ECLI:NL:GHSHE:2015:4832

ECLI:NL:GHSHE:2015:4832, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30-11-2015, 20-001636-12

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 30-11-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20-001636-12
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBSHE:2012:BW3958
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2017:324
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Easy Life. Hof veroordeelt directeur-grootaandeelhouder tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren en 6 maanden ter zake van deelneming aan een criminele organisatie, verduistering en feitelijke leiding geven aan verduistering.

Uitspraak

K. Met betrekking tot het hiervoor onder H.3. gestelde:

K.1

Aan het verweer is ten grondslag gelegd dat artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is geschonden, aangezien:

 - door de verdediging in het beslag stukken zijn aangetroffen die kunnen worden aangemerkt als geheimhoudersstukken;

 - de beslissing van het hof dat het geen kennis neemt van de inhoud van deze stukken betekent dat belangrijke, ontlastende informatie niet aan het dossier kan worden toegevoegd, waardoor de verdediging in een nadelige positie komt;

 - het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Natunen v. Finland heeft overwogen: “In some cases it may be necessary to withhold certain evidence from the defence so as to preserve the fundamental rights of another individual or to safeguard an important public interest.”;

 - de verdediging het niet kunnen openbaren van de geheimhoudersstukken aanmerkt als een “public interest”;

 - de verschoningsgerechtigden zich als getuigen op hun verschoningsrecht hebben beroepen, zodat de verdediging op geen enkele wijze is gecompenseerd noch kan worden.

K.2

Het hof stelt voorop dat de toepassing van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering is beperkt tot vormverzuimen die zijn begaan bij het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte ter zake van het aan hem ten laste gelegde feit waarover de rechter die in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering wordt bedoeld heeft te oordelen. Artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering is dus niet van toepassing indien het verzuim is begaan buiten het verband van dit voorbereidend onderzoek.

K.3

Voor zover al sprake was van het niet naleven van een strafprocesrechtelijk geschreven of ongeschreven vormvoorschrift en dus van een vormverzuim, is het hof van oordeel dat dit vormverzuim niet is begaan bij het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte ter zake van de aan hem ten laste gelegde feiten, zodat het bepaalde bij artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering reeds daarom toepassing mist.

K.4

Ten overvloede overweegt het hof nog het volgende. Voor zover de verdediging heeft willen betogen dat verdachte in zijn verdediging is geschaad doordat zij geheimhoudersstukken niet heeft kunnen overleggen, terwijl deze stukken informatie bevatten die een (nog beter) licht werpt op alle inspanningen dien onder andere de verdachte heeft verricht om het ‘gat’ te dichten, merkt het hof op dat uit het onderzoek ter terechtzitting reeds voldoende is gebleken – zoals ook volgt uit tot het bewijs gebezigde verklaringen (zie de reconstructie periodes 4 en 5) – dat door verdachte inspanningen zijn verricht om het ‘gat’ te dichten, terwijl het hof bij de strafoplegging daarmee ook rekening zal houden. Gelet hierop kan het verweer verdachte niet baten.

L.

Het hof verwerpt het verweer in al zijn onderdelen.

M.1

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft het hof in het bijzonder gelet op

- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de rol van verdachte binnen de criminele organisatie;

- de omstandigheid dat verdachte zich gedurende langere tijd met de in de zaak met parketnummer 01-997512-08 bewezen verklaarde strafbare feiten heeft beziggehouden;

- de omstandigheid dat het bezit van een vuurwapen en munitie een groot risico voor de algemene veiligheid van personen veroorzaakt en dat dit – illegale – bezit vanwege de daaraan verbonden gevaarzetting een maatschappelijk kwaad is dat ernstig dient te worden bestraft.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 7 augustus 2015, waaruit blijkt dat hij niet eerder door de strafrechter is veroordeeld;

- het hem betreffend reclasseringsadvies d.d. 26 maart 2013 van Reclassering Nederland, opgemaakt door A. Pierot;

- de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Naar het oordeel van het hof kan gelet op het voorgaande niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Bij het bepalen van de duur van deze straf heeft het hof aansluiting gezocht bij de straffen die gebruikelijk door dit gerechtshof in gevallen vergelijkbaar met de onderhavige worden opgelegd.

Alles afwegende neemt het hof een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren tot uitgangspunt.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is, behoudens hetgeen hierna zal worden overwogen met betrekking tot de redelijke termijn, niet van feiten en omstandigheden gebleken die aanleiding geven om van dit uitgangspunt af te wijken.

M.2

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de redelijke termijn is overschreden, hetgeen tot strafvermindering zou moeten leiden.

Het hof stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven.

De termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens vangt aan op het moment dat vanwege de Staat jegens verdachte een handeling is verricht waaruit verdachte heeft opgemaakt en redelijkerwijs heeft kunnen opmaken dat het openbaar ministerie het ernstig voornemen had tegen verdachte een strafvervolging in te stellen. In het onderhavige geval moet de termijn worden gerekend vanaf

4 september 2008, de dag waarop verdachte in verzekering is gesteld.

Het vonnis in eerste aanleg is gewezen op 26 april 2012. Aldus is er sprake van een tijdsverloop van meer dan twee jaar na aanvang van de hiervoor genoemde termijn tot aan de afronding van de behandeling in eerste aanleg, terwijl het hof onvoldoende bijzondere omstandigheden aanwezig acht die een zo langdurig tijdsverloop rechtvaardigen. Bij dat oordeel heeft het hof in het bijzonder in aanmerking genomen dat hoewel een deel van het tijdsverloop zijn oorzaak vindt in de onderzoekswensen van de verdediging, niet het gehele tijdsverloop daaruit kan worden verklaard.

De verdachte heeft op 26 april 2012 hoger beroep ingesteld. Het hof doet uitspraak meer dan 43 maanden na de datum waarop hoger beroep is ingesteld, terwijl het hof onvoldoende omstandigheden aanwezig acht die een zo langdurig tijdsverloop rechtvaardigen. Bij dat oordeel heeft het hof in het bijzonder in aanmerking genomen dat hoewel een deel van het tijdsverloop zijn oorzaak vindt in de onderzoekswensen van de verdediging, niet het gehele tijdsverloop daaruit kan worden verklaard.

Een en ander brengt met zich mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is overschreden, hetgeen in casu moet leiden tot strafvermindering.

Bij dit oordeel heeft het hof rekening gehouden met de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de processuele houding van verdachte, de aard en ernst van het ten laste gelegde, de ingewikkeldheid van de zaak en de mate van voortvarendheid waarmee deze strafzaak door de justitiële autoriteiten is behandeld.

Het hof ziet in de hiervoor geconstateerde schending van het recht van de verdachte op een openbare behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn aanleiding een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar en 6 maanden op te leggen.

Vorderingen van de benadeelde partijen

1. De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft zich overeenkomstig het bepaalde in het Wetboek van Strafvordering in eerste aanleg in de strafzaak gevoegd als benadeelde partij en een vordering ingediend ten bedrage van € 295.667,20. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partij heeft in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg gedane vordering.

Deze vordering strekt tot vergoeding van geleden schade.

Naar het oordeel van het hof staat artikel 26 van de Faillissementswet aan indiening van een civiele vordering als benadeelde partij bij de strafrechter jegens een gefailleerde in de weg: een benadeelde partij dient zich dan tot de curator te wenden. In de onderhavige zaak is vastgesteld dat verzoeker op 3 december 2008 persoonlijk failliet is verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat dit faillissement niet is opgeheven. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering.

Het hof zal de proceskosten compenseren in dier voege dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

2. De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft zich overeenkomstig het bepaalde in het Wetboek van Strafvordering in eerste aanleg in de strafzaak gevoegd als benadeelde partij en een vordering ingediend ten bedrage van € 121.324,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partij heeft in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg gedane vordering.

Deze vordering strekt tot vergoeding van geleden schade.

Gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, in verband met artikel 415 van het Wetboek van Strafvordering, kan de benadeelde partij niet in deze vordering worden ontvangen, omdat verdachte van het hem ten laste gelegde, voor zover betrekking hebbend op de belegging van [benadeelde 1] , wordt vrijgesproken.

Het hof zal de proceskosten compenseren in dier voege dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

Voorlopige hechtenis

De raadsman heeft ter terechtzitting de opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte verzocht. Het hof wijst het verzoek af, aangezien – gelet op de duur van de door het hof op te leggen gevangenisstraf – het geval van artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering zich niet voordoet en ook overigens de verdenking, bezwaren en gronden die tot het laatstelijk verleend bevel tot gevangenhouding hebben geleid, ook thans nog onverkort aanwezig zijn.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 47, 51, 57, 140 en 321 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissingen ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-997512-08 onder 3. en 5. en in de zaak met parketnummer 01-820046-09 onder 2. ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-997512-08 onder 2. onder A. primair dan wel subsidiair en onder 4. onder A. primair dan wel subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-997512-08 onder 2. onder B. primair ten laste gelegde heeft begaan in de periode van 1 december 2007 tot en met 25 augustus 2008 en spreekt hem in zoverre daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-997512-08 onder 1., onder 2. onder B. primair (ten aanzien van de periode 1 januari 2007 tot en met 30 november 2007), onder 2. onder B. subsidiair (ten aanzien van de periode 1 december 2007 tot en met 25 augustus 2008), en onder 4. onder B. primair en het in de zaak met parketnummer 01-820046-09 onder 1. ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren en 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] in zijn vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. drs. K.J. van Dijk, voorzitter,

mr. K. van der Meijde en mr. drs. P.A.M. Pijnenburg, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.F.S. ter Heide en mr. R.P. van der Pijl, griffiers,

en op 30 november 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

[Bijlage]

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?