BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Verstaat dat het hof ter terechtzitting van 27 maart 2014 de inleidende dagvaarding nietig heeft verklaard wat betreft het onder 2. ten laste gelegde.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1. ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt haar daarvan vrij.
Kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor vermeld.
Verklaart het bewezen verklaarde ten aanzien van het afleveren aan [getuige 12] niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.
Verklaart het bewezen verklaarde voor het overige strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 3.000,00 (drieduizend euro).
Aldus gewezen door
mr. H. Eijsenga, voorzitter,
mr. E.A.A.M. Pfeil en mr. P.M. Frielink, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. M.F.S. ter Heide, griffier,
en op 17 februari 2015 ter openbare terechtzitting uitgesproken.