ECLI:NL:GHSHE:2024:122

ECLI:NL:GHSHE:2024:122, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18-01-2024, 200.335.457_01 en 200.335.458_01 en 200.335.460_01

Instantie Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak 18-01-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 200.335.457_01 en 200.335.458_01 en 200.335.460_01
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure Wraking
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBZWB:2022:1520
Formele relatie: ECLI:NL:RBZWB:2022:1519
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 25 zaken
Aangehaald door 1 zaken
7 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002320 BWBR0003245 BWBR0005291 BWBR0005416 BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0007119

Samenvatting

Afwijzing wrakingsverzoeken artikel 8:15 Awb. Het verzoek van het hof aan de wederpartij om stukken te overleggen die reeds bij de rechtbank waren ingediend geeft geen blijk van partijdigheid en vooringenomenheid. De procedurele beslissing van het hof tot heropening van het onderzoek kan niet leiden tot toewijzing van de wrakingsverzoeken. Het misverstand omtrent de uitnodiging voor de zitting biedt evenmin grond voor het oordeel dat sprake is van partijdigheid of vooringenomenheid.

Uitspraak

Wrakingskamer

Wrakingsnummers : Wr 421-31-2023, Wr 422-32-2023 en Wr 423-33-2023

Datum beslissing : 18 januari 2024

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingsverzoeken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch

gegeven op de schriftelijke verzoeken als bedoeld in artikel 8:15 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), gedaan op 7 december 2023, in de belastingzaken met nummers [nummer 1] t/m [nummer 3], in hoger beroep aanhangig bij dit gerechtshof, ingediend door:

[verzoeker] ,

wonend in [woonplaats] ,

hierna: verzoeker,

strekkende tot wraking van mrs. T.A. Gladpootjes (voorzitter), L.B.M. Klein Tank en J.M. van der Vegt, raadsheren in het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, hierna: de raadsheren.

1. Procesverloop

Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 25 maart 2022, zaaknummers [nummer 4] , [nummer 5] en [nummer 6] . De zaken zijn vervolgens bij de belastingkamer van dit hof ingeschreven onder de hiervoor genoemde zaaknummers.

De mondelinge behandeling van de zaken heeft plaatsgehad op 26 oktober 2023. Aldaar is verschenen, [heffingsambtenaar] , namens de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] (hierna: de heffingsambtenaar). Verzoeker is, met kennisgeving, niet verschenen.Aan het einde van de zitting is het onderzoek gesloten en zijn uitspraken aangekondigd. Nadien heeft het hof geconcludeerd dat het onderzoek niet volledig is geweest en heeft het hof het onderzoek heropend. Partijen zijn hiervan bij brief van 5 december 2023 op de hoogte gesteld.

Bij op 7 december 2023 ter griffie van dit hof ingekomen verzoekschriften is door verzoeker de wraking verzocht van de raadsheren. De raadsheren hebben laten weten niet in de wraking te berusten. Zij hebben tevens gezamenlijk één schriftelijke reactie op de drie wrakingsverzoeken gegeven. De raadsheren menen dat de wrakingsverzoeken ongegrond dienen te worden verklaard.

Op 8 januari 2024 heeft verzoeker in antwoord op de schriftelijke reactie van de raadsheren “Nadere gronden inzake verzoeken 200.335.457, 458 en 460” ingediend. Volgens verzoeker leidt de samenhang van de zaken ertoe dat indien de wrakingskamer de verzoeken in de zaken over 2019 en 2020 gegrond verklaart, het verzoek in de zaak over 2018 eveneens gegrond dient te worden verklaard.

De wrakingskamer heeft de wrakingsverzoeken ter zitting van 10 januari 2024 behandeld. Ter zitting heeft mr. Gladpootjes de reactie van de raadsheren op de wrakingsverzoeken nader toegelicht en antwoord gegeven op vragen van de wrakingskamer. Verzoeker is, met kennisgeving, niet verschenen.

Na de mondelinge behandeling heeft de voorzitter het onderzoek gesloten en

medegedeeld dat de wrakingskamer uiterlijk op 7 februari 2024 uitspraak zal doen.

2. Beoordeling van de wrakingsverzoeken

Ingevolge artikel 8:15 Awb kan elk van de rechters die een zaak behandelen door een partij worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Verzoeker heeft in zijn wrakingsverzoeken in de kern aangevoerd dat de raadsheren zijn procespositie hebben ondermijnd en die van de wederpartij, de heffingsambtenaar, hebben bevoordeeld door (i) de heffingsambtenaar bij brief van 16 oktober 2023 te verzoeken ontbrekende stukken te overleggen en die op 19 oktober 2023 ontvangen stukken – ondanks schending van de 10-dagentermijn en het verzoek van verzoeker om op die stukken geen acht te slaan – tot de gedingstukken te rekenen, (ii) het onderzoek (beperkt) te heropenen en de heffingsambtenaar in de gelegenheid te stellen om aanvullende stukken in te dienen aangaande uitsluitend de objectkenmerken en verzoeker hiermee de gelegenheid te ontnemen om op de stukken van 19 oktober 2023 te reageren en (iii) verzoeker niet uit te nodigen voor de mondelinge behandeling van de zaken over 2019 en 2020 (nummers [nummer 2] en [nummer 3] ) en deze zaken vervolgens in afwezigheid van verzoeker te bespreken met de heffingsambtenaar. Dit handelen van de raadsheren is in ogen van verzoeker partijdig en getuigt van vooringenomenheid.

Het betoog van verzoeker dat het verzoek van het hof van 16 oktober 2023 om ontbrekende stukken over te leggen en het nadien tot de gedingstukken rekenen van die stukken (ad i) blijk geeft van partijdigheid en vooringenomenheid, treft geen doel. De stukken die bij brief van 16 oktober 2023 door het hof zijn opgevraagd betroffen stukken die door de heffingsambtenaar bij de rechtbank waren ingediend, waarover verzoeker reeds beschikte en waarop verzoeker reeds in een eerdere fase van de procedure heeft kunnen reageren. Deze stukken hadden door de rechtbank doorgestuurd moeten worden aan het hof, hetgeen kennelijk niet is gebeurd. Met het opvragen van die stukken heeft het hof slechts bedoeld het procesdossier in het belang van beide partijen en het hof te completeren. Dit handelen geeft naar het oordeel van de wrakingskamer geen blijk van partijdigheid en vooringenomenheid; het hof bewaakt slechts de goede procesorde. De verwijzing door verzoeker naar het “Overflakkee-arrest” leidt niet tot een ander oordeel.

De beslissing van het hof om het onderzoek (beperkt) te heropenen om de heffingsambtenaar in de gelegenheid te stellen om nadere stukken in te dienen (ad ii) is een procedurele beslissing. Naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad is wraking niet bedoeld als rechtsmiddel tegen procedurele beslissingen en kunnen deze beslissingen slechts leiden tot toewijzing van een wrakingsverzoek als uit de procedurele beslissing blijkt van vooringenomenheid van de rechters die deze beslissing hebben genomen. Daarvan is naar het oordeel van de wrakingskamer geen sprake. Ten overvloede voegt de wrakingskamer daaraan toe dat het hof met de beslissing om het onderzoek te heropenen een beslissing heeft genomen die past binnen diens bevoegdheid om, al dan niet ambtshalve, feitenonderzoek te doen, te meer nu verzoeker zich in zijn hoger beroepschrift juist op het standpunt had gesteld dat het feitenonderzoek niet compleet was omdat bepaalde informatie niet door de heffingsambtenaar was verstrekt. Dat het hof daarmee de heffingsambtenaar – zoals verzoeker in zijn wrakingsverzoek met betrekking tot zaak [nummer 1] stelt – ‘als een blindengeleidehond door het hoger beroepsproces manoeuvreert’ is de wrakingskamer in het geheel niet gebleken.

Dat verzoeker kennelijk abusievelijk niet formeel is uitgenodigd voor de mondelinge behandeling van de zaken over 2019 en 2020 (nummers [nummer 2] en [nummer 3] ) en die zaken in zijn afwezigheid op zitting zijn behandeld (ad iii) biedt evenmin grond voor het oordeel dat sprake is van (de schijn van) partijdigheid of vooringenomenheid. Uit de inhoud van de wrakingsverzoeken ontstaat de indruk dat verzoeker een bijlage bij de uitnodiging niet heeft ontvangen, waardoor een misverstand kan zijn ontstaan over de zaken die ter zitting aan de orde zouden komen. Bovendien heeft mr. Gladpootjes ter zitting van de wrakingskamer toegezegd dat, indien de wrakingsverzoeken worden afgewezen, het onderzoek in de zaken over 2019 en 2020 (eveneens) zal worden heropend en partijen de gelegenheid zal worden geboden om in alle zaken om een nadere zitting te verzoeken. Tijdens en voorafgaand aan die zitting zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld om op de reeds ingediende en nog in te dienen nadere stukken te reageren.

De slotsom is dat de wrakingsverzoeken worden afgewezen.

BESLISSING

Het hof:

- wijst de verzoeken tot wraking af;

- bepaalt dat de hoofdzaken worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevonden ten tijde van het indienen van de verzoeken tot wraking;

- beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker, de heffingsambtenaar en de raadsheren.

Deze beslissing is gegeven te ‘s-Hertogenbosch op 18 januari 2024 door J.W. van Rijkom, voorzitter, J.T.F.M. van Krieken en A.C. Bosch, in tegenwoordigheid van A.S. van Middelkoop, als griffier.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?