GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.163.844/02
arrest van 9 februari 2021
in de zaak van
[appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna aan te duiden als [appellant] ,
appellant in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. J. Boogaard te Middelburg,
tegen
1. Gemeente Middelburg,
zetelend te Middelburg,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellante in incidenteel hoger beroep, hierna aan te duiden als de Gemeente,
advocaat: mr. R.M. Pieterse te Middelburg
en
2. [Grondexploitatie] Grondexploitatie C.V., mede zaakdoende onder de naam Consortium [het Consortium] ,
3. Grondbedrijf [Beheer I] Beheer I B.V.,
4. Grondbedrijf [Grondbedrijf II] B.V.,
5. [Wegen] Wegen B.V.,
6. [Woningbouw] Woningbouw B.V., voorheen [Bouw Zeeland] Bouw Zeeland B.V.,
alle kantoorhoudende te [kantoorplaats] ,
geïntimeerden in principaal hoger beroep,
hierna gezamenlijk aan te duiden als het [geïntimeerden] ,
advocaat mr. R.G. Gebel te Eindhoven,
als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 12 januari 2016, 27 maart 2018, 21 januari 2020 en 31 maart 2020 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg onder zaaknummer C/02/268154/HA ZA 13-614 gewezen vonnis van 29 oktober 2014.
14. Het verdere verloop van de procedure en de verdere beoordeling
Bij tussenarrest van 27 maart 2018 heeft het hof bepaald dat er een deskundigenonderzoek wordt verricht door Antea Nederland B.V. Verder is bepaald dat het voorschot van € 13.334,20 voorlopig ten laste van [appellant] komt. Vervolgens heeft het hof bij tussenarrest van 21 januari 2020 bepaald dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 21.054,=.
Bij brief van 27 november 2020 heeft de deskundige opnieuw verzocht om een aanvullend voorschot, te weten van € 13.340,= (exclusief BTW). In deze brief heeft de deskundige toegelicht dat hij het conceptrapport heeft verzonden en de commentaren van de advocaten heeft ontvangen en dat deze aanleiding geven tot aanvullende werkzaamheden. De volgende werkzaamheden zijn gepland, aldus de deskundige, in het kader van het opstellen van het definitieve rapport:
1. Voorbereiding
2. Nader veldonderzoek op de locatie
3. Uitwerking veldonderzoek
4. Verwerking resultaat en commentaren partijen op het conceptrapport tot een definitief rapport.
Voormeld verzoek is op 30 november 2020 per e-mail naar partijen gezonden. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 7 december 2020 hierop te reageren.
Mr. Pieterse heeft per e-mail op 7 december 2020 bericht dat van de zijde van de gemeente geen bezwaar bestaat tegen het door Antea verzochte aanvullende voorschot.
Mr. Boogaard en mr. Gebel hebben namens respectievelijk [appellant] en het Consortium bij e-mails van 7 december 2020 bezwaar gemaakt tegen het verzoek om een aanvullend voorschot. Voor de inhoud van deze bezwaren verwijst het hof naar de betreffende e-mails.
Voormelde e-mails van mr. Boogaard en mr. Gebel zijn op 10 december 2020 aan de deskundige gezonden. De deskundige is in de gelegenheid gesteld hierop uiterlijk 23 december 2020 te reageren.
De deskundige heeft bij e-mail van 23 december 2020 gereageerd en is daarbij uitgebreid ingegaan op de bezwaren van [appellant] en het Consortium tegen het verzoek om een aanvullend voorschot.
De deskundige heeft toegelicht een rapport te hebben opgesteld van circa 50 pagina’s (exclusief bijlagen waaronder een rapportage trillingen). Dit betreft de onderdelen ‘AHN hoogten uitwerking en deelrapportage’, ‘bodem/waterhuishouding uitwerking en deelrapportage’, ‘beantwoording vragen van het gerechtshof’ en ‘afronden tot conceptrapport (incl. kwaliteitstoets intern)’ zoals aangegeven in de raming van 30 oktober 2019. Hieraan zijn volgens de deskundige 10,5 dagen besteed (2,5 dagen analyses en berekeningen en circa 8 dagen opstellen rapport), terwijl in de raming van 8 dagen was uitgegaan. Daarnaast wijst de deskundige op e-mail correspondentie met de advocaten, waaronder een discussie over de rol van de deskundige (beantwoord door gerechtshof bij brief van 3 februari 2020). Hieraan heeft de deskundige 0,5 dag besteed.
Voorts heeft de deskundige een nadere specificatie gegeven van de benodigde werkzaamheden om het conceptrapport af te ronden. Het gaat om 9 dagen aan nog te verrichten werkzaamheden, te weten:
Nadien heeft verdere e-mailcorrespondentie tussen partijen en de deskundige plaatsgevonden. Voor zover deze e-mailcorrespondentie betrekking heeft op het verzoek om een aanvullend voorschot, heeft het hof hierop ook acht geslagen bij de hier te nemen beslissing.
Naar het oordeel van het hof heeft de deskundige, in reactie op de bezwaren van [appellant] en het Consortium, voldoende toegelicht dat aanvullende werkzaamheden dienen te worden verricht om het deskundigenonderzoek te voltooien en het definitieve deskundigenrapport op te stellen. In dit stadium ziet het hof geen aanleiding om van de begroting van de deskundige af te wijken. Gezien de complexiteit van het onderzoek en de aard van de werkzaamheden, komt het hof het verzochte aanvullende voorschot van € 13.340,= (exclusief BTW) op voorhand niet onredelijk en buitenproportioneel voor. Het hof zal dienovereenkomstig beslissen zoals in het dictum is bepaald.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
15. De uitspraak
Het hof:
bepaalt dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 13.340,= (exclusief BTW);
bepaalt dat partij [appellant] laatstgenoemd bedrag zal overmaken na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;
bepaalt dat de deskundige het onderzoek verder zal voortzetten nadat de griffier heeft bericht dat het aanvullend voorschot is ontvangen;
verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het aanvullend voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;
bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd nader op 11 mei 2021;
verwijst de zaak naar de rol van 8 juni 2021 voor memorie na deskundigenonderzoek, aan de zijde van partij [appellant] ;
bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige zal toezenden;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. O.G.H. Milar, J.P. de Haan en A.L. Bervoets en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 9 februari 2021.
griffier rolraadsheer