ECLI:NL:GHSHE:2022:3709

ECLI:NL:GHSHE:2022:3709, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 27-10-2022, 200.281.613_01 en 200.281.613_04

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 27-10-2022
Datum publicatie 08-11-2022
Zaaknummer 200.281.613_01 en 200.281.613_04
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2020:3204
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2021:2263
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2022:351
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Zorgregeling

Uitspraak

9. De beschikking d.d. 15 juli 2021

Bij die beschikking heeft het hof de moeder en de vader ten behoeve van [minderjarige], onder verwijzing naar hetgeen onder rechtsoverweging 7.5. is aangegeven, verwezen voor een traject omgangsbegeleiding / coaching naar [instantie] te [plaats] ([adres], [postcode] [plaats]). Het hof heeft iedere verdere beslissing aangehouden tot pro forma 18 november 2021, in afwachting van het verloop van het traject bij [instantie]. Het hof heeft [instantie] verzocht tijdig vóór bovenstaande pro forma datum schriftelijk te informeren omtrent de resultaten van voornoemd traject.

10. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

De voortzetting van de mondelinge behandeling in de zaak met zaaknummer 200.281.613/01 heeft plaatsgevonden op 31 januari 2022.

Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de vader, bijgestaan door mr. Nederlof;

-de moeder, bijgestaan door mr. R.G.J. Kerkhof namens mr. Demir;

- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad];

- Fivoor, vertegenwoordigd door [betrokkene 1].

Tijdens deze voortzetting van de mondelinge behandeling is onder meer besproken dat de vader en [minderjarige] onder supervisie van mevrouw [betrokkene 2], op kosten van de vader, eenmaal per week tweeënhalf uur omgang zullen hebben. Bijkomende afspraken zullen in overleg en in samenspraak met mevrouw [betrokkene 2] en Fivoor gebeuren.

De nadere voortzetting van de mondelinge behandeling, waarbij tevens een provisioneel verzoek met zaaknummer 200.281.613/04 is behandeld, heeft plaatsgevonden op 19 september 2022.

Bij die gelegenheid zijn gehoord:

de vader, bijgestaan door mr. Nederlof;

de moeder, bijgestaan door mr. Van Kerkhof;

de raad vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad];

Fivoor vertegenwoordigd door [betrokkene 1].

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

het V6-formulier met bijlage van de advocaat van de moeder d.d. 2 september 2022;

het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de vader d.d. 9 september 2022;

het V6-formulier met bijlagen van de advocaat van de moeder d.d. 13 september 2022;

het V6-formulier met bijlage van de advocaat van de vader d.d. 15 september 2022;

het tijdens de mondelinge behandeling door Fivoor overgelegde rapportage over de laatste de stand van zaken (gedateerd 8 maart 2022).

11. De verdere beoordeling

Bij verzoekschrift met producties, ingekomen ter griffie op 30 maart 2022, dat nadien is gewijzigd op 9 september 2022, heeft de vader het hof verzocht te bepalen:

in het kader van de hoofdzaak: 200.281.613/01

Primair:

a. dat de voortgezette mondelinge behandeling met zaaknummer 200.281.613/01 zal plaatsvinden op een nog nader te bepalen datum en tijdstip in maart 2023;

Subsidiair:

a. dat inzake de verdeling van de zorg - en opvoedingstaken de vader en [minderjarige] (voorlopig) gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar:

I op woensdagmiddag na school tot 19:00 uur bij de grootouders vaderszijde thuis, waarbij de vader en mevrouw [betrokkene 2] [minderjarige] van school ophalen, waarna mevrouw [betrokkene 2] tot 16:30 uur de zorgregeling begeleidt en waarna de vader in het bijzijn van zijn moeder en/of vader [minderjarige] na het eten om 19:00 uur weer terugbrengt naar de moeder;

II op zaterdag in elk weekend van 10:00 uur tot 19:00 uur, waarbij de vrouw [minderjarige] brengt naar de woning van de ouders van de vader en de vader in het bijzijn van zijn moeder en/of vader [minderjarige] na het eten om 19:00 uur weer terugbrengt naar de moeder, waarbij gedurende de tijd dat [minderjarige] bij de vader is het vier-ogen-principe wordt toegepast in die zin dat één van de ouders van de vader dan wel beide ouders aanwezig zullen zijn;

In het kader van het provisioneel verzoek ex art. 223 Rv: 200.281.613/04

a. dat inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken de vader en [minderjarige], vooralsnog gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar:

I op woensdagmiddag na school tot 19:00uur bij de grootouders vaderszijde thuis, waarbij de vader en mevrouw [betrokkene 2] [minderjarige] van school ophalen, waarna mevrouw [betrokkene 2] tot 16:30 uur de zorgregeling begeleidt en waarna de vader in het bijzijn van zijn moeder en/of vader [minderjarige] na het eten om 19:00 uur weer terugbrengt naar de moeder;

II op zaterdag in elk weekend van 10:00 uur tot 19:00 uur, waarbij de moeder [minderjarige] brengt naar de woning van de ouders van de vader en de vader in het bijzijn van zijn moeder en/of vader [minderjarige] na het eten om 19:00 uur weer terugbrengt naar de

moeder, waarbij gedurende de tijd dat [minderjarige] bij de vader is het vier-ogen-principe

wordt toegepast in die zin dat één van de ouders van de vader dan wel beide ouders

aanwezig zullen zijn.

Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 19 april 2022, heeft de moeder het hof verzocht de vader in zijn provisioneel verzoek ex artikel 223 Rv niet-ontvankelijk te verklaren, althans het voornoemde verzoek van de vader af te wijzen als ongegrond dan wel onbewezen, met veroordeling van de vader in de proceskosten van dit geding. Bij bericht van 13 september 2022 heeft de moeder het hof verzocht om de gewijzigde verzoeken van de vader integraal af te wijzen en de vader te veroordelen in de proceskosten.

De vader voert, samengevat, aan dat hij een stapsgewijze uitbreiding wenst van de contacten tussen hem en [minderjarige] om uiteindelijk over te gaan tot een onbegeleide omgang.

Hij benadrukt dat de veiligheid van [minderjarige] nooit in het geding is geweest en dat er geen contra-indicaties zijn om de omgangsregeling stapsgewijs uit te breiden. De vader onderkent dat zowel de moeder als de betrokken professionals voorzichtigheid betrachten. Hij legt het verslag over van drs. [betrokkene 3], [praktijk], en hoopt de ruimte te krijgen om zijn ouderschap te vergroten. Hoewel het veiligheidsrisico ontbreekt, wil de vader wel tegemoet komen aan de zorgen van de moeder en stelt hij een regeling voor waarbij de bestaande omgang op de woensdagmiddag wordt uitgebreid met een aantal uren waarbij mevrouw [betrokkene 2] de eerste uren aanwezig zal zijn en daarna het zogenoemde vier-ogen-principe geldt. Daarnaast wenst de vader dat de zorgregeling wordt uitgebreid met de zaterdag. Ook dan dient het vier-ogen-principe te worden toegepast in die zin dat één van de ouders van de vader te allen tijde aanwezig zal zijn. Ook wil de vader zijn locatie ten tijde van de zorgregeling in de app met Fivoor en de moeder delen.

De moeder voert, samengevat, aan dat zij meewerkt aan de omgang tussen de vader en [minderjarige] en daar flexibel in is. Zij heeft vertrouwen in de begeleiding door mevrouw [betrokkene 2] en vanuit Fivoor.

De moeder is ook bereid om mee te denken over een alternatief wanneer mevrouw [betrokkene 2] op een bepaald moment niet aanwezig kan zijn. Dit is voorgekomen en toen heeft [zus], de zus van vader, de omgang begeleid. Ten aanzien van het vier-ogen-principe heeft zij ter mondelinge behandeling aangegeven enkel vertrouwen te hebben in [zus], en eventueel zijn broer [broer].

De moeder verzoekt het hof om de regeling te laten zoals deze nu is, waarbij zij heeft aangetekend dat er aan haar kant flexibiliteit mogelijk is. Zij verzoekt het hof om de vader te veroordelen in de proceskosten, in ieder geval van de door hem gevraagde voorziening, nu de inhoud van het verzoek van de vader nagenoeg identiek is aan zijn eerder verzoek dat onlangs door het hof is behandeld.

Fivoor heeft ter mondelinge behandeling de ter plekke overgelegde rapportage voorgelezen en toegelicht. Daaruit volgt dat er in het afgelopen half jaar wekelijks professioneel begeleide contacten tussen de vader en [minderjarige] hebben plaatsgevonden. Mevrouw [betrokkene 2] heeft deze begeleid. Fivoor heeft regelmatig ondersteuning geboden in de communicatie hieromtrent, onder andere over gemaakte afspraken. De omgangsmomenten zijn met deze ondersteuning en professionele begeleiding goed verlopen. Daarnaast zijn in goed overleg tussen de ouders en Fivoor ook een aantal momenten besproken buiten de omgangsmomenten om, waarbij de omgang tussen de vader en [minderjarige] heeft plaatsgevonden onder het vier-ogen-principe.

Er is meer ruimte gekomen om binnen bepaalde grenzen te bewegen. Partijen proberen mee te denken in oplossingen en de communicatie verloopt minder in verwijtende sfeer.

De conclusie van alle betrokken instanties is dat het contact tussen de vader en [minderjarige] positief is en er geen aanwijzingen zijn dat [minderjarige] zich niet op zijn gemak voelt.

Fivoor meent dat er geen signalen zijn van zorgen om de gezondheid, veiligheid en/of welzijn van [minderjarige] tijdens de omgang met de vader. Gezien de huidige veroordelingen van de vader in het strafrechtelijk kader lijkt een vorm van toezicht wel op zijn plaats. Vanuit Fivoor wordt geen reden gezien om een nieuw traject van professionele begeleide omgang in te zetten voor de langere termijn maar zou afbouwen van professionele omgangsbegeleiding en toewerken naar begeleide omgang vanuit het vier-ogen-principe wenselijk zijn. Met betrekking tot het genoemde principe zouden door de betrokken partijen veiligheidsafspraken gemaakt kunnen worden samen met Fivoor. Het heeft de voorkeur van Fivoor om daarbij meerdere personen te betrekken, aangezien het een aanzienlijke belasting is voor een individueel persoon. Er dient met beide ouders overeenstemming gevonden te worden met wie zij het vier-ogen-principe willen uitvoeren. Een duidelijk kader en vertrouwen dat ieders veiligheid kan worden gegarandeerd, zijn hierbij noodzakelijk.

De raad heeft tijdens de mondelinge behandeling geopperd om de vader een betekenisvolle invulling van zijn rol als vader te geven en om samen met mevrouw [betrokkene 2] het pedagogische deel in te vullen. Dat kan bijvoorbeeld inhouden dat de vader en mevrouw [betrokkene 2] [minderjarige] samen van school ophalen en daarna een eetmoment delen of als de vader in de toekomst [minderjarige] naar een sportclub of zwemles brengt.

Als het aan de raad ligt betreft het een dynamisch proces waarover Fivoor met partijen in gesprek blijft. De raad adviseert het hof het contactmoment waarbij mevrouw [betrokkene 2] aanwezig is, te combineren met een eetmoment en een kleine uitbreiding in de tijd op de woensdag. Met Fivoor zou verder kunnen worden besproken om de omgang uit te breiden naar een dagdeel gedurende één zaterdag in de maand.

Ter voorgezette mondelinge behandeling van het hof op 19 september 2022, is in het kader van de zaken met zaaknummers 200.281.613/01 en /04 besproken dat na de professionele begeleiding van [instantie], de wekelijkse door mevrouw [betrokkene 2] begeleide omgangsmomenten in de periode van medio februari 2022 tot op heden goed zijn verlopen. Ook tijdens deze mondelinge behandeling is het belang - dat er een bepaalde vorm van omgang tussen de vader en [minderjarige] kan worden voortgezet - aan de orde gesteld, aangezien het door geen van de betrokkenen gewenst wordt geacht dat de lijn tussen de vader en [minderjarige] wordt verbroken. De moeder heeft flexibiliteit laten zien door ook mee te werken aan enkele omgangsmomenten waarbij mevrouw [betrokkene 2] niet aanwezig kon zijn en waarbij toen mevrouw [betrokkene 2] vervangen werd door [zus]. De moeder heeft daarbij onder meer aangegeven vertrouwen te hebben in de systeemtherapeute van Fivoor. De vader heeft op zijn beurt kunnen genieten van de contactmomenten met [minderjarige].

Het huidige verzoek van de vader (tot voorlopige voorziening) dateert van 30 maart 2022.

Dit verzoek is aangepast nadat de vader eind augustus in (een tweede) strafzaak is veroordeeld.

Het hof ziet in hetgeen door de vader is aangevoerd en ter mondelinge behandeling van 19 september 2022 is besproken geen aanleiding om tot een uitbreiding van de reeds feitelijk bestaande omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige] over te gaan. De vader is in twee strafzaken veroordeeld voor het plegen van ernstige strafbare feiten tegen minderjarigen.

In beide zaken ontkent de vader de tegen hem ingebrachte beschuldigingen en heeft hij hoger beroep ingesteld. Beide beroepsprocedures lopen nu en zullen naar verwachting nog zeer geruime tijd duren. Intussen maakt de moeder zich grote zorgen over de veiligheid van [minderjarige] bij de vader, wanneer geen professionele begeleiding aanwezig zou zijn. Het hof deelt die zorgen en wil de veiligheid van [minderjarige] nog steeds nadrukkelijk centraal stellen. Het hof acht het, alles afwegende, het meest in het belang van [minderjarige] dat voorlopig geen andere regeling wordt vastgelegd dan de bestaande, professioneel begeleide omgang. Deze regeling zal in elk geval moeten gelden zolang de beroepsprocedures in de twee genoemde strafzaken niet beide ten einde zijn. De regeling geldt niet tijdens de vakanties die de moeder heeft met [minderjarige], met dien verstande dat de moeder in staat dient te zijn om in ieder geval de helft van de schoolvakanties met [minderjarige] door te brengen.

Het voorgaande sluit overigens niet uit dat de ouders in overleg ruimere afspraken maken, of overeenkomen dat een niet-professionele derde, die hun beider vertrouwen geniet, (incidenteel) op de omgang toeziet. Het hof benadrukt echter dat de moeder zich tot het maken van dergelijke afspraken niet verplicht, laat staan gedwongen zal mogen voelen.

Het hof zal de verdere behandeling van de hoofdzaak met zaaknummer 200.281.613/01 aanhouden en de advocaat van de vader verzoeken om het hof eind juli 2023 nadere informatie te verschaffen omtrent de stand van zaken in de strafzaken in hoger beroep.

Nu het hof in de hoofdzaak een voorlopige regeling vaststelt, heeft de vader geen belang meer bij zijn verzoeken in de zaak onder nummer 200.281.613/04. Die verzoeken zullen worden afgewezen.

Proceskosten

Het hof ziet, in de zaak met zaaknummer 200.281.613/04, nu nog onvoldoende aanleiding om de vader in de proceskosten te veroordelen en zal het verzoek van de moeder op dat punt afwijzen.

12. De beslissing

Het hof:

In de zaak met zaaknummer 200.281.613/01

stelt -uitvoerbaar bij voorraad- omtrent de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de vader en de moeder met betrekking tot [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats], voorlopig de volgende regeling vast:

houdt iedere verdere beslissing aan tot 27 juli 2023 PRO FORMA, in afwachting van nader bericht van de advocaat van de vader omtrent de stand van zaken inzake de strafrechtelijke procedures;

verzoekt de advocaat van de vader, het hof tijdig vóór bovenstaande pro forma datum schriftelijk te informeren.

wijst af het meer of anders verzochte.

In de zaak met zaaknummer 200.281.613/04

wijst de verzoeken van de vader af;

compenseert de proceskosten, aldus dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mrs. H. van Winkel, A.J.F. Manders, N. Veenendaal en is in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?