Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 27 juni 2018, in de strafzaak met parketnummer 03-659262-16 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,
volgens opgave van zijn raadsman wonende te [adres] ,
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van – kort en zakelijk weergegeven – medeplegen van poging tot doodslag veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van voorarrest.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het gerechtshof de verdachte niet ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven tegen het vonnis van de rechtbank.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft een aanvang genomen door het doen uitroepen van de zaak ter terechtzitting van 21 oktober 2020. Het onderzoek ter terechtzitting is toen aangehouden, aangezien er geen afschrift van de dagvaarding voor die terechtzitting is verzonden naar het – door raadsman ter terechtzitting opgegeven – bekend adres in het buitenland van de verdachte.
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 15 december 2021 is verdachte – ondanks dat hij behoorlijk is opgeroepen – niet verschenen. Evenmin is een namens hem gemachtigd raadsman verschenen.
Door of namens verdachte is geen schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend, noch zijn mondeling (of via een gemachtigd advocaat) bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven.
Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal het hof, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.
BESLISSING
Het hof:
verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gewezen door:
mr. O.M.J.J. van de Loo, voorzitter,
mr. K.J. van Dijk en mr. J.W.E. Luiten, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H. Hafti, griffier,
en op 12 januari 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. J.W.E. Luiten is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.