ECLI:NL:GHSHE:2018:2487

ECLI:NL:GHSHE:2018:2487, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12-06-2018, 200.235.126_01

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 12-06-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 200.235.126_01
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBLIM:2017:7997
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2019:3019
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 6 zaken
Aangehaald door 2 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001860 BWBR0005289 BWBR0005290

Samenvatting

- betaling op rekening van gefailleerde vennootschap onmiskenbare vergissing {HR 5 september 1997, NJ 1998/437 (Ontvanger/Mr. Hamm q.q.) en HR 7 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE3796 (Mr. Komdeur q.q./ Nationale Nederlanden) - persoonlijke aansprakelijkheid curator (Maclou-norm)

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.235.126/01

arrest van 12 juni 2018

gewezen in het incident tot voeging ex artikel 222 Rv in de zaak van

1. [de vennootschap 2] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [de vennootschap 3],gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellanten in de hoofdzaak,

eiseressen in het incident,

advocaat: mr. E.Ph. Roelofs te Heerlen,

tegen

[de curator] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

advocaat: mr. W.B.M. Vondenhoff te Heerlen,

op het bij exploot van dagvaarding van 27 februari 2018 ingeleide hoger beroep van het vonnis in vrijwaring van 19 juli 2017, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, gewezen tussen appellanten – [de vennootschap 2] en [de vennootschap 3] – als eiseressen in vrijwaring en geïntimeerde – [de curator] – als gedaagde in vrijwaring.

1. Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/227899 / HA ZA 16-657)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2. Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

Het hof heeft daarna een datum voor arrest in het incident bepaald.

3. De beoordeling

In het incident

[de vennootschap 2] en [de vennootschap 3] hebben voeging gevorderd van de onderhavige zaak met de eveneens bij het hof (onder zaaknummer 200.225.530/01) aanhangige zaak tussen [de vennootschap 2] en [de vennootschap 3] als geïntimeerden en [de vennootschap 1] (hierna [de vennootschap 1] ) als appellante.

[de curator] heeft zich met betrekking tot de incidentele vordering gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Het hof stelt voorop dat de vordering tot voeging, gelet op het bepaalde in artikel 222 lid 2 jo. 220 lid 2 jo. 353 lid 1 Rv tijdig is ingesteld.

Ingevolge artikel 222 lid 1 jo. 353 lid 1 Rv kan, in geval voor dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn, de voeging daarvan worden gevorderd.

In de onderhavige vrijwaringszaak vorderen [de vennootschap 2] en [de vennootschap 3] veroordeling van [de curator] tot betaling van het bedrag waartoe [de vennootschap 2] en [de vennootschap 3] in de hoofdzaak mochten worden veroordeeld. De zaak met zaaknummer 200.225.530/01 betreft het hoger beroep in de hoofdzaak. Daarmee is gegeven dat de zaken waarvan voeging wordt gevorderd verknocht zijn. Ook de rechtbank heeft beide zaken in eerste aanleg gelijktijdig behandeld en beslist.

Op grond van het voorgaande zal het hof de door [de vennootschap 2] en [de vennootschap 3] gevorderde voeging bevelen. De beslissing over de proceskosten van het incident zal worden aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.

In de hoofdzaak

De zaak wordt naar de rol van 24 juli 2018 verwezen voor memorie van grieven aan de zijde van [de vennootschap 2] en [de vennootschap 3] . Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4. De beslissing

Het hof:

in het incident:

beveelt de voeging van de bij dit hof aanhangige zaken met nummer 200.235.126/01 en 200.225.530/01;

houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;

in de hoofdzaak:

verwijst de zaak naar de rol van 24 juli 2018 voor memorie van grieven aan de zijde van [de vennootschap 2] en [de vennootschap 3] ;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, O.G.H. Milar en P.P.M. Rousseau en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 12 juni 2018.

griffier rolraadsheer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?