ECLI:NL:GHSHE:2016:286

ECLI:NL:GHSHE:2016:286, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 02-02-2016, 200.138.342_02

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 02-02-2016
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 200.138.342_02
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2015:3001
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2016:1426
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0005289 BWBR0005290 BWBR0007625 CELEX:31993L0013 EU:31993L0013

Samenvatting

Eindarrest na in de loop van de procedure door partijen getroffen regeling tegen finale kwijting. Heroverweging bindende eindbeslissing.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.138.342/02

arrest van 2 februari 2016

in de zaak van

[appellante] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellante in principaal hoger beroep,

geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,

hierna [appellante] ,

advocaat: mr. J. van Boekel te Tilburg,

tegen

Instituut [Instituut] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde in principaal hoger beroep,

appellante in incidenteel hoger beroep,

hierna [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. B.F. Eblé te Haarlem,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 4 augustus 2015 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Tilburg onder zaaknummer 708906 CV EXPL 12-2161 gewezen vonnis van 4 september 2013.

5. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

6. De verdere beoordeling

in principaal en incidenteel hoger beroep

6.1.1. Bij genoemd tussenarrest heeft het hof onder meer:

6.1.2. Na genoemd tussenarrest is de zaak geroyeerd geweest en vervolgens hervat. [geïntimeerde] heeft in haar akte gesteld dat de inschrijving door [appellante] geen kosten voor [geïntimeerde] met zich mee heeft gebracht en dat van besparingen voor [geïntimeerde] evenmin sprake is. Zij heeft geen opgave van een redelijk loon gedaan en er op gewezen dat daarvan ook geen sprake is maar dat zij in plaats daarvan betaling verlangt van het overeengekomen collegegeld. Zij erkent wel dat het invoeren van de naam van [appellante] in de leerlingenlijst van 2011 geen specifieke kosten met zich meebrengt, evenals het niet verschijnen voor de lessen.

6.1.3. Voor zover [geïntimeerde] met de in haar akte ingenomen stellingen heeft bedoeld de in het tussenarrest genomen en hiervoor aangehaalde beslissingen van het hof te bestrijden, stuit dat af op de leer van de bindende eindbeslissing. Omstandigheden die een uitzondering op die leer zouden rechtvaardigen zijn gesteld noch gebleken.

6.1.4. In haar antwoordakte heeft [appellante] aangevoerd dat partijen inmiddels een minnelijke regeling hebben getroffen, inhoudende betaling aan [geïntimeerde] van een bedrag

€ 266,60 tegen finale kwijting. [appellante] heeft in verband hiermee een vijftal producties overgelegd. Volgens [appellante] heeft op grond van die regeling betaling tegen finale kwijting plaatsgevonden. Partijen hebben dus geen belang meer bij voortzetting van deze procedure en de nadere aktewisseling was onnodig, aldus [appellante] . Zij verzoekt het hof de zaak door te halen en de raadsman van [geïntimeerde] , althans [geïntimeerde] in de kosten te veroordelen.

6.1.5. Aan dit verzoek van [appellante] om de zaak door te halen kan het hof niet voldoen indien en zolang niet beide partijen dat verzoek doen.

6.1.6. De gestelde minnelijke regeling dateert van mei 2015, derhalve van (ver) na de op 28 januari 2014 genomen memorie van grieven en de verdere procesvoering voorafgaande aan genoemd tussenvonnis (op 15 juli 2014 heeft [appellante] in incidenteel appel geantwoord, vervolgens stond de zaak voor arrest). Van nieuwe feiten die al eerder hadden kunnen worden aangevoerd is dus geen sprake. De twee-conclusie-regel staat derhalve niet aan het aanvoeren van deze stelling door [appellante] in de weg en behandeling er van is naar het oordeel van het hof evenmin in strijd met een goede procesorde.

6.1.7. Het hof zal [geïntimeerde] , die nog niet in de gelegenheid is geweest te reageren op de in de antwoordakte ingenomen stelling en op de in verband daarmee overgelegde producties, in de gelegenheid stellen dat alsnog te doen. [appellante] wordt niet toegelaten hierop te reageren. Vervolgens zal het hof arrest wijzen.

6.1.8. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

7. De uitspraak

Het hof:

op het principaal en incidenteel hoger beroep

verwijst de zaak naar de rol van 16 februari 2016 voor akte aan de zijde van [geïntimeerde] met het hiervoor in 6.1.7 vermelde doeleinde (geen antwoordakte);

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. W.H.B. den Hartog Jager, H.A.W. Vermeulen en M.A. Wabeke en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 2 februari 2016.

griffier rolraadsheer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?