2. Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.
3. De motivering
Op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie kan het gerechtshof een zaak ter verdere behandeling verwijzen naar een ander gerechtshof, indien naar zijn oordeel door betrokkenheid van het gerechtshof behandeling van die zaak door een ander gerechtshof gewenst is.
Het hof heeft geconstateerd dat bij één der partijen in deze zaak als adviseur is betrokken, een persoon wiens echtgenote werkzaam is als raadsheer bij de civiele afdeling van dit hof. Gelet op deze betrokkenheid acht het hof behandeling van de onderhavige zaak door een ander gerechtshof gewenst.
Het hof zal beslissen overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van het Zaaksverdelingsreglement gerechtshof ’s-Hertogenbosch (Stcrt 2013, 565), dat luidt:
“Zaken waarbij eigen medewerkers zijn betrokken worden, conform het ‘Protocol rechtszaak medewerker of naaste’ van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, verwezen naar het gerechtshof Den Haag.”
4. De beslissing
Het hof:
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar het gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en M.G.W.M. Stienissen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 maart 2015.
griffier rolraadsheer