ECLI:NL:GHSHE:2022:883

ECLI:NL:GHSHE:2022:883, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17-03-2022, 200.296.351_01

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 17-03-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 200.296.351_01
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2023:4154
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Arbeidsrecht WWZ; vervolg op https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2021:3627 ontbinding op de ‘a’grond; opzegverbod; bewijs verval arbeidsplaats; billijke vergoeding in plaats van herstel

Uitspraak

5. Het verdere verloop van het geding

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de tussenbeschikking van 2 december 2021;

de akte van [de werknemer] van 7 maart 2022;

de akte van [de werkgever] van 7 maart 2022.

Het hof heeft daarna weer een datum voor beschikking bepaald.

6. De verdere beoordeling

Bij tussenbeschikking van 2 december 2021 heeft het hof deze zaak aangehouden in afwachting van een uitspraak van de Hoge Raad op een vordering van 1 november 2021 van waarnemend Procureur-Generaal R.H. de Bock tot cassatie in belang der wet (ECLI:NL:PHR:2021:1014). De Hoge Raad heeft bij beschikking van 18 februari 2022 de vordering toegewezen (ECLI:NL:HR:2022:276). De Hoge Raad heeft overwogen dat een ontbindingsverzoek op de a-grond kan worden toegewezen als de werknemer arbeidsongeschikt is geworden in de periode tussen de ontslagaanvraag bij het UWV en het verzoek om ontbinding aan de kantonrechter. Beide partijen hebben zich bij akte uitgelaten over het gevolg van deze beschikking voor deze zaak. Partijen zijn het erover eens dat dit betekent dat in deze zaak er geen opzegverbod wegens ziekte aan de ontbinding van de arbeidsovereenkomst in de weg stond.

Het hof kan zich nu concentreren op de vraag of de arbeidsplaats van [de werknemer] is vervallen wegens (kort gezegd) automatisering of dat de taken van [de werknemer] zijn overgeheveld naar [betrokkene 2] en of zij feitelijk zijn functie heeft uitgevoerd sinds zijn op non-actiefstelling. Het hof zal [de werkgever] toelaten te bewijzen dat de taken en werkzaamheden zijn vervallen en / overgedragen op de wijze zoals dat in het overzicht van [de werkgever] is vermeld, en in rechtsoverweging 3.8.4 van de tussenbeschikking van 2 december 2021 is weergegeven, met inachtneming van de overwegingen in rechtsoverweging 3.8.5 van de beschikking van 2 december 2021.

Voor het geval [de werkgever] bewijs door getuigen wil leveren, dient zij schriftelijk opgave te doen van de namen, woonplaatsen en geboortedata van de te horen getuigen en (kort) aan te geven wat hun relatie is tot [de werkgever] . Partijen dienen er rekening mee te houden dat de raadsheer-commissaris (telkens) een dagdeel getuigen zal horen en dat maximaal drie getuigen per dagdeel gehoord kunnen worden. Partijen dienen er ook rekening mee te houden dat na afloop van het eerste getuigenverhoor meteen een nieuwe datum zal worden vastgesteld voor het volgende verhoor.

7. De beslissing

Het hof:

laat [de werkgever] toe te bewijzen dat de taken en werkzaamheden van [de werknemer] zijn vervallen en /of overgedragen op de wijze zoals dat in het overzicht van [de werkgever] is vermeld en in rechtsoverweging 3.8.4 van de beschikking van 2 december 2021 is weergegeven;

bepaalt, voor het geval [de werkgever] bewijs door getuigen wil leveren, dat getuigen zullen worden gehoord ten overstaan van mr. M. van Ham als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum;

bepaalt dat [de werkgever] uiterlijk twee weken na deze beschikking schriftelijk opgave dient te doen aan de civiele griffie van het aantal getuigen en van de verhinderdata van partijen zelf, hun advocaten en de getuige(n) in de periode van 4 tot 16 weken na de datum van deze beschikking;

bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde datum dag en uur van het getuigenverhoor zal vaststellen;

bepaalt dat de advocaat van [de werkgever] tenminste zeven dagen voor het verhoor de in rechtsoverweging 6.3 genoemde opgave zal doen aan de wederpartij en aan de civiele griffie;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M. van Ham, R.R.M. de Moor en R.J. Voorink en is in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2022.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. van Ham als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl AR-Updates.nl 2023-1512 VAAN-AR-Updates.nl 2023-1512
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?