Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 14 april 2021 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 01-286010-19 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1968,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 180.568,94 en is aan betrokkene een betalingsverplichting opgelegd voor eenzelfde bedrag. Daarnaast is de gijzeling bepaald op 1080 dagen.
Van de zijde van de betrokkene is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de betrokkene naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen.
De verdediging heeft verweren gevoerd betreffende:
-de omvang van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis zal worden vernietigd omdat het hof zich daarmee niet kan verenigen.
Door het hof gebruikte bewijsmiddelen
Het hof grondt zijn overtuiging dat de betrokkende voordeel heeft verkregen op de hierna te vermelden (en in de voetnoten genoemde) wettige bewijsmiddelen en ontleent aan de inhoud daarvan tevens de schatting van bedoeld voordeel.
De grondslag van het wederrechtelijk verkregen voordeel
De veroordeling
De betrokkene is bij arrest van heden onder parketnummer 20-001075-21 veroordeeld ter zake van onder meer - kort weergegeven – (1) opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl dit betrekking heeft op een grote hoeveelheid, gepleegd op 15 oktober 2019.
De wettelijke grondslag
Op 15 oktober 2019 te [plaats] werden 192 hennepplanten aangetroffen in kweekruimte 1, 304 hennepplanten aangetroffen in kweekruimte 2 en 247 hennepplanten in kweekruimte 3. Zoals het hof hierna zal overwegen, is aannemelijk geworden dat in alle kweekruimtes tweemaal eerder eenzelfde aantal hennepplanten is geteeld en vervolgens geoogst.
Ten aanzien van die eerdere teelten en oogsten ontleent het hof aan de inhoud van de hierna te vermelden bewijsmiddelen het oordeel dat de betrokkene door middel van het begaan van een ander strafbaar feit waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door betrokkene zijn begaan een voordeel als bedoeld in artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht heeft genoten.
Algemeen
Normen van het Functioneel Parket Afpakken
Het hof baseert zich bij de berekening op het door de politie opgemaakte Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex art 36e, tweede lid Sr van 26 februari 2020, alsmede de daarbij behorende bijlage, betreffende de update ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 (hierna ook te noemen: normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016).
De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
Opbrengsten
Oogsten
Op 15 oktober 2019 is in het pand gelegen aan de boekweitstraat nummer 3 door politieverbalisanten een hennepkwekerij met planten aangetroffen. Op de eerste verdieping van vorennoemde pand werden twee kamers met ingerichte kwekerijen aangetroffen, met in de eerste kwekerij 192 hennepplanten, en in de tweede kwekerij 304 hennepplanten.
De derde kweekruimte bevond zich op de zolder. De zolder was volledig dichtgetimmerd en op het moment van ontdekking bevond zich er een in werking zijnde hennepkwekerij met 247 hennepplanten.
In het pand zijn voorts de volgende indicatoren aangetroffen ten aanzien van eerdere oogsten:
Op basis van de aangetroffen voedingsmiddelen is voorts een berekening gemaakt waaruit kan worden vastgesteld dat er minimaal 2 eerdere oogsten hebben plaatsgevonden. Daarnaast is er een berekening gemaakt op basis van de -gebruikte- aangetroffen koolstoffilters, waaruit vastgesteld kan worden dat er minimaal drie eerdere oogsten hebben plaatsgevonden.
Met de rechtbank concludeert het hof dat er uit het procesdossier voldoende indicatoren naar voren komen die tot de vaststelling leiden dat er eerdere oogsten hebben plaatsgevonden. Bij dit oordeel heeft het hof de bevindingen ter plaatse betrokken, zoals de aangetroffen verdroogde hennepresten, het stof op de koolstoffilters, de aangetroffen droogrekken met daarop hennepresten en de aangetroffen knipscharen met daarop hennepresten. Uit de berekening aan de hand van de aangetroffen jerrycans waarin zich voedingsmiddelen bevonden, blijkt dat er - gerekend in het voordeel van betrokkene - minimaal twee eerdere oogsten zijn geweest. Ook zijn er zes koolstoffilters met sterk vervuilde doeken gevonden in de kwekerijen en zijn er elders in het pand nog zes andere koolstoffilters voorzien van sterk vervuilde doeken aangetroffen. Voorts hadden de aangetroffen hennepplanten een aanzienlijke lengte en zijn deze planten niet geoogst vanwege de ontmanteling van de kwekerij.
Anders dan de raadsman is het hof, met de rechtbank, van oordeel dat het geen feit van algemene bekendheid is dat hennepkwekerijen niet worden opgezet met nieuw materiaal. Het hof acht het niet zonder meer duidelijk dat dit een algemeen bekend gegeven is. Immers: niet staat vast dat hennepkwekers die veronderstelde algemene bekendheid geacht worden te kennen of dat die veronderstelde algemene bekendheid zonder noemenswaardige moeite uit algemeen toegankelijke bronnen te achterhalen is. Het hof beschouwt dit standpunt van de raadsman dus niet als een gegeven dat geen specialistische kennis veronderstelt en waarvan de juistheid redelijkerwijs niet voor betwisting vatbaar is. In de ogen van het hof betreft dit standpunt van de raadsman slechts een niet-onderbouwde stelling.
Gelet op het voorgaande is het hof, met de advocaat-generaal en de rechtbank, van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat betrokkene de hennepkwekerij heeft geëxploiteerd waarbij betrokkene voordeel heeft behaald uit twee eerde teelten/oogsten.
Totale bruto-opbrengst
Uit het dossier volgt dat in “kweekruimte 1” 192 hennepplanten zijn aangetroffen. Aangezien niet duidelijk is hoeveel hennepplanten er in die ruimte per m2 hebben gestaan, zal het hof ingevolge de normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 uitgaan van 15 planten per m2, hetgeen dan een opbrengst per plant oplevert van 28,8 gram hennep. In “kweekruimte 2” zijn er 304 hennepplanten aangetroffen, ook daar is onduidelijk hoeveel m2 de ruimte betreft, waardoor het hof wederom uit zal gaan van 15 planten per m2, met een bruto opbrengst van 28,8 gram hennep. Ten slotte zal het hof daar ook van uitgaan ten aanzien van “kweekruimte 3” waar 247 hennepplanten zijn aangetroffen.
Overeenkomstig de normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 stelt het hof de opbrengst van hennep in geld op € 4.070,- per kilogram.
Gelet op het vorenstaande komt het hof, per kweekruimte, tot de volgende totale bruto-opbrengst.
Kweekruimte 1: Opbrengst in gewicht: 192 hennepplanten x 28,8 gram = 5.529,6 gram, ofwel 5,5296 kilogram. Opbrengst in geld: 5,5296 kg x € 4.070,- = € 22.505,47.
Kweekruimte 2: Opbrengst in gewicht: 304 hennepplanten x 28,8 gram = 8.755,2 gram, ofwel 8,7552 kilogram. Opbrengst in geld: 8,7552 kg x € 4.070,- = € 35.633,66.
Kweekruimte 3: Opbrengst in gewicht: 247 hennepplanten x 28,8 gram = 7.113,6 gram, ofwel 7,1136 kilogram. Opbrengst in geld: 7,1136 kg x € 4.070,- = € 28.952,35.
Totale bruto opbrengst = € 87.091,48
x 2 oogsten = € 174.182,96
Schatting van de kosten
Ter zake de kostenberekening heeft het hof aansluiting gezocht bij het in deze zaak opgemaakte Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij d.d. 26 februari 2020 en de update ‘Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht’ van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016, tenzij uit de verklaring van betrokkene en het dossier voldoende concrete en betrouwbare aanwijzingen naar voren komen waaruit is af te leiden dat van die landelijk aanvaarde uitgangspunten afgeweken moet worden.
Bij de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel dient acht te worden geslagen op de aannemelijk geworden kosten. Naar het oordeel van het hof dienen op voormeld bedrag derhalve de volgende kosten, die in directe relatie staan met de eerdere teelt en oogst van -in totaal- 743 hennepplanten en als reële uitvoeringskosten kunnen worden gezien, in mindering te worden gebracht.
Afschrijvingskosten
Het hof stelt de afschrijvingskosten overeenkomstig de normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 op:
Kweekruimte 1, 192 hennepplanten : € 150,00
Kweekruimte 2, 304 hennepplanten : € 250,00
Kweekruimte 3, 247 hennepplanten : € 200,00
Totaal afschrijvingskosten = € 600,00.
Kosten hennepstekken
Het hof zal conform de normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 een inkoopprijs van € 3,81 per stek/plant in aanmerking nemen.
Kweekruimte 1, 192 hennepplanten x € 3,81 : € 731,52
Kweekruimte 2, 304 hennepplanten x € 3,81 : € 1.158,24
Kweekruimte 3, 247 hennepplanten x € 3,81 : € 941,07
Totaal kosten hennepstekken = € 2.830,83.
Variabele kosten
Het hof zal conform de normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 uitgaan van € 3,88 per plant per oogst.
Kweekruimte 1, 192 hennepplanten x € 3,88 : € 744,96
Kweekruimte 2, 304 hennepplanten x € 3,88 : € 1.179,52
Kweekruimte 3, 247 hennepplanten x € 3,88 : € 958,36
Totaal variabele kosten = € 2.882,84.
Kosten knippers
Uit het dossier blijken voldoende aanwijzingen dat er kosten zijn gemaakt voor het knippen van de hennepplanten. Het hof zal conform de normen van het Functioneel Parket Afpakken d.d. 1 juni 2016 de kosten knippers per plant van € 2,00 in aanmerking nemen.
Kweekruimte 1, 192 hennepplanten x € 2,00 : € 384,00
Kweekruimte 2, 304 hennepplanten x € 2,00 : € 608,00
Kweekruimte 3, 247 hennepplanten x € 2,00 : € 494,00
Totaal kosten knippers = € 1.486,00
Totaal aan kosten
Gelet op het voorstaande komt het hof tot de volgende berekening van de in mindering te brengen kosten:
- afschrijvingskosten = € 600,00
- hennepstekken = € 2.830,83
- variabele kosten = € 2.882,84
- kosten knippers = € 1.486,00 +/+
Totaal aan kosten = € 7.799,67
x 2 oogsten = € 15.599,34
Vaststelling geschat wederrechtelijk verkregen voordeel
Uit het vorenstaande volgt dat het hof het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelt op:
De totale bruto opbrengst van de oogst bedraagt: € 174.182,96
De totale kosten van de oogst bedragen: € 15.599,34 -/-
Wederrechtelijk verkregen voordeel: € 158.583,00 (afgerond)
Toerekening
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat van het berekende voordeel enkel een deel aan betrokkene dient te worden toegerekend nu betrokkene heeft verklaard over de betrokkenheid van de huurders [betrokkene 1] en [betrokkene 2] . De advocaat-generaal heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de betrokkene alleen heeft gehandeld.
Het hof overweegt als volgt.
In de onderliggende strafzaak is de verdachte bij arrest van heden veroordeeld ter zake van het opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, onder B, van de Opiumwet. Het hof heeft daarbij niet bewezenverklaard dat er sprake is van medeplegen. De betrokkene heeft op geen enkele manier aannemelijk gemaakt dat er enig ander bij de hennepteelt betrokken was, waardoor het hof het volle bedrag aan hem zal toerekenen.
Op te leggen betalingsverplichting
Het hof zal aan de betrokkene de verplichting opleggen tot betaling van € 158.583,00 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Gijzeling
Met ingang van 1 januari 2020 is het nieuwe elfde lid van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht direct van toepassing geworden. Het hof zal daarom bij het opleggen van de maatregel ook de duur van de gijzeling bepalen die, met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering, in dit geval ten hoogste kan worden gevorderd. Bij het bepalen van de duur wordt overeenkomstig de landelijke oriëntatiepunten straftoemeting voor elke volle € 50,- van het opgelegde bedrag niet meer dan één dag gerekend. De duur beloopt ten hoogste drie jaar.
Toepasselijk wettelijk voorschrift
De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens gold dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens geldt.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 158.583,00 (honderdachtenvijftigduizend vijfhonderddrieëntachtig euro).
Legt de betrokkene de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 158.583,00 (honderdachtenvijftigduizend vijfhonderddrieëntachtig euro).
Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 3 jaren.
Aldus gewezen door:
mr. C.A. van Roosmalen, voorzitter,
mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. A.J.A.M. Nieuwenhuizen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. V.C. Minneboo, griffier,
en op 27 september 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. A.J.A.M. Nieuwenhuizen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.