GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 4 mei 2023
Zaaknummer: 200.322.875/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/03/285583 / FA RK 20-4461
in de zaak in hoger beroep van:
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. S.J.M.P. Hoppers,
tegen
[de vrouw] ,
wonende op een geheim adres,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. B.C.J. Berden.
Deze zaak gaat over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] .
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt in de procedure gekend:
Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de raad.
1. Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 14 april 2021, 25 oktober 2021 en 17 november 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2. Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met producties van de man, ingekomen op 17 februari 2023;
- het verweerschrift met producties van de vrouw, ingekomen op 24 april 2023;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg van 30 maart 2023.
De correspondentie die het hof aan mr. [bijzondere curator in eerste aanleg] (zij is in eerste aanleg als bijzondere curator benoemd) per aangetekende post heeft gezonden, heeft het hof retour ontvangen.
3. De motivering van de beslissing
De feiten
Uit de vrouw is op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] geboren de minderjarige [minderjarige] .
Bij beschikking van 14 april 2021 heeft de rechtbank mr. [bijzondere curator in eerste aanleg] , advocaat te [kantoorplaats] , benoemd tot bijzondere curator voor [minderjarige] .
Bij verslag van 12 mei 2021 heeft de bijzondere curator de rechtbank geadviseerd ter zake het verzoek van de man tot verkrijging van vervangende toestemming voor erkenning van [minderjarige] .
Bij beschikking van 25 oktober 2021 heeft de rechtbank de raad verzocht een onderzoek te doen en rapport en advies uit te brengen over de verzochte vervangende toestemming voor erkenning en over de omgangsregeling tussen [minderjarige] en de man. Iedere verdere beslissing is aangehouden.
De raad heeft bij rapport van 14 september 2022 gerapporteerd en geadviseerd.
Bij de bestreden beschikking van 17 november 2022 heeft de rechtbank de verzoeken van de man om vervangende toestemming aan hem te verlenen voor erkenning van [minderjarige] en het bepalen van een omgangsregeling, afgewezen.
De man kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen. Het hoger beroep betreft de afstamming (het verzoek ter zake de erkenning) en de omgang.
Benoeming bijzondere curator
Op grond van artikel 1:212 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) wordt de minderjarige in zaken van afstamming vertegenwoordigd door een bijzondere curator, die wordt benoemd door de rechtbank die over de zaak beslist.
In eerste aanleg is mr. [bijzondere curator in eerste aanleg] tot bijzondere curator benoemd en heeft zij aan de rechtbank verslag uitgebracht. Het hof heeft aanvankelijk zijn correspondentie in de hoger beroep procedure (ook) aan haar gericht. Omdat het hof de betreffende brieven retour heeft ontvangen, is het Landelijke Advocaten Tableau geraadpleegd. Op basis daarvan is het hof bekend geworden dat mr. [bijzondere curator in eerste aanleg] per 1 januari 2022 is geschrapt van het tableau.
Gezien het voorgaande en nu de afstamming van [minderjarige] in hoger beroep onderdeel van het geschil is, zal het hof een (opvolgend) bijzondere curator benoemen. Mr. S.C. van Heerd, advocaat te Venlo , heeft zich telefonisch bereid verklaard om in deze procedure als bijzondere curator ex. artikel 1:212 BW op te treden en zal hiertoe door het hof worden benoemd.
De bijzondere curator vertegenwoordigt de minderjarige en zal daarom uitsluitend zijn belangen behartigen. De bijzondere curator dient te werken volgens de Leidraad werkwijze en verslag bijzondere curatoren ex artikel 1:212 BW.
Het hof verzoekt de bijzondere curator om aan het hof in vijfvoud een schriftelijk verslag te doen toekomen van zijn bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek van de man tot verkrijging van vervangende toestemming voor erkenning van [minderjarige] in te nemen, uiterlijk voor 1 juli 2023.
Na ontvangst van het verslag zendt het hof het verslag aan (de advocaten van) partijen en de raad voor de kinderbescherming. Zij worden tijdens de mondelinge behandeling in de gelegenheid gesteld om daarop te reageren.
De griffier van het hof zal zo spoedig mogelijk na de datum van deze beschikking (een afschrift van) de processtukken ter beschikking van de bijzondere curator stellen. Stukken die na deze tussenbeschikking worden ingediend, moeten door de indiener ook in kopie aan de bijzondere curator worden verstrekt.
Opgave verhinderdata
Het hof zal een datum voor de mondelinge behandeling gaan bepalen. De advocaten van de man en de vrouw en de bijzondere curator worden in de gelegenheid gesteld om uiterlijk binnen twee weken na de datum van deze beschikking aan de griffie van dit hof hun verhinderdata voor de maanden juli tot en met oktober 2023 op te geven.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
4. De beslissing
Het hof:
benoemt tot bijzondere curator ex. artikel 1:212 BW over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] :
mr. S.C. van Heerd, advocaat,
kantoorhoudende aan [adres] te Venlo ,
om in deze procedure de belangen van [minderjarige] te behartigen met de taakomschrijving als hiervoor beschreven onder 3.9. en 3.10.;
bepaalt dat de griffier van dit hof zo spoedig mogelijk na de datum van deze beschikking (een afschrift van) de processtukken aan de bijzondere curator zal toezenden;
stelt de advocaten van de man en de vrouw en de bijzondere curator in de gelegenheid uiterlijk binnen twee weken na de datum van deze beschikking aan de griffie van dit hof verhinderdata op te geven voor de maanden juli tot en met oktober 2023;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.N.M. Antens, A.M. Bossink en E.J.M. van Engelen en is op 4 mei 2023 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.