GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.178.317/01
arrest van 20 juni 2017 strekkende tot VERBETERING in de zin van artikel 31 Rv van het arrest, gewezen op 2 mei 2017
in de procedure in hoger beroep die bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch aanhangig is geweest tussen
Gemeente Hulst,
gevestigd te Hulst,
appellante in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
hierna aan te duiden als de gemeente,
advocaat: mr. J.P.G. van Roeyen te Terneuzen,
tegen:
1. [de bierbrouwerij] Bierbrouwerij Nederland B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
hierna aan te duiden als [de bierbrouwerij] ,
advocaat: mr. G.A.G. Warfman te Enschede,
2. [geïntimeerde 2] , hodn Taverne De Meerpaal,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellant in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
hierna aan te duiden als [geïntimeerde 2] ,
advocaat: mr. R.S. Namjesky te Breda.
Bij brief van 8 mei 2017 heeft mr. Warfman aan de griffier van het hof bericht dat in de beginwoorden van rechtsoverweging 3.20 van het tussenarrest van 2 mei 2017 staat dat ‘ [geïntimeerde 2] (niet [de bierbrouwerij] ) heeft’ in eerste aanleg (voorwaardelijk) van de gemeente schadevergoeding heeft gevorderd als bedoeld in artikel 7:309 lid 1 BW. Mr. Warfman stelt dat ook [de bierbrouwerij] die schadevergoeding heeft gevorderd.
Bij brief van 18 mei 2017 heeft mr. Warfman aan de griffier van het hof bericht dat ook de kop van het (tussen)arrest van 2 mei 2017 een kennelijke fout bevat namelijk dat de namen van mr. Namjesky en van haar zijn verwisseld.
Bij brieven van 17 mei 2017 zijn mrs. van Roeyen en Namjesky in de gelegenheid gesteld namens hun respectieve cliënten hun mening over de eerstgenoemde fout aan het hof kenbaar te maken. Bij brieven van 24 respectievelijk 31 mei 2017 hebben zij meegedeeld geen bezwaar te hebben tegen herstel respectievelijk zich te refereren.
Het hof is van oordeel dat mr. Warfman terecht heeft geconcludeerd dat sprake is van een kennelijke fout. Vaststaat dat ook [de bierbrouwerij] de bedoelde schadevergoeding heeft gevorderd, namelijk bij akte eiswijziging van 24 februari 2015 (in eerste aanleg) en dat mr. Warfman de advocaat was van [de bierbrouwerij] en niet mr. Namjesky, die immers advocaat was van [geïntimeerde 2] (zoals hierboven vermeld).
Vermeld arrest zal mitsdien op de volgende wijze worden verbeterd.
Het hof:
bepaalt dat in de kop van het tussen bovenvermelde partijen gewezen arrest van 2 mei 2017 de daarin vermelde namen van de advocaten van [de bierbrouwerij] en [geïntimeerde 2] moeten worden verwisseld, aldus dat als advocaat van [de bierbrouwerij] wordt vermeld mr. G.A.G. Warfman en als advocaat van [geïntimeerde 2] wordt vermeld mr. R.S. Namjesky;
bepaalt dat de beginwoorden van rechtsoverweging 3.20 komen te luiden ‘ [geïntimeerde 2] en [de bierbrouwerij] hebben’ en dat de tweede zin in het meervoud dient te worden gelezen: ‘Ook voor deze vorderingen geldt dat thans aan de voorwaarde waaronder de vorderingen waren ingesteld, is voldaan’.
bepaalt dat deze verbeteringen onder vermelding van de datum van 20 juni 2017 wordt vermeld op de minuut van het arrest van 2 mei 2017.
Dit arrest is gewezen door mrs. W.H.B. den Hartog Jager, A.J. Henzen en P.P.M. Rousseau en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 20 juni 2017.
griffier rolraadsheer