6. Het arrest van 12 augustus 2014
Bij genoemd arrest heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van Amlin en akte aan de zijde van [geïntimeerde] , waarbij [geïntimeerde] de patiëntenkaart van 1998 tot 3 februari 2000 diende over te leggen. Ieder verdere beslissing is aangehouden.
7. Het verzoek
Bij akte van 23 september 2014 van [geïntimeerde] heeft zij het hof onder meer verzocht de uitspraak van 12 augustus 2014 alsnog vatbaar te maken voor tussentijdse cassatie.
Bij antwoordakte van 7 oktober 2014 heeft Amlin zich tegen dit verzoek verzet.
8. De beoordeling van het verzoek
Het hof heeft zich beraden op het verzoek en heeft bij brief van 6 november 2014 aan de advocaten van partijen namens de behandelend kamer bericht dat tussentijds cassatieberoep van voormeld arrest ingesteld kan worden.
Enkel om onduidelijkheid te voorkomen herhaalt het hof in dit arrest dat het hof het doelmatig acht cassatieberoep open te stellen tegen het tussen partijen gewezen arrest van 12 augustus 2014.
9. De beslissing
Het hof:
bepaalt dat tegen het arrest van 12 augustus 2014 tussentijds beroep in cassatie kan worden ingesteld.
Dit arrest is gewezen door mrs. Chr.M. Aarts, P.M.A. de Groot-van Dijken en C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 november 2015.
griffier rolraadsheer