitmaken van de processtukken waarop het hof zijn oordeel over het geschil tussen partijen zal baseren.

Voor zover [appellante] heeft bedoeld een verzoek te doen tot het tussentijds openstellen van cassatieberoep, wijst het hof dit af.

Ten overvloede overweegt het hof nog dat voorzover genoemde rolbeslissing zou moeten worden aangemerkt als een bindende eindbeslissing van het hof, het volgende geldt.

Het hof begrijpt uit de stellingen van [appellante] dat zij het hof dan verzoekt terug te komen op die bindende eindbeslissing. In beginsel is het hof aan een bindende eindbeslissing in het verdere verloop van het geding gebonden. Deze gebondenheid geldt echter niet onverkort. De eisen van de goede procesorde brengen immers het volgende mee. De rechter aan wie is gebleken dat een eerdere door hem gegeven en niet in een einduitspraak vervatte eindbeslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag is, nadat partijen de gelegenheid hebben gekregen zich daarover uit te laten, bevoegd om over te gaan tot heroverweging van die eindbeslissing. Aldus wordt voorkomen dat de rechter op een ondeugdelijke grondslag een einduitspraak zou doen. Naar het oordeel van het hof berust bedoelde rolbeslissing niet op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag. Terecht is aansluiting gezocht bij het arrest van de Hoge Raad van 26 september 2014 (ECLI:NL:HR:2014:2798) en is alsnog het zeer kort daarna door de raadsman van

[Assurantiën] c.s. verzochte uitstel verleend voor het nemen van de memorie van antwoord.

Gelet op het bovenstaande zal de zaak worden verwezen naar de rol van 21 april 2015 voor het opgeven door beide partijen van verhinderdata van voortzetting van het pleidooi.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

7. De uitspraak

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van 21 april 2015 voor het opgeven door beide partijen van verhinderdata in de maanden mei tot en met september 2015 voor voortzetting van het pleidooi;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. P.M. Arnoldus-Smit, E.K. Veldhuijzen van Zanten en M.W.M. Souren en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 7 april 2015.

griffier rolraadsheer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?