8. Het verdere verloop van het geding
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenarrest van 14 november 2017;
- de akte van de VvE van 28 november 2017;
- de antwoordakte van [geïntimeerde] van 2 januari 2018 met een productie (H-formulier
van 29 november 2017).
Het hof daarna uitspraak bepaald op heden.
9. De verdere beoordeling
In rechtsoverweging 6.7 van het tussenarrest van 14 november 2017 staat in de derde regel 2016 in plaats van 2014. Het hof herstelt deze verschrijving hierbij. Bij dat tussenarrest heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van de VvE met uitsluitend het in dat tussenarrest onder 6.15 vermelde doel. Dit betrof de vraag of de VvE alsnog in contra-enquête getuigen wenste voor te brengen met betrekking tot de door de rechtbank in eerste aanleg verstrekte bewijsopdracht.
De VvE heeft in haar akte laten weten in contra-enquête mevrouw [getuige 1] , mevrouw [getuige 2] , de heer [getuige 3] en mevrouw [getuige 4] als getuigen te willen doen horen. [geïntimeerde] heeft hierover in zijn antwoordakte opgemerkt dat het horen van de door de VvE genoemde getuigen alleen betrekking kan hebben op de formulering van bewijsopdracht in eerste aanleg. Dat laatste is juist en overigens ook niet in geschil, gezien het door het hof in het tussenarrest van 14 november 2017 onder 6.15 vermelde uitgangspunt. Het hof zal de VvE toelaten de door haar genoemde vier getuigen alsnog in contra-enquête te doen horen met betrekking tot de bewijsopdracht die de rechtbank bij tussenvonnis van 11 juni 2014 aan [geïntimeerde] heeft verstrekt. De rechtbank heeft [geïntimeerde] daarbij toegelaten te bewijzen:
dat de bij akte van 1 oktober 1958 gevestigde erfdienstbaarheid van weg loopt tot aan de oostgevel van de aan de winkel/woning [adres 1] gebouwde schuur.
De contra-enquête waartoe de VvE de gelegenheid krijgt, ziet (alleen) hierop.
De VvE heeft in haar akte het hof verzocht terug te komen van eindbeslissingen in de rechtsoverwegingen 6.12 (laatste zin) en 6.14 (vierde en vijfde zin) van het tussenarrest van 14 november 2017. [geïntimeerde] heeft zowel bij H-formulier van 29 november 2017 als in zijn antwoordakte bezwaar gemaakt tegen het feit dat de VvE met dit verzoek in haar akte een ander onderwerp aansnijdt dan waarvoor de aktewisseling bestemd was. [geïntimeerde] heeft hier gelijk in. De aktewisseling was uitsluitend bedoeld om uitsluitsel te krijgen over de vraag of de VvE alsnog gebruik wilde maken van de contra-enquête en uitdrukkelijk niet voor enig ander doel bestemd. Het hof gaat daarom in dit stadium niet in op het verzoek van de VvE om van bedoelde eindbeslissingen in het tussenarrest terug te komen. Dit verzoek raakt overigens de bewijsopdracht en de formulering ervan niet.
Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.
10. De uitspraak
Het hof:
laat de VvE toe in contra-enquête de vier hiervoor in rechtsoverweging 9.2 vermelde getuigen te doen horen met betrekking tot de daarin weergegeven bewijsopdracht;
bepaalt dat de getuigen zullen worden gehoord ten overstaan van mr. J.I.M.W. Bartelds als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum;
verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 20 februari 2018 voor opgave van de verhinderdata van partijen zelf, hun advocaten en de getuigen in de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest;
bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde roldatum dag en uur van de contra-enquête zal vaststellen;
bepaalt dat de advocaat van de VvE ten minste zeven dagen voor het verhoor aan de wederpartij en aan de civiele griffie zal opgeven welke van de vier genoemde getuigen zullen worden gehoord, met opgave van hun woonplaatsen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, H.A.G. Fikkers en J.I.M.W. Bartelds en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 6 februari 2018.
griffier rolraadsheer