ECLI:NL:GHSHE:2023:4413

ECLI:NL:GHSHE:2023:4413, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 31-07-2023, 20-001992-22

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 31-07-2023
Datum publicatie 13-11-2025
Zaaknummer 20-001992-22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Partnermishandeling.

Uitspraak

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 26 augustus 2022, in de strafzaak met parketnummer 02-104374-22 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte vrijgesproken van de primair tenlastegelegde ‘zware mishandeling’ en het subsidiair tenlastegelegde bewezenverklaard en gekwalificeerd als ‘mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad’, de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen vervangende hechtenis, alsmede tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal integraal zal bevestigen.

De raadsman van de verdachte heeft integrale vrijspraak bepleit.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 25 april 2022 te Breda, althans in Nederland,

aan [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken neus, heeft toegebracht door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met kracht

- te slaan en/of te stompen tegen het gezicht en/of tegen de neus en/of

- te slaan tegen/op (de achterkant van) het hoofd;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 25 april 2022 te Breda, althans in Nederland,

[slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met kracht

- te slaan en/of te stompen tegen het gezicht en/of tegen de neus en/of

- te slaan tegen/op (de achterkant van) het hoofd

terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken neus ten gevolge heeft gehad.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Met de politierechter, de advocaat-generaal en de verdediging, is het hof van oordeel dat er onvoldoende bewijs aanwezig is dat de verdachte opzet had om aangeefster zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, zodat de verdachte zal worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 25 april 2022 te Breda, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] met kracht

- te stompen tegen de neus en

- te slaan tegen de achterkant van het hoofd.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.

Bewijsoverwegingen

De raadsman van de verdachte heeft vrijspraak bepleit van het subsidiair tenlastegelegde. Daartoe is aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is dat de verdachte zijn partner heeft gestompt dan wel heeft geslagen. De raadsman stelt zich op het standpunt dat het geconstateerde letsel het gevolg is van een val nadat de partner van de verdachte is geduwd. Een duw is evenwel niet tenlastegelegd, aldus de verdediging

Het hof overweegt als volgt.

De verdachte ontkent zijn vrouw te hebben geslagen. De verdachte verklaart dat zijn vrouw over het speelgoed van de kinderen op de rand van het bed is gevallen, waardoor zij haar neus heeft gebroken.

Uit de door hof gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat de vrouw van de verdachte, mevrouw [slachtoffer] , op 25 april 2022 het ziekenhuis te Breda is binnengekomen met letsel. Zij is zelf naar het ziekenhuis gereden, omdat haar neus hevig aan het bloeden was. Blijkens de op ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van bevindingen d.d. 26 april 2023, heeft mevrouw [slachtoffer] aan de/een verpleegkundige(n) verteld dat het letsel is ontstaan, doordat zij door haar partner is geslagen. Tegenover de ter plaatste gekomen verbalisanten heeft mevrouw [slachtoffer] bevestigd dat zij door de verdachte, haar man ( [verdachte] ), is geslagen. Zij heeft tegenover verbalisant [verbalisant] verklaard dat zij een vuistslag kreeg op haar neus, waarna zij op de grond viel. [slachtoffer] voelde pijn aan haar neus en zag dat het bloed bleef stromen uit haar neus. Terwijl [slachtoffer] op de grond lag, voelde zij dat zij een klap kreeg op haar achterhoofd. Ten gevolge hiervan heeft zij een enorme bult op haar hoofd en veel pijn. Verbalisant [verbalisant] relateert dat hij zag dat de neus van mevrouw [slachtoffer] scheef stond en dat er bloed vanuit zowel de binnen- als de buitenkant van haar neus kwam.

De verklaring die mevrouw [slachtoffer] heeft afgelegd ten overstaan van de verbalisanten wordt ondersteund door de medische informatie en hetgeen de verbalisanten van de verpleegkundige(n) hebben gehoord. Uit de medische informatie blijkt dat op 25 april 2022 bij mevrouw [slachtoffer] een gebroken neus en een bult op de achterkant van de schedel is geconstateerd. Het hof heeft dan ook geen enkele reden om aan deze verklaring te twijfelen. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de verklaring van mevrouw [slachtoffer] , te weten dat zij een vuistslag heeft gekregen op haar neus en dat de verdachte haar op het achterhoofd sloeg, past bij het letsel dat is aangetroffen aan de neus en op de schedel van mevrouw [slachtoffer] . Het hof acht de verklaring van mevrouw [slachtoffer] afgelegd tegenover de verbalisanten vlak na het incident en gestaafd door de foto’s en waarnemingen van de verbalisanten, betrouwbaar.

De verklaring van de verdachte dat het bij zijn vrouw geconstateerde letsel aan de neus is ontstaan doordat zij op de rand van het bed is gevallen, is niet geloofwaardig omdat er ook letsel op het achterhoofd was, waar de verdachte geen verklaring voor heeft kunnen geven. De verklaring van de verdachte wordt als ongeloofwaardig terzijde geschoven.

Het standpunt van de verdediging dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om tot een bewezenverklaring te kunnen komen wordt door het hof – gelet op hetgeen hiervoor is overwogen – verworpen. De verklaring die mevrouw [slachtoffer] een jaar later op 14 april 2023 bij de raadsheer-commissaris van dit hof heeft afgelegd waarbij zij heeft verklaard dat het meer duwen was, waarbij zij is gevallen maakt het voorgaande niet anders, te meer nu mevrouw [slachtoffer] , na een vraag van de raadsheer-commissaris of zij vandaag (het hof begrijpt: ten tijde van het verhoor bij de raadsheer-commissaris) de waarheid heeft verklaard, zij heeft verklaard dat zij het niet meer weet en zij zich verder niet veel meer kan herinneren. Het hof gaat aldus voorbij aan de verklaring die mevrouw [slachtoffer] heeft afgelegd bij de raadsheer-commissaris en gaat uit van de verklaring die mevrouw [slachtoffer] ten overstaan van de politie – korte tijd na de gebeurtenis – heeft afgelegd.

Op basis van de stukken in het dossier stelt het hof vast dat mevrouw [slachtoffer] als gevolg van de door de verdachte gegeven vuistslag een gebroken neus heeft opgelopen, waarvoor een afspraak met de polikliniek MKA-chirurgie diende te volgen. Op basis van de stukken in het dossier kan het hof echter niet vaststellen of die afspraak daadwerkelijk is gemaakt en er een operatie heeft plaatsgevonden, noch wat de resultaten daarvan zijn geweest en hoe het herstel is verlopen. Het hof is van oordeel dat aldus niet is komen vast te staan dat het door de verdachte toegebrachte letsel, te weten een gebroken neus, in casu als zwaar lichamelijk letsel kan worden aangemerkt. Daartoe overweegt het hof dat hetgeen het hof uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de aard van het letsel, te weten een gebroken neus de noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel ontoereikend is om het letsel aan te merken als zwaar lichamelijk letsel. De verdachte zal daarom van dit deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken

Resumerend verwerpt het hof het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging en acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde feit heeft begaan, zoals in de bewezenverklaring is vermeld.

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het subsidiair bewezenverklaarde levert op:

mishandeling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Het hof heeft in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het mishandelen van zijn vrouw [slachtoffer] door tegen haar neus te stompen en op haar hoofd te slaan. Zij had fors letsel en veel pijn en verloor veel bloed. Door aldus te handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn partner. Deze mishandeling vond plaats in het bijzijn van hun beider nog jonge kinderen, te weten een tweeling van 4 jaar oud en een kindje van 1 jaar oud. Bij huiselijk geweld wordt het veiligheidsgevoel van de slachtoffers in de huiselijke omgeving aangetast. Juist in een gezin behoort een ieder zich veilig en geborgen te voelen. Het hof rekent het de verdachte dan ook zwaar aan dat hij heeft gehandeld zoals is bewezenverklaard.

Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 24 mei 2023 waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit.

Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan is gebleken.

Ofschoon het hof, anders dan de politierechter, niet tot een veroordeling komt van het strafverzwarende gevolg ‘terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad’, acht het hof gelet op de ernst van het bewezenverklaarde huiselijk geweld, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de ernst van de gevolgen, daarbij in aanmerking genomen hetgeen hiervoor is overwogen, eenzelfde straf als opgelegd door de politierechter van na te melden duur passend en geboden.

Al het vorenstaande afwegende is het hof van oordeel dat een taakstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen vervangende hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden is. Met de oplegging van het voorwaardelijke deel van de straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door:

mr. J.F. Dekking, voorzitter,

mr. O.A.J.M. Lavrijssen en mr. T. van de Woestijne, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H. Hafti, griffier,

en op 31 juli 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mrs. Dekking en Van de Woestijne voornoemd zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J.F. Dekking
  • mr. O.A.J.M. Lavrijssen
  • mr. T. van de Woestijne

Griffier

  • mr. H. Hafti

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand