GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200114931/01
arrest van 5 juli 2016
in de zaak van
[de vennootschap 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante ( [de vennootschap 1] ),
advocaat: mr. H.A.J. Stollenwerck te Maastricht,
tegen
1. [de vennootschap 2] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [de holding] Holding B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
3. [architecten 1] Architecten B.V., voorheen [architecten 2] Architecten B.V., laatstelijk gevestigd te [vestigingsplaats] ,
4. [geïntimeerde 4] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden ( [de vennootschap 2] c.s.),
advocaat voor geïntimeerde 1, 2 en 4: mr. P.W.F. Kostons te Maastricht;ten aanzien van geïntimeerde sub 3 is de procedure geschorst;
als aanvulling op het door het hof gewezen arrest van 12 april 2016 op het hoger beroep van het door de rechtbank Maastricht onder zaaknummer 157136/HA ZA 10-1381 gewezen vonnis van 15 augustus 2012.
8. Het arrest van 12 april 2016
In rechtsoverweging 6.3.6 van voormeld arrest heeft het hof geoordeeld dat de vorderingen van [de vennootschap 1] jegens [de holding] Holding en [geïntimeerde 4] zullen worden afgewezen. In het dictum van dit arrest heeft het hof een deskundigenonderzoek gelast naar de in rechtsoverweging 6.4.8 vermelde opdracht, bepaald dat het voorschot op de kosten van de deskundige door [de vennootschap 1] moeten worden voldaan, en iedere verdere beslissing aangehouden.
9. Het verzoek
Bij brief van 27 mei 2016 heeft [de vennootschap 1] het hof verzocht de uitspraak van 12 april 2016 vatbaar te maken voor tussentijdse cassatie. Bij brief van 24 juni 2016, ingekomen op 27 juni 2016, heeft [de vennootschap 1] haar verzoek herhaald.
Bij brief van 27 juni 2016, ingekomen op 27 juni 2016, heeft [de vennootschap 2] c.s. tegen het verzoek van [de vennootschap 1] bezwaar gemaakt.
10. De beoordeling van het verzoek
Het hof heeft zich beraden op het verzoek en acht het doelmatig thans cassatieberoep open te stellen tegen het tussen partijen gewezen arrest van 12 april 2016.
11. De beslissing
Het hof:
bepaalt dat tegen het arrest van 12 april 2016 tussentijds beroep in cassatie kan worden ingesteld.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.Th. Begheyn, S.M.A.M. Venhuizen en S. Riemens en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 juli 2016.
griffier rolraadsheer