GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.280.025/01
arrest van 23 maart 2021
in de zaak van
Gemeente Heerlen,
zetelend te Heerlen,
appellante,
advocaat: mr. B.L.J. Lenferink te Heerlen,
tegen
1. [appellant 1] ,wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. R.J.M.C. Rosbeek te Maastricht,
2. [appellant 2] ,wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. A.A.M. Vermeijden te Den Haag,
3. ING Bank N.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
geïntimeerden,
op het bij de exploten van dagvaarding van 9 en 11 juni 2020 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht van 11 maart 2020, gewezen tussen appellante als eiseres in conventie, verweerster in reconventie en geïntimeerden sub 1 en sub 2 als gedaagden in conventie, eisers in reconventie en geïntimeerde sub 3 als gedaagde.
1. Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/248684 / HA ZA 18-185)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2. Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
3. De beoordeling
Het hof ziet aanleiding om een mondelinge behandeling te gelasten. De mondelinge behandeling heeft tot doel informatie uit te wisselen en de stand van zaken in de procedure te bespreken. Tevens kan de mondelinge behandeling worden benut om een minnelijke regeling te beproeven. Desgewenst kan ter zitting verwijzing van de zaak naar mediation worden besproken.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
4. De uitspraak
Het hof:
bepaalt dat partijen in persoon, als het om een rechtspersoon gaat deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die van de zaak op de hoogte is en die tot het treffen van een minnelijke regeling bevoegd is, bijgestaan door hun advocaten zullen verschijnen op de mondelinge behandeling bij de meervoudige kamer van het hof;
bepaalt dat daartoe zitting zal worden gehouden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te ’s-Hertogenbosch op een door het hof te bepalen datum;
bepaalt dat de geplande duur van de zitting drie uur bedraagt en dat de advocaten van partijen elk 10 minuten spreektijd zullen krijgen;
verwijst de zaak naar de rol van 6 april 2021 voor opgave van de verhinderdata van partijen en hun advocaten in de periode van oktober tot en met december 2021;
bepaalt dat het hof na genoemde roldatum dag en uur van de mondelinge behandeling zal vaststellen;
bepaalt dat de advocaat van appellante binnen twee weken na de datum van dit arrest een kopie van het volledige procesdossier in drievoud zullen indienen bij het hof;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.M. Arnoldus-Smit, E.A.M. van Oorschot en S.C.H. Molin en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 maart 2021.
griffier rolraadsheer