ECLI:NL:GHSHE:2020:4070

ECLI:NL:GHSHE:2020:4070, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 31-12-2020, 20-000410-20

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 31-12-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20-000410-20
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2020:126
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Vrijspraak na verwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden in verband met de gegrondverklaring van de aanvraag tot herziening. Medeplegen van een poging tot zware mishandeling. Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen, na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad der Nederlanden in verband met de gegrondverklaring van de aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 21 november 2013 met parketnummer 21-004771-11, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 1 april 2011 met parketnummer 13-400983-09 in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1986,

wonende te [adres] .

Herziening

De veroordeelde is bij voormeld arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ter zake van de eendaadse samenloop van het medeplegen van een poging tot zware mishandeling (feit 1 subsidiair) en het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen (feit 2), veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met aftrek van het voorarrest. Voorts is de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] door het hof toegewezen tot een totaalbedrag van € 1.209,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

Bij arrest van 28 januari 2020, nr. 19/02253 H, heeft de Hoge Raad der Nederlanden de aanvraag tot herziening van genoemd arrest gegrond verklaard, met bevel voor zover nodig tot opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van dat arrest en met verwijzing van de zaak naar dit gerechtshof teneinde op de voet van artikel 472, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering opnieuw te worden berecht en afgedaan.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is – na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad – gewezen naar aanleiding van

het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft tevens acht geslagen op de stukken die in het kader van het herzieningsverzoek zijn overgelegd en behandeld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de veroordeelde integraal zal vrijspreken van de onder 1 (primair, subsidiair en meer subsidiair) en onder 2 ten laste gelegde feiten en de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering tot schadevergoeding.

Vonnis waarvan beroep en arrest waarvan herziening

Het hof zal met inachtneming van het bepaalde in artikel 472, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 november 2013 en in het verlengde daarvan het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 1 april 2011 vernietigen, nu deze niet te verenigen zijn met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging

Aan de veroordeelde is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 7 november 2013 bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden – tenlastegelegd dat:

1. hij op of omstreeks 13 juni 2009 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten letsel in het gezicht en/of een zwelling op het (rechter)jukbeen en/of een hevig bloedende neus en/of een (snij)wond op de neus) heeft/hebben toegebracht, door voornoemde [slachtoffer] met dat opzet (met kracht) met een of meer vuist(en) (meermalen) in/op/tegen het hoofd/gelaat te stompen en/of te slaan en/of (met kracht) met een of meer voet(en) (meermalen) in/op/tegen het hoofd/gelaat en/of het lichaam te schoppen en/of te slaan (terwijl die [slachtoffer] op de grond lag);

subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 13 juni 2009 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, (met kracht) met een of meer vuist(en) (meermalen) in/op/tegen het hoofd/gelaat heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of (met kracht) met een of meer voet(en) (meermalen) in/op/tegen het hoofd/gelaat en/of het lichaam heeft/hebben geschopt en/of geslagen (terwijl die [slachtoffer] al op de grond lag),terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 13 juni 2009 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer] ), (met kracht) met een of meer vuist(en) (meermalen) in/op/tegen het hoofd/gelaat heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of (met kracht) met een of meer voet(en) (meermalen) in/op/tegen het hoofd/gelaat en/of het lichaam heeft/hebben geschopt en/of geslagen (terwijl die [slachtoffer] al op de grond lag), waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.hij op of omstreeks 13 juni 2009 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, het Rembrandtplein, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] , welk geweld bestond uit het (met kracht) schoppen en/of trappen op/tegen het (voor)wiel van de fiets en/of (met kracht) stompen en/of slaan met een of meer vuist(en) een of meermalen in/op/tegen het hoofd/gelaat en/of (met kracht) schoppen en/of slaan met een of meer voet(en) een of meermalen in/op/tegen het hoofd/gelaat en/of het lichaam (terwijl die [slachtoffer] op de grond lag).

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Op 13 juni 2009 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan van mishandeling dan wel openlijke geweldpleging gepleegd tegen hem op het Rembrandtplein te Amsterdam door drie personen, die Engels spraken. Er werd tegen zijn fiets getrapt en hij kreeg vuistslagen en, nadat hij op de grond was gevallen, harde trappen. Hij werd door alle de drie mannen mishandeld. Kort na het incident werden drie personen aangehouden. Eén van de aangehouden mannen legitimeerde zich met een paspoort op naam van [verdachte] . Uit het proces-verbaal van de terechtzitting van de rechtbank Amsterdam op 18 maart 2011 blijkt dat de (niet-gemachtigde) raadsman een preliminair verweer heeft gevoerd met de strekking dat de onjuiste persoon werd gedagvaard: de echte naam van de verdachte was niet [verdachte] , maar [medeverdachte] , aldus de raadsman. Deze deed zich voor als [verdachte] . De rechtbank veroordeelde bij vonnis van 1 april 2011 de verdachte [verdachte] alias [medeverdachte] tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden. De vordering van de benadeelde partij werd toegewezen tot een bedrag van € 1.349,00, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Op 27 april 2011 is namens [verdachte] hoger beroep is gesteld tegen dit vonnis. Uit het grievenformulier kan worden afgeleid dat het hoger beroep feitelijk is ingesteld namens de aangehouden persoon, nu deze persoon inhoudelijk ingaat op hetgeen op 13 juni 2009 is voorgevallen.

De dagvaarding van de verdachte om ter terechtzitting in hoger beroep van 7 november 2013 te verschijnen is, evenals in eerste aanleg, op naam van [verdachte] met het door [medeverdachte] opgegeven adres in Groot-Brittannië uitgereikt aan de griffier en tevens als gewone brief gezonden naar het adres in het buitenland. Ter terechtzitting in hoger beroep is blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting verschenen mr. [naam] , die heeft medegedeeld uitdrukkelijk gemachtigd te zijn om voor de verdachte [medeverdachte] op te treden.

Ter terechtzitting van het hof van 7 november 2013 is aan de orde geweest dat de verdachte [medeverdachte] heeft gezegd dat hij een paspoort met de naam [verdachte] heeft gebruikt. Bij arrest van 21 november 2013 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden [verdachte] veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met aftrek van voorarrest en is de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van

€ 1.209,00, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Tegen het arrest van het hof d.d. 21 november 2013 is beroep in cassatie ingesteld, namens [verdachte] . De Hoge Raad heeft op 11 november 2014 het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het arrest van het hof onherroepelijk is geworden.

De tenuitvoerlegging van het onherroepelijke arrest vond plaats doordat [verdachte] op 26 januari 2018 op Schiphol werd aangehouden en tot en met 23 maart 2018 aldaar in het Justitieel Complex gedetineerd is geweest.

Blijkens een proces-verbaal van bevindingen van 23 april 2019 van de officier van justitie mr. [verbalisant 1] is op 18 juni 2018 bij het arrondissementsparket Amsterdam een brief van mevrouw [betrokkene] uit [plaatsnaam] binnengekomen, waarin zij stelt dat haar zoon ten onrechte is veroordeeld. Zij geeft daarbij aan dat het oorspronkelijke paspoort van haar zoon in 2005 voor het laatst is gebruikt, dat dit paspoort is kwijtgeraakt en dat in 2016 een nieuw paspoort is aangevraagd.

Bij de stukken bevindt zich een proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 april 2019 met mutatienummer PL27QR/19-035346. Dit proces-verbaal bevat een bijlage waarin drie foto’s zijn opgenomen, te weten:

Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] komen in het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 april 2019 tot de conclusie dat de personen die staan afgebeeld op drie verschillende foto’s, in werkelijkheid twee verschillende personen zijn. Kort gezegd, de persoon die is afgebeeld op de foto’s onder 1 en 2, is niet de persoon die is afgebeeld op foto 3.

Uit een proces-verbaal van voorgeleiding, nr. 2009293050, van de verdachte [medeverdachte] , geboren [geboortedag 2] 1983, blijkt dat de verdachte [medeverdachte] , in een andere strafzaak, in een verhoor van 29 oktober 2009 bij zijn inverzekeringstelling heeft verklaard dat zijn echte naam [medeverdachte] is, dat hij een valse identiteit gebruikt omdat hij in Engeland wordt gezocht in verband met een drugsdelict, dat hij een paar maanden geleden is aangehouden voor vechten en dat hij toen een andere identiteit heeft gebruikt, met gebruikmaking van een Engels paspoort op de naam [verdachte] .

De advocaat-generaal bij de Hoge Raad heeft er in zijn vordering tot herziening op gewezen dat tegen de achtergrond van de informatie die is opgesomd in het proces-verbaal d.d. 23 april 2019 van de officier van justitie, mr. [verbalisant 1] , het zeer waarschijnlijk is dat de persoon op afbeelding 3, welke afbeelding is vervaardigd kort nadat hij was aangehouden op verdenking van de geweldpleging op 13 juni 2009, in werkelijkheid genaamd is: [medeverdachte] , terwijl de persoon die op Schiphol twee maanden in detentie heeft verbleven de op foto’s 1 en 2 afgebeelde [verdachte] is. Derhalve is sprake van een omstandigheid als bedoeld in artikel 457, lid 1, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering, nu sprake is van een persoonsverwisseling. Met deze gegevens was het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden niet bekend (en de rechtbank Amsterdam evenmin).

De Hoge Raad heeft daarop, in navolging van de advocaat-generaal, de vordering tot herziening gegrond verklaard aangezien het één en ander het ernstige vermoeden oplevert dat het hof, ware het hiermee bekend geweest, de veroordeelde zou hebben vrijgesproken.

Gelet op al het hiervoor overwogene is het hof met inachtneming van het arrest van de Hoge Raad van 28 januari 2020 van oordeel dat sprake is van een persoonsverwisseling en dat de veroordeelde [verdachte] integraal dient te worden vrijgesproken van de onder 1 (primair, subsidiair en meer subsidiair) en onder 2 tenlastegelegde feiten.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt in totaal € 1.349,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Deze vordering was door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van € 1.209,00, bestaande uit € 659,00 aan materiële schade en € 550,00 aan immateriële schade. Ook heeft het hof bepaald dat het toegewezen bedrag vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 13 juni 2009 tot aan de dag der algehele voldoening en is de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Voor het overige deel is de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

Nu aan de veroordeelde ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade veroorzaakt zou zijn, geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan de benadeelde partij [slachtoffer] in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof, rechtdoende na verwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden:

Vernietigt het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 november 2013 en in het verlengde daarvan het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 1 april 2011 en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Aldus gewezen door:

mr. J. Platschorre, voorzitter,

mr. J.J.M. Gielen-Winkster en mr. A.C. Bosch, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort, griffier,

en op 31 december 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. J. Platschorre en mr. A.C. Bosch zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?